Witte Werf februari 2002

AfdrukkenNaar een Vlaams referendum op volksinitiatief?
Di Rupo en de directe democratie
De noodzaak van geheime stemming
Burgerzin en democratie: enkele nieuwe onderzoeksresultaten
Seborga: We the people
Drole de guerre (4)
Diverse berichten:
Diverse berichten:


NAAR EEN VLAAMS REFERENDUM OP VOLKSINITIATIEF?


Hoe staat het met de invoering van het referendum op volksinitiatief in Vlaanderen? De groene en rode coalitiepartners hebben het erg druk gehad met propaganda rond het gemeentelijk stemrecht voor migranten. De invoering van een daadwerkelijke democratie lijkt daarentegen wel de laatste van hun zorgen. Eind februari verschenen niettemin enkele krantenartikelen waarin werd aangekondigd, dat binnen de Vlaamse regering een akkoord was bereikt. Op onze vraag of we de tekst van dit akkoord konden bekomen, kregen we van de heer F. Vanhees, kabinetssecretaris van minister-president Dewael, op 28 februari jl. het volgende antwoord:


"In antwoord op onderstaande vraag deel ik U mede dat er nog geen concrete tekst voorhanden is. Wel heeft de Vlaamse regering vorige vrijdag een akkoord bereikt over de organisatie van niet-bindende volksraadplegingen op Vlaams niveau, dit op voorstel van de Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden, Paul Van Grembergen. Bedoeling is dat parlementsleden van de meerderheid een voorstel van decreet indienen in het Vlaams Parlement. Zowel het Vlaams Parlement als individuele burgers kunnen het initiatief nemen om zo een volksraadpleging te organiseren. Burgers moeten dan wel de nodige handtekeningen verzamelen. Het voorstel moet wel nog in detail worden uitgewerkt. Voorlopig bestaat tussen de regering en de meerderheidsfracties enkel een akkoord over de krachtlijnen. Eenmaal het voorstel van decreet er is, dienen de meerderheidspartijen het in in het Vlaams Parlement. Het gaat hier duidelijk om een niet-bindende raadpleging. Het resultaat leidt enkel tot een advies aan het Vlaams Parlement, dat nog altijd het laatste woord heeft".


Niettemin circuleert er op het Vlaams departement van binnenlandse zaken reeds een ontwerptekst met een ontwerp van memorie van toelichting. In deze tekst wordt bevestigd dat het om een louter consultatieve raadpleging gaat, die zowel op initiatief van de regering als op initiatief van burgers tot stand kan komen. Het gaat om een karikatuur van een authentiek referendum op volksinitiatief. Het ontwerp beschouwt de volksraadpleging als "..een instrument ten dienste van het parlement".


Volgens het ontwerp mag er geen referendum worden gehouden over de fundamentele rechten en vrijheden, want "..deze rechten en vrijheden zijn immers het fundament van een rechtstaat en kunnen niet in vraag gesteld worden". Deze theologische en ahistorische benadering van de politiek impliceert, dat er een soort geopenbaard corpus van rechten en vrijheden bestaat, waaraan het soevereine volk zich voor eeuwig en drie dagen te onderwerpen heeft. Democratie is gebaseerd op het idee, dat er geen autoriteiten boven het volk bestaan, zodat er ook geen onveranderlijke grondwetsbepalingen of verdragsteksten kunnen bestaan. In een democratie moet het soevereine volk, iedere generatie opnieuw, alle regels kunnen herbekijken. Het morele kan enkel in vrijheid gedijen: waarden die a priori worden opgelegd, en waarvoor dus niet vrij kan gekozen worden, zijn geen waarden meer. Wie probeert om waarden als een extrinsiek element a priori op te leggen, vernietigt die waarden juist in hart van mensen, die ze wel zouden opnemen indien ze vrij ervoor kunnen kiezen. In feite is dit soort paternalistische beperkingen enkel een symptoom voor het diep misprijzen, dat de politieke klasse koestert jegens de modale burger.


Daarentegen sluit het ontwerp fiscale materies niet uit, waarbij de motivatie als volgt luidt: "De vrees dat de bevolking enkel belastingen zou afkeuren en dat de begroting uit evenwicht zou geraken is ongegrond. Het initiatief ligt immers niet in handen van de bevolking maar van een meerderheid in het parlement. Evenmin bepaalt de uitkomst de gevolgen die eraan moeten worden gehecht". Met andere woorden: vermits de volksraadpleging toch niet bindend is, moet met de wensen van de bevolking sowieso geen rekening worden gehouden. Laat de burgers dus maar stemmen, de elite doet daarna toch wat ze wil.


Het ontwerp voorziet deelname van vreemdelingen aan de volksraadpleging. Opkomstplicht is niet voorzien. Er zou hoogstens om de zes maanden een verkiezingsdag worden gehouden en rond de `echté verkiezingen zou een sperperiode van drie maanden worden ingelast. Een concreet handtekeningaantal werd in het door ons gelezen ontwerp nog niet genoemd. Wel is er sprake van een informatiebrochure, die de kiezer één maand voor de volksraadpleging zou moeten bereiken.


De volksraadpleging die paarsgroen wil invoeren is een onwerkzame karikatuur, die bedoeld lijkt om het ideaal van de democratie bij de bevolking in discrediet te brengen: wanneer de mensen na enkele ervaringen inzien dat het systeem niet werkt (omdat het niet tot reële, soeverein genomen en vervolgens uitgevoerde beslissingen leidt) zullen ze zich met walging afwenden, zodat het democratisch alternatief voor het huidige politieke bestel op zijn beurt ongeloofwaardig wordt en het particratisch regime rustig verder kan boeren.


Het interessantst aan het ontwerp van memorie van toelichting zijn nog de algemene inleidende commentaren. Daarin wordt nogmaals opgemerkt, dat de Belgische staat helemaal niet op het beginsel van de democratische volkssoevereiniteit is gegrondvest. De bepaling in artikel 33, eerste lid van de grondwet stelt immers: " Alle macht gaat uit van de Natie". En die `Natie' is helemaal niet het volk, maar wel de maatschappelijke elite. Het is de elite, en niet het volk, die soeverein is; en juist daarom vormt deze grondwetsbepaling zo'n obstakel voor de invoering van de democratie in ons land. Volgens het ontwerp van memorie van toelichting is dit artikel "...achterhaald" en " ...heeft elke burger een individueel recht op deelname aan de macht ". Dat klinkt goed, maar de auteurs van het ontwerp trekken hieruit niet de conclusie, dat de burgers dus desgewenst direct aan wetgevend werk mogen doen. Uit de vaststelling, dat het parlement niet langer de `natie' maar wel degelijk het volk vertegenwoordigt, wordt enkel besloten dat het parlement dus die bevolking mag consulteren via niet-bindende volksraadplegingen. Reële deelname aan de macht blijft voor de burgers dus uitgesloten; ze mogen enkel worden geconsulteerd.


In feite gaat het hier om een ideologisch manoeuver: de elite ziet in dat de openlijk autoriaire concepten waarop België werd gegrondvest niet verdedigbaar zijn, en wil zich dus uitdrukkelijk profileren als de emanatie, niet van de heersende klasse, maar van het volk. Het volk wordt dus niet meer uitdrukkelijk tot zwijgen veroordeeld, het mag voortaan iets zeggen, over vooraf geselecteerde onderwerpen, maar op voorwaarde dat dit spreken onmachtig blijft, krachteloos en vrijblijvend. Zo willen onze voogden het.






