Vraag van de maand: het meerderheidsprincipe

Afdrukken

Het wezenlijke van de democratie lijkt niet gemakkelijk te vatten. Dat ondervinden we aan de vragen die we regelmatig krijgen in contacten, discussies ed. Sommigen zijn het niet gewoon dat de meerderheid beslist in plaats van een minderheid. Ze vragen zich af “Met het meerderheidsprincipe creëer je toch een dictatuur van de meerderheid?”

 

 

In het ideale geval is er sprake van unanimiteit: iedereen is het eens met een voorstel. Maar meestal zal unanimiteit niet haalbaar zijn. Wat dan?  In het tweede hoofdstuk van het boek Directe democratie... http://www.democratie.nu/downloads/boekdd/index.html

...kan men volgende oplossing vinden:

 

“Het meerderheidsbeginsel vloeit voort uit het gelijkheidsbeginsel en uit het verlangen om de onlust te minimaliseren: door toepassing van de meerderheidsregel bekomt men het geringste aantal ontevredenen. We kunnen ook argumenteren dat iedere andere oplossing dan de meerderheidsregel een ontkenning van het gelijkheidsbeginsel meebrengt. Immers, als we een gekwalificeerde (bijvoorbeeld twee derde) meerderheid hanteren, dan kan een minderheid het winnen van een meerderheid, bijvoorbeeld als 60 procent voor optie A is en 40 procent voor optie B.

 

De meerderheidsregel heeft een existentiële dimensie. Door de aanvaarding van deze regel erkennen we het menselijk tekort. Uit het bestaan van de minderheid blijkt dat het discussie- en beeldvormingsproces onvolmaakt is geweest. Tegelijk herinnert het meerderheidsbeginsel ons aan het feit dat democratie altijd als een historisch proces moet worden bekeken. De minderheid van vandaag is misschien de meerderheid van morgen. De meeste nieuwe ideeën stoten eerst op tegenstand en afwijzing; later kunnen ze algemeen aanvaard worden. De meerderheidsregel kan eigenlijk maar functioneren wanneer in de gemeenschap deze historische zin voldoende aanwezig is. Wanneer een besluit dat door een meerderheid tegen een minderheid tot stand komt, door die meerderheid buiten ieder historisch perspectief als een soort absolute 'triomf' wordt beleefd, daalt de kwaliteit van de democratie.

 

De meerderheidsregel staat haaks op alle elitaire tendensen. Autoritaire stromingen erkennen de meerderheidsregel nooit. Zij koesteren altijd één of ander beeld van een 'avant-garde' of elite die haar wil aan de meerderheid mag opleggen. Leninisten zullen spreken van de voorhoede-rol van de communistische partij en van de dictatuur van het proletariaat. Nationaal-socialisten zullen elites aanduiden op basis van raskenmerken. Religieuze fundamentalisten zullen de gelijkberechtiging van vrouwen en andersdenkenden afwijzen, zelfs indien zij de meerderheid vormen.

 

In een afgezwakte, maar toch nog zeer reële vorm is dit elitair principe ook aanwezig bij de voorstanders van de zogenaamde representatieve democratie. Dewachter (1992, p. 70) verwoordt dit aldus: “Volgens het basisconcept van de ‘parlementaire democratie’ worden de beslissingen getroffen door een selectie van ‘filosofen-prinsen’. Representatief gespreid over het hele grondgebied wordt een steekproef van vertegenwoordigers van het volk verkozen. Doch de verkozenen zelf zijn niet meer representatief; zij staan niet modaal, maar zijn de besten. Het parlement is de verzameling van de besten van de natie.” De voormalige BRD-minister van justitie, Thomas Dehler, verwoordde het als volgt: “Ik geloof dat men de essentie van de democratie miskent als men stelt dat het parlement de voltrekker van de volksovertuiging is. Ik geloof dat het wezen van de representatieve democratie een andere is, dat is de parlementaire aristocratie. De parlementariërs hebben de plicht en de mogelijkheid om vanuit een groter inzicht, vanuit een betere kennis te handelen, als de enkeling kan.” (Geciteerd in Dewachter, 2003, p. 30) Dehler kreeg voor deze duidelijke verwoording van het elitaire concept achter de zuiver representatieve democratie applaus van zowel christen-democraten als liberalen en socialisten. Het verschil met totalitaire systemen schuilt hierin dat in een zuiver parlementair stelsel de elite een formele meerderheid moet krijgen bij de bevolking. Het zuiver parlementair stelsel en het totalitair systeem hebben wel gemeen dat zij de invoering van wetten toelaten die ingaan tegen de meerderheidswil van de bevolking.”

 

Een volgende keer gaan we verder in op nog vragen die nog naar boven kunnen komen.

 

Je kunt echter al verder in onze faq lezen

http://www.democratie.nu/index.php/nl/component/content/article/27-diversen/25-faq

Deze faq moet ook nog herwerkt worden…