Witte Werf juni 2002

Afdrukken

Twee zielen in Verhofstadt's borst
Seattle's verzonnen toespraak & de raadpleging van het verzuurde Vlaamse volk
Van democratie is geen sprake...
Journalisten en hun stem.
Een democratische partij
U wordt opgevoed
Drole de guerre (5)
Nederland na de verkiezingen
Referenda gehouden in Amsterdam, Utrecht, Son en Breugel
Duitse Bundestag verwerpt directe democratie
Vlaams Blok voor referendum
Merkwaardige initiatieven in Californië
We the people...
Ierland: nieuw referendum over Nice
U wordt waargenomen

Twee zielen in Verhofstadt's borst
Seattle's verzonnen toespraak & de raadpleging van het verzuurde Vlaamse volk
Van democratie is geen sprake...
Journalisten en hun stem.
Een democratische partij
U wordt opgevoed
Drole de guerre (5)
Nederland na de verkiezingen
Referenda gehouden in Amsterdam, Utrecht, Son en Breugel
Duitse Bundestag verwerpt directe democratie
Vlaams Blok voor referendum
Merkwaardige initiatieven in Californië
We the people...
Ierland: nieuw referendum over Nice
U wordt waargenomen

 


 

TWEE ZIELEN IN VERHOFSTADT'S BORST


Ter gelegenheid van de moord op Pim Fortuyn schreef Gerrit Komrij het gedicht 'de zittende politicus' , dat aldus eindigt:

Hij loopt op straat, ondragelijk rechtschapen,
En ziet nog steeds het echte monster niet.

 


Wie of wat is Komrij's échte monster? Wellicht weet Guy Verhofstadt daar meer van. De eerste minister heeft zeker enige visionaire aanleg: "Het volstaat niet meer om een keer in het jaar, al dan niet per referendum, de mening van het volk te vragen. De burgers willen betrokkenheid. In buurt en wijkwerking, in het beheer van hun school, in het ziekenhuis, in de politieke besluitvorming op grote en kleine schaal (...) Mensen hebben nu andere aspiraties dan de zorg om het dagelijks brood. Wie weet wat voor spirituele behoeften het kiesgedrag over twintig jaar zullen bepalen". Hier is Verhofstadt I aan het woord, als geïnspireerde drager van het hedendaags democratisch ideaal.

Maar daarnaast is er een tweede Verhofstadt opgestaan, die heel andere beginselen huldigt. Verhofstadt II is de bepleiter van een "Weltgeist", die een "..nieuwe Verlichting" moet inspireren en die zich zal belichamen in een wereldomspannende eenheidsstaat, waarvoor de huidige EU model staat: "{Er} is een soort Nieuwe Verlichting nodig, maar nu dan op planetair en intercontinentaal vlak. In dat perspectief is het hoopgevend dat we eindelijk naar een Europese Constitutie gaan. Het is toch een eindproces, samen met de uitbreiding van de EU. Europa staat model voor de wereld die zich zal ordenen in een mondiaal federalisme. Een andere toekomst is er niet".

Mondiaal federalisme naar EU-model, dat is een planetaire eenheidsstaat ten opzichte waarvan geen externe oppositie en geen asiel meer mogelijk is. Voor onze ogen, maar buiten het bereik van iedere reële democratische controle, neemt dit systeem vorm aan. In UNO-kringen wordt de invoering van de eerste planetaire belastingen reeds voorbereid. Het Internationaal Gerechtshof in Den Haag komt er: het toekomstige instrument voor de vervolging van dissidenten in Verhofstadt's Verenigde Staten van de Wereld, die nergens op aarde nog asiel zullen kunnen vinden.

Zeker, Verhofstadt's visioen is reëel. De 'Weltgeist' nadert inderdaad. Hij nadert, als een octopus zich hullend in een inkt-wolk van krantentaal, Hitler verketterend en Lenin verzwijgend, barbecuecheques uitdelend en referendumrechten weigerend, wereldrechtbanken oprichtend en grenzen afschaffend, telefoon en internet bespiedend en individuen censurerend.

Politiek correct is Zijn taal, en humanitair en wetenschappelijk verantwoord de opvoeding die Hij ons van staatswege zal verstrekken.

Kortom: Verhofstadt's Weltgeist is Gerrit Komrij's échte monster.

Jos Verhulst


Citaten uit Elsevier, 8 juni 2002, p.40. Komrij's gedicht: laatste blz. van deze Witte Werf.

-

 


 

SEATTLE'S VERZONNEN TOESPRAAK & DE RAADPLEGING VAN HET VERZUURDE VLAAMSE VOLK


"Hoe kun je de lucht bezitten?"... "Het zicht van uw steden doet pijn aan mijn ogen". Wie kent niet deze passages uit de toespraak van Indianenhoofdman Seattle? De rede is wereldberoemd, werd geprezen in talloze bladen met wereldverspreiding (zoals Newsweek en The National Geographic) en is door de Wereldraad der Kerken in boekvorm verspreid. Men sprak van een `vijfde evangelie'. `Actie Strohalm' publiceerde de tekst in het Nederlands, en dit boekje werd ondermeer in de Wereldwinkels verkocht (`Hoe kun je de lucht bezitten? Een Indiaanse visie op het beheer van de aarde'. Uitg. Aktie Strohalm, Utrecht, 1980. ISBN 90-6224-198-0). Rutger Kopland sprong op de boot met het gedicht `Het opperhoofd spreekt'. Ook het onderwijs deed zijn duit in het zakje: zo staat in `Melopee 6' (een veelgebruikt literatuurboek voor het middelbaar onderwijs, Wolters Plantyn, 1997) de toespraak van Seattle kurkdroog en zonder enige kritische vraagstelling afgedrukt op p.12-16, ter stichting van de Vlaamse scholieren.

Toch is deze `toespraak' in werkelijkheid een filmscript, gebaseerd op een verzinsel. De ultieme versie werd geschreven door de Texaan Ted Perry, voor een televisiefilm geproduceerd door de `Southern Baptist Convention' in 1972. Perry inspireerde zich voor zijn tekst op een artikel, dat op 29 oktober 1887 was verschenen in de `Seattle Sunday Times'. Daarin gaf een dokter, genaamd Henry Smith, een geromantiseerde versie van wat Seattle vele jaren daarvoor (in januari 1855) zou hebben gezegd. De aanwezigen bij de onderhandelingen konden niet bevestigen dat Smith op de bijeenkomst met chief Seattle überhaupt aanwezig was, niemand van de daadwerkelijk aanwezigen maakte ooit melding van enige merkwaardige toespraak, en Smith beschikte niet over notities waarop hij zijn 32 jaar nadien verschenen `verslag' had kunnen baseren. We mogen als nulhypothese dus gerust aannemen dat het artikel van Smith geen historische waarde heeft. Zijn tekst is zeer waarschijnlijk al even fictief als die van Perry. De enige officiële en eigentijdse weergave van Seattle's woorden omvat slechts enige lijnen zonder bijzondere betekenis.

==> op de website van Seattle's stam, wordt de versie van 1887 als authentieke tekst aangeboden: http://www.suquamish.nsn.us/chief.htm.
Uitgeverij Kairos verspreidt deze tekst ook als authentiek onder de titel
`Seattle's toespraak' ISBN 90 70338 14 9
==> De echte herkomst van de `toespraak' werd voor het eerst bekendgemaakt
door de Duitse historicus Rudolf Kaiser in 1987. Zie ook: `The Gospel of Chief Seattle is a hoax' Environmental Ethics 11, p.195-196, 1989
==> Het groot publiek kreeg kennis van de vervalsing in 1992:
T.Egan "Chief's 1854 lament linked to ecological script of 1971" New York Times, 21 april `92, A1-A17

De reacties op de ontmaskering zijn zeer interessant. In het blad van de milieuactivisten van `Natural Rights' lezen we in 1990 het volgende: "De intrinsieke waarde van deze gevoelens is zo groot, dat het onbelangrijk wordt wie ze schreef (...). Het belangrijke is, dat de woorden waar klinken. (...) Of de ideeën afkomstig zijn van Seattle, Smith, Arrowsmith of Perry, is volstrekt onbelangrijk".

==> www.thefarm.org/lifestyle/akbseattle.html


Jerry Clark (van de `National Archives and Records Administration') neemt een ander standpunt in:

"Heeft het belang of de toespraak afkomstig is van Seattle in 1855, of van Dr. Smith in 1887? Natuurlijk wel. Deze bekende stellingname verliest haar morele kracht en geldigheid wanneer ze verzonnen werd door een dokter in de Far West, en niet afkomstig is van een wijze Indiaanse leider. Zogenaamd nobele gedachten, die op een leugen berusten, zijn helemaal niet nobel".

==> www.nara.gov/publications/prologue/clark.html


Ik deel de opvatting van Clark. Het is natuurlijk waar dat de expliciete inhoud van de toespraak onafhankelijk is van de auteur. Maar de impliciete inhoud luidde, dat wij als arrogante westerlingen aardig wat konden leren van dit wijze Indiaanse stamhoofd. En die impliciete inhoud woog door: ware de toespraak toegeschreven aan Henry Smith of Ted Perry, aan Jimmy Carter of Ronald Reagan, dan zou de tekst nog geen procent van de aandacht hebben gekregen die er thans naar uitging.

Maar er is meer. In deze postmoderne tijden is culpabilisering van het volk door de elite uitgegroeid tot het ideologisch onderdrukkingswapen bij uitstek. En Seattle's verzonnen toespraak is geknipt voor dit doel. De tekst ondersteunt de culpabilisering van de modale Westerse toehoorder, die in de toespraak als bot en moreel inferieur wordt afgeschilderd. En om iemands kritische vermogens al bij voorbaat te verlammen, werkt niets zo efficiënt als de inplanting van schuldgevoelens. Geen wonder dus, dat de neptoespraak zo populair werd bij de maatschappelijke elite. Die doet niets liever, dan de modale burger voortdurend op zijn morele inferioriteit wijzen. Daarbij worden graag mooie en moreel klinkende woorden en nepfeiten gebruikt net zoals gebeurt in de valse rede van Seattle, die terzake als een prototype kan gelden.

De denigrering van de modale Vlaamse burger door de politieke elite kunnen we dagelijks rond ons waarnemen. Vlamingen worden bestempeld als chronisch racistisch, egoïstisch en bekrompen. Voortdurend krijgen zij bakken Seattleideologie over zich. Eén van de laatste morele diskwalificaties die de elite aan de Vlaamse bevolking toedicht, is die der `verzuring'. Ter gelegenheid van de aankondiging van de Vlaamse volksraadpleging was het weer prijs. Yves Desmet, de meest politiek correcte van alle spreekgerechtigden in dit land, schreef in De Morgen (10 april): "De vraag mag gesteld worden in hoeverre de verzuurde Vlaming nog de moeite zal opbrengen om de urnen te gaan opzoeken, zeker wanneer hij weet dat het resultaat absoluut niet bindend is..." Met andere woorden: de Vlaming is nu eenmaal verzuurd, en de kans is groot dat hij dit prachtig geschenk, de nieuwe Vlaamse volksraadpleging, alweer niet naar waarde zal schatten.

==>Minister-president Dewael over verzuring:
http://www.ond.vlaanderen.be/berichten/septemberverklaring_2001.pdf
==> Norbert De Batselier is tegen verzuring: www.sp.be/common/showdocument.asp?iID=146

==> De Gucht: Ward Beysen is ook verzuurd:
http://www.vld.be/nieuws/persmededelingen/persmBeysen.html
==> Verzuring, wetenschappelijk bekeken:
http://www.ssh.be/bestanden/sociologie/ontzuiling_middenveld.doc.



Nu is de wetgeving inzake volksraadplegingen, waarmee de verzuurde Vlaming door de politieke klasse werd bedacht, in menig opzicht uitzonderlijk. Zo kunnen wij bogen, voor volksraadplegingen in kleine gemeenten, op de hoogste handtekeningdrempel van de hele planeet (20% van de bevolking). Een andere tamelijk unieke bijzonderheid is, dat in België in naam van de democratie stembiljetten ongeteld kunnen worden verbrand of versnipperd. Dat gebeurde wanneer bij een gemeentelijk referendum minder dan 40% van de verzuurde Vlamingen ging stemmen, wat bijvoorbeeld geschiedde in Genk en in Gent.

De volksraadpleging op regionaal niveau, die nu in voorbereiding is, verschilt in bepaalde opzichten van de gemeentelijke en provinciale volksraadpleging. De handtekeningdrempel (150.000 handtekeningen) is bijvoorbeeld zeer redelijk en vernietiging van ongetelde stembiljetten is niet voorzien. Maar ten gronde blijft deze volksraadpleging een lege doos. Niet alleen is de raadpleging niet bindend, ze is zelfs niet afdwingbaar. Het Vlaams parlement krijgt de mogelijkheid om de stunt te herhalen van het tweede Gents referendum, waarbij de verzuurde Gentenaars tekenden voor gratis openbaar vervoer, naar Hasselts voorbeeld. Het Gentse stadsbestuur vond er niets beters op dan dit voorstel te vervangen door een andere, nietszeggende vraag over verbetering van het openbaar vervoer. De specifieke vraag van de burgers werd dus straal genegeerd. Vervolgens bleek dat slechts 20% van de kiesgerechtigden ging stemmen, wat ongetwijfeld opnieuw de verzuring bewees.

