Witte Werf mei 2000

AfdrukkenNederland: tijdelijke referendumwet ingediend.
Het referendum en de Belgische grondwet.
USA: een stille belastingsrevolutie.
USA: directe democratie en landconservatie.
21 mei: referenda in Zwitserland en Italiƫ.
Documenten van de Verlichting (II) : Magna Charta en Bill of Rights.
Vaststelling
Nederland: tijdelijke referendumwet ingediend.

* Het referendum en de Belgische grondwet.

* USA: een stille belastingsrevolutie.

* USA: directe democratie en landconservatie.

* 21 mei: referenda in Zwitserland en Italië.

* Documenten van de Verlichting (II) : Magna Charta en Bill of Rights.

* Vaststelling


DE DEMOCRATIE INVOEREN IN ONS LAND

 

(Onderstaand opiniestuk werd eind april als opiniestuk naar De Standaard en De Morgen gezonden, als reactie op persberichten die in deze Witte Werf zijn afgedrukt. Zoals gebruikelijk werd het artikel door deze kranten niet gepubliceerd.)

*

De Kamercommissie voor politieke vernieuwing heeft de afgelopen dagen gedebateerd over de invoering van het beslissend referendum op volksinitiatief. We herinneren eraan dat de invoering van het referendum is opgenomen in het regeerakkoord: " De artikels m.b.t. het referendum werden niet voor herziening vatbaar verklaard. Evenwel zal de Regering de mogelijkheden om volksraadplegingen te houden of in te voeren gevoelig uitbreiden en dit op verschillende niveaus. De meerderheidspartijen verbinden er zich toe om rekening te houden met de uitslag van deze volksraadplegingen" (federaal regeerakkoord "De brug naar de eenentwintigste eeuw" §2). Ook het Vlaams regeerakkoord spreekt zich uit in die zin: "In afwachting van de invoering van het bindend referendum en het volksdecreet wordt het consultatief referendum ingevoerd om de burgers nauwer bij het beleid te kunnen betrekken. De Vlaamse regering verbindt er zich alvast toe de uitslag van deze referenda te respecteren"(Vlaams regeerakkoord "Een nieuw project voor Vlaanderen" hoofdstuk 1, §8).

 

In ons systeem van zuiver representatieve besluitvorming hebben de parlementsleden, en niet de burgers het laatste woord. Het parlement kan perfect wetten goedkeuren tegen de meerderheidswil van de bevolking. Het parlement kan ook hervormingen afwijzen, die door de meerderheid van de bevolking worden voorgestaan (zoals bijvoorbeeld de invoering van het bindend referendum). Het volk kan in ons systeem wel weigeren om een parlementslid te herverkiezen, maar het kan de invoering van een ongewenste wet niet tegenhouden. Het volk is dus niet soeverein, en van authentieke democratie is geen sprake. Omdat de parlementsleden hun stemgedrag vrijwel steeds op hun partijbestuur afstemmen, kan men gerust stellen dat de politieke soevereiniteit de facto bij de bestuursleden van de meerderheidspartijen ligt. Wij leven momenteel niet in een democratie, maar in een particratie. Toppolitici als premier Verhofstadt of minister Verwilghen hebben deze stelling trouwens expliciet uitgesproken. Partijen als de CVP, die op dit vlak het status quo willen handhaven, verdienen dan ook het label niet van 'democratische partij' (1)

 

De invoering van het bindend referendum op volksinitiatief is een democratisch instrument dat structureel het laatste woord geeft aan de burgers. Door het bindend referendum kunnen de burgers ingrijpen wanneer de verkozenen de samenleving gaan inrichten op een wijze die tegen de meerderheidswil ingaat. Het bindend referendum is geen utopisch systeem. Direct-democratische besluitvorming bestaat sinds bijna een eeuw in Zwitserland en in 24 Amerikaanse deelstaten en de democratische waarde ervan wordt, na een ervaring doorheen vele generaties, door de meeste betrokken burgers zeer hoog ingeschat.

