Het gedroomde land van de G1000

Afdrukken

Op 11 november vindt in de gebouwen van het Brusselse Turn & Taxis de G1000 plaats, een milde knipoog naar de G8, de groep van acht rijkste industrielanden. Een duizendkoppige burgertop samengesteld uit ‘een onafhankelijk samengestelde steekproef die de Belgische bevolking zo goed mogelijk representeert’ gaat er reflecteren over ‘het land waar zij van dromen’. Initiatiefnemers David Van Reybrouck en Francesca Vanthielen werpen zich al maanden op als de overijverige uithangborden voor de heruitvinding van de Belgische democratie, met in hun kielzog namen als Dave Sinardet en Philippe Van Parijs van de Paviagroep en Felix Declerck (Shame-beweging). Burgerdemocratie of volksverlakkerij?

‘De G1000 is een genereus gebaar van de burgerbevolking naar de partijpolitiek.’ David Van Reybrouck schuwde de gezwollen oneliners niet, toen hij in juni met nagenoeg messiaanse grandeur en een flinke dosis misplaatste wetenschappelijke pretentie zijn reddingsplan en alternatief voor democratie ontvouwde. De bedenker beweerde vijf maanden te hebben zitten broeden op een ‘wetenschappelijk model van deliberatieve democratie’. Dat model moet ‘het achterhaalde representatieve politieke systeem’ mee uit het slop halen en richting democratie 2.0 stuwen. Het basisidee steunt op James Surowiecki’s The Wisdom of Crowds. Samengevat: velen weten meer dan één, en als je de grijze hersenmassa van een omvangrijke groep op een min of meer gestructureerde manier kan aanspreken, komen daaruit sporadisch alleraardigste ideetjes bovenborrelen. Een nieuwe smaakvariant voor chips van een snackfabrikant bijvoorbeeld of, zoals recent in Nederland, een rist leuke maar vooral vrijblijvende passages voor een alternatieve, positief luidende Troonrede.

Zijn status indachtig moet de alternatieve, ‘aanvullende democratie’ van Van Reybrouck er echter één worden met een ‘high brow’ cachet. Geen banale burgerdemocratie dus, maar een proeve van ‘ultrapolitiek’, een P.G.W.R.D.D: een ‘Professioneel Gestructureerde Wetenschappelijk Representatieve Deliberatieve Democratie’. Vandaar wellicht dat er in ‘het buitenland’ werd gesproken over de G1000 als ‘de meeste creatieve poging om de westerse democratie te innoveren’, aldus Van Reybrouck in Touché (Radio1). Ga er dan maar aanstaan om zo’n project nog nuchter tegen het licht te houden, zonder als pretbederver in de verzuurde hoek te worden weggezet.

 

Bang van verkiezingen

Volksvertegenwoordigers worden vandaag, althans volgens de analyse van Van Reybrouck, gegijzeld door verkiezingen, peilingen en de constante druk van instant communicatie via (sociale) media zoals Twitter en Facebook. Die dompelen politici onder in een ongezonde biosfeer van permanente campagne. Anderen zullen tegenwerpen dat net die dynamiek zorgt voor meer politieke controle en participatie van burgers, meer alertheid van politici voor publiekssignalen en meer interactie tussen de verschillende actoren, waardoor het democratisch deficit niet vergroot maar net verkleint. Overigens, als het spook van verkiezingen en de onophoudelijke stroom instant communicatie hét kernprobleem vormen, dan zou je logischerwijze verwachten dat de initiatiefnemers zich specifiek over dat pijnpunt willen buigen. De G1000 doet dat evenwel niet maar laat ‘de bevolking’ in eerste instantie zélf de agenda bepalen voor de G1000 via een ‘brede’ burgerbevraging. Geraamde kostprijs enkel voor de online rondvraag ‘naar wat de mensen écht willen’ volgens de begroting van de G1000: 150 000 euro.

De techniek van burgerfora is echter niet zo innoverend als Van Reybrouck de burger wil voorhouden. Er bestaan allerhande burgerfora zoals de consensusconferentie, het burgerjury-model of de ‘deliberative poll’ ontwikkeld door de Amerikaanse politicoloog James Fishkin – ontsproten uit frustratie over de beperkte mogelijkheden van inspraak en participatie in conventionele representatieve democratieën. De burgerforumformule van de G1000 kan worden ingedeeld bij de ‘deliberatieve evenementen’ waarbij doorgaans duizenden burgers worden samengebracht voor rondetafelgesprekken. In de Verenigde Staten vond ondertussen al een vijftigtal van zulke ‘21st Century Town Hall Meetings’ plaats om te delibereren over de hervorming van de sociale zekerheid tot en met de herbestemming van het World Trade Centre in New York.

