Sim Boels: ‘EEN MISLUKT OPINIESTUK’

Afdrukken

Op deredactie.be verscheen onlangs een opiniestuk van Peter Van Elsuwege (http://deredactie.be/…/vrtnieuws/opinieblog/opinie/1.2620652), waarin hij een aantal redenen bedenkt om te betwisten dat referenda de democratie versterken. Hier een puntsgewijze commentaar op zijn bedenkingen.

(Wat volgt is de volledige tekst van Van Elsuweges stuk met commentaar op de relevante plaatsen).

-----

Morgen, op 6 april, kan de Nederlandse bevolking zich uitspreken over het associatieakkoord dat de Europese Unie en haar lidstaten hebben gesloten met Oekraïne. Volgens de initiatiefnemers is dit nodig om de democratie te versterken. Er zijn een aantal redenen te bedenken waarom dit niet zo is.

1. Het gaat niet over associatieakkoord

Dat er een referendum over het EU-Oekraïne associatieakkoord wordt georganiseerd is eigenlijk puur toeval. De wet raadgevend referendum (WRR) die deze volksraadpleging mogelijk maakt, trad in werking op 1 juli 2015. Enkele dagen later werd het associatieakkoord met Oekraïne goedgekeurd in de Eerste Kamer en startte het anti-establishment collectief ‘GeenStijl’ de campagne om voldoende handtekeningen te verzamelen.

Eigenlijk had het net zo goed ook over een ander EU-gerelateerd thema kunnen gaan, maar het verdrag met Oekraïne was nu eenmaal de eerste kans om de nieuwe referendumwet te testen. De burger wordt gevraagd om zich uit te spreken over een specifiek akkoord, maar de inhoud ervan lijkt voor de initiatiefnemers eigenlijk niet zo belangrijk.

Het wordt daardoor heel moeilijk om de uitslag van het referendum correct te interpreteren: is de Nederlandse burger voor of tegen het associatieakkoord met Oekraïne, of gewoon voor of tegen de regering Rutte, de EU of gewoon tegen alles wat op politiek niveau wordt beslist?

-----

Twee opmerkingen
1) Hoe hadden ze dat misschien moeten vermijden? Als je weet dat je op dat punt gaat afgeschoten worden, of liever: als dat punt er werkelijk iets toe zou doen, dan kan je nooit ijveren voor de invoering van referenda. Immers, er zal onvermijdelijk een eerste referendum zijn, en bij dat eerste referendum kan deze tegenwerping altijd gemaakt worden.
2) “Het wordt daardoor heel moeilijk om de uitslag van het referendum correct te interpreteren” Ja, op zich kan men hier nog wel mee akkoord gaan, maar is het dan zo gemakkelijk om de uitslag van een verkiezing te interpreteren in termen van wat de kiezer eigenlijk wou? Nee, en daarom moeten we stellen dat de brave man hier eigenlijk ongewild een argument geeft voor referenda. Immers, als hij die interpretatiemoeilijkheden onwenselijk vindt, dan is op de lange termijn een systeem van rechtstreekse beslissingen door het volk onomstotelijk het beste.
Tot hiertoe wekt de auteur alle indruk dat hij gewoon de eerste de beste redenen zoekt om referenda te bekritiseren, sterker, hij wekt de indruk dat de bijzonderheden van dit referendum er niet toe doen, en dat hij gewoon in het algemeen een aversie tegen referenda heeft.
Maar goed, kijken we of hij in zijn volgende punten meer inhoudelijks te zeggen heeft.

-----

2. Het gaat niet tussen Nederland en Oekraïne

Het referendum betreft de vraag of de goedkeuringswet zoals aangenomen door het Nederlands parlement al dan niet moet worden verworpen. Met andere woorden, de vraag is of Nederland een verdragspartij moet worden bij dit akkoord. Daarnaast zijn er nog andere verdragspartijen, met name de EU, Oekraïne en de andere EU lidstaten.