Derk Jan Epping heeft gelijk, wanneer hij in De Standaard (12 april) schrijft, dat `verzuring' een `hol' concept is: "Politici gebruiken de term graag om de schuld van de antipolitiek te verschuiven naar de kiezer (...) Er komt een feestcheque van 200 Euro om 11 juli te vieren. Minister Bert Anciaux kadert dit in de strijd tegen de `verzuring'. Burgers krijgen geschenken om te `ontzuren', maar in werkelijkheid is het een sigaar uit eigen doos. En hoe reageren de burgers als de regering die geschenken moet afschaffen wegens geldgebrek? Dan `verzuren' ze zeker weer (...) Verzuren is een kletsverhaal". Zeer juist. Waarom moet ik eerst die 200 Euro via de belastingen opbrengen, om dat geld vervolgens van de politieke klasse terug te krijgen op voorwaarde dat ik een barbecue hou? Is het de taak van de staat of de politici om het barbecuegedrag van de bevolking te sturen? Is het bewijs van `verzuring' indien men zich daarover vragen stelt? Ik meen van niet.

Maar Eppink gaat niet in op de vraag, hoe het dan wel moet. Want natuurlijk bestaat er wel zoiets als `verzuring'. Vele mensen staan stijf wantrouwig en afwijzend tegenover politici, en niet weinigen ontwikkelen - vanuit een levenslang gevoel van manipulatie en onmacht - een soort cynisme, die henzelf tot minder goede burgers maakt dan ze zouden kunnen zijn. Dat is een reëel fenomeen, en dat kun je voor mijn part `verzuring' noemen (what's in a word?). Die verzuring valt evenwel niet uit de lucht. Ze ontspruit uit de geest van onwaarachtigheid die door het politieke bedrijf waait, uit de onmacht en de bevoogding die de individuen ervaren, en uit de maatschappelijke versnippering die uit die onmacht voortvloeit. Politici hebben het heel de tijd over het zo noodzakelijke `primaat van de politiek', een nieuwspraakterm waarmee de dominantie van de politieke klasse wordt aangeduid. Wat wij nodig hebben is echter niet een primaat van de politiek, maar een primaat van de soevereine mens, van de `citoyen' in de zin van de Verlichting.

Het geluksgevoel van de mensen is tot op zekere hoogte meetbaar, en blijkt bepaalde wetmatigheden te volgen. Mensen zijn gelukkiger (en dus minder `verzuurd'), naarmate ze hun eigen lot meer in handen kunnen nemen. Op maatschappelijk vlak betekent dat eerst en vooral: mensen blijken gelukkiger naarmate er meer democratie is. Een particratie levert reeds meer geluk op dan een dictatuur, en naarmate een particratie meer democratische elementen bevat, stijgt het welbevinden van de burgers. Dat blijkt duidelijk uit recent onderzoek.


==> B.S.Frey & A.Stutzer (2000) `Happiness, Economy and Institutions' The Economic Journal 110, p.918-938 http://www.ceip.org/files/pdf/stutzer.pdf
==> http://www.ratifiersfordemocracy.org/HappinessandDemocracy.html
==> http://pup.princeton.edu/titles/7222.html
==> http://pro.harvard.edu/papers/037/037001KoeselKarr.pdf



Schijninspraak en bevoogding, waarbij politici zich steeds meer gaan bezighouden met de boeken die wij lezen, met de woorden die we spreken en met de barbecues die we houden, voeren tot versnippering en verzuring. En door bevoogding veroorzaakte verzuring bekampen door nog meer bevoogding, nog meer culpabilisering en nog meer opgeheven vingertjes, verergert slechts de situatie.

Iedere mens is een wezen, dat het vermogen in zich draagt tot vrije morele schepping en moreel initiatief. Het is aan dit vermogen, dat het menselijk individu - met al zijn soms wanhopig makende beperkingen en eigenaardigheden - zijn waardigheid ontleent. Politici zien te weinig die sluimerende aanleg tot vrije maatschappelijke schepping. Want dit sluimerend moreel vermogen is per definitie individueel; het wordt niet verdedigd door partijen, vakbonden of beroepsgroepen, en het dient zich bovendien aan als iets onbestemds, is droomachtig, stil en op lange termijn gericht. Wat kostbaar is in ons, staat niet te roepen aan de cafétoog, alwaar de politicus contact komt leggen met de `basis'. Dromen beginnen niet eens als omlijnde, scherp afgetekende ideeën. Het scherp omlijnde idee ontstaat pas later in het maatschappelijk verwerkingsproces. Maar in het menselijk individu kiemen dromen, de eerste vrijgeboren gestaltes van nieuwe maatschappelijke vormen. Iedereen kan bij zichzelf de realiteit van deze bewering toetsen. Juist door dit droomachtig karakter kan het scheppend maatschappelijk initiatief vrij zijn; een scherp afgelijnd idee is niet vrij, het is inzicht in noodwendigheid. Het is noodzakelijk om de droom, die uit onbehagen en de wil tot verandering wordt geboren, naar waarde te schatten en een expliciete plaats te geven in het politieke denken.

Men kan democratie karakteriseren als het recht voor iedere mens, om maatschappelijk te dromen; of beter nog, het recht op maatschappelijke toetsing van de eigen, individuele droom. In sociaal opzicht worden mensen wakker aan elkaar in het democratisch proces. Alle vooruitgang in de geschiedenis is begonnen als individuele droom. Democratie is de eigentijdse wijze om zo'n individuele dromen om te vormen tot maatschappelijke werkelijkheid.

Sociaal kapitaal ontstaat wanneer de dromen van mensen in een initiatief, in hun verwerkelijking samenvloeien. Gemeenschappelijk in bewustzijn gebrachte en gerealiseerde droom: dat is sociaal kapitaal. En hier wringt het schoentje. Politici vinden het uitstekend dat burgers zich verenigen in fietsersclubs en zangverenigingen. Dat noemen ze ook gaarne `sociaal kapitaal'. Kleine droompjes zijn voor burgers toegelaten. Maar de grote dromen worden gereserveerd voor de elite. De modale burger verzuurt, omdat hij de bevoogding en de neerbuigendheid voelt, en omdat hij weet - al blijft dit weten door de politiekcorrecte gedachtencontrole vaak erg onbestemd - dat het recht op deelname aan de grote droom hem wordt ontzegd.

De invoering van het bindend referendum op volksinitiatief is het eerste essentiële middel om aan de modale burger zijn recht op de grote droom terug te geven - en daarmee ook zijn menselijke waardigheid.

 


 


"VAN DEMOCRATIE IS GEEN SPRAKE.."


De politieke klasse oefent haar ideologische controle uit via de ononderbroken verspreiding van een stel politiek-correcte memes. Het meest centrale element uit dit leugenpakket is de bewering dat wij zouden leven in een democratie. Dagelijks hoor je politici en krantencommentatoren zeuren over "..onze democratie". Aansluitend noemen de partijen van het establishment zich dan "..de democratische politieke partijen".

Het blijft de onvervreemdbare en eeuwige verdienste van de jonge, toendertijd nog niet gedomesticeerde Verhofstadt, dat hij tijdens de oppositiejaren van de VLD herhaaldelijk hiertegen is ingegaan en de simpele waarheid heeft uitgesproken: wij leven niet in een democratie, doch in een particratie. Van democratie is in ons land, en ook in onze buurlanden, absoluut geen sprake.

Normaal draait de pers unaniem mee met de memetische leugenmolen der politieke klasse. Wie niet tot de particratie behoort is geen democraat doch (al naargelang de graad van dissidentie) een rechtse populist, een uiterst rechtse demagoog en racist, of kortweg een nazi. De casus Pim Fortuyn is wat dat betreft een recente illustratie.

Doch niets is perfect, en enkele dagen voor de moord op Pim Fortuyn werd, temidden van het gebruikelijke propagandakoor, uit de richting van het NRC-Handelsblad een schrille valse noot vernomen. Op de voorpagina van de krant van 4 mei stond een artikel `Democratie is illusoir'. Daarin werd dan weer verwezen naar de maandelijkse krantenbijlage `Magazine M', waar een hele reeks Nederlandse hoogleraren politicologie aan het woord komen. Stuk voor stuk schieten ze zonder pardon de stelling af, dat Nederland op één of andere manier een democratie zou wezen.

Hier zijn enkele citaten:

"Onze democratie is flauwekul" (Daudt, Amsterdam, prof.em.)

"De politiek is in Nederland naar de periferie verdreven. De democratie is er niet meer te herkennen" (Ankersmit, Groningen).

"In Nederland hebben we een absolute regentenstand die niets te maken heeft met democratie in de directe democratische zin van het woord" (Frissen, Tilburg)

"De politieke partij is niet meer dan een netwerk van mensen die elkaar kennen en ondersteunen. Van democratie is geen sprake" (Tromp, Leiden)

"De legitimatie van de Nederlandse democratie is een grootscheepse vorm van zelfbedrog en misleiding" (de Beus, Amsterdam)

"We maken onszelf wijs dat wat wij democratie noemen, ook als democratie functioneert" (Braakman, Maastricht)

Stel daar tegenover een representatief citaat van een representatieve politicus:

"Ik roep iedereen in Nederland op nu alleen nog maar uit te zijn op één ding: respect voor elkaar, respect voor het vrije woord, respect voor ieders inzet in onze democratie." (Ad Melkert, PvdA, na de verkiezingen van 15 mei 2002)

Eigenlijk is het merkwaardig dat hoogleraren en universitaire onderzoekers zich zo unaniem en duidelijk uitspreken omtrent een waarheid, die wel evident is, maar tegelijk volledig haaks staat op het politiek-correcte canon. Tenslotte staan ook hoogleraren constant bloot aan de druk van de politiek-correcte ideologie. De eensgezindheid waarmee al deze onderzoekers het democratisch karakter van de Nederlandse samenleving afwijzen, is dus zonder meer merkwaardig.

Geen democratie, maar een particratie

Indien Nederland geen democratie is, wat is het dan wel? Het antwoord is evident: Nederland is (zoals zijn buurlanden) een particratie. Volgens prof.em. Hans Daudt wordt het land bestuurd door een `regentenklasse'. Nederland is geen dictatuur waar willekeur heerst. Er zijn grondrechten, die in grote lijnen worden gerespecteerd. Het zou demagogisch zijn, om een particratie gelijk te stellen met een standaard dictatuur. Maar anderzijds betekent het feit, dat bepaalde grondrechten gelden, nog niet dat we te maken hebben met een democratie. In de woorden van Daudt: "..laten we het niet met kreten optuigen tot iets dat het niet is: een democratie met vertegenwoordigers van het volk".

Het artikel in Magazine M is ontstaan, doordat journalist Gerard van Westerloo naar aanleiding van Daudt's verklaringen andere, jongere politicologen aan diverse universiteiten is gaan opzoeken, om hun bevindingen te toetsen aan de stellingen van de emeritus. Blijkbaar was geen der ondervraagden van mening, dat men in enige reële zin van een Nederlandse democratie kan spreken. Van Westerloo: "Wie ik daarna ook spreek, iedereen die zijn brood verdient door vakmatig naar `de politiek' te kijken heeft het onbehaaglijke gevoel dat er iets heel essentieels niet klopt en dat er een enorme kloof is ontstaan tussen het idee van de volksvertegenwoordigende democratie en de alledaagse praktijk ervan".

Wat loopt er mis?
Vanuit het perspectief van de burger bekeken, is het probleem dat zijn stem een slag in het water blijkt. Rechtstreeks beslissen omtrent één of ander wetsvoorstel kan al helemaal niet. Maar zelfs een `vertegenwoordiger' kiezen, die dan wel kan beslissen, valt niet mee.

Het parlement heeft in feite zeer weinig macht. Volgens Gerrit Voerman, directeur van het `Nederlands Documentatie Centrum Politieke Partijen': "De politiek heeft bewust macht en invloed uit handen gegeven. Het parlement is niet meer dan een stempelmachine geworden". De functies die er wel toe doen, worden niet door de kiezer ingevuld. De doelstellingen (bv. uitgedrukt in een regeringsprogramma) worden ook al niet door de kiezer ingevuld: "Wie of wat kiest een kiezer als hij zijn stem uitbrengt? Geen burgemeester en sinds kort ook geen wethouder meer. Geen commissaris van de koningin, geen minister-president en geen staatshoofd. Zelfs geen gemeenteraads of Kamerleden, want die worden door een sollicitatie-commissie benoemd. Ook geen college- of regeringsprogramma. Bij een vorig regeerakkoord ging het verkiezingsprogramma van de PvdA uit van 8,8 miljard bezuinigen en dat van de VVD van 17,6 miljard het regeerakkoord kwam bij wijze van compromis uit op 18 miljard!" (Daudt).

Niet alleen heeft het parlement de facto weinig macht, de samenstelling ervan wordt ook niet echt door de burgers bepaald. Het zijn de partijhoofdkwartieren, die de lijsten opstellen en dus de eerste keus hebben. Hans Daudt: "Ook in het parlement zitten geen gekozen vertegenwoordigers van het volk meer, maar benoemde mensen". En die partijen vertegenwoordigen geen ledenbestand meer dat er een min of meer uniforme overtuiging op nahield. "Ook ziet niemand de partij meer als de verwoorder van een ideologie, de middelaar tussen een breed aangehangen levensovertuiging en het landsbestuur. Zelfs de meest verstokte socialist, mocht er nog een in leven zijn, ziet de sociaal-democraten van vandaag niet als zijn absolute bloedbroeders. En ook de meest bevlogen liberaal vindt in de bende van Dijkstal niet langer zijn totale heil. Op de aanhang van enkele kleinere partijtjes na zweeft het kiezersvolk heftig, zo heftig dat je er scheel van wordt. Wat blijft er dan van de partijen over? Volgens Bart Tromp, politicoloog: een uitzendbureau voor leden die een hoge bestuurlijke functie ambiëren".

