Witte Werf november 2003

AfdrukkenDemocratie smaakt naar meer
Partijdige televisie
Directe democratie: 84% van de duitsers is pro

<>
<>






DEMOCRATIE SMAAKT NAAR MEER


In 24 van de 50 staten van de USA bestaat het referendum op volksinitiatief (dit in tegenstelling tot het federale niveau, waarop geen democratie voorhanden is).

Recent verscheen een 659 blz dikke turf over direct-democratische besluitvorming in de USA (Dane Waters “Initiative and Referendum Almanac” Durham, Carolina Academic Press, 2003). Hierin vindt men ondermeer de resultaten van de meest omvangrijke opiniepeiling inzake directe democratie, die ooit in de USA werd gehouden. In al de lidstaten werden telkens duizend burgers ondervraagd omtrent hun standpunt over direct-democratische besluitvorming. De peiling vond plaats in 1999-2000 en werd gehouden door het peilingsbureau Portrait of America (POA). De vraag luidde: “In many states, citizens can place initiatives on the ballot by collecting petition signatures. If a majority of voters approve the initiative on Election Day, it becomes law. Is this a good idea?” (‘In vele staten kunnen burgers voorstellen ter stemming voorleggen door handtekeningen te verzamelen. Indien een meerderheid van de kiezers het voorstel bij stemming goedkeurt, wordt het voorstel een wet. Is dit een goed systeem?’).

In alle staten vindt men, dat er minstens 30% meer voorstanders zijn dan tegenstanders.


Tegenstanders van de democratie beweren nogal eens, dat kiezers door het BROV overvraagd worden en dat ze na een tijd aan ‘verkiezingsmoeheid’ gaan lijden. Deze POA-peiling liet toe om een en ander te onderzoeken. De onderzoekers beschouwden daartoe drie groepen staten:

A: de staten waarin tijdens de vier jaar voor de peiling 15-29 referenda plaatsvonden
B: de staten waarin tijdens dezelfde periode 3 tot 9 referenda plaatsvonden
C: de staten waarin tijdens dezelfde periode 2 of minder referenda plaatsvonden

In de groep staten met meer dan 15 referenda zijn er gemiddeld 72% voorstanders van directe democratie, en gemiddeld 12% tegenstanders. Een typisch voorbeeld is Californië, met 74% voorstanders en 11% tegenstanders.

In de groep staten met een middelmatig aantal referenda vindt men gemiddeld 68% voorstanders en 14% tegenstanders.

In de groep staten met weinig of geen referenda zijn er gemiddeld 61% voorstanders en 16% tegenstanders. Een typisch voorbeeld is de staat New York, waar geen BROV bestaat en 54% voorstander zijn, tegenover 20% tegenstander. Het onderzoeksbureau besluit: “The 1999-2001 surveys conclusively demonstrate that the experience of voting on initiatives and referendum actually increases support for the process” (‘Deze peiling uit de periode 1999-2001 levert het overtuigend bewijs dat ervaring met volksinitiatieven en referendum de steun voor deze instellingen verder doet toenemen’ p.477). Kort gezegd: democratie smaakt naar meer.

Voor de USA als totaliteit vindt men 67,8% voorstanders van directe volkswetgeving, tegen 13,2% tegenstanders (p.479).

Bij dit onderzoek werd ook gepeild naar de wenselijkheid van directe democratie op federaal niveau (“Should there be a simi-lar process where citizens can place laws on the ballot nationwide?”; ‘Moet er een vergelijkbaar proces, waarbij burgers wetsvoorstellen kunnen lanceren, op natio-naal niveau worden ingericht?’). Hier waren 56,7% voorstanders en 20,9% tegenstanders. Omdat de USA op het cruciale federale niveau aan haar burgers de wetgevende mogelijkheden ontzegt die door de meerderheid worden verlangd, kan dit land (net als bv. de EU-lidstaten) niet als een democratie worden beschouwd.