Al deze partijen kunnen via hun interne procedures beslissen of ze al dan niet gebonden willen worden door het akkoord. Het is allesbehalve democratisch indien een beperkt deel van de Nederlandse bevolking de andere procedures zou gaan blokkeren. Uiteindelijk vertegenwoordigen het aantal kiesgerechtigde Nederlanders slechts een fractie van alle Europese burgers.

-----

Hier geeft de auteur al iets beter onderbouwde argumenten. Maar er heerst toch enige verwarring over waar precies het zere punt ligt.
1) Bij het feit dat een kleine groep mensen een akkoord kan blokkeren? Dan moet de Europese wetgeving maar zo aangepast worden dat een enkel land niet meer in de gelegenheid is om procedures te blokkeren. (Met referenda heeft dat niets te maken, of misschien op zijn hoogst zijdelings: omdat het een referendum is, zijn gebruikelijke diplomatieke kanalen en drukkingsmiddelen wellicht niet mogelijk, die wel mogelijk zouden zijn als het Nederlandse besluit bijvoorbeeld een parlementaire beslissing was.)
2) Bij het feit dat een kleine groep mensen beslist over een Europese aangelegenheid? Dat kan het evenmin zijn, want zoals bekend vormen de eerste en tweede kamer, zelfs als je ze samentelt, een nog veel kleinere groep.

-----

3. Welke democratie is in gevaar?

Het ‘nee-kamp’ voert campagne met de slogan ‘red de democratie’. Er wordt opgeroepen om nee te stemmen tegen een akkoord dat ‘boven de hoofden van de burgers wordt beslist’. Hierbij kunnen minstens twee kanttekeningen worden gemaakt.

Ten eerste is er reeds een meervoudige democratische controle, met name door het Europees Parlement dat het akkoord heeft goedgekeurd op het niveau van de EU en door het Nederlandse parlement dat reeds een goedkeuringswet heeft gestemd. Ook in alle andere EU lidstaten spreken de nationale parlementen zich uit over het akkoord.

-----

Welja, dus wordt het inderdaad boven de hoofden van de bevolking beslist. Waar is de kanttekening?

-----

Ten tweede is het referendum gebaseerd op een wel heel egocentrische invulling van de term democratie. Alsof alleen wetten en akkoorden waarover elke individuele burger ‘ja’ of ‘nee’ kan stemmen democratisch zouden zijn.

-----

Hier klinkt het alsof de auteur aan het ‘nee-kamp’ gevraagd heeft wat democratie is, en alsof ze geantwoord hebben: “Alleen wetten en akkoorden waarover elke individuele burger ‘ja’ of ‘nee’ kan stemmen zijn democratisch.” Misschien vinden ze dat wel, maar het kan ook zijn dat hij zomaar een tendentieuze invulling gegeven heeft die hem goed uitkomt.
1) Laten we om te beginnen die ‘ja’ en ‘nee’ maar uit de vergelijking elimineren, niet? Dat betreft immers niet de hoofdzaak, zoals toch klaar en duidelijk is (om niet te zeggen: zoals de auteur zelf goed genoeg weet). Dat de vraag op een bepaalde manier gesteld moet worden is onvermijdelijk. Niemand, noch ‘ja-kampen’, noch ‘nee-kampen’ heeft er baat bij dat de vraag op een onpraktische of vage of onvolledige manier gesteld wordt, dus als er beslist is om een ja/nee-vraag te stellen, dan was dat niet iets wat het nee-kamp tegen de wil van wie dan ook heeft doorgedrukt. (De vraag is eerder: gegeven dat men, om welke redenen dan ook, gezamelijk beslist heeft een ja/nee-vraag te stellen, is de vraag dan ook nauwkeurig genoeg geformuleerd?) Bovendien impliceert hij dat hem een democratie voor ogen zweeft die minder egocentrisch is, en wel omdat ze andere vragen dan alleen ja/nee-vragen toelaat. Welnu, waar is die democratie waarin we die betere vragen mogen aanschouwen? In het representatieve kiessysteem? Akkoord, daarin hebben de kiezers meer dan twee opties om uit te kiezen. Maar bij dat voordeel moet je toch ook weer een resem nadelen op de koop toe nemen, in de eerste plaats het nadeel dat er geen enkele garantie is dat jouw mening over wetten en akkoorden zal gehoord worden.
2) Dus, nu zonder die ja en nee, die toch maar de indruk wekken dat ze alleen maar aangestipt worden om een helder begrip van de zaak in de weg te staan: “alleen wetten waarover elke individuele burger kan stemmen zijn democratisch.” Als je dat voorlegt aan het ‘nee-kamp’, zouden ze het er waarschijnlijk mee eens zijn. En dat is precies het punt. De auteur stelt zich onder het begrip democratie iets ruimers voor dan zij. Hij noemt hun engere invulling van het begrip egocentrisch. Dit is gewoon een meningsverschil, in het beste geval het begin van een interessant debat. Dit is geen argument tegen hun positie.