Gevolg: de keuzemogelijkheden die de burger aangeboden krijgt, komen allerminst in de buurt van wat hij eigenlijk wil of meent. Het is alsof een vegetariër alleen de keuze krijgt tussen schapenbout en gebraden konijn. Gerard van Westerloo vat dit als volgt samen:"Om te beginnen is de burger geen persoon meer met één overkoepelende mening `ik ben tegen de rooien' of `ik ben voor de roomsen' (...) Een beetje Nederlander van nu houdt er wel honderd of duizend meningen op na. In elk partijprogramma vindt hij er wel een paar terug. Hij kan best, met de lijst Fortuyn, tegen de nieuwe natuur zijn en met de lijst Rosenmöller voor hogere uitkeringen. Hij kan met de lijst Dijkstal een afkeer delen van de Melkertbanen, maar ondertussen wel, met de lijst Balkenende, het gezin zien als de hoeksteen van de samenleving. Zijn arsenaal aan meningen past niet meer in één en hetzelfde partijprogramma".

De stemmen die de kiezer uitbrengt hebben dus geen echte betekenis meer. Hij kan niet kiezen voor wie hij wil, noch voor wat hij wil, en het effect van zijn stem reikt enkel tot organen die de facto tot machteloosheid zijn veroordeeld. De stem van de burger is een slag in het water. Theoretisch heeft zijn stem invloed, maar in werkelijkheid loopt de weg naar boven toe volledig dood. En van direct wetgevend werk is de burger dus volledig uitgesloten. Niet het volk, doch de politieke klasse beslist.

Wat is de politieke klasse?

Blijft de vraag naar een zo nauwkeurig mogelijke omschrijving van wat dat nu eigenlijk precies is, die politieke klasse. Hans Daudt: "Het verschil met vroeger is hooguit dat de functies niet langer erfelijk en onder de adel verdeeld worden, maar nu ook onder de burgerij. Voor de rest maakt het weinig uit. Nog steeds worden in Nederland geen mensen in functie gekozen, omdat de politieke elite de zaak in eigen hand wil houden".

Het afstappen van het erfelijkheidsbeginsel heeft als voordeel voor de regentenklasse, dat zij voortdurend kan recruteren uit de globale bevolking, waardoor meer mensen met de juiste kenmerken kunnen worden aangetrokken, gesocialiseerd en gedomesticeerd. Daarbij grijpt ongetwijfeld een intense selectie plaats: slechts wie rad van tong is, zich bekwaam de subtiliteiten van de politiekcorrecte nieuwspraak en dito memes weet eigen te maken, wie zich vlot een weg weet te banen doorheen de opeenvolgende niveau's van de partijhiërarchie, fingerspitzengefühl voor de media vertoont, en bereid is om te buigen voor de partijdiscipline, komt aan de top. De anderen glijden weer af, verlaten het politieke bedrijf of blijven hangen in de lagere partijregionen. De particratie berust op een vorm van subtiele, maar zeer diep ingrijpende sociaal-darwinistische selectie, waarbij aanzien, macht en geld de attractor vormen voor politiek getalenteerde nieuwkomers. Die gaan zich in ruil identificeren met de politieke klasse en laten deze laatste toe om verder haar maatschappelijke dominantie uit te oefenen. Gerard van Westerloo heeft in dit verband een klein, anedotisch onderzoek verricht:

"Ik heb eens uitgezocht wie er nog wél lid worden van een politieke partij. Ik nam een kaart van Nederland, ik deed mijn ogen dicht en ik prikte. Leeuwarden. Wie melden zich in Leeuwarden aan als vers partijlid?

Ik zocht de afdelingssecretarissen op en nam met hen de ledenlijsten door. De uitkomst was verbluffend. Om welke partij het ook ging, ze putten allemaal hun nieuwe aanmeldingen uit één en dezelfde bron. Het Thorbeckecollege, de plaatselijke hbo-school voor aanstaande ambtenaren. Daarna ondervroeg ik de jonge partijleden zelf. Ze vertelden dat ze éérst besloten hadden om lid van een partij te worden. En dat ze daarna waren gaan kijken welke het beste bij ze paste. Het beste waarbij paste? Ook daar deden ze niet moeilijk over. Bij hun toekomstige carrière. Als wat? Als ambtenaar
".

Een belangrijke en nog onbeantwoorde onderzoeksvraag luidt, welke psychologische en maatschappelijke karakteristieken door deze politieke selectiemechanismen precies worden uitgezift. Maar het besef zelf, dat er überhaupt darwinistische selectie werkt, is uiterst belangrijk, omdat het wezen van de mens en de mensheid er juist in bestaat, om weerstand te bieden aan dit soort selectie, en in de plaats daarvan het individueel morele en het rationele als richtlijn voor het handelen te nemen.

Het artikel in Mmagazine biedt nogal wat uitzicht omtrent de wijze, waarop de politieke klasse functioneert. De politieke partijen ontlenen geen gewicht of betekenis meer aan hun ledental, maar betrekken hun levenssappen via de wortels die ze - als een soort parasitair organisme - in de ingewanden van de staat hebben geslagen. De politieke klasse nestelt zich via politieke benoemingen in het openbaar bestuur. Nico Baakman (Maastricht) heeft het systeem van de politieke benoemingen in Nederland onderzocht. Voor alle hogere bestuursfuncties blijkt het bezit van een partijlidkaart vereist: partijloze burgers zijn volstrekt en naadloos uitgesloten. Volgens Baakman is dit fenomeen een compensatie voor het gebrek aan maatschappelijke impact die de partijen nog kunnen verwerven via hun slinkende ledenachterban (slechts 2% van de Nederlanders is lid van een politieke partij).

De politieke klasse hervormt de staat ook naar haar eigen noden. Er worden half-autonome satellietorganen gecreëerd, die zich onttrekken aan iedere vorm van democratische controle, vaak veel macht bezitten, en alweer volgestouwd worden met partijgetrouwen. Dat gebeurt overigens op basis van `eerlijke' verdeelsleutels, die de Leidse politicoloog Peter Mair laten gewagen van een `kartel-democratie': de partijen treden op als een soort kartel. Prof. Ankersmit (Groningen): "Samen vormen ze een groep mensen die het openbaar bestuur voor zichzelf reserveert. Onder elkaar verdelen ze de buit".

Gerard van Westerloo sprak ook met Joop van den Berg. Dat is een oud-professor die algemeen directeur is van de `Vereniging van Nederlandse Gemeenten'. Hij geeft in omzwachelde, maar uiteindelijk toch duidelijke termen toe wat zijn oud-collega's ook stellen. Waarom kon hij enkel als PvdA-lid de post van directeur van de VNG bekleden? Van den Berg legt uit, dat het partijlidmaatschap een teken is, dat je de spelregels en de codes van de club kent. Die codes worden als volgt omschreven: "Weten wanneer je een compromis moet sluiten, weten wanneer je je mond moet houden, weten hoe het krachtenveld in elkaar zit". Met andere woorden: je moet, om erbij te horen, gesocialiseerd en gedomesticeerd zijn door de regentenklasse. Je mag de codes niet doorbreken, en bijvoorbeeld NIET je mond houden, in naam van je kiezers: "Niemand spreekt namens kiezers, want niemand wordt als persoon door de kiezers gekozen".

In deze laatste uitspraak van partijman Joop van den Berg ligt de hele kern van de particratische problematiek besloten. De kiezers denken, of worden geacht te denken, dat ze op een persoon stemmen die hen zal vertegenwoordigen: de volksvertegenwoordiger. In werkelijkheid stemmen ze op een partijsoldaat. Nadien heeft de verkozene ook verantwoording af te leggen, niet aan de kiezers, maar wel degelijk aan zijn partij, want die heeft hem op de lijst geplaatst. De verkozene is niet zozeer door de kiezers, maar eerst en vooral door de partijleiding verkozen: dat is een essentieel gegeven.

Wat te doen?

Het verbijsterende artikel in M Magazine illustreert nog maar eens, dat de democratie in onze West-Europese landen (want Nederland is natuurlijk geen uitzondering) niet moet worden `hervormd' of `verfijnd', maar dat ze moet worden ingevoerd. En daarvoor zijn minstens twee structurele ingrepen vereist.

Ten eerste moet het beslissend referendum op volksinitiatief worden ingevoerd, op alle bestuursniveau's en over alle onderwerpen, zonder uitzondering. Hierdoor wordt de volkssoevereiniteit ingevoerd, en krijgen de burgers in principe de mogelijkheid om hun wil nauwkeurig kenbaar te maken.

Ten tweede moet de band tussen de verkozenen en de partijhoofdkwartieren worden doorgeknipt, door de invoering van het algemeen stemgeheim voor alle verkozenen. Joop van den Berg heeft inderdaad gelijk wanneer hij zegt, dat in de huidige omstandigheden "..niemand als persoon door de kiezers wordt gekozen". Dat moet veranderen. Niet alleen moet de impact van de lijstvolgorde volledig worden weggewerkt; het allerbelangrijkste is dat in het parlement, in de gemeenteraden en in alle verkozen organen het algemeen stemgeheim voor verkozenen wordt ingevoerd. De verkozene moet als persoon kunnen kiezen, zonder externe druk. Dit systeem zal meteen een einde maken aan de weerzinwekkende impact die de particratie, ondermeer via het fenomeen van de coalitievorming, momenteel uitoefent op het politiek bedrijf. Meerderheidscoalities en uitsluiting van minderheidspartijen hebben niets te maken met democratie, maar alles met particratie. De stem van alle kiezers moet even zwaar wegen, en dat kan alleen via het veralgemeend stemgeheim voor verkozenen.

Met die twee maatregelen heb je tenminste formeel reeds een democratie. Dat betekent niet, dat er geen andere ingrepen zijn die dringend overweging behoeven. Ik denk bijvoorbeeld aan het systeem van de `term limits' (beperkte herverkiesbaarheid) en de installatie van een openbaar forum van rechtswege, waarop het publiek debat kan plaatsvinden buiten het machtsbereik van economische of politieke cenakels. Maar dat zijn punten die, net als het stemgeheim voor verkozenen, kunnen ingevoerd worden via het bindend referendum op volksinitiatief. De invoering van dit volksreferendum is en blijft de eerste en beslissende stap naar de democratie.

In een democratisch bestel kan dan begonnen worden aan de toespitsing van de rechtstaat op zijn eigenlijke taken, en op de afstoting van alles wat daar niet onder valt. Want de huidige staat moge dan al niet democratisch zijn, bemoeizuchtig is hij wel. De particratie schept problemen, bijvoorbeeld door `oplossingen' aan te reiken voor vermeende tekorten die enkel door de particraten zelf werden gezien (de invoering van eindtermen in het onderwijs is daarvan een goed voorbeeld). Zoals prof. Frissen aan van Westerloo zei: "Ik loop als bestuurskundige in Den Haag rond en ik zie dat zich daar allemaal processen afspelen waar de politiek niet strikt noodzakelijk bij is. Op allerlei terreinen hebben we meer last van de politiek dan dat we er baat bij hebben. Neem de gezondheidszorg. Daar is de politiek de oorzaak van de problemen en niet de oplossing".

Wat we dus nodig hebben en waar we naartoe kunnen werken, eens de democratie formeel is ingevoerd, is een maatschappelijke ontvlechting à la Steiner: domeinen waar persoonlijke overtuigingen, voorkeuren of talenten, of individuele menselijke betrekkingen de doorslaggevende rol spelen, dienen aan de greep van de staat worden te worden onttrokken: "... de macht in onderwijs, (gezondheids)zorg en veiligheid moet weer terug naar de onderwijzers, de dokters en verpleegsters en de agenten, dat zijn de mensen die er verstand van hebben en niet al die vreselijke bureaucraten en managers, die nog nooit voor de klas hebben gestaan, een patiënt hebben gezien of een boef hebben gevangen" (Pim Fortuyn, column 26 maart 2002). Socialisering betekent dus niet, dat verkozenen de baas gaan spelen over alles. Socialisering betekent, dat mensen controle krijgen over die levensdomeinen waarop ze actief en deskundig zijn, terwijl de rechtstaat zijn krachten (die dan zeer groot zullen zijn) toespitst op het specifieke domein waar verschillen tussen mensen er niet toe doen: het domein van de grondrechten en alles wat daaruit voortvloeit . Wanneer professor Paul Frissen dus zegt: "Ik ben sociaal-democraat. In de sociaal-democratie begrijpen ze geen snars van wat ik zeg. Ik verlang naar een sociaal-democratie zonder partij" , dan raakt hij bij mij persoonlijk een diepe snaar. Wat verlang ik naar democratie! Wat verlang ik naar een authentieke socialisering! En hoe walg ik, iedere dag steeds meer, van de particratie!


Het artikel van Gerard van Westerloo is te lezen in: Magazine M (bijlage bij NRC-Handelsblad), mei 2002, p.31-44. Zie ook van dezelfde auteur: `Democratie is illusoir' NRC-Handelsblad 4 mai 2002, p.1

 



JOURNALISTEN EN HUN STEM

In het NRC-Handelsblad van 8 mei wordt melding gemaakt van een recent doctoraal proefschrift `Journalists in the Netherlands' door Mark Deuze (Universiteit van Amsterdam). Het krantenartikel kwam er naar aanleiding van de moord op Pim Fortuyn.

Het belangrijkste gegeven in dit artikel is het volgende: bijna 80 procent van de duizend journalisten die voor het proefschrift werden geïnterviewd, stemt op een linkse partij. Met andere woorden: er is een enorme discrepantie tussen diegenen die de facto spreekrecht hebben, en de gemiddelde burger.