 

In de commissie werden enkele van de gebruikelijke argumenten tegen directe democratie aangehaald. Zo werd alweer het versleten doodsstraf-argument van stal gehaald. Vooreerst dient opgemerkt, dat de invoering van de doodstraf niet wordt bevorderd door het bestaan van direct-democratische besluitvorming. In Zwitserland bestaat de doodstraf niet, omdat er bij de Zwitserse bevolking geen meerderheid voor is. In Texas, de Amerikaanse deelstaat waar de meeste executies worden uitgevoerd, bestaat dan weer geen enkele vorm van directe democratie. Meer essentieel is echter het volgende. In een democratie bestaat er geen autoriteit boven het volk, die gemachtigd is om grenzen op te leggen aan de soevereine volkswil. Tegenstanders van directe democratie zijn eigenlijk van oordeel dat één of andere morele elite achter de schermen het recht heeft, om via de staatsmacht haar ethische voorkeuren op te leggen aan de meerderheid van de mensen. Indien het debat over een ethische kwestie als de doodstraf ontbrandt, moeten voor- en tegenstanders hun argumenten verdedigen op het publieke forum, waarna de kiezer beslist. Er bestaat geen morele autoriteit boven het volk, die grenzen kan opleggen aan de democratie. Mensenrechten zijn niet abstract en a priori gegeven. Mensenrechten komen tot leven in het hart van de mensen, en worden na een maatschappelijk rijpingsproces langs democratische weg in wetten gegoten. Zij kunnen niet via ideologische dwang door een minderheid worden opgelegd, zonder tegelijk hun karakter van mensenrecht te verliezen.

 

CVP-senator Vandenberghe verdedigde de anti-democratische houding van zijn partij door te wijzen op het 'gevaar voor manipulatie'. Het gevaar voor manipulatie is echter veel groter bij representatieve organen. Een goedgeorganiseerde lobby kan veel gemakkelijker een partijcenakel naar zijn hand zetten dan enkele miljoenen burgers. Of denkt Vandenberghe dat Agusta zijn helikopters had kunnen plaatsen via manipulatie van een referendum? De waarheid is dat machtsgroepen nooit vragende partij zijn geweest voor directe democratie en hun zaakjes liever in Poupehan-stijl regelen dan voor de ogen van het publiek.

 

De anti-democratische hoofdvogels worden evenwel afgeschoten door de socialisten. De SP-ster Myriam Vanlerberghe suggereert dat het referendum leidt tot dominantie van de '...mannelijke, hoger opgeleide en bemiddelde veertiger'. Heeft Vanlerberghe al eens de samenstelling bekeken van onze parlementen, regeringen en partijbureau's die momenteel de dienst uitmaken? Heeft zij al eens haar eigen parlementaire wedde vergeleken met die van een gemiddelde (en momenteel mede door haar politiek monddood gehouden) bediende of arbeider? Zij heeft zelf als parlementslid toegang tot gratis openbaar vervoer, terwijl haar partij in Gent de modale en minder bemiddelde burgers het recht ontzegde, om zich per referendum uit te spreken over gratis openbaar vervoer voor allen. Wees maar gerust dat er verhoudingsgewijs meer "...mannelijke, hoger opgeleide en bemiddelde veertigers" te vinden zijn in het parlement dan in het kiezerscorps bij een referendum. De werkelijkheid is dat in het huidige systeem enkele honderden beroepspolitici de politieke agenda bepalen, terwijl de rest van de bevolking machteloos moet toekijken. PS-kopstuk Eerdekens is in elk geval tegen het referendum op federaal niveau, omdat dan bijvoorbeeld een Vlaamse meerderheid de splitsing van de sociale zekerheid zou kunnen goedkeuren. Claude Eerdekens stelt zich dus expliciet op het standpunt, dat de politieke elite moet kunnen beslissen tégen de meerderheid van de bevolking. Hoe kan zo iemand zich democraat noemen? Indien de Belgische staatsconstructie onverenigbaar is met een authentieke democratie, dan is het de staatsconstructie en niet de democratie die moet wijken.

 

Wij willen aan de leden van de commissie Politieke Vernieuwing, en in het bijzonder aan de leden van de regeringsmeerderheid, de volgende aanbevelingen doen:

 

* Hou hoorzittingen met buitenlandse experts die wetenschappelijke studies hebben gemaakt over directe democratie (een lijst met mogelijke experts werd reeds overhandigd aan de commissievoorzitter).

* Overweeg - indien het echt niet anders kan - op federaal niveau de invoering van een referendum met dubbele meerderheid. In Zwitserland moet een federaal referendum een meerderheid behalen, niet alleen op nationaal niveau, maar ook in een meerderheid van de afzonderlijke kantons. In België zou men een meerderheid in minstens zes provincies kunnen eisen, waarbij voor deze tweede meerderheid het hoofdstedelijk gewest buiten beschouwing blijft.