Verder werd in de peiling gevraagd, of het gemeenschappelijk belang beter werd gediend door het parlement dan door de kiezers bij een referendum (“All other things being equal, which do you think is more likely to produce laws that are in the public interest; When the law is adopted by the legislature, or when the voters adopt the law”; ‘Wie denkt u dat onder gelijke omstandigheden het meest kans heeft om wetten goed te keuren die het algemeen belang dienen: de volksvertegenwoordiging, of de direct stemmende burgers?’). 65,5% van de ondervraagden menen dat de kiezers beter het algemeen belang dienen, terwijl 20,4% meent dat de volksvertegenwoordiging beter is.

EUROPESE PEILINGEN


Een nieuwe Gallupenquête, waarvan de eurobarometer op 23 juli de resultaten bekendmaakte, laat zien dat een grote meerderheid van de Europeanen een referendum wenst over de Europese grondwet. 83% vindt zo’n referendum ‘onmisbaar’ (40%) of ‘nuttig, maar niet onmisbaar’ (43%). Daarentegen vindt 12% van de bewoners zo’n referendum ‘nutteloos’, terwijl 5% geen mening heeft. Bij de jongeren (89%) en bij de hogergeschoolden (86%) liggen de cijfers boven het gemiddelde voor de totale bevolking.

(Flash Eurobarometer 142, p.56; http://europa.eu.int/
comm/public_opinion/flash/fl142_convention.pdf)

Een andere europeiling liet zien dat 59% van de 7.500 ondervraagde Europeanen niet Iran of Noord-Korea, maar wel Israël als de belangrijkste bedreiging voor de wereldvrede beschouwde. De voorzitter van de Europese Commissie drukte hierover reeds zijn bezordheid uit, en pleegde overleg met de ‘AntDefamation League’ en het ‘World Jewish Congress’, met het oog op een ideologisch tegenoffensief. Europa voedt U op.

http://www.euobserver.com/
index.phtml?sid=9&aid=13376

_________________________________


PARTIJDIGE TELEVISIE


In vorige nummers van de Witte Werf hebben we reeds gewezen op het feit, dat de grote meerderheid van de journalisten zichzelf als ‘progressief’ beschouwt.

Uit een onderzoek dat de Gentse universiteit begin dit jaar doorvoerde bleek, dat 73% van de journalisten SP.A-Spirit of Agalev wou stemmen (De Standaard, 05 06 03). Ook in Nederland werd onlangs vastgesteld, dat bijna 80% van de journalisten op een linkse partij stemt (NRC-Handelsblad, 08 05 02).

Deze voorkeur heeft ook gevolgen voor de televisie-uitzendingen. Uit de antwoorden op de vraag die NVA-er Kris Van Dijck stelde in het Vlaams parlement blijkt dat vertegenwoordigers van de diverse Vlaamse partijen zeer ongelijk aan bod komen in de programma’s die niet door de nieuwsdienst worden gemaakt. Het gaat dus om spelprogramma’s, talkshows, infotainment en dergelijke, waarvan de productie door de VRT meestal wordt uitbesteed (genre ‘De Laatste Show’, ‘Confidenties in Toscane’, ‘Aan Tafel’, ‘Tien voor Taal’ enz). De twee partijen die in dit soort programma’s verhoudingsgewijs het meest worden bevoordeligd zijn dezelfde partijen die ook de voorkeur van de journalisten wegdragen: de SP.A (37% van de TVoptredens en programma’s) en Agalev (18%). Voor de CD&V (24%) en de VLD (21%) ligt het aantal TVoptredens dichter bij hun stemmenaantal bij de laatste verkiezingen. De NVA kwam in deze programma’s slechts één keer aan bod, en het Vlaams Blok was volledig uitgesloten (Gazet van Antwerpen, 30 09 03, p.4).