Het globale kapitalisme bedient zich niet van een rechtse, doch van een linkse retoriek (in feite valt de huidige links-rechts-tegenstelling in grote lijnen samen met de tegenstelling tussen de verdedigers van het nieuwe globale kapitalisme, en de protagonisten van het ouderwetse natiegebonden kapitalisme). Het globale kapitalisme streeft van nature naar een vernietiging van alle mensengemeenschappen die zich tegenover dat kapitalisme als autonome kernen kunnen gedragen. Gezinnen en nationale gemeenschappen zijn bijgevolg de uitverkoren doelwitten. De protagonisten van het globale kapitalisme hebben ook allang begrepen dat ze de traditionele rechtse leveranciers van pro-kapitalistische ideologieën, zoals bijvoorbeeld de Kerk, niet meer nodig hebben. Hun beste dienaars blijken nu de zogenaamde `linksen' te zijn, die in ruil natuurlijk alle fundamenteel anti-kapitalistische kritiek moesten inslikken, die uit de traditionele arbeidersbeweging werd geërfd. Je hoort bij de huidige `linksen' dan ook geen commentaar meer over bezit van productiemiddelen, of over het principe van de arbeidsmarkt. Des te meer worden de `progressieve' thema's uitgespeeld die het globaliserende kapitalisme welgevallig zijn.

Het resultaat van Marc Deuze staat ondertussen niet alleen. In de VS hebben verschillende studies een vergelijkbaar resultaat opgeleverd (voor een overzicht zie het schotschrift van Goldberg). Het meest bekend is wellicht het onderzoek van Peter Brown (die zelf journalist is). Brown vond niet alleen een zeer uitgesproken electorale voorkeur bij de journalisten, ook sociologisch wijken ze sterk af van de gemiddelde Amerikaanse burger. Journalisten blijken bijvoorbeeld minder vaak een gezin te hebben gesticht, of kinderen te hebben gekregen. Ze woonden meestal in betere wijken. Een onderzoek bij in Washington gebaseerde journalisten wees uit dat in 1992 niet minder dan 89% voor Clinton stemde, en slechts 7% op George Bush (Goldberg, p.123).

Ik vond ook een onderzoek van Croteau, dat de claim van liberaal overwicht in de Amerikaanse journalistiek afwijst. Daarin wordt echter niet naar het stemgedrag van de journalisten gepeild, maar naar de plaats die ze naar eigen zeggen in het politieke spectrum innemen. Goldberg anticipeert in zijn boek op dit soort analyses: de journalisten zien hun eigen positie als een centrumpositie, terwijl die ten opzichte van de samenleving als geheel sterk in de richting van het liberaal globalisme is opgeschoven. Goldberg beschrijft (p.59 van zijn boek) bijvoorbeeld een discussie met een topjournalist, die de `New York Times' als een centrumblad karakteriseerde (de NYT heeft de laatste decennia altijd de presidentskandidaten van de Democraten gesteund, en spreekt zich voortdurend uit ten gunste van `affirmatieve actie', abortus enz.).

Op het internet vond ik ook een klein Frans onderzoek waarvan ik de waarde niet goed kan inschatten (de onderzoeksresultaten verschenen in 2001 in `Marianne'). Een peiling naar de stemintenties bij journalisten uit de sector `algemene actualiteit' leerde dat (in de eerste ronde) 32% Jospin zou stemmen, terwijl Chirac (4%) niet meer stemmen haalt dan de trotskistische Laguiller (5%) of de communist Hué (5%). Voor de intenties in de tweede ronde ging 58% naar Jospin, en 7% naar Chirac. Interessant is ook, dat 24% van de ondervraagde journalisten het niet als hun hoofdtaak beschouwen om te rapporteren wat in de samenleving gebeurt, maar wel om "maatschappelijke vooruitgang tot stand te brengen" (`faire progresser la société').

De media noemen zichzelf graag de `vierde macht' en de `waakhond van de democratie', maar in werkelijkheid zijn ze de waakhond van de globalistische ideologie. Voor de democraten is dit gegeven van een eenzijdige pro-kapitalistische en pro-globalistische pers een levensgroot, en in conceptueel opzicht grotendeels onopgelost probleem. Het is duidelijk dat er één of andere vorm van openbaar forum moet komen, dat integraal deel uitmaakt van de rechtsstaat. De essentie van een échte democratie is inderdaad de maatschappelijke beeldvorming, die een evenwichtig en vrij debat vooronderstelt. Met media die in handen zijn van de particratie, van mediamagnaten en van een ideologisch geüniformiseerd journalistenheir kan je nooit een effectieve democratie hebben - zoveel is wel duidelijk.

* David Croteau (1998) "Examining the `liberal media' claim": www.fair.org/reports/journalist-survey.html

* Maarten Huygen "Media ver van het publiek. Na de dood van Pim Fortuyn gaat beschuldigende vinger naar politiek en pers" NRC-Handelsblad, 8 mei 2002
www.nrc.nl/internet/1020834733454.html

* Bernard Goldberg (2002) "Bias. A CBS insider exposes how the media distort the news" Washington: Regnery Publ.
* In verband met het onderzoek door Peter Brown:
www.tysknews.com/Depts/4th_estate/media_gap.htm
* De Franse onderzoeksresultaten zijn te vinden op: www.ifrance.com/catallaxia

 


 

 

<></>

 

EEN DEMOCRATISCHE PARTIJ


Het is bekend dat de politieke partijen in België worden onderverdeeld in `democratische' partijen en niet democratische alias `racistische' partijen. De grootste `democratische partij' in Franstalig België is de Parti Socialiste (PS).

Agalev-senator Frans Lozie is in een artikel in P-Magazine fel van leer gestoken tegen deze PS. De democratische PS is volgens de senator eigenlijk een maffiapartij. Blijkbaar gaat één en ander dus heel goed samen. "Ik zie een land dat meer en meer in de greep komt van maffiafiguren (...) De PS is oppermachtig in Wallonië. Die partij controleert alles in Wallonië en dat is een heel gevaarlijke situatie". Op de vraag of Agalev dan in de regering zit tesamen met `de maffia', antwoordt Lozie bevestigend: "Dat is waar, maar we hebben nu eenmaal geen andere keuze. Die partij staat zo sterk dat je zonder haar niet kan besturen. Ze is niet alleen onaantastbaar in Wallonië, ze zit ook op regeringsniveau in een zeer machtige positie. Ik geef Geert Bourgeois gelijk als hij zegt dat de PS het land bestuurt". Lozie vindt dat Agalev na de volgende verkiezingen niet opnieuw in de regering moet.

Lozie stelt ook de realiteit van de persvrijheid in ons land in vraag, en verwijst daarbij naar het geval Roulerta, een mediabedrijf dat helemaal verweven is met het industriële en politieke establishment in West-Vlaanderen. En verder: "Ik zal ook wel het verwijt krijgen dat ik met mijn uitspraken voeding geef aan extreemrechts. Dat is een beproefde tactiek. Iemand die een onaangename boodschap brengt, ridiculiseren of zelfs gek verklaren". Op de vraag of hij voor zijn leven vreest, antwoord Lozie: "Ik werk nooit alleen, dus het heeft geen zin mij uit te schakelen. Ik vorm ook niet zo'n bedreiging, zeker geen electorale". Waarmee meteen gezegd is, dat hij wel reden zou hebben om voor zijn leven te vrezen, indien hij wél alleen zou werken of een groot electoraal gewicht zou vertegenwoordigen.

Volgens de Gazet van Antwerpen is Agalev topman Jos Geysels `verbolgen' over de uitspraken van Lozie: "Dit kan niet. Harde kritiek rond dossiers mag, maar niet op deze manier. Dit is niet onze stijl. De PS weet dat".

De PS kan dus op beide oren slapen, want Jos Geysels waakt. En Frans Lozie zal snel zijn mond moeten houden, indien hij zijn mandaat als senator vernieuwd wil zien. Propaganda moet immers consistent zijn, en dus moet de PS zoals alle meerderheidspartijen wel degelijk als `democratisch' worden bestempeld. En backbenchers als Lozie moeten terzake zeker niet naast de pot pissen.

Ondertussen verspert de PS - via haar verzet tegen de invoering van het referendum - de weg voor de invoering van een daadwerkelijke democratie in ons land. Maar wellicht is dat in de ogen van de machthebbers juist een grote `democratische' verdienste.

* Joris van der Aa "Frans Lozie; ik heb jaren meer beerputten gezien dan oplossingen" P-Magazine , 15 mei 2002, p.28-32
* Eric Donckier "Frans Lozie: PS is maffia" Gazet van Antwerpen, 16 mei 2002 p.2

 


 

U WORDT OPGEVOED


Volgens Yves Desmet, ideoloog van het regime verbonden aan de kwaliteitskrant De Morgen, moeten wij burgers door de politici `..op een hoger niveau worden getild'. Hier is het hele citaat:

"Het domste wat politici zouden kunnen doen, is meewarig het hoofd schudden over dat irrationele kiespubliek, opgesloten blijven in het grote gelijk dat zij, beter nog dan de kiezer, weten wat goed voor hem is. Veeleer wordt het tijd dat ze zich afvragen waarom de leraar van de klas zo ongeliefd geworden is, waarom hij zonder schroom of gêne bekogeld wordt met papierproppen, geen respect en achting meer afdwingt. Dat veronderstelt wel degelijk dat hij niet langer ex cathedra doceert, maar in de klas op zoek gaat naar de pijnpunten die er leven, en er oplossingen voor aanreikt. Niet door de leerlingen achterna te praten, en niet door terug te schrikken voor de grootste rebellen en de luidste schreeuwers in de klas, maar door opnieuw te worden wat een klassiek politicus zou moeten zijn. Een pedagoog die de hele klas op een hoger niveau tilt". (De Morgen, 18 mei 2002, p.51).

Het idee dat de politieke klasse de burgers moet opvoeden, is zeer diep ingeworteld, niet alleen bij de politieke elite zelf, maar ook bij de pers en bij het grootste deel van het publiek. Maar het concept van zo'n opvoeding is logisch onverenigbaar met het democratisch ideaal. Democratie is gebaseerd op het idee, dat mensen verantwoordelijk en soeverein zijn. Enkel mensen met verantwoordelijkheidszin en bekwaamheid tot soeverein gedrag zijn überhaupt in staat om bijvoorbeeld op een zinnige manier een volksvertegenwoordiger te kiezen. Indien die volksvertegenwoordiger daarna zijn kiezers meent te moeten opvoeden, ondermijnt hij zijn eigen mandaat, want hij laat weten dat zijn kiezers eigenlijk niet volwassen zijn en dus niet bekwaam waren om hem te verkiezen. Volwassenen zijn hun eigen opvoeders, en het bestaan van op volwassenen gerichte staatsopvoeding is een van de zekerste manieren om een dictatuur of particratie te onderscheiden van een democratie.

Hooggeplaatste laagvliegers

Hoe die opvoeding in de praktijk verloopt, laat premier Verhofstadt zien. Op 12 februari verscheen in de kranten het bericht, dat Verhofstadt een vermanende brief had gestuurd naar de zwaarvoetige prins Laurent, omdat die in Brugge 67 km/u te snel had gereden en zodoende aan het gepeupel het slechte voorbeeld had gegeven (zie vorige Witte Werf). Amper enkele dagen later bleek dat Verhofstadt zelf een boete had opgelopen wegens een snelheidsovertreding.

Op 11 mei verscheen ondermeer in de Gazet van Antwerpen dan het bericht, dat volkspedagoog Verhofstadt nogmaals tot staan werd gebracht wegens te snel. De overtreding vond plaats op 4 mei en de snelheid bedroeg ruim 150 km/u. Verhofstadt keerde terug van een viering in Bree, bij partijgenoot minister Gabriëls. Twee dagen tevoren werd trouwens Vlaams minister-president Dewael wegens laagvliegen aan de kant gezet.

Wat bent u mooi!

Een prototype van opvoeding door de politieke klasse is Mieke Vogels' campagne `Ik ben zoals ik ben, dat mag gezien worden'. De Morgen wijdde op 22 mei een hoofdartikel aan dit initiatief. Volgens het artikel wil Vogels met de campagne "..het gemiddelde lichaam op een voetstuk zetten". Zij wil ervoor zorgen "..dat de mensen zich opnieuw goed in hun vel voelen".