* Voer in afwachting van de vereiste grondwetswijziging het afdwingbare niet bindende referendum in, gecombineerd met de expliciete belofte vanwege de huidige regeringspartijen om de uitslag van dergelijke referenda te respecteren.

* Met andere woorden: voer het regeerakkoord uit.

 

 

Jos Verhulst, Antwerpen en Arthur De Decker , Gent

 

(de eerste auteur publiceerde onlangs een boek over het referendum;

de tweede auteur was initiator van de twee Gentse volksraadplegingen)

 

(1) Blijkens een bericht in De Standaard van 11 mei (zie deze Witte Werf) zou de CVP nu een officieel pro-referendum standpunt hebben ingenomen - natuurlijk met de nodige haken en ogen.


NEDERLAND: TIJDELIJKE REFERENDUMWET INGEDIEND

 

In Nederland gaat de paarse coalitie onverminderd door met het indienen van onwerkbare referendumvoorstellen. Het nieuwste staaltje uit de paarse koker is de Tijdelijke Referendumwet.

 

Een terugblik: in mei 1999 viel het tweede paarse kabinet (PvdA, VVD en D66) over de grondwetswijziging ter invoering van het correctief referendum op alle drie bestuurlijke niveau's (gemeente, provincie en rijk). De invoering van dit referendum was opgenomen in het eerste paarse regeerakkoord van 1994 en opnieuw in het regeerakkoord van 1998 (dit omdat het een grondwetswijziging betreft waar twee opeenvolgende parlementen voor dienen te stemmen). Ondanks het feit dat de hele trukendoos was opengetrokken om het referendum onwerkbaar te maken (geen volksinitiatief, een handtekeningendrempel die met 600.000 stuks vier keer zo hoog is als in Zwitserland, veel uitgesloten onderwerpen, een toestemmingsquorum van 30 procent) tekende de liberale VVD ( die principieel tegen het referendum is ) hier alleen voor omdat ze per se een paars kabinet wilde. Maar zelfs dit voorstel ging enkele VVD'ers te ver en in mei 1999 stemde VVD-senator Wiegel tegen, waardoor er op één stem na niet de benodigde tweederde meerderheid was. (Witte Werf, 4/5 - 99 en 8/99)

 

Boos stapte D66, de initiatiefnemer van dit voorstel, uit de coalitie en plotseling was daar de kabinetscrisis die niemand wilde. Dus liet D66 zich overhalen om een 'lijmakkoord' te tekenen waardoor de paarse coalitie gecontinueerd kon worden. In het lijmakkoord werd D66 'tegemoetgekomen' met de belofte dat precies dezelfde grondwetswijziging opnieuw zou worden ingediend (vergezeld van een uitvoeringswet met bepalingen als de termijnen en de wijze van handtekeningeninzameling), en dat in de tussentijd een gewone Tijdelijke Referendumwet zou worden ingediend voor een niet-bindend 'consultatief' correctief referendum op alle drie bestuurlijke niveaus. Hiervoor achtte men geen grondwetswijziging noodzakelijk, dus zou deze vrij snel kunnen worden ingevoerd als overbrugging tot de tijd dat de grondwetswijziging door opnieuw twee opeenvolgende parlementen was aangenomen. De modaliteiten van het consultatieve referendum zouden hetzelfde moeten zijn als het bindende referendum van de grondwetswijziging.

 

Begin maart j.l. zijn de grondwetswijziging, de uitvoeringswet en de Tijdelijke Referendumwet bij de Tweede Kamer ingediend. Bij lezing van de laatste twee (wetteksten bleken in Nederland tot de indiening geheim te zijn) kunnen we definitief vaststellen dat de politieke elite van plan is om abortus te plegen op het referendum. In de Tijdelijke Referendumwet is geregeld dat de handtekeningendrempel op provinciaal niveau vijf procent van de stemgerechtigden bedraagt en op gemeentelijk niveau in vier schalen van 10 procent voor kleine tot 5 procent voor grote gemeentes (steden). In vergelijking met Zwitserland en Amerikaanse deelstaten is dit (zeer) hoog.

Bovendien geldt op alle drie bestuurlijke niveaus dat de handtekeningen door burgers gezet worden in het gemeentehuis binnen een termijn van 9 weken na de inwerkingtreding van de wet of verordening. Vrije handtekeningeninzameling door burgers is niet toegestaan. De wet voorziet in een kiesbrochure voor alle burgers, maar hierin mag alleen de overheid haar verhaal doen en niet de burgergroep die het referendum aanhangig maakt. Op deze punten loopt de Uitvoeringswet parallel aan de Tijdelijke Referendumwet.