DI RUPO EN DE DIRECTE DEMOCRATIE


Le Soir besteedde op 7 februari jl. nogal wat aandacht aan het systeem van de `orçamento participativo' dat door het linkse stadsbestuur van Porto Alegre (Brazilië) ruim tien jaar geleden werd ingevoerd. Centraal daarbij stond de figuur van de Belgische vice-premier Elio Di Rupo, die zoals vele andere klassieke politici aanwezig was op het `alternatieve' sociale wereldforum in die stad. Voor Di Rupo was het trouwens niet de eerste keer dat hij die plek bezocht.


Di Rupo is naast vice-premier ook burgemeester van de Henegouwse hoofdstad Bergen (Mons) en wil daar de `orçamento participativo' invoeren. De plannen zijn in een vergevorderd stadium. Bergen werd onderverdeeld in zes sectoren en dertig wijken. Di Rupo wil via geheime stemming vertegenwoordigers laten verkiezen die dan over de investeringsprioriteiten moeten debatteren. In 2002 zal een experimentele fase worden doorlopen, en indien dit positief afloopt zal in 2004 het systeem worden veralgemeend, aldus Le Soir. Bergen staat overigens niet alleen. In de Henegouwse gemeente Anderlues, waar de PS alleenheerser is met 18 op 21 verkozenen in de gemeenteraad, werd bij de laatste verkiezingen ook één gauchist verkozen op de lijst `Alliance pour une démocratie participative'. Sinds kort worden daar iedere vierde maandag van de maand `forums citoyens pour la démocratie participative' gehouden.


Betekent dit nu dat Di Rupo gewonnen is voor de directe democratie? Integendeel. Volgens hem zou, met de directe democratie "..de doodstraf nog steeds bestaan. Het komt er integendeel op aan om subtiel te doseren. De gemeenteraad blijft het beslissend orgaan. De macht wordt slechts binnen een welafgelijnd kader gedelegeerd. De stad ontloopt haar verantwoordelijkheden niet, ze laat zich voorlichten" ("..la peine de mort serait toujours d'application. Non, le tout est de trouver un dosage subtil. Le conseil communal demeure l'instance décisionnelle. La délégation de pouvoir se fait dans un cadre bien défini. La Ville ne se dessaisit pas de ses responsabilite's, elle se fait éclairer").


Het wordt hoe langer hoe duidelijker dat de linkse partijen in België de invoering van een daadwerkelijke democratie niet zien zitten. Het systeem van het participatieve budget wordt gebruikt als een ersatz en rookgordijn. De argumentatie van Di Rupo is typisch voor het modale Belgische loge-lid: de burgers zijn moreel onbetrouwbaar en zouden onmenselijke beslissingen nemen (zoals bv. het invoeren van de doodstraf), indien ze hiertoe de gelegenheid zouden krijgen. Daarom moeten ze door verlichte geesten tegen heug en meug worden bevoogd, al moeten deze laatsten anderzijds toch luisteren `naar wat er bij de mensen leeft', vooral dan voor wat de concrete materiële noden betreft. En daar is het `orc,amento participativo' wel geschikt voor. In dit systeem worden alleen vragen van investeringsprioriteiten behandeld. De Henegouwse socialisten schijnen trouwens niet geneigd, om het systeem van Porto Alegre zonder meer te kopiëren. In Porto Alegre zijn de beslissingen genomen op volksvergaderingen bindend, maar de stemmingen zijn niet geheim. In Bergen lijkt men te evolueren naar een systeem, waarbij de stemmingen wel geheim zijn, maar de resultaten niet bindend. Zo blijven we bezig.


http://dossiers.lesoir.be/mondialisation/TousLesArticles/A_0222D0.asp

http://dossiers.lesoir.be/mondialisation/TousLesArticles/A_0222D1.asp






DE NOODZAAK VAN GEHEIME STEMMING


Iedereen is het wel eens over het feit, dat kiezers een geheime en individuele stem moeten kunnen uitbrengen, zowel bij representatieve verkiezingen als bij referenda. Maar wanneer het over stemmingen door verkozenen gaat, in parlement of gemeenteraad, wordt men plotseling veel terughoudender. Toch kunnen verkozenen net zo goed als individuele burgers onder sociale druk staan.


Vlaams minister-president Dewael bepleit een publiek stembusakkoord voor een paarsgroene regering (VLD, SP.A , Agalev en Spirit) na de volgende verkiezingen. Zo'n publiek akkoord is volgens hem, in tegenstelling tot een geheim gehouden akkoord, volledig democratisch: "Als wij hier nu op een bierkaartje zouden schrijven dat we na de verkiezingen zullen samenwerken en dat bierkaartje zouden opbergen, dan bedriegen we de kiezer. Een openlijk stembusakkoord is wél democratisch. De democratische partijen hebben eigenlijk al jarenlang zo'n akkoord: het cordon sanitaire. Door duidelijk te zeggen dat we niet regeren met het Vlaams Blok weet elke Blokkiezer dat zijn stem een proteststem is. Omgekeerd kun je ook perfect zeggen - voor de verkiezingen weliswaar - dat we een soort alliantie maken met de paars-groene partijen en beslissen om na de verkiezingen met die coalitie verder te gaan" (De Morgen, 9 maart 2002).


Binnen het kader van ons particratische stelsel, dat door de elite als `democratie' wordt aangeduid, valt tussen de redenering van Dewael inderdaad geen speld te krijgen. Maar hoe democratisch is dat systeem van uitsluiting eigenlijk?


Dewael wil niet alleen het Vlaams Blok, maar ook de `democratische' partijen CD&V en NVA uitsluiten. Hierbij plaatst hij de kiezers van die partijen voor een eigenaardig dilemma.


Indien de kans groot is, dat paars de meerderheid haalt, dan weet een CD&Vkiezer, net als een VB-kiezer, dat zijn of haar stem enkel maar een proteststem is. Wie nog enigszins op het beleid wil wegen, moet dan de eerste partijvoorkeur opgeven en kiezen voor de minst onaantrekkelijke van de paarsgroene partners.


Het kernprobleem voor de kiezer met dit soort afwegingen luidt, dat hij met twee elementen tegelijk moet rekenen: met zijn eigen partijvoorkeur, en met de kansen waarmee de verschillende mogelijke coalities aan de macht komen. Dit laatste element is een zuiver particratische besmetting van het eigenlijke democratische proces. Coalitievorming komt eigenlijk neer op de selectieve vernietiging van bepaalde stemmen. De kiezer die pech heeft gehad om op een oppositiepartij te stemmen, weegt veel minder op de besluitvorming dan een kiezer die voor een meerderheidspartij koos. Indien er vele kleinere partijen zijn, die a priori allemaal een redelijke en ongeveer gelijke kans hebben om aan een coalitie deel te nemen, dan blijft dit antidemocratisch effect nog enigszins binnen de perken. De kiezer kan dan, niet al te zeer gehinderd door coalitie-overwegingen, stemmen volgens zijn partijpolitieke voorkeur, en vervolgens maar hopen, dat zijn partij bij de meerderheid terechtkomt. Het voorstel van Dewael is particratische spitstechnologie, die de burgers dwingt om reeds vo`o`r de verkiezingen met coalitievoornemens rekening te houden. Hun spelruimte, om via representatieve verkiezingen hun politieke voorkeur uit te drukken, wordt daardoor sterk beperkt.

Er is een evidente, volledig in de lijn van het democratisch ideaal liggende remedie tegen dit soort defecten: veralgemeen het stemgeheim in de representatieve organen.


Momenteel is er reeds geen stemgeheim voor persoonsgebonden materies. Je ziet dan snel, dat de verkozenen de partijdiscipline aan hun laars lappen en stemmen in functie van wat ze écht willen. Voor de particratie is dat natuurlijk een gruwel.


Veralgemeende geheime stemming in parlement of gemeenteraad zou op zich reeds een doodssteek betekenen voor de particratie. De systematische uitsluiting van bepaalde groepen verkozenen (en daardoor ook van hun kiezers) zou onmiddellijk worden stopgezet. De enige werkbare coalitiebesturen zouden diegenen zijn waarin - naar Zwitsers federaal model - alle partijen van enige omvang zijn opgenomen.