Voor haar campagne gebruikt Mieke Vogels modellen. Zij gebruikt geen staal van willekeurig uit de bevolkingsregisters geplukte mensen. Zij gebruikt evenmin een staal individuen uit de politieke klasse. In de plaats komt een zorgvuldig uitgekozen set, die voor `normaal' moet doorgaan: jongere vrouwen en oudere mannen, één exotisch type (want we leven in een multiculturele maatschappij), en vooral geen bochels, geen acné of psoriasis, geen door ouderdom afgetakelde, door ongevallen gehavende, of door de natuur met disproportionele lichamen opgezadelde mensen. Dat de zogezegd modale mensen die in de fotocampagne worden opgevoerd, in werkelijkheid zorgvuldig zijn geselecteerd, ontging de kenners niet. Modeontwerpster Ann Demeulemeester zegt in De Morgen (22 mei) dat mooie mensen niet perse mager zijn, maar "..vooral goed geproportioneerd, iets waaraan de modale modellen in Vogels' campagne, toevallig of niet, wel min of meer beantwoorden". In Het Laatste Nieuws (24 mei 2002) zei prof. Vervaet (RUG, specialiste inzake eetstoornissen): "Die naaktmodellen: zes niet-ideale maten, wil de campagne. Maar die lijven zien er stuk voor stuk aardig uit, sommigen komen zelfs in de buurt van de perfectie. Door ze als `gewoon' voor te stellen, zullen de mensen die écht te dik of te dun zijn, zich nu helemaal abnormaal voelen".
Vervaet stoort zich vooral aan de link die gelegd wordt met eetstoornissen. Johan Verlinden, psycholoog aan het Universitair Centrum Sint-Jozef in Kortenberg, zou liever een campagne zien rond een ander thema: "De fastfoodcultuur en het feit dat zovele ouders om economische redenen met zijn tweeën gaan werken, heeft een nog steeds groeiende, nefaste impact op de houding van kinderen tegenover eten. Vaak zitten ze thuis urenlang alleen, met als enige babysit de televisie of de computer. Ze worden aan hun lot overgelaten, beginnen de eenzaamheid weg te eten. Voor je het weet, is de link tussen eenzaamheid en eten een feit". (De Morgen, 25 mei). Verlinden moet natuurlijk begrijpen dat onze welzijnsminister niet de taak heeft om het welzijn van de gezinnen, maar het welzijn van het globale kapitalisme te dienen. En daarom is er wel geld voor crèches en dagverblijven, maar niet voor thuisopvoedende ouders.

Over het verband tussen televisiekijken en zwaarlijvigheid bij kinderen, zie: Andersen, R. E., e.a.. (1998). Relationship of physical activity and television watching with body weight and level of fatness among children. Journal of the American Medical Association, 279, 938-942. Of: Crespo, Carlos e.a. (2001). Television watching, energy intake, and obesity in US children. Archives of Pediatric and Adolescent Medicine, 155, 360-365.

Maar de commentaar van prof. Vervaet raakt nog niet de kern van de zaak. Fysieke schoonheid heeft niet enkel te maken met dik of dun, maar ook met het voorhanden zijn van bepaalde fysieke kenmerken die totaal onafhankelijk zijn van enig dieet. Ik ben op dit vlak geen specialist, maar het komt mij voor dat twee elementen een hoofdrol spelen. Vooreerst de symmetrie: een lichaam dat een getrouwe links-rechts symmetrie vertoont wordt mooier gevonden dan een lichaam dat daarvan afwijkt. Dat is niet enkel bij de mens het geval, maar schijnt in het dierenrijk vrij algemeen voor te komen. Een tweede element is, dat specifiek menselijke lichaamsproporties, die ons dus onderscheiden van niet-menselijke primaten, mooi gevonden worden. Zo worden lange benen, en kleine voeten, over het algemeen geapprecieerd, en dit hangt waarschijnlijk samen met het feit dat de mens in vergelijking met primaten in het algemeen, zeer lange onderste ledematen, en verrassend kleine handen en voeten heeft. Vermoedelijk om dezelfde reden worden een vliedend voorhoofd of een vliedende kin meestal niet mooi gevonden, terwijl een lange hals dan weer wel wordt gewaardeerd. Wat het hoofd betreft appreciëert men blijkbaar vooral neotenische kenmerken.

De details zijn hier niet van belang. Essentieel is, dat er wel degelijk zoiets bestaat als fysieke schoonheid of lelijkheid. De appreciatie terzake is slechts ten dele cultureel bepaald. En zelfs een ten dele cultureel bepaald schoonheidsideaal heeft, binnen een concrete maatschappelijke kontekst, een objectief karakter dat je niet kan wegcijferen. Het is een leugen om te zeggen, zoals de campagne doet: "..mooi zijn zit in je lijf, niet aan je lijf". Wij zijn òòk biologische wezens, en er bestaat ook zoiets als een harmonisch respectievelijk disharmonisch gebouwd lichaam. De campagne van Mieke Vogels is fundamenteel leugenachtig, omdat ze een reeks behoorlijk mooi gebouwde mensen als modaal voorstelt en daaruit dan afleidt, dat schoonheid enkel "..in jezelf zit".

In feite past de campagne van Mieke Vogels naadloos in het politiek correcte canon, volgens hetwelke fysieke verschillen geen maatschappelijke relevantie mogen hebben. Geslacht of ras kunnen volgens het politiek-correcte credo geen sociale of maatschappelijke correlaten vertonen: iedereen moet ongeacht geslacht of raciale of etnische achtergrond dezelfde intelligentie, schoonheid of neiging tot criminaliteit vertonen en alle verschillen die toch worden vastgesteld moeten het gevolg zijn van discriminatie door `the usual suspects', te weten blanke mannen.

Het gelijkheidsbeginsel is echter een spiritueel principe. Het uitgangspunt van de rechtsstaat, namelijk de gelijkheid tussen de individuen ongeacht hun fysieke kenmerken, hun afkomst, talenten en gebreken, wortelt wel degelijk in een objectieve realiteit, doch deze is spiritueel van aard. Het gelijkheidsbeginsel is gebaseerd op het idee, dat ieder menselijk individu een verschijningsvorm is van het morele in de wereld. Dit morele is per definitie strikt geïndividualiseerd en volstrekt incommensurabel. Ik ken terzake geen betere vergelijking dan die met de hoofdkleuren: geel en rood en blauw zijn op strikt identieke wijze kleur, en zijn dus op volstrekt gelijke wijze kleur en enkel kleur, terwijl de manier waarop dit kleurzijn wordt ingevuld in de drie gevallen dan weer compleet incommensurabel is: je kan niet zeggen dat geel op een of andere manier méér of minder, of beter of slechter, kleur is dan rood of blauw. Op dezelfde manier zijn alle mensen, ongeacht hun fysieke kenmerken, op volstrekt gelijke wijze een manifestatie van het morele, waarbij de invulling van dit morele dan weer helemaal individueel en incommensurabel is.

Zo'n gelijkheidsopvatting is niet verenigbaar met een particratisch regime, omdat ze de bron van het morele (en dus van de soevereiniteit) bij de individuen legt. In een particratie is het de particratische elite, die de morele normen vastlegt en in de individuen inplant via politieke en sociale opvoeding.

Uw televisie = uw opvoeder

"Ik kreeg te horen dat arbeiders van een Zweedse kernreactor hadden vastgesteld dat ze radioactief besmet waren als ze buiten de reactor kwamen, in plaats van andersom. En dat ook over ons land een enorme radioactieve wolk hing. Terwijl men normaal 15 becquerel aan radioactieve stralen meet, werden nu waarden van 15.000 Becquerel opgetekend. De radioactiviteit van die dag was veel erger dan die van een atoombom! Die avond moest ik gewoontegetrouw mijn weerpraatje houden. Toenmalig minister van Volksgezondheid Miet Smet en een aantal hoge pieten van de BRTN verzamelden zich om me heen en lieten me weten wat ik wel en niet mocht zeggen. Want die avond zou iedereen met meer belangstelling dan gewoonlijk op het weerbericht afstemmen. Op zo'n moment weet je dat je macht hebt en dat je van alles kunt doen gebeuren. Maar ik moest me dus aan de richtlijnen houden. Mijn uitleg over de radioactieve wolk was puur meteorologisch. Ik heb gezegd hoe de lucht over het land trok, meer niet. We hebben geluk gehad dat het die dag niet geregend heeft. Echt waar. Want in dat geval waren de gevolgen veel erger geweest" (De Standaard Magazine, 17 mei 2002).

De staatstelevisie is een belangrijk propagandaorgaan in handen van de politieke klasse. het is niet voor niets dat de televisietaks wordt afgeschaft terwijl andere informatiebronnen (bibliotheken, interbibliothecair verkeer..) steeds duurder worden. De politieke klasse gebruikt de televisie systematisch om het globalisme te promoten. Zo wordt bijvoorbeeld een neo-racistische campagne gevoerd om `allochtonen' op het scherm te krijgen. Hier enkele passages uit een brave new worldachtig schrijven van Vlaams volksvertegenwoordiger Ria Van den heuvel (Agalev):

"In antwoord op een vraag om uitleg benadrukte minister Dirk Van Mechelen dat de VRT een belangrijke rol heeft te vervullen bij "het verder ontwikkelen van de identiteit & diversiteit van de Vlaamse cultuur en van een democratische en verdraagzame samenleving". Doorheen heel de beheersovereenkomst is de realiteit van de multiculturele samenleving aanwezig als belangrijk aandachtspunt (...) Er is de blijvende zorg om de zichtbaarheid van allochtonen op het scherm (bv. De Zevende dag, of in spelprogramma's) te verhogen. Daarom zal in overleg met minister Vogels actie worden ondernomen. De ontwikkeling van een helpdesk is een mogelijk idee.

Samen met de minister van Onderwijs wordt actie ondernomen i.v.m. doorstroming van allochtonen naar acteurs- en/of mediaopleidingen. Want ook in de fictiereeksen is nood aan een open en divers beeld van Vlaanderen
".

Boven ons hoofd wordt in het parlement schaamteloos gedebateerd over de vraag, hoe wij via de televisie kunnen worden geconditioneerd, bijvoorbeeld inzake raciale `diversiteit'. Ministers en parlementsleden spreken over ons, en handelen met ons, alsof wij een soort laboratoriumratten zijn. Dit gebeurt niet enkel inzake televisie, maar op alle mogelijke domeinen. Wenst U bijvoorbeeld een sociale woning? Dat kan, mits u zich laat opvoeden, bijvoorbeeld in multicultureel opzicht. Sinds 1 januari 2001 moet elke sociale huisvestingsmaatschappij over een toewijzingsreglement beschikken waarin `sociale vermenging' één van de na te streven doelstellingen is. (DS, 10 juni 2002). U zult zich dus sociaal moeten laten mengen - anders geen woning.

==> http://WWW.POLITICS.BE/modules.php?op=modload&name=News&file=article&sid=611&mode=thread&order=0&thold=0

Democratisch eenheden in de scholen

In De Standaard (29 april 2002) verscheen een verslag omtrent een merkwaardige toespraak van minister André Flahaut (PS). Zijn gehoor bestond uit enkele tientallen oudstrijders van het Belgisch Geheim Leger.

Volgens onze defensieminister verkeren wij in een staat van oorlog, niet met het internationaal terrorisme, maar met het extremisme: "Laten wij erkennen dat we in staat van oorlog verkeren met het extremisme". Met extremisme wordt daarbij `uiterst rechts' bedoeld. Volgens de minister moeten we tegen dit extremisme reageren, niet met woorden, maar wel degelijk met daden. Geen debat dus, maar vervolging.

Wat wil de minister doen? Vooreerst een `cursus burgerzin' invoeren in het onderwijs. Hijzelf heeft dat al gedaan in de Koninklijke Militaire School. En verder wil hij "... kleine democratische waakzaamheidseenheden" oprichten in scholen, werkplaatsen en wijken die "..de mensen moeten informeren". Zo'n netwerken van ideologische bemoeialcomités bestaan in alle totalitaire staten, zowel fascistische als communistische, en het streven naar de installatie van zo'n netwerk is een zeker teken dat men NIET op het democratische spoor zit. Maar van een antireferendumpartij als de PS moet je natuurlijk niets anders verwachten.

Misschien kunnen de `democratische waakzaamheidscomités' in de scholen dan meteen de wens uitvoeren van onderwijsminister Vanderpoorten (`Alle scholen moeten naar Breendonk', De Standaard, 3 mei 2002). Volgens minister Vanderpoorten moeten alle leerlingen "..leren over de tweede Wereldoorlog, de jodenvervolging en de concentratiekampen. Ze moeten de link leren leggen met extreem-rechts". In verband met extreem-rechts in de jaren dertig, moet geleerd worden "..over de groei van extreem rechts (..)en de daarmee gepaard gaande antidemocratische reflexen, zoals de beknotting van de vrije meningsuiting. Jongeren moeten weten wat democratie betekent en hoe die verloren kan gaan".

Ontgaat de minister de ironie van haar betoog? De vrijheid van meningsuiting is door de volledige politieke klasse in de laatste tien à twintig jaar, met name inzake de tweede wereldoorlog, afgeschaft. Hoe kun je onder die omstandigheden op overheidsbevel de "beknotting van de vrije meningsuiting" in de jaren dertig aanklagen, zonder innerlijk in een knoop te slaan? Vandepoorten kan een voorbeeld nemen aan haar militant joodse partijgenoot André Gantman, die in een debat met Filip Dewinter in Edegem (Hotel De Basiliek, 30.05. 2002) verklaarde: "Ik weiger mij te laten inkapselen door het politiek correcte denken. De vrije meningsuiting is voor mij heilig, daarom ook verwerp ik de inquisitie van pater Leman - hij is een dominicaan, hij weet er alles van - alsook alle wetten - ook de revisionisme-wet, alhoewel ik mij fanatiek tegen het revisionisme blijf kanten - die de vrije meningsuiting aan banden willen leggen" (Gantman zinspeelt hier op het bloedige verleden van de dominicanen, die hun geschiedenis begonnen met massaverbrandingen van Kathaarse ketters in Zuid-Frankrijk, en daarna een centrale rol speelden in de inquisitie; zijn uitspraken worden uitvoerig geciteerd op de website van het Vlaams Blok). En wat de mogelijkheid van een teloorgang van de democratie betreft, verwijs ik naar Vanderpoortens partijgenoten premier Verhofstadt en justitieminister Verwilghen, die allebei onomwonden hebben verklaard dat wij niet in een democratie leven, doch in een particratie. De vraag is dus niet, hoe de democratie verloren kan gaan, maar hoe ze (samen met het recht op vrije meningsuiting) kan worden ingevoerd.