 

Tenslotte regelt een geniepig artikel 168 in de Tijdelijke Referendumwet: 'Andere raadgevende gemeentelijke en provinciale referenda dan uit hoofde van deze wet zijn niet toegestaan'. Hiermee worden in één klap alle referendumverordeningen buiten werking gesteld die gemeenten de laatste tien jaar op eigen initiatief hebben ingevoerd en die de tientallen lokale referenda van de jaren '90 mogelijk maakten. De modaliteiten van deze ad hoc verordeningen zijn vaak beter dan die van de Tijdelijke Referendumwet. Bovendien is stapsgewijze verbetering van gemeentelijke referendumregelingen door lokale burgergroepen hiermee onmogelijk gemaakt. Hier wreekt zich het subsidiariteitsprincipe van de Nederlandse centrale eenheidsstaat, die van bovenaf bepaalt wat de speelruimte is van lagere bestuurlijke niveaus.

 

Het blijkt voor een kleine en onbekende groep als WIT niet eenvoudig om serieus weerwerk aan dit proces te bieden. Samen met enkele andere groepen en instellingen is WIT daarom bezig om een Referendum Platform op te richten waarin genoeg menskracht, know-how en contacten zijn verenigd om een eigen dynamiek op gang te brengen. Hopelijk kunnen we hierover meer positiefs melden in een latere Witte Werf.

 

Arjen Nijeboer (Amsterdam)

 

Website WIT-NL: www.sdnl.nl/wit-view.htm


HET REFERENDUM EN DE BELGISCHE GRONDWET

 

De commissie 'Politieke Vernieuwing' van kamer en senaat hoorde op 10 mei een aantal grondwetspecialisten omtrent de invoering van het referendum in België. Samenlezing van grondwetsartikels 33 en 36 levert het hoofdstruikelblok voor de invoering van het bindend referendum. Artikel 36 bepaalt dat de federale wetgevende macht gezamelijk wordt uitgeoefend door de Koning, de Kamer en de Senaat. De burgers zijn volgens onze grondwet dus uitgesloten van het wetgevend werk; zij mogen alleen een deel van de wetgevers verkiezen. Ook artikel 42 zou volgens sommigen een probleem kunnen vormen. De genoemde artikels zijn niet voor herziening vatbaar tijdens deze legislatuur.

 

Van belang is ook dat de Raad van State zich heeft uitgesproken tegen een niet-bindend referendum op federaal en gewestelijk of gemeenschapsniveau. Het hoofdargument van de Raad van State luidt, dat een dergelijke volksraadpleging slechts in naam adviserend is, maar in de praktijk de gezagsdragers wel bindt. Merkwaardig genoeg aanvaardt de Raad van State wel het niet-bindend referendum op gemeentelijk en provinciaal niveau. Dit standpunt van de Raad van State werd op 10 mei door de Franstalige grondwetspecialisten wél, en door de Nederlandstaligen niet gevolgd.

 

Ondertussen blijkt dat de eis tot opkomstplicht door de socialisten wordt aangewend als een middel om de invoering van het referendum op de lange baan te schuiven (zie krantenartikels in deze Witte Werf).


USA : EEN STILLE BELASTINGSREVOLUTIE ?

(uit 'Investor's Business Daily', 17 april 2000)

 

De huidige belastingsregelingen vereisen dat (volgens schattingen van de 'Internal Revenue Service') de Amerikanen ongeveer 6,1 miljard uren aan belastingsaangiften zullen besteden en ruim 1,9 triljoen dollar aan belastingen gaan betalen. Dat is meer dan 20% van het BNP. Procentueel gezien betaalden de Amerikanen nooit meer belastingen, tenzij tijdens de tweede wereldoorlog.

 

Uit opiniepeilingen blijkt niet dat de Amerikaanse kiezer erg bezorgd is over die evolutie. Deze peilingen geven aan dat opvoeding, gezondheidszorg, morele waarden, sociale zekerheid doorgaans hoger scoren op het zorgenlijstje dan de belastingen. Allerlei zelfverklaarde autoriteiten besluiten dan ook dat de natie niet in een stemming is voor een belastingsrevolte. Maar volgens het IRI-instituut in Washington is die conclusie helemaal verkeerd. In 24 deelstaten kunnen de burgers direct beslissen over de politiek op deelstaatniveau. Het populairste thema: de belastingen.