En zo hoort het ook in een democratie. Het voorstel van Dewael - die trouwens direct werd bijgetreden door Anciaux - is een voorstel dat de particratie versterkt en uitbouwt. De democratie is de andere kant uit, mijnheer de minister-president!




BURGERZIN EN DEMOCRATIE: ENKELE NIEUWE ONDERZOEKSRESULTATEN


Economische studies in verband met belastingsontduiking zijn erg interessant, omdat zij zo duidelijk laten zien dat het gemiddeld gedrag van de mens sterk afwijkt van het model van de `Homo economicus', die door zovele economisten en particraten gedachtenloos als uitgangspunt wordt gehanteerd. De `Homo economicus' is een theoretische constructie, een soort humanoïde die zich in alle omstandigheden zodanig gedraagt dat het eigen economisch voordeel geoptimaliseerd wordt. De traditionele economie gaat ervan uit, dat de meeste mensen zich in goede benadering als `Homo economicus' gedragen. En vele politici volgen dit denkbeeld met graagte, omdat het hen voedt in hun overtuiging dat de meute der burgers door hen constant moet worden bewaakt, bevoogd en opgevoed.


Het fiscale gedrag van de meeste mensen is met deze hypothese niet in overeenstemming. Gegeven de pakkans, de ontduikingsmogelijkheden en de voorziene boetes bij betrapping, betalen de meeste burgers veel meer belastingen dan de Homo economicus zou doen. Tenminste onder bepaalde, in ons land nauwelijks vervulde voorwaarden...


In een nieuwe studie wordt de theorievorming terzake nog eens samengevat (L.P.Feld en B.S.Frey "Trust breeds trust: how taxpayers are treated" IERE, working paper nr.98, januari 2002 ). De meeste onderzoekers op dit terrein nemen tegenwoordig aan dat er, in meer of mindere mate, een `tax morale' bestaat, die berust op een impliciet `psychologisch contract' tussen de fiscus en de individuele burger. Naarmate de administratie en de burger meer vertrouwen hebben in elkaar, worden de belastingen vlotter betaald. Het komt er dus op aan om te achterhalen, welke factoren dit impliciet psychologisch contract versterken respectievelijk verzwakken.


Enkele jaren geleden produceerde professor Frey een studie over de positieve weerslag die directe democratie heeft op de belastingsmoraal: in Zwitserse kantons waar de burgers meer inspraakmogelijkheden hebben op fiscaal en budgettair vlak, neemt ook de belastingsfraude af. Dit effect is vrij spectaculair, en leidt tussen de meest en minst democratische kantons tot een verschil van ruim duizend Euro per jaar en per belastingsbetaler. Ruwe extrapolatie naar de Belgische situatie leert, dat het gebrek aan direct-democratische besluitvormingskanalen de fiscus jaarlijks enkele miljarden Euro moet kosten.


De hierboven vermelde nieuwe studie leert terzake meer. De onderzoekers gingen na (via vragenlijsten gestuurd naar de fiscale diensten in de 26 kantons) hoe het stond met de vertrouwensrelatie tussen de burgers en de administratie.


De pakkans in geval van ontduiking bleek in alle kantons ongeveer gelijk. Maar voor het overige waren er duidelijke verschillen. In de meer democratische kantons bleek de fiscale administratie meer neiging te vertonen om aan te nemen, dat burgers geen bedrog plegen. Relatief kleine afwijkingen op het aangegeven inkomen worden in de meer democratische kantons dan ook lichter gesanctioneerd: men vertoont meer neiging om aan te nemen dat er geen sprake is van kwaadwilligheid. Daarentegen worden zware afwijkingen, die kwade wil suggereren, in de meer democratische kantons juist zwaarder gesanctioneerd, omdat het impliciete `psychologisch contract' in deze kantons meer substantie heeft. De burgers, en ook de fiscus, weten van elkaar dat men de mogelijkheid heeft om de belastingen en bestedingen langs direct-democratische weg te beïnvloeden, zodat de vigerende belastingstarieven meer het karakter krijgen van een vrij aangegane verbintenis. Zich onttrekken aan zo'n quasi-vrije verbintenis wordt moreel verwerpelijker geacht dan het ontduiken van een belastingsaanslag, die eerder als een soort `legale roof' wordt aangevoeld (wat het geval zal zijn indien de burgers over minder democratische besluitvormingsmogelijkheden beschikken).


`Homo economicus' of `Homo reciprocans'?


Experimenteel economisch onderzoek onderscheidt zich van de gewone bevraging of enquête door het feit, dat de proefpersoon effectief geld of een ander economisch voordeel bekomt in functie van het experiment. De uitspraken van de proefpersoon zijn dus niet vrijblijvend, doch hebben economische gevolgen.


Merkwaardig genoeg gedragen mensen zich in dit soort experimenten in vele gevallen helemaal niet als een `homo economicus', doch eerder als een `homo recriprocans'. Falk beschrijft enkele recente experimenten op dit domein (zie: A.Falk `Homo oeconomicus versus Homo reciprocans: Ansa"tze fu"r ein neues wirtschaftspolitisches Leitbild?' IERE, working paper 79, juli 2001 ). Beschouw bijvoorbeeld de volgende spelsituatie. Twee proefpersonen A en B krijgen ieder een krediet van 6 punten. In een eerste fase mag speler A beslissen, hoeveel punten hij aan B geeft of van B wegneemt. Voor ieder punt dat A aan B geeft, krijgt B van de experimentator nog twee punten extra. In de tweede fase kan B dan A `bestraffen' of `belonen'. B kan A bestraffen door een eigen punt op te geven, waarbij A dan drie punten verliest. Of B kan A belonen, door gewoon punten naar A te transfereren.


Indien B een `homo economicus' zou zijn, dan zou hij nooit A bestraffen. Want de bestraffing van A gaat ten koste van het eigen inkomen. En natuurlijk zou B ook nooit A belonen, want dat gaat ook ten koste van het eigen inkomen. Het experiment laat echter zien, dat de proefpersonen wel degelijk belonen en straffen. Indien A in de eerste fase punten afneemt van B, dan zal B in de tweede fase over het algemeen overgaan tot bestraffing, ook al gaat dat ten koste van het eigen inkomen. En indien A in een eerste fase het eigen inkomen verkleint om dat van B in versterkte mate te verhogen, dan zal B over het algemeen A met een wederdienst honoreren.


Het rechtsgevoel van de mensen is blijkbaar een sterke drijfveer, en men is bereid om voor gerechtigheid economische kosten te accepteren. Daarbij is het wel degelijk de intentie van de tegenpartij die doorslaggevend is. Indien men de keuze van A niet laat bepalen door de vrije wil van A, maar door lottrekking, dan beloont noch bestraft B.


Hetzelfde geldt voor constellaties met meer dan twee personen. Falk beschrijft het volgende experiment. In een groep van 4 personen krijgt iedereen 20 punten, en ieder individu heeft de mogelijkheid om tussen 0 en 20 punten te investeren in het `gemeenschappelijk goed'. Voor ieder aan dit `gemeenschappelijk goed' afgestane punt krijgt iedere speler 0,4 punt terug. Voor de `homo economicus' is het duidelijk, dat nooit in het gemeenschappelijk goed moet geïnvesteerd worden, want ieder afgestaan punt levert een return op van slechts 0,4 punt. Toch is het duidelijk dat voor iedereen de voordeligste situatie ontstaat, wanneer iedereen alles in het gemeenschappelijk goed investeert, want dan zou elke deelnemer 32 punten terugkrijgen. In de praktijk ziet men dat de eigen investering toeneemt met wat de anderen investeren. Indien de anderen niets investeren, zal een proefpersoon gemiddeld ongeveer 1 punt in het gemeenschappelijk goed investeren; indien de anderen 10 punten blijken te investeren, investeert een proefpersoon gemiddeld zowat 5 punten enz.


