Wilfried Martens en de democratie

Afdrukken

Op 9 oktober 2013 overleed Wilfried Martens, die als premier tussen 1979 en 1992 maar liefst negen federale regeringen leidde. Hij werd door alle media en politici geëerd als een groot staatsman en kreeg een plechtige staatsbegrafenis waarbij internationale politieke kopstukken aanwezig waren. Maar hij had een moeizame relatie tot de democratie.

 

Zo vroeg Martens het parlement om de haverklap volmachten. Daarmee hoefde hij zijn maatregelen niet bij het parlement in te dienen en ze daar te laten bediscussiëren en goedkeuren. Het onooglijke Luxemburgse dorpje Poupehan aan de Franse grens dankt er zijn bekendheid aan: daar kwamen - in een buitenverblijf van Fons Verplaetse, de kabinetschef van de premier – naast Wilfried Martens zelf, ACV-voorzitter Jef Houthuys, BAC-voorzitter Hubert Detremmerie en de bewoner van de villa tussen 1982 en 1987 geregeld samen om de politiek van de Belgische regering uit te stippelen. Martens is daar nooit beschaamd over geweest, ook later niet, zo blijkt uit zijn memoires: “Er restte ons geen andere mogelijkheid dan met enkele getrouwen zelf de herstelpolitiek onder handen te nemen, zonder daarbij nog tijd te verliezen aan allerhande democratische vormelijkheden en procedures.”

 

Via dergelijke volmachten kwam onder andere het Sint-Annaplan tot stand, het bezuinigingsplan genoemd naar de Sint-Annapriorij van het kasteel Hertoginnedal waar het werd overeengekomen. Het doel was de Belgische begrotingstekort te herleiden tot 8% van het BBP eind 1987. De besparingsmaatregelen kwamen hard aan in de sociale sector en het onderwijs en leidden tot massale betogingen.

 

Ook de rakettenkwestie was een staaltje van ondemocratisch bestuur. De kwestie deed in de vijf jaren tussen december 1979 – datum van het dubbelbesluit van de Navo om kernwapens te plaatsen én met de Sovjet-Unie te onderhandelen over ontwapening – en maart 1985 – datum van de plaatsing van de raketten in Florennes – enorme massa’s mensen de straat op trekken. Ook veel mensen die nog nooit aan een betoging hadden deelgenomen. De grootste was die van 23 oktober 1983, toen zeker een kwart miljoen mensen in Brussel betoogden. Het mocht allemaal niet baten. In de namiddag van 15 maart 1985 – terwijl in het Parlement de Belgische politici vijf uur lang debatteerden over die kernraketten – vloog het C-141-vrachtvliegtuig van de Amerikaanse luchtmacht al boven Brussel richting Florennes, met de kernkoppen aan boord. Enkele uren later volgde de C-5 met de raketten. Ze waren in de VS vertrokken lang voor Frank Swaelen, de minister van Defensie van de regering Martens, het vertrouwen van het Parlement had gekregen. Waren de vliegtuigen teruggekeerd als de regering dat vertrouwen niet had gekregen?

 

Martens was ook de man die leiding gaf aan enkele grote staatshervormingen die tot de huidige gefederaliseerde lappendeken van België hebben geleid. Inmiddels heeft België, volgens een opsomming van hoogleraar rechtswetenschap Hendrik Vuye, negen parlementen, acht regeringen, drie hoogste rechtscolleges, tien provincies, en elf gouverneurs. Nergens ter wereld zijn er meer instellingen per vierkante meter. Voor buitenstaanders lijkt het een gekkenhuis, aldus Vuye. Hierdoor is België behouden. Directe democratie werd echter niet voorzien in het nieuwe staatsbestel en ze werd ook niet in een referendum aan de bevolking voorgelegd.