 

Van 1996 tot maart 2000 waren er 12 volksinitiatieven voor belastingsverlaging, waarvan er 8 werden goedgekeurd. Voor de komende herfst zijn 65 referendums op volksinitiatief voorzien in 16 staten: Alaska, Arkansas, Arizona, Californië, Colorado, Florida, Kansas, Massachussetts, Maine, Michigan, Montana, Oklahoma, Oregon, Zuid-Carolina, Zuid-Dakota en Washington. Hieronder zijn verscheidene belangrijke belanstingsinitiatieven. De aandacht gaat vooral naar Massachusetts, dat naar US-normen hoge belastingen kent en waar een voorstel ter stemming komt om de deelstaat-inkomensbelasting van 6% naar 5% terug te dringen. Recente opiniepeilingen toonden aan dat 72% van de kiezers het voorstel onderschrijft en slechts 18% het idee verwerpt.

 

De populariteit van voorstellen tot belastingsverlaging hebben alles te maken met de gunstige economische toestand, die maakt dat de budgetten van de meeste deelstaten door meevallende fiscale ontvangsten serieuze overschotten vertonen. Het initiatief I-695, dat in de staat Washington door de burgers werd goedgekeurd maar nadien door een ingreep van het hooggerechtshof van de deelstaat sneuvelde, is misschien de voorbode van een brede beweging.


USA: DIRECTE DEMOCRATIE EN LANDCONSERVATIE

 

De 'Land Trust Alliance', een Amerikaanse organisatie die zich bezighoudt met de bescherming en klassering van landschappen en open ruimtes, heeft een overzicht bekend gemaakt van de referendumresultaten op dit terrein. Het blijkt dat 92 van de 102 referenda, die op diverse domeinen over dit onderwerp werden gehouden, door de burgers zijn goedgekeurd. In vele gevallen gaat het om grote sommen belastingsgeld. Zo keurden de burgers van Miami Beach met een meerderheid van 87% een uitgave van 24 miljoen dollar goed voor parkruimtes en publieke stranden. In totaal gaven de burgers langs direct-democratische weg de toestemming voor 1,8 miljard dollar uitgaven op dit terrein (zie: http://www.lta.org/1999referenda.html).


 

21 MEI: REFERENDA IN ZWITSERLAND EN ITALIE

 

Op 21 mei stemmen de Italianen over 13 verschillende onderwerpen, waaronder de reorganisatie van het kiessysteem, de partijfinanciering, de verkiezing van rechters, de betaling van burgemeesters. Het Italiaans referendumsysteem is geen na te volgen voorbeeld. Vooreerst moet een deelnamequorum van 50% gehaald worden; hierdoor zijn reeds vroeger een aantal referendums gestrand. Bovendien worden de referendumvoorstellen eerst door een grondwettelijk hof getoetst. Voor de huidige referendumronde werden 13 andere voorstellen, allen afkomstig van de Radicale Partij, onontvankelijk verklaard. De burgers mogen dus enkel stemmen over voorstellen die voor de politieke klasse aanvaardbaar lijken. In dit verband dient opgemerkt, dat het gaat om een correctief referendum.

In Zwitserland wordt gestemd over zeven bilaterale akkoorden tussen dat land en de EU. De meeste waarnemers menen dat er een ruime meerderheid zal zijn voor deze verdragen, die door alle politieke partijen worden gesteund.

 


DOCUMENTEN VAN DE VERLICHTING (II): DE 'MAGNA CHARTA' (1215) EN DE ENGELSE 'BILL OF RIGHTS' (1689)

 

De 'Magna Charta'

 

De Magna Charta wordt algemeen beschouwd als een mijlpaal in de vroege geschiedenis van de mensenrechten omdat dit document duidelijk is gebaseerd op de opvatting, dat de staat er is voor de mensen, en niet omgekeerd.

 

Een modern burgerdocument kan men de Magna Charta bezwaarlijk noemen. De tekst werd opgesteld door Engelse barons en leden van de clerus, tegen de tirannieke Engelse koning, die een desastreuze oorlog tegen Frankrijk voerde. Het document telt 63 artikelen, waarvan er vele te maken hebben met feodale rechten en plichten. Maar doorheen sommige artikels gloort reeds, in volle Middeleeuwen, de dageraad der Verlichting. Artikel 20 stelt, dat in de rechtspraak de sanctie in evenredigheid moet zijn met het vergrijp. Artikel 40 bevestigt dat recht moet gesproken worden, en dat dit tijdig moet gebeuren - een principe dat in België anno 2000 massaal met de voeten wordt getreden. Artikel 42 kent aan de burgers het recht toe, om vrij naar het buitenland te reizen.