_________________________________


DIRECTE DEMOCRATIE : 84% VAN DE DUITSERS IS PRO


Viktoria Kaina (2002) “Elitenvertrauen und Demokratie. Zur Akzeptanz gesellchaftlicher Führungskräfte im vereinten Deutschland” Wiesbaden: Westdeutscher Verlag

Uit een onderzoek dat reeds enkele jaren geleden werd uitgevoerd en waarvan de resultaten nu in boekvorm zijn gepubliceerd, blijkt dat de meeste Duitsers voorstanders zijn van directe democratie. Op de vraag hoe ze stonden tegenover de uitspraak: “Die Einführung von Volksbegehren und Volksentscheiden ist eine notwendige Ergänzung der Demokratie” bekwam men de volgende antwoorden:

 

Elite

Totale
bevolking

Ablehnung

10%

1%

niedrige
Zustimmung

30%

15%

hohe Zustimmung

38%

52%

sehr hohe
Zustimmung

22%

32%



Hoewel bij de maatschappelijke elite de voorkeur voor directe democratie heel wat lager ligt dan bij de totale bevolking, vindt men bij deze groep globaal genomen toch ook een prodemocratische meerderheid. Men kan zich dan afvragen hoe het mogelijk is dat op federaal niveau geen spoor van directe democratie te bekennen valt in het verenigde Duitsland. De ‘elite’ is bij Kaina echter een verzamelbegrip, waarin zowel vertegenwoordigers van de economische, de politieke, de syndicale als de militaire elite worden gegroepeerd.


Welke motieven hebben de vertegenwoordigers van de elite, om zich tegen directe democratie te verzetten? De onderzoekers legden aan de ondervraagden ook vragenlijsten voor, die peilden naar het belang gehecht aan ‘Pflicht- und Akzeptanzwerte’ (waarden inzake plichten en berusting), naar de neiging tot ‘Idealistisches Engagement’ (idealistisch engagement) en naar de neiging tot ‘hedonistischer Individualismus’ (hedonisme en individualisme). Het blijkt dat leden van de maatschappelijke elite, die hoger scoren voor idealistisch engagement, gemiddeld ook meer voorstander zijn van directe democratie, terwijl diegenen die meer de nadruk leggen op plichten en berusting, eerder directe democratie verwerpen (hedonisme en individualisme spelen geen grote rol; zie p.138).
Heel duidelijk speelt bij vele leden van de elite de vrees mee, dat zij minder invloed zullen hebben op de besluitvorming indien de burgers kunnen meespreken, wat door Kaina als volgt wordt geformuleerd: “Eliten nicht-politischer Funktionssysteme [wollen] in ihren Zugangschancen zum politischen Entscheidungsprozess nicht mit den Mitwirkungsrechten der Bevölkerung konkurrieren und [fürchten] um ihre priviligierten Beteiligungsmöglichkeiten” (‘Elites uit niet-politieke circuits willen op het vlak van mogelijkheden om het politiek besluitvormingsproces te beïnvloeden niet in concurrentie treden met de bevolking en zij vrezen voor hun privileges inzake politieke impact’ p.139). Hier moet gewezen worden op een belangrijk verschil tussen België enerzijds, en landen als Nederland en Duitsland anderzijds. In onze twee buurlanden valt de polariteit tussen voorstanders en tegenstanders van directe democratie grotendeels samen met de traditionele links-rechts polariteit. In Nederland en Duitsland is links doorgaans pro directe democratie, en rechts doorgaans eerder tegen.