Uw krant = uw opvoeder

Tenslotte nog even de schijnwerper gericht op die andere grote opvoeder van het volk, namelijk onze pers. `De Morgen' is hier natuurlijk de gangmaker. Eén van de grote thema's van het politiekcorrecte canon is de culpabilisering van de autochtone bevolking. Aangepast woordgebruik kan politiek correcte wonderen doen en zwart in wit doen verkeren, zelfs bij hopeloze gevallen. Dat kan bijvoorbeeld met de criminaliteitscijfers. Jarenlang heeft De Morgen beweerd, dat er helemaal geen probleem was met de vreemdelingencriminaliteit in Antwerpen. Omdat de Antwerpse politie ook geen cijfers vrijgaf, zat de krant gebeiteld. Maar in november vorig jaar kwamen, onder druk van het Vlaams Blok, de gegevens toch aan het daglicht, en ook de studie die Van San voor minister Verwighen had gemaakt en die al tien maand in diens kast lag, werd bekendgemaakt. Dus moet de waarheid voortaan op meer subtiele wijze worden vervormd, en dat kan, door de juiste woordkeuze. Op 21 maart 2002 verschijnt in De Morgen een artikel over de laatste misdaadscijfers in Antwerpen. Voor de eerste keer wordt de nationaliteit van de daders vermeld. Titel: "Antwerpen bekent kleur bij criminaliteitscijfers. Meer dan de helft van gevatte daders blijkt volgens politiecijfers Belg". Uitvergrote passage: "Slechts een vierde van opgepakte daders was Marokkaans". Let op het gebruik van de toevoegingen "..meer dan" respectievelijk "..slechts". Die `slechts' heeft natuurlijk alleen zin indien meer dan een kwart van de Antwerpse bevolking de Marokkaanse nationaliteit zou hebben. In werkelijkheid heeft 18% van de bewoners van Antwerpen een niet-Belgische nationaliteit, en slechts een deel daarvan zijn Marokkaan. Marokkanen zijn in de Antwerpse misdaadcijfers dus zwaar oververtegenwoordigd, en de toevoeging `slechts' is pure misleiding. Interessant is ook, dat de begrippen `autochtoon' en `Belg' in het artikel worden gelijkgesteld: "Iets meer dan de helft {van de daders} was volgens korpschef Luc Lamine autochtoon oftewel Belg". Antwerpenaren van Marokkaanse afkomst doch met Belgische nationaliteit worden, wanneer discriminatie of kansarmoede worden aangeklaagd, steevast als allochtonen omschreven, maar niet hier. De reden is duidelijk. Of neem het artikel (24 mei 2002) over een Belgische studie, waarin het profiel wordt opgesteld van daders van seksueel geweld. Titel: `De dader is een boze blanke man'. Blanke man? De titel suggereert, dat blanken op één of andere manier oververtegenwoordigd zijn als het op seksueel geweld aankomt. Maar als je het artikel leest, blijkt daarin van blank of bruin geen sprake te zijn. Er staat alleen: "In 88% van de gevallen had de dader de Belgische nationaliteit". Uiteraard, vermits het om een Belgisch onderzoek gaat. De meeste Belgen zijn blank, en dus zullen de meeste daders wellicht blank zijn. Het enige wat ik kan besluiten is dat niet-Belgen met 12% daders inzake seksuele geweldpleging oververtegenwoordigd zijn (op 1 januari 2000 had 8,76% van de Belgische bevolking een vreemde nationaliteit). In het artikel vind je niets, maar dan ook niets, dat de titel rechtvaardigt. Merkwaardig genoeg verneem ik dezelfde dag in De Standaard (p.40): "Ruim vier op vijf vrouwen in onze vluchthuizen zijn van allochtone afkomst". Niet direct een aanwijzing voor blanke oververtegenwoordiging inzake seksueel geweld. Maar geen nood, want de waarheid is hier van geen belang: hoofdzaak is dat de `blanke man' van de eigen boosheid en schuldigheid blijvend wordt overtuigd.

De leugen- en indoctrinatiecampagne, waarvan bovenstaande voorbeelden een onderdeel vormen, is al decennia lang bezig, en verloopt nog steeds crescendo. De leugens worden verspreid door een informeel samenwerkingsverband van politici en journalisten. Marion Van San, die het criminaliteitsonderzoek voor Verwighen doorvoerde, zei hierover:

"Cijfers over criminaliteit onder allochtone jongeren waren er wel, maar mochten niet kenbaar worden gemaakt. In de jaren tachtig verbood de toenmalige premier Wilfried Martens elke cijfermatige publicatie over deze gevoelige en ideologisch geladen problematiek." (Elsevier magazine, 1 juni 2002).

*


Ja, U wordt opgevoed, al vele decennia lang, en in veel meer opzichten dan U wellicht vermoedt. U wordt opgevoed door de federale regering, door de Vlaamse regering, door de gesubsidieerde pers en media, en door het koningshuis. U wordt voorzien van de juiste voorbeelden, de juiste gedachten en de juiste mentaliteit. Uw belastingscenten worden met andere woorden voortreffelijk gebruikt. U kan op beide oren slapen.

* Voor het aantal vreemdelingen in België, zie bv.: http://www.statbel.fgov.be/press/pr046_nl.asp


 


 

DROLE DE GUERRE (5)


Druppelsgewijs komen de aanwijzingen binnen dat er met het hele 11 septemberverhaal iets fundamenteels loos is. Ik weet het: met samenzweringstheorieën moet je voorzichtig zijn. Maar anderzijds is het duidelijk, dat de aanslagen in elk geval het resultaat zijn van een samenzwering. De enige vraag luidt: wie zijn de samenzweerders? En daarbij mag je, in deze tijden van misleiding, propaganda en manipulatie, niets of niemand a priori uitsluiten.

Bovendien zijn, zoals gewoonlijk, ook in dit dossier de media zeer onbetrouwbaar. Er zijn in verband met de aanslagen door de meest prestigieuse media een aanzienllijk aantal kwakkels verspreid. We moeten noodgewongen de berichtgeving door de media als uitgangspunt voor onze overwegingen nemen. Ons eerste werk zal altijd moeten zijn, om de geleverde berichten zelf op hun consistentie en betrouwbaarheid te toetsen.

==>http://www.americanfreepress.net/05_26_02/Media_Lied_/media_lied_.html

Dat er aanvalsplannen van de USA tegen het Talibanregime in de steigers stonden, werd reeds kort na 11 september van diverse zijden bekendgemaakt. Op 16 mei maakte NBC echter bekend, dat de gedetailleerde plannen op Bush's bureau belandden op 9 september, dus op de vooravond van de aanslag. Het document in kwestie was een "Presidentiële Richtlijn betreffende Nationale Veiligheid" (`National Security Presidential Directive'). Over dit soort documenten meldde NBC: "Zulke richtlijnen zijn uiterst geheime documenten die slechts formeel worden opgesteld na goedkeuring door de hoogste instanties in het Witte Huis, en betreffen beslissingen die aansluitend moeten uitgevoerd worden" (`Such directives are topsecret documents that are formally drafted only after they have been approved at the highest levels of the White House, and represent decisions that are to be implemented imminently').

Dat betekent dat het oorlogsplan in Afghanistan reeds een hele tijd werd voorbereid en dat het punt van uitvoering op 9 september was bereikt. Het NBC bericht meldt dat de USA sowieso het plan hadden om al-Qaida aan te vallen. Ik heb in een vroeger artikel reeds gewezen op het merkwaardige feit, dat op 11 september drie NATO-vliegdekschepen in de Indische Oceaan aanwezig waren (die dan ook werden ingezet bij de operaties in Afghanistan). Normaal is in dat gebied maar één vliegdekschip aanwezig. Gezien het feit dat de aanvalsplannen op 9 september klaar waren, en in aanmerking genomen dat de omzetting van een plan in een `Presidentiële Richtlijn' aansluitende uitvoering impliceert, is het logisch om te veronderstellen dat de schepenconcentratie in de Indische Oceaan geen toeval was.

De aanslagen van 11 september vormden het officiële motief om de Presidentiële Richtlijn uit te voeren. De aanslagen werden inderdaad onmiddellijk aan al-Qaida toegeschreven, en het NBC-bericht meldt: "In veel opzichten schetste de richtlijn hetzelfde oorlogsplan dat het Witte Huis, de CIA en het Pentagon uitvoerden na de aanslagen van 11 september. Zeer waarschijnlijk kon de administratie die aanvallen zo snel beantwoorden omdat ze gewoon de plannen uit de lade moest nemen" (`In many respects, the directive (...) outlined essentially the same war plan that the White House, the CIA and the Pentagon put into action after the Sept.11 attacks. The administration most likely was able to respond so quickly to the attacks because it simply had to pull the plans `off the shelf' `). Hoe groot is de kans, dat de aanleiding tot de uitvoering van het plan zich bij toeval voordoet op het ogenblik dat het plan klaar is? Laten we conservatief zijn, en zeggen dat een aanslag als die van 11-9-01 zich eens om de vijf jaar (= om de 1826 dagen) voordoet, en dat het tijdsinterval tussen de opstelling van de formele Richtlijn en de aanslag 10 dagen bedraagt. De kans op zo'n conjunctie van twee onafhankelijke gebeurtenissen is dan 10 : 1826 = .005 . Het is dus rationeel om de nulhypothese te verwerpen en voorkennis van de aanslag te veronderstellen bij minstens sommige opstellers van het aanvalsplan.
Deze nieuwe hypothese kan in principe getest worden. Indien voorkennis van de aanslagen voorhanden was, moet dit een invloed hebben gehad op het vliegtuiggebruik van de insiders. Er zijn inderdaad aanwijzingen, dat op 10 september in de hoogste Amerikaanse kringen heel wat voorzorgen werden genomen inzake vliegtuigreizen. Newsweek schreef op 24 september: "Newsweek vernam dat een groep topambtenaren van het Pentagon op 10 september plots reisplannen voor de ochtend daarop hadden opgezegd, klaarblijkelijk om veiligheidsredenen" (`On Sept. 10, Newsweek has learned, a group of top Pentagon officials suddenly canceled travel plans for the next morning, apparently because of security concerns'). Een andere hoge piet die, na een discrete waarschuwing, op 10 september zijn plan opgaf om op 11 september het vliegtuig te nemen, was de Californische goeverneur Willie Brown.

Op 9 september ligt het aanvalsplan, gegoten in een formele vorm die aansluitende uitvoering impliceert, klaar op het bureau van de Amerikaanse president. Op 10 september zeggen een reeks topfiguren uit het establishment hun vluchten voor 11 september op. Op 11 september volgen de aanslagen, die het motief bieden, zowel voor de opzegging van de vluchten als voor de uitvoering van het aanvalsplan. Men kan dit toeval noemen. Men kan alles toeval noemen. Maar een objectieve statistische analyse leert, dat hier zeer waarschijnlijk méér dan toeval in het spel is.

Hoe verbreid was de voorkennis?

In een vroegere Witte Werf hebben we reeds gewezen op het feit, dat de in Nederlandse moslimscholen gevonden doch uit Egypte afkomstige Islamitische kalender (waarop een vliegtuig te zien is dat incrasht op New York) zeer waarschijnlijk op voorkennis wijst bij de makers van de kalender. In islamitische middens in New York zijn trouwens ook incidenten geweest die op voorkennis wezen.


De islamitische kalender uit Almere

Zie: `Report: Calendar Showed Plane Crashing Near Manhattan `NewsMax Wires, 27 sept. 2001
http://www.newsmax.com/archives/articles/2001/9/27/124953.shtml
De Telegraaf, 26 september 2001



Op 29 mei 2002 gaf Newsmax een bericht vrij afkomstig van Richard Dennison, een bankier uit Connecticut die in Augustus 2001 op vakantie was in Caïro. In een winkel in Caïro hoorde hij een winkelier in het Engels met een vriend spreken. Die laatste nam afscheid met de mededeling dat hij videospelletjes ging spelen. Na zijn vertrek vroeg Dennison terloops aan de winkelier, wat voor videospelletjes dan wel gespeeld werden in Caïro. Het antwoord luidde `Flight simulator'. Dennison vroeg dan, waarom dat spelletje in Caïro geliefd was. Het antwoord luidde: "U zult wel zien". De dialoog ging dan als volgt verder:

Dennison: "Wat zal ik zien?"
Winkelier: "Vliegtuigen gebruikt als bom"
Dennison: "Het kopen van vliegtuigen zal een hoop geld kosten".
Winkelier: "Dat zal niets kosten".
Dennison: "Wie zal de vliegtuigen besturen?"
Winkelier: "Arabieren".
Dennison: "Wat zullen ze bombarderen met die vliegtuigen?"
Winkelier: "Ze zullen het symbool van het kapitalisme in New York City bombarderen".
Dennison: "Je bedoelt de beurs van New York?"
Winkelier: "Nee, het World Trade Center".
Dennison: "Wanneer zal dat gebeuren?"
Winkelier: "Ga maar niet op reis in september of oktober, en blijf uit de buurt van Boston Logan, waar de veiligheid beneden maat is".

Omdat Dennison zijn verhaal aan de FBI pas deed in de week na 11 september, moeten we rekening houden met de mogelijkheid van een verzinsel of a posteriori herinterpretatie. Het is bijvoorbeeld niet evident dat een willekeurige winkelier in Caïro überhaupt van het bestaan van Boston afweet. Maar het verhaal wijst wel in dezelfde Egyptische richting als de Islamitische kalender. Het is trouwens bekend dat Egypte kort voor de aanslag de CIA had gewaarschuwd voor een komende aanslag (Patrick Tyler en Neil MacFarquhar `Egypt Warned U.S. of a Qaeda Plot, Mubarak Asserts' New York Times 3 juni 2002). De waarschuwing bevatte echter te weinig specifieke elementen om bruikbaar te zijn.

