Opkomst bij lokale referenda vaak hoger dan bij raadsverkiezingen

Afdrukken

De opkomst bij gemeentelijke referenda blijft nauwelijks achter bij raadsverkiezingen, en is vaak zelfs hoger. Als de opkomst bij de raadsverkiezingen van 19 maart inderdaad onder de 50% blijft (zoals door TNS/NIPO verwacht) dan komt het opkomstgemiddelde van de gemeentelijke referenda sinds 2000 (52,8%) daar zelfs bovenuit. “Dat is opmerkelijk, omdat volgens TNS/NIPO kiezers onder meer wegblijven omdat zij vinden dat politici niet voldoende luisteren naar de bevolking”, zegt Arjen Nijeboer, woordvoerder van het Referendum Platform. 

 “Er zijn gegevens van 156 lokale referenda, vooral vanaf 1970 gehouden. De gemiddelde opkomst daarvan is 57,6%. Zes op de tien referenda heeft een opkomst van minstens 50% en drie op de tien van minimaal 70%. Bij de raadsverkiezingen van 2010 was er slechts in 3% van de gemeenten een opkomst van minimaal 70%. Van alle referenda vanaf 2000 is de gemiddelde opkomst 52,8%. De opkomst bij de raadsverkiezingen van 2010 was 54,1%, en de opkomst op 19 maart duikt misschien onder de 50%”, zegt Arjen Nijeboer.

 

 

Het aantal referenda steeg vooral vanaf de jaren ’90 en stijgt nog steeds. Van 1970-1979 waren er 20, van 1980-1989 10, van 1990-1999 43 en sinds 2000 zijn er al 61 gehouden.

Opkomstdrempels

Gezien de relatief lage opkomst bij raadsverkiezingen, en ook bij provinciale verkiezingen (regelmatig onder de 50%) en Europese parlementsverkiezingen (in 1999 onder de 30%), is het merkwaardig dat gemeentebesturen bij lokale referenda vaak hoge opkomstdrempels instellen van 50% tot wel 60 of zelfs 70% van de kiesgerechtigden. “Als diezelfde drempels bij verkiezingen werden gehanteerd, zouden die regelmatig ongeldig worden verklaard”, zegt Nijeboer. Niettemin wordt de opkomstdrempel, als die ingesteld is, in 6 op de 10 gevallen gehaald.

Uitkomsten

Nederlanders stemmen vaak tegen gemeenteplannen. Van de 23 raadgevende correctieve referenda (aangevraagd door burgers die daarmee een gemeentelijk besluit wilden tegenhouden) leidde 21 referenda tot een nee. Vermoedelijk is dat vooral onwennigheid voor zowel burgers als gemeentebesturen. “Voor de meeste gemeenten zijn referenda nog nieuw, en een uitzondering. Als referenda structureel mogelijk worden, en de spelregels eerlijker worden, zullen gemeentebesturen beter moeten gaan luisteren naar de bevolking en neemt het proteststemmen waarschijnlijk af. In een volwassen referendumdemocratie als Zwitserland stemmen burgers, afhankelijk van de referendumvorm, in 50 tot 90 procent van de gevallen voor het standpunt van de parlementsmeerderheid”, aldus Nijeboer. 

De overige referenda waren raadplegend, geĂŻnitieerd door het gemeentebestuur over bijvoorbeeld een gemeentelijke herindeling of de naam van een nieuwe fusiegemeente. Hierbij is er veel vaker overeenstemming tussen bevolking en raadsmeerderheid.

Slechts een paar gemeenten (Amsterdam, Nijmegen en Oosterhout) maken het volksinitiatief mogelijk: een referendum over door burgers aangedragen onderwerpen. Van dit type werd slechts één referendum gehouden, in Nijmegen over de herbouw van een donjon (2006). Zestig procent steunde dit plan. 

Onderwerpen

De meeste referenda waren raadplegend (geïnitieerd door het gemeentebestuur) en gingen over gemeentelijke herindelingen (75 van de 153). Daarna kwamen referenda over bouwplannen (37), de gemeentenaam (10), verkeersaangelegenheden (8) en dorps- en wijkraden (5). 

Steeds meer referendumverordeningen

Steeds meer gemeenten en provincies hebben een referendumverordening ingesteld die rechten geeft aan burgers om referenda aan te vragen (zgn. raadgevende referenda): 92 van de 403 gemeenten (bijna een kwart) en 5 van de 12 provincies (Noord-Holland, Friesland, Zeeland, Limburg en Utrecht).

Over het Referendum Platform

Het Referendum Platform zet zich in voor burgervriendelijke referenda en houdt als enige in Nederland een database bij van alle gehouden referenda. Mede-oprichter van het Referendum Platform Niesco Dubbelboer diende als Tweede Kamerlid mede de wetsvoorstellen in voor het referendum over de Europese Grondwet (2005) en voor het raadgevende correctieve en bindende correctieve referendum. Deze worden op 8 april door de Eerste Kamer behandeld. 

Momenteel bereid het Referendum Platform de campagne “Maak de Wet” voor, voor invoering van het nationale volksinitiatief: een referendum over door burgers aangedragen voorstellen. Voor meer informatie: www.referendumplatform.nl/1427.