In België ligt dit anders. In ons land zijn de socialistische partijen historisch veel sterker vergroeid met het machtsapparaat, met de unitaristische economische elite en met het koningshuis. Anderzijds ziet men dat het idee van directe democratie, bijvoorbeeld in de burgermanifesten van Verhofstadt of in de partijprogramma’s van VLD en Vlaams Blok, bij rechts een zekere aanhang heeft gekregen. In Duitsland ziet men dat bij de vakbondselite een grote sympathie leeft voor directe democratie, terwijl de Belgische vakbonden zich in aansluiting bij de socialistische en christendemocratische partijen meestal vrij anti-democratisch opstellen. Bij de Duitse economische elite vindt men dan weer een groot wantrouwen tegenover directe democratie, zoals blijkt uit de volgende tabel:

 

vakbondselite

ondernemers

Ablehnung

2%

20%

niedrige
Zustimmung

12%

44%

hohe Zustimmung

50%

26%

sehr hohe
Zustimmung

36%

10%




Wat de Duitse politieke partijen betreft, moet men een scherp onderscheid maken tussen partij-elite en kiezers. Bij de kiezers vindt men bij alle partijen een grote meerderheid pro democratie (p.141,277):


 

CDU/
CSU

FDP SPD B90/
groen
PDS
Abl.

2%

1%

1%



niedr.
Zust.

18%

21%

11%

8%

7%

hohe
Zust.

51%

41%

58%

48%

24%

s.hohe
Zust.

28%

37%

30%

44%

69%


Oordeel van de kiezers van de diverse partijen over directe democratie

---


Dat ligt helemaal anders bij de partijelites. Bij de linkse partijen, vooral de PDS en de groenen maar ook de sociaal-democraten, heerst aan de brede top een welwillendheid tegenover directe democratie die niet onderdoet voor wat leeft bij de bevolking. Bij de christendemocraten daarentegen, overheerst een anti-democratische stemming (net als in België en Nederland).

 

CDU/
CSU

FDP SPD B90/
groen
PDS
Abl.

19%

6%




niedr.
Zust.

46%

16%

5%



hohe
Zust.

31%

59%

48%

18%

2%

s.hohe
Zust.

4%

19%

47%

82%

98%


Oordeel van de politieke elite per partij over de directe democratie
---


We zien dat het CDU/CSU-tweespan - dat de invoering van de directe democratie in Duitsland hardnekkig blokkeert - geenszins het streven van zijn kiezers respecteert: het zoveelste voorbeeld van ‘volksvertegenwoordigers’ die allerminst het volk, nog minder de kiezer, maar wel degelijk de economische elite blijken te vertegenwoordigen. Blijkbaar zijn er aan de top van de politieke besluitvorming binnen zo’n partijen machtige mechanismen werkzaam, die bewerkstelligen dat de verkozenen, tegen hun eigen overtuiging en die van hun kiezers in, de invoering van de directe democratie tegenhouden. Die blokkering moet het werk zijn van een betrekkelijk beperkte superelite, want zelfs binnen de manifest anti-democratische christen-democratische partijen is er nog een aanzienlijk deel van de bredere elite voorstander van directe democratie.

Het besluit is duidelijk: in het Duitse particratische regime is er een aan de top een kleine en discreet georganiseerde minderheid werkzaam, die de belangen dient van de economische machthebbers en daarom de weg naar de invoering van de democratie verspert, tegen de wens in van de grote meerderheid van de bevolking. Het zal in ons land wel niet anders zijn.

<> <>

_______________________________________


En tenslotte...


De mensen die ik in Den Haag meemaak, vind ik niet intelligenter dan gemiddeld, niet fantastischer dan gemiddeld. Over het algemeen zijn ze slinks, sluw en onaangenaam

allochtoon VVD-kamerlid Ayaan Hirsi Ali, over de politieke klasse (Elsevier 20 09 03)

*
Wij leven nièt in een democratie (...) we leven in een particratie. Wij kiezen voor mensen die voordien al verkozen zijn.

Gewezen staatssecretaris Reginals Moreels
Het Laatste Nieuws 31 10 03

*
Ci sono cose
che non possono essere tollerate


(‘Sommige zaken kan men niet tolereren’)


Romani Prodi, voorzitter van de Europese Commissie, over het feit dat 59% van de Europeanen Israël de belangrijkste bedreiging voor de wereldvrede noemden
La Stampa, 04 11 03