Falk gaat in zijn studie ook in op de problematiek van de belastingen. Er zal des te meer bereidschap bestaan om belastingen te betalen, naarmate deze belastingen als billijker worden ervaren. Verscheidene factoren kunnen de perceptie van de belastingen bepalen. Als eerste factor noemt Falk de politieke participatie: versterkte mogelijkheid van de burgers, om aan de politieke besluitvorming deel te nemen, leidt tot verhoogde belastingsmoraal (p.15). Verder worden belastingen als meer rechtvaardig ervaren, naarmate men het gevoel heeft dat iedereen op ongeveer gelijke wijze bijdraagt. Mensen die in hun omgeving veel voorbeelden van belastingsontduiking zien, vertonen zelf meer neiging om eveneens te ontduiken. Het spreekt vanzelf dat dit tot een neerwaartse spiraal kan leiden. Nog een algemene vaststelling: de `Homo reciprocans' schijnt over het algemeen bereid tot hulp aan mensen die buiten hun eigen verantwoordelijkheid in een hulpbehoevende situatie zijn terechtgekomen, maar vertoont niet veel neiging om hulp te verlenen aan mensen die zelf weinig of geen belangstelling vertonen om uit hun situatie van economische afhankelijkheid te geraken (p.16). Het valt te verwachten dat in een democratische samenleving de wettelijke regelingen een weerspiegeling gaan vormen van deze voorkeuren van de `Homo reciprocans', en dat in het kielzog daarvan ook de belastingsmoraal gaat toenemen. Falk (p.16) citeert een overzichtstudie van Wax (`Law and Contem-porary Problems', vol.63, p.257- 298): "Volgens de gegevens wensen de meeste kiezers collectieve verantwoordelijkheid voor de armen. De meerderheid wil ook dat de armen economisch onafhankelijk worden. Er is echter weerstand om behoeftigen te steunen die weinig neiging vertonen om op eigen benen te willen staan" (`The data suggest that a majority of voters favor collective responsibility for the poor and want the poor to become economically independent. They are reluctant, however, to support needy persons who show little interest in supporting themselves').


Prosociaal gedrag


Uit ander onderzoek blijkt dan weer, dat de `Homo reciprocans' toch nog geen uitputtende beschrijving oplevert van het gemiddeld menselijke gedrag. Prosociaal gedrag is niet herleidbaar tot wederkerigheid. Frey en Meier illustreerden dit nog eens met behulp van een database van de universiteit van Zürich (B.S.Frey en S.Meier `Pro-Social behavior, reciprocity or both?' IERE, working paper 107, februari 2002). Studenten die zich aan deze universiteit inschrijven krijgen de vraag voorgeschoteld, of ze bovenop hun inschrijvingsgeld ook een bijdrage willen storten voor een tweetal sociale fondsen, ten bate van medestudenten. Het gaat over bedragen van 5 resp. 3 Euro. Eventuele bijdragen zijn volkomen anoniem zodat concrete wederkerigheid tussen individuen niet kan meespelen. Toch blijkt dat 68% van de studenten een bijdrage tot deze fondsen leveren. Deze studenten gedragen zich dus niet als een `Homo economicus', en zelfs niet als een `Homo reciprocans'. Vermits de gift volledig anoniem is, kan het storten van 8 Euro geen enkel individueel voordeel opleveren.


Peilende naar de factoren die dit prosociaal gedrag beïnvloeden, kwamen Frey en Meier tot de volgende vaststellingen:


1) Het feit dat een vraag wordt gesteld, maar ook de wijze van vraagstelling, blijkt zeer invloedrijk. In 1998 steeg het aantal bijdragende studenten bruusk van 44% tot 62%, eenvoudig doordat de vraagstelling wijzigde. Voor 1998 kregen de studenten twee facturen (één met enkel inschrijvingsgeld, één met inschrijvingsgeld + 2 bijdragen). Na die datum schreven de studenten zich elektronisch in, en moesten ze op het scherm aanklikken tot welk fonds ze eventueel wilden bijdragen. De auteurs onderzoeken niet waarom deze verandering zo'n verhoging van de bijdragen teweegbracht. Wel is het zo dat het nieuwe systeem meer gedifferentieerde keuze mogelijk maakte: tevoren moest men o`f aan beide fondsen o`f helemaal niet bijdragen; vanaf 1998 kon men ook aan één fonds bijdragen.


2) Een andere factor schijnt de identificatie te zijn met de instelling, in casu de universiteit. Studenten die voor de eerste maal inschrijven, en studenten die het einde van hun studie naderen, dragen minder bij dan de tussengroep, die vermoedelijk meer identificatie vertoont met de universiteit dan de aankomende schachten en de uitbollers. Men ziet ook dat buitenlandse studenten aanzienlijk minder bijdragen.


3) Een volgend element dat de resultaten beïnvloedt blijkt zelfselectie te zijn. Zo dragen studenten rechten of economie aanzienlijk minder bij. Dit verschil is reeds bij de starters waarneembaar en neemt daarna niet toe. Studenten die deze studierichtingen kiezen vormen dus vanaf de start een groep die minder geneigd is tot anoniem pro-sociaal gedrag. Men kan zich afvragen of dit soort zelfselectie ook niet speelt binnen de politieke klasse. Blijkens diverse onderzoeken denken beroepspolitici bijvoorbeeld veel minder positief over directe democratie dan het merendeel der burgers. Het is denkbaar dat meer tot autoritair en betuttelend gedrag aangelegde personen gemakkelijker toegang vinden tot de politieke klasse.

de geciteerde artikels zijn te vinden op: http://www.iew.unizh.ch/cgi-bin/iew/pubdb2



SEBORGA: WE THE PEOPLE....

Ooit al van Seborga gehoord? Het is één van de kleinste Europese staatjes, amper 14 km groot en met een autochtone bevolking van een kleine 400 personen. Net als San Marino is Seborga een enclave in Italië. Het ligt dicht bij de Franse grens, en dicht bij de zee.

Natuurlijk is Seborga niet echt onafhankelijk. De inwoners betalen belasting aan Italië. Ze maken eigen postzegels, paspoorten, autonummerplaten en munten (de Euro is `niet geldig' in Seborga). Er zijn ook diplomatieke kontakten en consulaten. Rusland heeft bijvoorbeeld een consul in Seborga.


vlag van het prinsdom Seborga


Aan het fenomeen Seborga zitten enige kanten die voor de democraat principieel belangwekkend zijn.


Het is niet ondenkbaar dat historisch gezien Seborga inderdaad niet bij Italië behoort. Het prinsdom werd in 1079 door het Heilig Roomse Rijk effectief erkend. Veertig jaar later (1118) zorgden de tempeliers ervoor, dat Seborga tot een soevereine Cisterciënzerstaat werd omgevormd. In 1729 werd het gebied zogenaamd gekocht door Vittorio Amedo (koninkrijk van Piëmont-Sardinië), maar deze koop geraakte nooit officieel rond. Daarom werd Seborga niet vermeld als een deel van het koninkrijk Sardinië op het congres van Wenen, of op de eenmakingsacte van Italië in 1861. Het is dus goed mogelijk dat in formeel juridisch opzicht, Seborga inderdaad niet tot Italië behoort.