 

Democratisch deficit

Na enkele maanden leverde de bevraging van de G1000 zo’n 5000 thema’s op die open, onbeperkt en ongecontroleerd –zonder registratie en dus zonder enig zicht op het deelnemerveld – werden verzameld via internet. Zelfs via fictieve mailadressen konden ongelimiteerd en anoniem voorstellen worden ingestuurd. Vervolgens konden geïnteresseerden opnieuw op die voorstellen stemmen en via de toekenning van maximaal vijf sterren, hun waardering uitspreken voor de voorgestelde thema’s. Tijdens die eerste omslachtige en hoogst inefficiënte fase liep de G1000 al meteen een democratisch deficit op. De bevraging miste elke representativiteit: op 1 oktober kon ‘het meest gewaardeerde idee’ op de website van de G1000 (‘Hoe bewaren we ons solidariteitssysteem, onze sociale verworvenheden en ons pensioenstelsel?’) rekenen op nauwelijks negentien stemmen en vier sterren. ‘Daarmee ga je niet ver geraken’, merkte Jan Hautekiet niet geheel onterecht op tijdens een radiogesprek met Van Reybrouck.

 

Petit comité

Vanaf 1 oktober kon je via de website g1000.org ,– aangemoedigd door een aantal BV’s figurerend in een bioscoopspot ,– verder de agenda van de G1000 mee bepalen. Althans, in realiteit bleef die inbreng beperkt tot ‘ja’ of ‘neen’ klikken op 25 themavoorstellen (‘Hoe kan ons bestuur krachtiger en efficiënter worden?’), waarvan op 11 november uiteindelijk drie thema’s zullen worden ‘behandeld’ tijdens de G1000-top. Daarna neemt de G1000 nog tot in april 2012 de tijd om de thema’s ‘en petit comité’ diepgravend uit te werken. Uiteindelijk zal de uitkomst van de G1000-top in het beste geval een aantal vrijblijvende voorstellen opleveren die de G1000-ploeg in de loop van 2012 aan de vertegenwoordigers van de representatieve democratie zal overmaken. Daarbij zullen Van Reybrouck en zijn team omstandig worden bedankt voor zoveel onbaatzuchtige democratische inzet, waarna de voorstellen vermoedelijk een stille dood zullen sterven.

Toch wist Van Reybrouck de media op grote schaal voor zijn project te winnen, zodanig zelfs dat de auteur zelf geïmponeerd raakte door de overweldigende meegaande aandacht die de media voor de bedenkelijke politieke analyse en twijfelachtige aanpak van het G1000-burgerforum uittrokken. Aan de oorspronkelijke basis van het G1000-project lag de onvrede met de verkiezingsuitslag van 2010 en meer bepaald de eclatante overwinning van de N-VA. Die boodschap werd echter gedrapeerd met boodschappen die de democratische missie met nobele-doel-oogmerk van de operatie G1000 stevig in de verf zetten.

 

Dictatuur

Naarmate duidelijker werd dat onderhandelings- en (dus) federale regeringsdeelname van de N-VA was afgewend en de politieke urgentie van het initiatief afnam, stuurde Van Reybrouck zijn communicatie meteen bij. Zo werden de meest bedenkelijke en gewraakte passages uit het G1000-manifest (‘De democratie is aan het verworden tot de dictatuur van verkiezingen’ en ‘Nieuwe verkiezingen zijn duur en kunnen de knoop nog strakker aantrekken’) snel afgezwakt en afgedaan als misbegrepen zinnetjes: de G1000 zou de democratie slechts een onschuldige ‘vitaminekuur’ toedienen.
Kranten en tijdschriften volstonden ondertussen maandenlang met het kritiekloos kopiëren van de zegebulletins die de G1000 aan de lopende band over zichzelf verspreidde en smoorden elk oppositiegeluid vakkundig in de kiem. Van Reybrouck: ‘Ik ben nog net wakker genoeg om te beseffen hoe bijzonder het is dat de G1000 op zoveel aandacht mag rekenen’. Humo telde maar liefst 13 weken na elkaar af naar het grote G1000-evenement. In evenveel columns mocht Van Reybrouck zichzelf bewieroken en zich tegelijkertijd verbazen over de bijval en de buitensporige successen van de G1000.

Ondanks de barnumcampagne en het kritiekloze forum die de media aan de G1000 aanreikten, bleef het grote succes achterwege en liep het grote publiek allerminst warm voor het G1000-project, in tegenstelling tot wat een opvallende advertentie in het huis-aan-huisblad Passe-Partout potsierlijk suggereerde: ‘Miljoenen Belgen staan achter de G1000!’ Uiteindelijk dreigt de dure G1000 (begroot op een slordige 500 000 euro) zelfs een oligarchisch trekje te krijgen dat na afloop vooral dienst zal hebben gedaan als een handig instrument om het netwerk Van Reybrouck bij politici, BV’s en belangenorganisaties gevoelig uit te breiden en te intensifiëren. Wie weet schopt de succesauteur het daarbij ooit tot president of minstens tot politicus en kan Van Reybrouck vanuit die positie alvast voortwerken aan zijn ‘gedroomde land’ ... na democratische verkiezingen uiteraard.

(Deze tekst verscheen eerder, op 1 november ’11, in Doorbraak, het maandblad van de Vlaamse Volksbeweging)

bron: 

http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie/nl/node/1058