 

De 'Bill of Rights'

 

De Engelse 'Bill of Rights' kwam tot stand als reactie tegen koning James II, die tijdens zijn kort bewind hardnekkig poogde om het katholicisme in Engeland weer in te voeren en daarbij de wetgevende positie van het parlement en de burgerlijke vrijheden van de bevolking aantastte. Hij verloor alle steun van zijn onderdanen, werd verplicht tot abdicatie en de kroon ging naar Willem III van Oranje en zijn vrouw Mary II, prinses van Oranje. De 'Bill of Rights' bepaalde enerzijds de kwestie van de troonopvolging: de troonopvolger moest een afstammeling van Mary II zijn én protestant. Hierdoor werd het Engelse koningschap op een parlementaire en voorwaardelijke basis geplaatst. Verder bevestigde de Bill enkele fundamentele rechten:

 

- de verkiezingen voor het parlement moesten vrij zijn

- het vrij spreken in het parlement kon niet vervolgd of in vraag gesteld worden tenzij in het parlement zelf.

- niet de Kroon doch enkel het parlement heeft wetgevende macht

- de koning mag geen leger op de been houden of belastingen heffen buiten het parlement om

- protestantse burgers mogen wapens dragen

- voor zwaardere vergrijpen moet een onafhankelijke jury worden samengesteld.

 

De 'Bill of Rights' is religieus niet neutraal en situeert zich nog volledig in het denkkader van het monarchistische denken en de daarmee verbonden 'representatieve democratie'. Maar toch schuilen er in deze tekst verscheidene elementen die , na ruim drie eeuwen, nog altijd betwist worden. De vrijheid van parlementaire verkiezingen wordt bijvoorbeeld serieus bedreigd, door het voornemen om bepaalde politieke partijen te verbieden of te discrimineren, of door het opleggen van biologistische quorums. De recente Belgische grondwetswijziging, die het recht op oordeel door een jury afschaft bij bepaalde opiniedelicten, werpt ons eveneens terug in de tijd voor 1689.

 

De Bill bevat nog verdere elementen, die ook vandaag tot de verbeelding spreken. Zo verwerpt de tekst met kracht de katholieke praktijk, om geëxcomminceerden vogelvrij te verklaren, en meer algemeen wordt gesteld: "No foreign prince, person, prelate, state or potentate hath or ought to have any jurisdiction, power, superiority, pre-eminence or authority, ecclasiastical or spiritual, within this realm". De uiterst zwakke reactie van de Engelse staat tegen de fatwa, die Iran in 1989 uitsprak tegen Rushdie, suggereert dat ook de Engelse politici volop bezig zijn met de verkwanseling van cruciale historische verworvenheden. Tijd voor een nieuwe 'glorious revolution'?


<>

VASTSTELLING

 

"In theorie zou de Senaat de ideale politieke reflectiekamer zijn, maar uiteindelijk wordt er toch altijd meerderheid tegen oppositie gestemd. Ik heb het nagekeken: in de voorbije elf jaar is er nooit een wet van de oppositie aanvaard".

 

- Jean-Marie Dedecker, nieuw VLD-senator (De Standaard, 29 april 2000).

 

Wat kunnen we uit De Decker's vaststelling besluiten? Twee dingen:

 

1) Het zijn de partijbesturen die de dienst uitmaken. Parlementsleden stemmen volgens hun partijlidmaatschap, niet volgens hun inzicht en geweten.

 

2) De mandaten die gekozenen uit de oppositie zogenaamd van de kiezers kregen, worden in het zuiver representatief systeem simpelweg vernietigd. Indien wetsontwerpen uit de oppositie nooit worden goedgekeurd, kan men de verkozenen van de oppositiepartijen net zo goed door bloemzakken vervangen.

 

Wanneer direct-democratische besluitvormingskanalen ter beschikking staan, kunnen in het parlement geminoriseerde partijen altijd hun slag thuishalen via een referendum op volksinitiatief - tenminste indien ze voor hun standpunt bij het volk een meerderheid kunnen vinden. Dat is de reden waarom in Zwitserland alle politieke partijen van enig gewicht al decennia lang mee regeringsverantwoordelijkheid dragen: politieke minderheden kunnen in een volwaardige democratie veel moeilijker gemarginaliseerd worden dan in een zuiver representatieve particratie.