Maar stel nu, dat het koninkrijk PiëmontSardinië wél Seborga zou hebben gekocht. Maakt dat de aanhechting van Seborga aan Italië op enigerlei wijze meer aanvaardbaar? Nee natuurlijk. Is het aanvaardbaar dat een gebied, met inwoners en al, zo maar door de een of andere vorst wordt gekocht of verkocht? Kan de verkoop van mensen, met al hun have en goed, als rechtsgrond voor definitieve aanhechting en onderwerping worden ingeroepen? Ik meen van niet. Mensen zijn geen koopwaar.


Alle staten zijn uiteindelijk ontstaan uit geweld en onwettelijkheid. Waarom hoort Antwerpen bijvoorbeeld bij België? Wie hiervoor de geschiedenis inroept, begeeft zich op glad ijs. Hoort Antwerpen bij België, bijvoorbeeld omdat de Spanjaarden die stad veroverden in 1585? Moeten we verwijzen naar een regime van inquisitie, brand en moord, om te verantwoorden dat Antwerpen bij België moet blijven horen? Nee dus.


Het geval Seborga leert ons dus, dat de permanente claim, die politieke regimes op hun grondgebied en zijn inwoners leggen, allerminst vanzelfsprekend is. En in elk geval kan een loutere verwijzing naar de geschiedenis niet volstaan, want verwijzing naar de geschiedenis is verwijzing naar onrecht.


Prins Giorgio I van Seborga


En zo komen we bij het tweede interessante aspect van Seborga. Dit kleine prinsdom heeft in 1995 zijn grondwet goedgekeurd. Seborga begon met een zelfgeproclameerd en zelfingericht referendum, waarop de grote meerderheid van de bevolking (304 stemmen tegen 4) zich voor onafhankelijkheid uitsprak en Giorgio Carbone I als nieuwe prins installeerde.


Er is geen enkele reden te bedenken, waarom die gang van zaken verwerpelijk zou zijn. Burgers moeten, in een volwaardige democratie, niet enkel de wetten van hun staat kunnen maken, ze moeten ook het recht hebben om over het bestaan zelf van die staat te beslissen. Want staten zijn er niet voor de eeuwigheid, maar voor de burgers. Het logisch gevolg van deze overwegingen luidt, dat iedere gemeente of iedere provincie, zeker één keer per generatie - dus om de 25 of 33 jaar - de gelegenheid zou moeten hebben om per referendum uit het staatsverband te treden.


Het toeristisch gegeven Seborga (honderdduizend bezoekers per jaar) hoeft ons niet te interesseren. Maar de fundamentele vragen die door het geval Seborga worden opgeroepen, zijn des te belangrijker. Wij hoeven de autoriteit van België, Europa of de UNO principieel niet te pikken. Staten zijn maar legitiem bij de gratie van hun vrije burgers, en niet omgekeerd. Enkel een direct-democratische federalistische samenleving, met de burger als kleinste en tevens hoogste entititeit, kan écht menswaardig worden genoemd.


links

http://www.pietro.cipolla.easynet.be/

http://www.payk.net/communicationRecord/mailingList/iran-news-1997/msg00265.html

http://www.wps.com.au/hutriver/history.htm

http://www.sealandgov.com/

http://www.geocities.com/CapitolHill/5111/

http://www.execpc.com/~talossa/index.html

http://www.ladonia.net/






DROLE DE GUERRE (4)

In vorige artikels in deze reeks hebben we reeds gewezen op het feit, dat in het dossier van de septemberaanslagen een reeks elementen voorkomen, die de standaardversie van de gebeurtenissen in vraag stellen. In de vorige aflevering (verschenen in Klaas') hebben we bijvoorbeeld gewezen op het feit, dat op 11 september 2001 drie vliegdekschepen (twee Amerikaanse en één Brits) in de Indische oceaan geconcentreerd waren, terwijl daar normaliter slechts één vliegdekschip aanwezig is. De kans dat er drie vliegdekschepen toevallig aanwezig waren, hebben we zeer conservatief geschat op ongeveer 1/100


Doch de vliegtuigaanslagen zijn niet de enige terroristische gebeurtenissen die plaatsvonden in september jongstleden. Er waren ook nog de anthrax-aanslagen: naar diverse politici en media-instellingen werden brieven gestuurd, waarin zich een buitengewoon zuiver en speciaal behandeld anthrax-preparaat bevond. Tegelijk werden ook nepbrieven verstuurd, zonder anthrax maar mét bedreigingen. We weten dat de verzender van de anthraxbrieven ook nepbrieven heeft verzonden, omdat de eerste nepbrieven dateren van voor het eerste persbericht betreffende de anthrax-aanslagen (zodat grappenmakers nog niet op de hoogte konden zijn).


De voornaamste elementen van deze anthrax-aanslagen zijn de volgende:


1) De brieven werden gestuurd kort voor en na vliegtuigcrashes . Het is weinig geweten dat ook voor 11 september reeds een aantal brieven werden verzonden, ondermeer naar Bill O'Reilly van Fox News Channel. Deze brieven lijken in alle mogelijke details zeer goed op de brieven die kort na 11 september werden verstuurd, al bevatten ze geen anthrax.

(voor één van de weinige berichten over deze vroege brieven, zie:

http://www.nypost.com/news/regionalnews/33077.htm


Er is ook het minder belangrijke geval van een `anthraxbrief', die op 9 september in de USA was gepost en Nairobi bereikte op 10 october. Deze brief bleek uiteindelijk geen anthrax te bevatten.


http://www.eastandard.net/eahome/story19102001013.htm

http://news.bbc.co.uk/hi/english/world/africa/new sid_1606000/1606200.stm


In de meeste analyses wordt ervan uitgegaan dat de eerste brieven verstuurd werden op 18 september 2001, dus één week na de WTC-aanslag. Het ging om brieven gericht aan NBC en NY Post. Enkele dagen nadien, dus vooraleer het eerste persbericht over anthrax verscheen, werden reeds de eerste valse dreigbrieven verstuurd, die geen anthrax doch een wit poeder bevatten. Het eerste bericht over anthrax verscheen op 4 october, en het eerste bericht over de brieven verscheen op 12-13 october.


2) De anthrax is afkomstig van een Amerikaans laboratorium dat werkt voor militaire opdrachtgevers. Analyse wees uit dat het gaat over een anthrax-type dat in enkele Amerikaanse laboratoria werd gebruikt. Bovendien was de anthrax extreem zuiver, en behandeld op een wijze die verspreiding van de sporen doorheen de lucht bevordert. Volgens Rosenberg zijn er niet meer dan 20 laboratoria die in staat zijn om zo'n product af te leveren. Bovendien moet de bereiding van de enveloppes (een zeer gevaarlijk karwei) gebeurd zijn door iemand die ingeënt was tegen anthrax en over de nodige uitrusting voor beveiliging beschikte. Het aantal potentiële verdachten wordt door deze beperkingen erg klein. Rosenberg stelt in haar rapport dan ook de vraag, of het FBI welbewust het onderzoek laat aanslepen. Zij denkt dat de dader zich onkwetsbaar acht, omdat hij over informatie beschikt die volgens de hoogste Amerikaanse autoriteiten absoluut het daglicht niet kan verdragen.


Voor de wetenschappelijke analyse van Rosenberg, zie: http://www.fas.org/bwc/news/anthraxreport.htm

Voor een later bericht, waarin ze oppert dat het om een uit de hand gelopen CIA-operatie zou kunnen gaan, zie: http://news.bbc.co.uk/hi/english/audiovideo/programmes/newsnight/archive/newsid_1873000/187 3368.stm


3) De daders van de anthrax-aanslagen poogden om de aanslagen in de schoenen van Arabieren te schuiven. De brieven waren in die zin opgesteld.


Zie bv.:http://seattletimes.nwsource.com/html/nationworld/134380111_detrick19.html

en: http://aztlan.net/zack.htm


Het is erg moeilijk om een touw vast te knopen aan de anthrax-aanslagen. Zo werd op 19 februari het bericht gelanceerd, dat de FBI een verdachte in het vizier had, waarop dit bericht dan weer prompt werd tegengesproken.