De vraag die bij dit alles oprijst is evident: indien het waar is dat de WTC-aanslagen in brede islamitische kringen werden vooraangekondigd, is het dan denkbaar dat de CIA helemaal van niets wist? Dennison meent alleszins van niet. Hij zegt: "Indien ik het wist, dan moet de CIA het ook hebben geweten. Ik ben ervan overtuigd dat bepaalde agenten op de hoogte waren". (`..if I knew, the CIA must also have known. I am convinced some agents did').

* Het Newsweek-bericht (Evan Thomas en Mark Hosenball "Bush: `We're at war') is te vinden op: www.msnbc.com/news/629606.asp.
* Over de aanvalsplannen tegen het talibanre-gime:
www.WhatReallyHappened.com/preplanned.html
* Bush had de aanvalsplannen op 9 september op zijn bureau: NBC `US planneed for attack on al-Qaida. White House given strategy two days before Sept.11"
http://www.msnbc.com/news/753359.asp#BODY
* Het verhaal van Dennison:
http://www.newsmax.com/archives/articles/2002/5/29/71547.shtml
* Over de Egyptische waarschuwing aan de CIA, tijdens de week voor 11/9:
http://www.nytimes.com/2002/06/04/national/04WARN.html?ex=1024164711&ei=1&en=04324b7dee6b01a1
* Inleiding op de petroleumkwestie, waar het tenslotte grotendeels om te doen is, vindt U op:
==> http://abcnews.go.com/sections/business/DailyNews/newmideast_020424.html
==>'Police: Student spoke of attacks before Sept. 11' 'http://www.thejournalnews.com/newsroom/101101/11warumors.html
==>`
Some Got Warning: Don't Go Downtown on Sept. 11 Feds say Mid-Easterners knew of the coming danger `
http://www.nydailynews.com/2001-10-12/News_and_Views/City_Beat/a-128273.asp
==>Dina el-Beblawi 'Bin Laden linked to two fundamen-talist Islamic groups in Egypt' Middle East Times, 14 sept. 2001
http://www.metimes.com/2K1/issue2001-37/reg/bin_laden_linked.htm

 



NEDERLAND NA DE VERKIEZINGEN


Hieronder een overzicht (opgesteld door Arjen Nijeboer `Referendumplatform') van de standpunten van de verschillende politieke partijen met betrekking tot de directe democratie. In Nederland zijn de voorstanders vooral bij links te vinden. Zoals in Duitsland, en ten dele ook in België, situeert het zwaartepunt van het verzet zich bij de confessionele partijen.

PvdA

Een echte bestuurderspartij.
"Democratie is meer dan parlementaire democratie", zegt het PvdA-programma, maar in de praktijk richt de PvdA zich vooral op de uitbouw van het representatieve systeem. Het dualisme, bijvoorbeeld, kan de verhoudingen binnen een gemeente-politiek wel wat verbeteren, maar burgers die zijn afgehaakt van de partijpolitiek zien dat niet eens. Wat het referendum betreft - het enige instrument waarbij burgers ook de uiteindelijke beslissing kunnen nemen - gaat de PvdA weliswaar mee met de (goede) voorstellen van andere partijen, maar uit zichzelf onderneemt ze weinig. Intern in de PvdA is de weerstand tegen referenda groot - terwijl 83% van de PvdA-stemmers voor het referendum is.

VVD

Waar is die taart?
De VVD heeft de mond vol van "democratie", maar dit begrip betekent al 2000 jaar dat de bevolking de uiteindelijke beslissingen moet kunnen nemen. En dat kan niet als ze gedwongen is haar medebeslissingsrechten continu aan een kleine groep politici af te staan, die 4 jaar lang kunnen doen wat ze willen. De VVD is momenteel de belangrijkste kracht tegen meer directe democratie. Ze steunt weliswaar de invoering van het correctieve referendum, maar geeft eerlijk toe dat zuiver als "Prijs voor Paars" te zien. Nu de VVD bezig is haar partijpolitieke strategie te herzien, zal ze straks waarschijnlijk tegen de voorstellen stemmen die ze eerder nog aan een meerderheid hielp. Van de VVD-stemmers is echter 81% voor het referendum, blijkens SCP-cijfers.

D66

Applaus maarÖ ook gemiste kans.
D66 verdient absoluut applaus voor het binnenslepen van de Tijdelijke Referendumwet. Anderzijds is D66 nooit erg geïnteresseerd geweest in de landen waarin het referendum al 100 jaar goed werkt, met name Zwitserland en de Verenigde Staten. Dit omdat het referendum bij D66 pas eind jaren '80 prioriteit kreeg. Haar voorstel uit 1993, waarop de Tijdelijke Referendumwet en de Grondwetswijziging zijn gebaseerd, had dan ook vele onwerkbare voorwaarden en zeer hoge drempels - die nog eens zijn verdubbeld onder druk van de VVD. Het "burgemeestersreferendum", dat uit haar koker komt, is een beetje boerenbedrog, want het is een doodgewone verkiezing en dan nog een zeer uitgeklede ook.

CDA

Zeggen het wel, doen het niet.
Het CDA spreekt zich uit voor "het primaat van de samenleving" waarbij mensen oor voor elkaar hebben en het besef er is dat problemen samen moeten worden aangepakt. Maar meebeslissen mogen burgers niet van het CDA; zij is niet alleen tegenstander van referenda maar van bijna alle betekenisvolle verandering. Het gevolg is dat burgers massaal de politieke sfeer verlaten en hun heil zoeken bij organisaties waar zij wel volwassen mogen meedoen en meebeslissen. Alle onderzoekers constateren steeds opnieuw dat mensen maatschappelijk actief zijn als nooit te voren. Direct-democratische kanalen zullen daarom in de 21e eeuw noodzakelijk blijken om de op zichzelf grote maatschappelijke betrokkenheid van de Nederlanders ook politiek te verzilveren. En dat vind ook 70% van de CDA-stemmers, blijkens SCP-cijfers.

GroenLinks

Heldere denkers over democratie.
GroenLinks denkt van alle partijen wellicht het helderst over de eigenlijke rol van de staat in haar verhouding met de burgers: "De overheid weet het niet beter dan de burger en staat niet boven de maatschappij. (Ö) De faciliterende overheid gaat uit van het zelf organiserend vermogen van burgers, betrekt maatschappelijke organisaties bij besluitvorming" (programma '98). Als u dit een open deur vindt, kijk dan nog eens goed naar sommige andere partijen. Anderzijds zou ook GroenLinks veel meer kunnen doen voor het referendum dan ze nu doet - het is te gemakkelijk om alleen elke keer pro forma een amendement in te dienen en het er verder bij te laten.

SP

Op de barricades voor referenda
Ook de SP is voor een relatief burgervriendelijk referendum, maar net als Groen-Links kan ook de SP veel meer doen dan het geijkte amendement op de repressieve Paarse voorstellen in te dienen. De SP is wel een van de weinigen die blijft wijzen op de steeds grotere bevoegdheden van internationale en supranationale organisaties: de Europese Unie, het IMF, de WTO en noem maar op. Want het referendum is leuk, maar als het referendum alleen op lagere niveau's wordt toegestaan en de bevoegdheden steeds verder boven wordt afgegeven, heeft democratie weinig om het lijf. Anderzijds: stemplicht kan anno 2002 écht niet meer.

ChristenUnie

CU zegt 'Njet'.

Evenals de SGP is de ChristenUnie in feite een theocratische partij die het democratische principe van de volkssoevereiniteit principieel afwijst. Het antwoord van de CU op welke democratische vernieuwing dan ook is doorgaans 'Njet'. Slechts in een bepaald aantal gevallen (namelijk voor een aantal stokpaardjes van de CU) is men voor 'consultatieve referenda' - ofwel dure en ingewikkelde opiniepeilingen. Anderzijds heeft de CU uiteraard gelijk dat er meer moet gebeuren om de verkiezingsopkomst te vergroten dan langere openingstijden voor stembureaus. En een volledig districtenstelsel zou de kleine partijen in het parlement inderdaad wegvagen - hooguit is een gemengd stelsel à la Duitsland een idee.

SGP

Vol op de rem.
Volgens de SGP moet God de maatschappij regeren - uiteraard via zijn zelfbenoemde vertegenwoordigers - en deze delen ons mede dat Hij niet van referenda houdt. De confessionelen hebben zich altijd tegen meer democratie verzet: begin 20e eeuw tegen het gewone stemrecht voor alle burgers en daarna tegen directe democratie. Op persoonlijke titel: ik vind de monarchie schadelijk voor de geestelijke volksgezondheid, met name het lakeiengedrag dat optreedt zodra een royaal persoon de omgeving betreedt, èn als het oersymbool van menselijke ongelijkheid.

 



REFERENDA GEHOUDEN IN AMSTERDAM, UTRECHT EN SON EN BREUGEL
(bron: referendumplatform)

Gelijktijdig met de Tweede-Kamerverkiezingen op 15 mei vond in Amsterdam het referendum over de verzelfstandiging van het gemeentelijk vervoerbedrijf GVB plaats. 66,1% stemde tegen verzelfstandiging, 33,9% voor. De opkomst was 63,8% (Amsterdamse opkomst bij de Kamerverkiezingen: 71,1%). Het referendum was door het comité `Ons GVB geen NV' aangevraagd om te pogen de voorgenomen beslissing tegen te houden om het GVB te verzelfstandigen. De gemeente had fanatiek campagne gevoerd voor zelfstandiging (en zichzelf hiervoor 450.000 euro aan belastinggeld gegeven om de verzelfstandiging door te zetten). Het gemeentebestuur heeft aangekondigd de uitkomst te respecteren.

==> http://www.onsgvbgeennv.info

*

Op dezelfde dag werd ook een `raadplegend referendum' (het newspeakwoord voor plebsiciet) gehouden in Utrecht. Een raadplegend referendum is een referendum op overheidsinitiatief, waarbij de vraagstelling, de vorm (ja-nee-vraag of meerkeuzereferendum), al dan geen opkomstdrempel veelal ad-hoc worden vastgesteld. In dit geval had het gemeentebestuur twee keuzes voorgelegd, namelijk twee door haarzelf gemaakte plannen die beide uitgingen van een verbouwing. 70,1% van de "geldige" stemmen was voor visie A en 29,9% voor visie 1. Ongeldig verklaard werden namelijk 16% van de kiezers die blanco hadden gestemd, conform de oproep daartoe van o.a. het comité `Utrecht stemt blanco' die vond dat het tweekeuzeplebisciet was voorgekookt. De opkomst van 65% lag 13% onder dat van de Utrechtse opkomst bij Kamerver-kiezingen.

==> www.utrechtreferendum.nl

*

Gelijktijdig met de gemeenteraadsverkiezingen op 6 maart is ook een raadplegend referendum gehouden in Son en Breugel of deze gemeente door Eindhoven geannexeerd moet worden of niet. 87,7 procent stemde tegen annexatie, 12,2 procent stemde voor. De opkomst was 69,4% (bij de gemeenteraadsverkiezingen in 1998 stemde 67,0%). Ook dit referendum is een (klassiek) plebisciet: het gemeentebestuur schreef het uit omdat het zelf fel tegen annexatie is en dit verzet (dat op zichzelf natuurlijk geheel gerechtvaardigd is) democratische legitimiteit richting de Tweede Kamer wil geven. Maar het blijft oneigenlijk, want de gemeente heeft helemaal geen bevoegdheid op dit gebied en kan haar burgers er dus ook niet over laten beslissen, en als het aan de gemeentebestuur lag is dit gelijk het enige onderwerp waar ooit in de Sonenbreugelse geschiedenis een referendum over zal worden gehouden - zo luidt althans onze nulhypothese.

Interessant is dat deze 3 eerste referenda van 2002 niet op basis van de Tijdelijke Referendumwet zijn gehouden, maar op basis van autonome gemeentelijke verordeningen.

 




DUITSE BUNDESTAG VERWERPT DIRECTE DEMOCRATIE


Op 7 juni verwierp de Bundestag een voorstel tot grondwetswijziging ter invoering van het volksreferendum. Het voorstel was afkomstig van de huidige regering, in uitvoering van het coalitie-akkoord dat SPD en Grünen sloten in 1998.

In tegenstelling tot de niet-afdwingbare en niet-bindende nepvolksraadpleging die men in Vlaanderen wil invoeren (naar Belgische normen al een succes, want op federaal niveau geldt een strikt njet van de Waalse socialisten) betrof het roodgroene Duitse voorstel een afdwingbaar en bindend volksreferendum. Het voorstel betrof een getrapt systeem, waarbij het volksinitiatief vooreerst het karakter van een volkspetitie heeft. Dat wil zeggen dat in een eerste fase de Bundestag (het Duitse parlement) over het voorstel moet beraadslagen. Hiervoor zijn 400.000 handtekeningen benodigd. Wijst het parlement het voorstel af, dan kan het volksinitiatief een referendum afdwingen, door het halen van een tweede handtekeningendrempel (5% van de kiesgerechtigden, of circa 3 miljoen kiezers). De tweede campagne moet binnen een periode van 6 maanden rond zijn. De handtekeninginzameling zou vrij zijn; er kan op stadhuizen worden getekend maar de initiatiefnemers zouden ook handtekeningen op straat mogen verzamelen.