-----

4. Een propagandacampagne

Het is eigen aan referenda dat de ruimte voor nuance beperkt is. De Nederlandse burger wordt verplicht om een kamp te kiezen en wordt daarbij niet altijd correct geïnformeerd. Het ‘nee’ kamp stelt dat het associatieakkoord de poort open zet naar de toetreding van Oekraïne tot de EU.

-----

Hier heeft Van Elsuwege eindelijk een punt. Weliswaar stelt hij de zaak erg eenzijdig voor; immers, ook bij een parlementaire beslissing is er weinig ruimte voor nuance, wordt de bevolking niet altijd correct geïnformeerd en is tenslotte het probleem niet helemaal afwezig dat de bevolking gedwongen wordt een kamp te kiezen waarmee het zich niet identificeert - maar tegelijk is het ontegenzeglijk een feit dat bij een referendum de ruimte voor nuance beperkt is. Daarin heeft hij gelijk.

-----

Dat doet het echter niet. Nergens in het akkoord staat dat dit een doelstelling is, laat staan een gezamenlijke doelstelling van alle partijen. De waarheid is dat een EU uitbreiding richting Oekraïne vandaag gewoon niet aan de orde is en mocht dat op termijn veranderen dan geldt daarvoor een specifieke procedure waarmee elke EU-lidstaat moet akkoord gaan. Maar dit referendum gaat dus over een associatieverdrag, niet over een toetredingsverdrag.

Anderen minimaliseren het akkoord tot een louter vrijhandelsverdrag. Ook dit is te kort door de bocht. Het liberaliseren van de handelsrelaties op basis van gedeelde rechtsregels is een centrale doelstelling, maar daarnaast wordt ook een politieke dialoog in het leven geroepen zodat de EU samen met Oekraïne o.a. kan werken aan de aanpak van corruptie, georganiseerde misdaad etc. Het is dan ook paradoxaal dat het probleem van corruptie in Oekraïne soms wordt gebruikt om vooral tegen het akkoord te zijn.

-----

Het kan gewoon niet de bedoeling zijn dat ik zijn interpretatie van deze complexe materie zomaar onkritisch aanvaard. Dat hij er dan tenminste een voetnoot of een link bijzet naar een meer gestoffeerde tekst, zodat ik zijn mening over Oekraïne zelf kritisch tegen het licht kan houden. Dit is echt de omgekeerde wereld. Er is geen ene ware interpretatie van deze problematiek en juist daarom zou er een publiek debat moeten zijn waarin zoveel mogelijk stemmen (interpretaties) worden gehoord, gevolgd door een zo eerlijk en transparant mogelijk proces, waarin zoveel mogelijk stemmen worden gehoord (- ofwel eentje waarin de illusie opgegeven wordt dat die stemmen vertegenwoordigd worden door de uiteindelijke beslissers). Dat is juist de hele inzet en de reden dat er een kamp is dat voor referenda ijvert.

-----

De werkelijkheid is dan ook complex en de toegevoegde waarde van een ja/nee vraag over een internationaal akkoord waarover jarenlang werd onderhandeld en gedebatteerd is niet meteen duidelijk.

-----

Dat is duidelijk de mening van de schrijver. Maar hij heeft er geen enkel argument voor gegeven dat steekhoudt. Het was beter geweest als hij zich beperkt had tot deze ene zin.