Zie: * Staff Writer "Expert: anthrax suspect ID'd" New Jersey Times, 19 feb. 2002

http://www.nj.com/mercer/times/index.ssf?/mercer/times/02-19-IZAR1IUB.html

* Andrew Buncombe "FBI `knows US scientist who made anthrax' The Independent, 20 februari 2002

http://news.independent.co.uk/world/americas/story.jsp?story=134396

* "FBI denies report that top anthrax suspect is former military researcher" http://www.foxnews.com/story/0,2933,46440,00. html

(bericht van 25 feb.2002)


Eén van de merkwaardige aspecten aan de anthrax-aanslagen is het feit, dat zij kort volgen op de weigering van de USA, om een verdrag te ondertekenen dat de ontwikkeling van biologische wapens aan banden legt (de mislukking van de Geneefse conferentie terzake bleek definitief op 7 augustus 2001). Tijdens de week voor 11 september werden hierover in de Amerikaanse pers trouwens verschillende artikels gepubliceerd. Op 4 september 2001 was in de `New York Times' een artikel verschenen over de anthrax-researchprogramma's in de USA en de dag daarna verscheen in de `Baltimore Sun' een artikel van Rosenberg dat de mislukking te Gene`ve betreurde. De anthrax-aanslagen kwamen vanuit propagandistisch oogpunt dus op het goede moment: wie zou nog het recht van de USA op biologisch wapenonderzoek in twijfel trekken op een ogenblik, dat terroristen binnen de USA reeds biologische wapens gebruiken?


Wie de affaire van dichtbij volgt, krijgt de sterke indruk dat iets wordt verborgen. Maar wat?


Eén conclusie kan in elk geval wel getrokken worden: indien inderdaad anthraxbrieven werden verstuurd voor 11 september, dan moeten de daders van de anthrax-aanslagen voorkennis hebben gehad omtrent de aanslagen op de WTC-torens en het pentagon . Het is immers zeer onwaarschijnlijk dat twee zo'n aanslagen tegelijk (binnen een tijdvenster van hooguit twee weken) plaatsvinden. Zelfs indien men aanneemt dat een kapitale terreuractie als die van de anthraxbrieven gemiddeld eenmaal per jaar voorkomt, dan is de kans dat die actie gelanceerd wordt in dezelfde veertiendaagse periode als de WTC- en pentagonaanslagen nog te klein om aan toeval toegeschreven te worden (p = 1/26 = 0.04 < 0.05). Indien geen anthraxbrieven werden verzonden voor 11 september, is het denkbaar dat de daders hun terreuractie, die ze wel reeds hadden voorbereid, hebben geënt op de WTC-aanslag.


Deze conclusie heeft op haar beurt verreikende implicaties. Vermits de anthraxbrieven vanuit het hart van het Amerikaanse militaire systeem zijn gelanceerd, betekent het eventueel bestaan van de vroege brieven dat binnen ditzelfde systeem voorkennis omtrent de vliegtuigaanslagen aanwezig moet zijn geweest. Hoe staat het dus precies met die voor 11 september verzonden anthraxbrieven? Hun bestaan wordt niet ontkend, maar blijft buiten beeld. Ik vind dat zeer vreemd.






DIVERSE BERICHTEN

(met ondermeer informatie vanwege het referendumplatform)



DUITSE REGERINGSCOALITIE WIL VOLKSINITIATIEF INVOEREN


De SPD en de Groenen, de twee regeringspartijen in Duitsland, hebben op 14 maart een ontwerp van grondwetswijziging voorgesteld, dat het principe van de directe democratie in de Duitse grondwet zou verankeren. De CDU/CSU wees het voorstel echter af. Hierdoor kan het ontwerp niet aangenomen worden, want voor een grondwetswijziging is in Duitsland een tweederde meerderheid nodig .


Het voorstel voorziet een direct-democratisch stelsel in twee trappen. Indien een volksiniatief 400.000 handtekeningen bijeenbrengt wordt het voorstel in de Bundestag ter bespreking voorgelegd. Wordt het daar binnen de zes maanden niet in een wet omgezet, dan kan de tweede fase van het volksinitiatief (`Volksbegehren') van wal steken. Er komt dan een bindend referendum indien de iniatiefnemers de handtekeningen kunnen bijeenbrengen van vijf procent der kiesgerechtigden (ongeveer 3 miljoen burgers). Deze drempel ligt veel hoger dan in Zwitserland.


Het voorstel van de socialisten en groenen voorziet ook een deelnamequorum van 20%. Voor een grondwetgevend volksiniatief zou het deelnamequorum 40% moeten bedragen. Bovendien zijn een hele reeks onderwerpen uitgesloten. Zo mogen de Duitse burgers volgens het voorstel niet de doodstraf herinvoeren of belastingen afschaffen.


Volgens de socialisten en de groenen staat 85% van de bevolking achter hun initiatief.




VLAAMS BLOK VRAAGT REFERENDUM OVER MIGRANTENSTEMRECHT


In de `Eigen volk eerst-krant' (een gratis verspreide folder van 8 blz.) van februari 2002, vraagt het Vlaams Blok een referendum over het migrantenstemrecht



AMSTERDAMMERS SPREKEN ZICH UIT VOOR DIRECTE DEMOCRATIE


In 2002 krijgt Amsterdam Centrum als laatste stadsdeel ook een eigen stadsdeelbestuur met gekozen deelraad. Aanleiding voor een groep democratievernieuwers om zich in te zetten voor meer directe zeggenschap voor burgers door vormen van directe democratie.


In de Beraadsgroep Directe Democratie, waarin personen uit bijna alle politieke partijen uit de binnenstad deelnemen, zijn 6 voorstellen voor toepassing van directe democratie ontwikkeld. Stichting Agora Europa en het Instituut voor Publiek en Politiek hebben deze voorstellen vervolgens verwerkt in een Opiniewijzer, zodat bewoners en gebruikers van de binnenstad zich ook over deze voorstellen konden uitspreken.


Op 18 februari j.l. werd de uitslag gepresenteerd: 86 procent van de invullers is voor toepassing van directe democratie. Het hoogst scoorden het agendarecht (waarbij burgers nieuwe voorstellen in de raad kunnen inbrengen) en interactief beleid (waarbij burgers vanaf het begin bij de ontwikkeling van projecten input hierin hebben). De andere voorstellen, waaronder het referendum op volksinitiatief (waarbij burgers referenda over door henzelf gemaakte voorstellen kunnen afdwingen) scoren echter vrijwel even hoog. Op donderdag 28 februari spraken de politieke partijen van de binnenstad op een Verkiezingsdebat uit welke voorstellen zij na de verkiezingen zullen invoeren. Daarbij bleek dat een aantal voorstellen op brede instemming kan rekenen.




* AMSTERDAMS INITIATIEF BOEKT EERSTE SUCCES


Amsterdams Initiatief, een groep van jonge Amsterdammers die campagne voert voor de invoering van het volksinitiatief in Amsterdam, heeft een eerste succes geboekt. Eind februari kondigde Groen-Links aan een voorstel voor het volksinitiatief voor te bereiden. Het zal na de verkiezingen, mogelijk al in april in de raad behandeld worden. Amsterdams Initiatief maakt plannen om alle politieke partijen bij elkaar te brengen om nu eens grondig de buitenlandse ervaring onder de loep te nemen en de missers die in het verleden in Amsterdam zijn gemaakt.




* MINDER BELEIDSVRIJHEID IN NEDERLANDSE GEMEENTEN


Het zag er al naar uit dat het typische Paarse compromis over de geringe beleidsvrijheid voor gemeenten en provincies onder de Tijdelijke Referendumwet (Trw) voor problemen ging zorgen, en dat is nu ook gebeurd.