Dat zijn allemaal redelijke voorwaarden, al ligt de handtekeningdrempel in dit voorstel tweeëneenhalve maal zo hoog als in Zwitserland.

Een bedenkelijk aspect van het roodgroene voorstel was, dat budgettaire en fiscale thema's werden uitgesloten. Ook over salarissen van ambtenaren en parlementsleden zouden burgers niet mogen beslissen. Roodgroen hield ook vast aan het nefaste principe van de opkomstdrempel: de uitslag van de volksstemming zou ongeldig zijn indien minder dan 20% van de kiesgerechtigden zou opdagen (40% voor grondwetswijzigingen). De drempel ligt wel veel lager dan ten tijde van de Weimarrepubliek, waar volksinitiatieven door het bestaan van een 50%-deelnamedrempel moeiteloos konden kapotgeboycot worden.

Maar zelfs dit kleine stukje democratie was er teveel aan voor de rechtse partijen in de Bundestag. De CDU/CSU stemde in blok tegen, en het grootste deel van de liberale FDP ook. Stemmen pro kwamen van de SPD, de Groenen, de PDS en enkele liberalen: een meerderheid, maar niet de vereiste tweederde meerderheid.

==>http://www.mehr-demokratie.de/
==>http://www.morgenweb.de/aktuell/politik/200200608_volksabst.html


In het Duits bestaat een merkwaardig woordje: `Gewissensentscheidung' (letterlijk: gewetensbeslissing). In de Bundestag is van `Gewissenentscheidung' sprake, wanneer de partijen over een bepaald onderwerp geen standpunt opleggen en de verkozenen dus kunnen stemmen naar eigen inzicht en geweten. Dat gebeurt maar zelden. Dit jaar konden de Bundestagleden bijvoorbeeld hun geweten volgen inzake de regeling van de import van stamcellen.

De implicatie is natuurlijk, dat de meeste stemmingen in de Bundestag gebeuren op gewetenloze basis. In ons land is dat niet anders. Slechts één oplossing: veralgemeend geheim stemrecht voor alle verkozenen! Best mogelijk dat in Duitsland de directe democratie reeds een feit zou zijn, indien de leden van de Bundestag geheim konden stemmen. In elk geval blijkt uit diverse recente opiniepeilingen dat ongeveer 80% van de Duitse kiezers directe democratie wensen.

 


 


VLAAMS BLOK VOOR REFERENDUM


Het Vlaams Blok heeft, bij monde van zijn voorzitter nog eens zijn pro-referendum-standpunt bevestigd.


"Het Vlaams Blok wil niet minder, maar integendeel méér democratie: wij willen de macht terugleggen waar zij thuis hoort, bij het volk dat via bindende volksraadplegingen zelf zijn lot in eigen handen nemen kan. Niemand weet beter dan de mensen zelf wat goed voor hen is" (Vlaams Blok-voorzitter Frank Vanhecke, 1 mei toespraak 2002).

Het precedent van Verhofstadt, die als oppositieleider jarenlang het referendum heeft bepleit, het referendum in de federale regeringsverklaring liet opnemen, enkele maanden geleden nog bevestigde dat het referendum er komt, en uiteindelijk de betrokken grondwetsherziening niet doordrukt, is een waarschuwing: dit soort intentieverklaringen van politieke partijen neem je maar best met een grote korrel zout. Oppositiepartijen zijn altijd meer pro democratie dan partijen aan de macht.

==> http://www.vlaamsblok.be/activiteiten_manifestaties_1mei2002_toespraak_fvh.shtml


 



MERKWAARDIGE INITIATIEVEN
IN CALIFORNIE


==>http://www.calvoter.org/iwatch/2002/circ.html

In Californië zitten momenteel een aantal interessante volksinitiatieven in de pijplijn.

* Initiatief 961 betreft een voorstel, om het minimumuurloon in Californië op te trekken tot een geïndexeerd bedrag van $10,29. Het huidige minimumloon werd ook al per volksinitiatief vastgesteld.

==> http://www.ss.ca.gov/elections/elections_j.htm#961

* Initiatief 963 wil het recht invoeren voor iedere inwoner van Californië, om een huis te kopen en te bezitten. Daartoe moet een staatsbank worden opgericht die goedkope leningen toestaat.

==>http://www.ss.ca.gov/elections/elections_j.htm#963


 

 


 

WE THE PEOPLE...


Amerikaanse deelstaten zijn op hun beurt verdeeld in counties, en in de deelstaten waar volksreferenda bestaan kan doorgaans ook op het niveau van de county direct door de burgers worden beslist.

In Grant County, Oregon, werden met ruime meerderheid twee merkwaardige volksbesluiten direct goedgekeurd.

Een eerste besluit betrof de uitbanning van de Verenigde Naties uit de Grant County.

Een tweede besluit bevestigt dat de inwoners het recht hebben om bomen om te hakken in de wouden van Grant County, ook zonder goedkeuring van de U.S. Forest Service. De problematiek ontstond toen houthakkers en boeren, die traditioneel hout uit de wouden betrokken, dit plots niet meer konden door interventie vanuit het federaal niveau.

In Los Angeles dreigt de San Fernando Valley zich af te scheiden van de stad. Over een volksinitiatief terzake moet op 5 november eerstkomend worden gestemd.

San Fernando Valley heeft ongeveer 1,2 miljoen inwoners en ligt in het Noorden van de agglomeratie. De inwoners van het gebied voelen zich benadeeld ten opzichte van de rest van de stad. Zo hebben zij in verhouding tot hun bevolkingsaantal 40% minder politieagenten; slechts 14% van de investeringen in de wegenaanleg gaan naar San Fernando Valley; van de 34 stadsmuseums is er slechts eentje in hun voorstad; zij hebben per oppervlakte maar half zoveel bibliotheken als de rest van de stad enz. Kleine ondernemingen hebben de tendens om San Fernando Valley te verlaten en om zich in kleinere gemeenten te vestigen, waar de belastingen slechts een fractie bedragen van wat door de stad Los Angeles wordt geëist. Dat is ook de reden waarom de plaatselijke Kamer van Koophandel de afscheiding steunt. De bewoners geloven dat een kleinere en autonome gemeente veel efficiënter kan werken. In totaal betaalde de Vallei, die nochtans een overwegend niet-blanke bevolking heeft, sinds 1997 aan belastingen 5 miljard dollar meer dan ze onder de vorm van diensten ontving.

In Californië is secessie van een gemeente toegelaten zonder goedkeuring vanwege de gemeenteraad; een directe uitspraak door de burgers volstaat. Gedwongen fusies zoals die in België plaatsvonden, zouden er dus onmogelijk zijn.


==>http://www.sierratimes.com/02/06/03/arjj060302.htm
==>http://www.ncmonline.com/content/ncm/2002/feb/0201secession.html
==>http://www.latimes.com/news/printedition/sunopinion/la000038681jun02.story?coll=la%2Dheadlines%2Dsunop%2Dmanual


 

 


 

IERLAND : NIEUW REFERENDUM
OVER NICE


De Ierse regering wil in oktober een tweede referendum over het verdrag van Nice inrichten. In juni 2001 wees de Ierse kiezer het verdrag af met een meerderheid van 54%. Het deelnamepercentage lag met 33,7% aan de lage kant. De regering wil met een strakke campagne nu een tegenovergestelde uitslag bekomen. Indien de Ieren opnieuw het verdrag afwijzen, dan komt de uitbreiding van de EU ernstig in gevaar.

 


 

U WORDT WAARGENOMEN


Belgische kranten hielden het stil. Ofwel een ultra kort berichtje, ofwel volstrekte stilte. Nochtans werd op 30 mei jl. een belangrijke stap vooruit gezet richting Big Brother. Die dag keurde het Europees parlement een richtlijn goed betreffende de bescherming van de elektronische communicatie van burgers in de Europese Unie. Eigenlijk gaat het om een soort Stasirichtlijn, zoals het groene parlementslid Ilka Schroeder terecht opmerkte (Thorel).

Want van bescherming is geen sprake, wel integendeel. De richtlijn wil telecommunicatieoperatoren verplichten om allerhande gegevens betreffende hun klanten permanent te bewaren (wat voor het ogenblik niet gebeurt). Over welke gegevens gaat het? Vooreerst over de sporen achtergelaten door de localisatie van de GSM-toestellen. Indien het GSM-toestel ontvangstklaar is, laat het een elektronisch spoor na (via de verbindingsmasten) dat toelaat om de verplaatsingen van de bezitter te traceren. Deze gegevens moeten volgens Europa dus worden bewaard. Vervolgens moeten ook alle sporen van telefoonverbindingen, internetverbindingen en e-mailberichten permanent worden opgeslagen. Men registreert dus blijvend waar en naar wie U hebt getelefoneerd, wanneer U welke internetadressen hebt bezocht, met wie U e-mails hebt uitgewisseld, waar en wanneer U hebt gechat.

Hoelang duurt die opslag? De lidstaten kunnen dat vrij bepalen, en men spreekt vaak van 1 tot 7 jaar, maar in principe kan dat dus onbeperkt. De richtlijn voorziet dat de bewaarde gegevens mogen ingekeken worden ten preventieven titel. Dus ook wanneer geen enkele inbreuk werd vastgesteld, mag men toch je gangen nagaan, en dit zonder dat een onderzoeksrechter hiervoor een motivatie moet opstellen.

Een amendement, ingediend om deze Orwelliaanse bepalingen uit de richtlijn te schrappen, werd op 30 mei verworpen met 340 stemmen tegen 150 en 4 onthoudingen). Het is van groot belang om te weten wie deze Orwelliaanse maatregel precies heeft goedgekeurd. Vooreerst was daar de Europese partij PPE waartoe ook onze christen-democraten behoren: slechts 6 van de 232 Europarlementairen van deze groep hebben geweigerd om het stembevel van hun fractie te volgen. En ten tweede is daar de sociaal-democratische PSE. Hier hebben 22 van de 179 parlementairen de partijdiscipline doorbroken; al de anderen hebben amendement 20 verworpen en voor Big Brother geopteerd. De centrumrechtse ELDR, met 53 verkozenen, heeft daarentegen quasi unaniem voor amendement 20 gestemd.

De reikwijdte van deze Europese beslissing kan niet overschat worden. Zonder dat de pers van het regime een kik geeft, wordt de privacy van ons en onze kinderen hier op de zwaarst denkbare manier gehypotheceerd. Men moet deze richtlijn zien als onderdeel van een salami-techniek, waarbij de burgers gaandeweg meer en meer onder controle van de politieke klasse en de economische elite worden gebracht. Met deze richtlijn wil men ons laten wennen aan het idee, dat al ons elektronisch verkeer door alle mogelijke anonieme ambtenaren en politiemensen voortdurend wordt bekeken. Vervolgens zal men gaan censureren: communicatie met dissidenten zal strafbaar worden, het zich begeven naar bepaalde plaatsen of vergaderingen zal tot huiszoekingen kunnen leiden, het consulteren van inmiddels verboden internetadressen zal tot aanhouding kunnen leiden (in Frankrijk en Duitsland zijn reeds hardnekkige pogingen van staatswege geweest om bepaalde internetinhouden te weren). Het systeem zal op zelfcensuur door angst zijn gebaseerd; je blijft maar beter uit de buurt van verdachte plaatsen, personen of websites, want je kan geobserveerd worden; je kan ter verantwoording worden geroepen wegens feiten die jijzelf allang bent vergeten, maar die door Big Brother werden onthouden.

Het hele voorval is ook illustratief voor de manier waarop een gedegeneerde particratie werkt: beslissingen worden door de `volksvertegenwoordigers' genomen tégen het volk, en ten voordele van de elite. De permanente bewaring van elektronische gegevens werd bijvoorbeeld actief gepromoot door G8, de belangenvereniging van de maatschappelijke elite uit de acht belangrijkste industriestaten.

De nieuwe EU-richtlijn staat niet alleen. In de USA staat een vergelijkbare maatregel op stapel (Poulsen). In Groot-Brittanië bediscussieert men op het hoogste niveau een regeling die zowat het hele staatsapparaat toegang zal verlenen tot de elektronische gegevens, dus ook locale besturen, de meeste ministeries, en zelfs het postwezen (Graham-Rowe). Terwijl het twee jaar geleden nog formeel de bedoeling was om zware criminaliteit te bestrijden, roept men nu de noodzaak in om bijvoorbeeld het samenleven van twee personen te kunnen bewijzen. De burgers in de Westerse wereld worden stap voor stap ingesponnen in een net van controles en registraties.

==>
www.guardian.co.uk/internetnews/story/0,7369,725204,00.html

==> J.Thorel "Pas de surprise à Bruxelles: les eurodéputés votent pour la rétention des données" news.zdnet.fr/story/0,,t118-s2111162,00.html ;ibid. "Les Etats-Unis prêts à légiférer sur la rétention obligatoire des données?" news.zdnet.fr/story/0,,t118-s2112255,00.html
==> www.g8j-i.ca/french/doc3.html
==> K.Poulsen "US cyber security may draft ISPs in spy game" www.theregister.co.uk/content/55/25781.html
=> D.Graham-Rowe "British Govt reaching for near total citizen surveillance" New Scientist , 14 juni 02
==>www.observer.co.uk/libertywatch/story/0,1373,605722,00.html

==>www.observer.co.uk/politics/story/0,6903,730091,00.html

 


 

EN TENSLOTTE...

"Het is de bedoeling
een einde te maken aan
de kakofonie van meningen...
"


VLD-voorzitter De Gucht, ivm het onderwijs. Nieuwjaarstoespraak 21 jan.2002.