In de Paarse coalitie was men tot het compromis gekomen dat gemeenten die voor medio februari 2001 een eigen referendumverordening hadden, deze mogen behouden. Voor hen zou de Trw niet gelden. Inmiddels heeft men ontdekt waarop het Referendum Platform reeds lang had gewezen, namelijk dat de meeste gemeenten helemaal geen formeel correctieve referenda kennen, doch referenda waarbij de volksstemming plaatsvindt VOORdat de gemeente het formele besluit neemt. Dus vallen zij buiten de uitzonderingsbepaling, die alleen voor correctieve referenda opgaat. En bij zo'n niet-correctieve gemeentelijke verordening dreigt nu dat over hetzelfde onderwerp twee keer een referendum zou kunnen worden afgedwongen - eentje op grond van de verordening en eentje op grond van de Trw. Dat verbiedt de wet en dus gaan veel gemeentelijke verordeningen alsnog op de schop. Van de grote steden geldt dit onder andere voor Rotterdam.




* NEDERLANDSE REFERENDUMWET BOEKT EERSTE RESULTATEN


De Tijdelijke Referendumwet heeft na enkele maanden de eerste resultaten geboekt. Voor zover wij weten zijn nog geen referenda op grond van de Trw gehouden, maar de eerste initiatieven zijn gemeld én er zijn reeds diverse overheidsplannen van tafel verdwenen vanwege de dreiging van een referendum.


Net als in Amsterdam is men in Rotterdam bezig een referendum over de voorgenomen privatisering van het stedelijk openbaar vervoer op te starten, dit keer vanuit de SP. In Leiden verdween een omstreden plan voor een verbouwing van de Aalmarkt van tafel nadat een actiegroep met een referendum had gedreigd. In Haarlem is onduidelijk of een referendum gehouden kan worden via de bestaande verordening of via de nieuwe Trw, maar hier heeft o.a. Stadspartij Leefbaar Haarlem een actie op touw gezet om een referendum te organiseren over bouwplannen (o.a. een parkeergarage) in het oude stadscentrum, waarvoor de oude HBS gesloopt moet worden.




* WWW.REFERENDUMWET.NL


Niet alleen zond het Nederlandse ministerie van Binnenlandse Zaken onlangs tv-commercials uit die de invoering van het referendum onder de aandacht bracht en liggen er folders op postkantoor en bibliotheek - waarvoor de complimenten van het Referendum Platform - maar datzelfde ministerie heeft ook een speciale website ingericht, waarop zal worden bijgehouden welke wetten nu en in de nabije toekomst referendabel zijn, en hoe het aanvragen van een referendum gaat. Het adres: www.referendumwet.nl




* REFERENDUM OVER PRIVATISERING OV IN AMSTERDAM


Het referendumcomite `Ons GVB geen NV', dat de voorgenomen privatisering van het Gemeentelijke Vervoerbedrijf (bussen, trams, metro en ponten) wil tegenhouden, heeft 16 januari j.l. ruim 41.000 handtekeningen ingeleverd bij het gemeentebestuur, opgehaald in slechts 5 weken. Hiermee heeft ze ruim de drempel van 25.000 handtekeningen gehaald. Het gemeentebestuur heeft beslist dat het referendum gelijktijdig met de nationale verkiezingen op 15 mei a.s. wordt gehouden. De hoop van het referendumcomite is dat hierdoor de opkomst hoog genoeg zal zijn om de opkomstdrempel te halen. In Amsterdam is een referendum alleen geldig als een eventuele meerderheid die tegen het gemeentevoorstel stemt, tegelijk minimaal 50 procent van de opkomst van de laatste raadsverkiezingen uitmaakt. Een peiling door O+S in opdracht van AT5 in januari wees uit dat op dat moment 71% van de Amsterdammers tegen de privatisering is.




DUITSE DEELSTAAT NORDRHEINWESTFALEN VERLAAGT DREMPELS


De coalitie van SPD en Gru"nen heeft, met steun van de oppositionele CDU, in de Duitse deelstaat Nordrhein-Westfalen besloten de drempels voor volksinitiatieven aanzienlijk te verlagen. Over alle onderwerpen waar de deelstaat bevoegd over is, mogen nu volksinitiatieven gehouden worden. De eerste drempel, waarna burgers hun voorstel in het parlement van de deelstaat kunnen brengen, wordt verlaagd naar 0,5 procent van de kiesgerechtigden. De tweede drempel, waarmee de burgergroep een referendum over hun voorstel afdwingt, wordt verlaagd van 20 naar 8 procent van de kiesgerechtigden. De opkomstdrempel wordt verlaagd van 50 procent naar 15 procent van de kiesgerechtigden. De deelstaatregering besloot tot de veranderingen op basis van voorstellen van `Mehr Demokratie', de Duitse organisatie voor directe democratie.




* REFERENDUM WINT AAN TERREIN IN EUROPESE UNIE


Op 28 februari begon de Conventie over de Toekomst van de EU haar werkzaamheden. De Conventie, ingesteld op de top van Laken in december, moet zomer 2003 met voorstellen komen hoe de Europese Unie geheel hervormd zou moeten worden, en met een concept voor een Grondwet voor de Europese Unie. Dit is een buitenkans voor de invoering van directe democratie op EU-niveau. Immers, in zo'n grondwet zou het referendum en volksinitiatief verankerd kunnen worden, zoals o.a. de Nederlandse regering al heeft voorgesteld. Dit lijkt vooralsnog een brug te ver.

Het principe dat de Grondwet door de Europese burgers via een referendum goedgekeurd zou moeten worden, wint echter steeds meer terrein. Op de opening van de Conventie pleitte de voorzitter, de invloedrijke ex-premier van Frankrijk Giscard d'Estaing, voor zo'n referendum, gelijktijdig met de Europese verkiezingen in alle EU-lidstaten te houden in 2004. Diverse andere Conventie-leden hebben ook laten weten open te staan voor een Europees referendum, zoals vice-voorzitter Amato (Italië), de vertegenwoordiger van het Duitse parlement Ju"rgen Meyer, en de Europees Parlement-vertegenwoordigers Jens-Peter Bonde (Denemarken) en Sylvia Kaufmann (Duitsland). Nederland kan wellicht een bijdrage leveren via de godfather van het Nederlandse referendum, Hans van Mierlo, die de Nederlandse regering in de Conventie vertegenwoordigt.




* ZWITSERS STEMMEN VOOR TOETREDING VN


Op de stemdag van 3 maart in Zwitserland - referenda worden in Zwitserland gebundeld op 4 stemdagen per jaar - keurde 54% van de Zwitsers toetreding tot de Verenigde Naties goed. Zwitserland is momenteel geen lid van de VN. In 1986 werd eerder een referendum gehouden, waarbij 75% van de Zwitsers tegen toetreding stemde. De Nee-campagne wees op het ondemocratische karakter van de Verenigde Naties, waarbij de 5 leden van de VNVeiligheidsraad tegen de wil van de rest van de wereld zaken kunnen doordrukken, en dat Zwitserland zijn onafhankelijkheid moet koesteren. De Ja-campagne wees erop dat Zwitserland vaak al meedoet aan VN-vredesmissies, en waarom zou men wel meedoen maar niet meebeslissen?




IERLAND : REFERENDUM OVER ABORTUS


Abortus is illegaal in Ierland. Dit is het gevolg van een referendum uit 1983, waarvan het resultaat in de grondwet is verankerd. De regering richtte op 6 maart een nieuw referendum in, dat het bestaande verbod op één punt nog wou verscherpen. Het abortusverbod voorziet namelijk een uitzondering voor gevallen, waarbij het leven van de moeder in gevaar komt. Indien de moeder dreigde met zelfmoord, werd dit als een bedreiging voor haar leven erkend en was abortus in principe toegelaten. De huidige Ierse minderheidsregering wou deze specifieke uitzondering per referendum laten schrappen, omdat zwangere vrouwen met een niet-gemeende zelfmoord konden dreigen om de abortus te bekomen. De katholieke kerk stond achter dit regeringsiniatief.


Het regeringsvoorstel werd echter met een zeer krappe meerderheid (het verschil bedroeg 10.500 stemmen) verworpen, waarbij een sterk verschil bleek inzake stemgedrag tussen steden en platteland. In Dublin stemde 70% tegen het voorstel, op het platteland werden meestal sterke pro-meerderheden geregistreerd. Ongeveer 42% van de kiesgerechtigden namen deel aan de volksraadpleging.


Het referendumboekje dat de Ierse kiezers kregen staat op het internet: http://www.ireland.com/newspaper/special/2002/abortioninfo/index.pdf




* IERLAND: REFERENDUM OVER HERENIGING?


De protestantse Noord-Ierse premier David Trimble stelde op 9 maart voor, om in mei 2003 een referendum te houden over de hereniging van het Ierse eiland.

De verdeling van Ierland is een realisatie van het Britse imperialisme. De Britten hebben Ierland eeuwenlang bezet, en in 1801 gewoon ingelijfd bij het Verenigd Koninkrijk. In 1920 kon het grootste, zuidelijke deel van Ierland zijn onafhankelijkheid herwinnen doch het noordelijke deel, met zijn krappe protestantse meerderheid, bleef bij het Verenigd Koninkrijk.


Het lijkt overigens weinig waarschijnlijk dat de Britten zullen instemmen met de plannen van Trimble.




* ZWEDEN: EURO-REFERENDUM?


Volgens een in februari gehouden opiniepeiling is momenteel 47% van de Zweden gewonnen voor de overschakeling naar de Euro, terwijl 34% de Zweedse Kroon willen behouden. Ministerpresident Go"ran Persson wil volgend jaar een referendum over de kwestie houden. Eerst komen er in het najaar nog parlementsverkiezingen.




* EEN VOORBEELD VOOR HET VOLK


Indien je wil weten hoe de elite écht over de modale burger denkt, dan luister je beter niet naar de propaganda die direct voor de bevolking is bestemd. Het is leerzamer om te letten op de woorden die vallen bi`nnen de elite zelf. Zijdelings hoor je dan, hoe daarboven over ons wordt gedacht.


De kranten wisten op 12 feburari te melden dat premier Verhofstadt een vermanende brief heeft gestuurd naar Prins Laurent. De blitse Prins is in Brugge aan een snelheid van 137 km/u voorbijgezoefd op een plaats waar maximaal 70 km/u is toegelaten.


Verhofstadt wijst de Prins erop, dat hij een ` voorbeeldfunctie' heeft. Nu weten we meteen hoe de premier over ons denkt. Hij beschouwt ons burgers als kleuters, die geacht worden op te kijken naar de Prins als naar een soort grote broer, die ons tot voorbeeld strekt.


Hoezo voorbeeldfunctie? Dient de modale burger, die wel degelijk moet werken voor zijn brood, en die wel degelijk moet studeren voor zijn diploma, nu opeens te gaan opkijken naar een Prins die nooit iets bewezen heeft?


Het is Laurent die naar de gewone burger moet opkijken. Tenslotte is het die modale burger die het belastingsgeld opbrengt, waarmee de Prins vervolgens glimlachend de zwaarste verkeersboetes kan betalen.


Overigens bleek, twee dagen nadat Verhofstadt de berispende brief naar de Prins had gericht, dat onze premier zelf werd betrapt bij het rijden van 170 km/u op een plaats, waar maximaal 120 km/u is toegelaten. Er kwam geen boete, want Verhofstadt beschikt als premier over een wagen met zwaailicht die in noodgevallen de snelheidsbeperkingen mag overtreden. Het noodgeval was in dit geval een diner tussen liberale excellenties, dat tijdig moest worden bereikt.




* REFERENDA IN LIECHTENSTEIN

In Liechtenstein vonden op 10 maart 2002 twee interessante referenda op volksiniatief plaats. Het eerste referendum betrof een toelage van 750.000 Frank, die het parlement had toegekend aan het muziekfestival `Little Big One'. De initiatiefnemers voerden ondermeer aan, dat deze subsidie onevenredig hoog was in vergelijking met andere cultuursubsidies. Inderdaad werd de subsidie door 65,8% van de kiezers afgewezen. Deze muis kreeg nog een interessant staartje. Een steuncomité voor het festival, dat de referendumnederlaag zag aankomen, had een geldinzameling ten voordele van het festival op touw gezet, en is erin geslaagd om bij de voorstanders een bedrag gelijk aan de verloren subsidiesom in te zamelen.


Dit Liechtensteinse referendum doet dus de vraag rijzen, of het in principe niet beter zou zijn cultuursubsidies telkens te laten opbrengen door de burgers die in een concreet initiatief geïnteresseerd zijn.


Een tweede volksinitiatief betrof het transitverkeer door Liechtenstein. Een nieuw tunnelproject zou meer transitverkeer tussen Oostenrijk en Zwitserland langsheen enkele gemeenten van Liechtenstein leiden.


Hoewel het hier een typisch `nimby'-initiatief (`Not In My BackYard') betrof, kreeg het voorstel in geen enkele van de betrokken gemeenten een meerderheid. Het initiatief werd afgewezen met een globale meerderheid van 54,5%. Het deelnamepercentage voor beide referenda bedroeg 65%.


(uit `St.Galler Tagblatt', 11 maart 2002)




* DIRECTE DEMOCRATIEIN ZUID-TIROL


In Zuid-Tirol bestaat een burgerbeweging voor de invoering van de (directe) democratie: de `Initiative für mehr Demokratie' (http://www.dirdemdi.org). Die beweging heeft momenteel haar handen meer dan vol.


Het nieuwe, door het Italiaans parlement goedgekeurde statuut voor autonome regio's regelt de invoering van een soort regionaal grondwetgevend referendum (het `Satzungsreferendum'). Merkwaardig genoeg gaat het om een vrij goede referendumregeling, met een vrij lage handtekeningdrempel en zonder deelnamequorum. De `Landesregierung' van Zuid-Tirol wil daarnaast ook een gewoon wetgevend volksreferendum invoeren. De voorgestelde handtekeningdrempel zou echter tweemaal hoger liggen dan de drempel opgelegd voor het `Satzungsreferendum'. En terwijl voor dit laatste geen deelnamequorum is vereist, wil de deelstaatregering een quorum van 50% opleggen voor het gewone referendum. Indien deze maatregel doorgang vindt, zou in Zuid-Tirol een unieke situatie ontstaan: een grondwetgevend referendum dat lagere drempels heeft dan een gewoon referendum.


___________________________


EN TENSLOTTE... "Wir beschliessen etwas, stellen das dann in den Raum und warten einige Zeit ab, was passiert. Wenn es dann kein grosses Geschrei gibt und keine Aufstände, weil die meisten gar nicht begreifen, was da beschlossen wurde, dann machen wir weiter - Schritt für Schritt, bis es kein Züruck mehr gibt"


"Wij nemen een besluit, maken het openbaar en wachten een tijdje op eventuele reacties. Wanneer we dan geen geschreeuw horen en geen protest wordt vernomen, omdat de meeste mensen de draagwijdte van het besluit helemaal niet doorzien, dan gaan we weer verder - stapje voor stapje, tot de terugweg is afgesneden"

(Jean-Claude Juncker, eerste minister van Luxemburg, over de besluitvorming op de EUregeringsconferenties. Der Spiegel, 52/1999, p.136.