Anomalieën in het Franse (en Belgische) kiessysteem

Afdrukken

Beschouwing naar aanleiding van de Franse presidentsverkiezingen

 

De Franse presidentsverkiezingen zijn ‘historisch’, in de zin dat de traditionele machtspartijen - links vs rechts - werden afgestraft en in de tweede ronde schitteren door hun afwezigheid.

 

Het duel vindt nu plaats tussen enerzijds het ‘extreem-rechtse’ Marine le Pen en de

‘onafhankelijke’ bankier en ex-minister Emmanuel Macron.

 

Even markant is dat beide programma’s elkaars tegenpolen vormen.

 

Zo schuift Marine Le Pen de nood aan protectionisme (complete beheersing van de Franse grenzen) naar voren, om zo het hoofd te kunnen bieden aan de migratiestromingen.

 

Emmanuel Macron daarentegen verwacht alle heil van meer migratie en meer Europa.

 

Benieuwd naar hun partijprogramma in het licht van de (directe) democratie? Klik hier.

 

 

Democratie.Nu wil echter wijzen op een fundamenteel probleem: het (Franse) kiessysteem zélf.

 

 

We belichten drie fundamentele anomalieën uit het Franse (én Belgische) kiessysteem.

 

1. Partijprogramma’s = totaalpaketten: te nemen of te laten

 

Een partijprogramma is een koppeling van standpunten over een ganse resem onderwerpen: sociale zekerheid, tewerkstelling, migratie, klimaat, enz. De kiezer moet het partijprogramma in zijn geheel aanvaarden: men moet kiezen tussen volledige pakketten en kan niet kiezen tussen afzonderlijke standpunten.

 

Ook het Belgische verkiezingssysteem kampt met eenzelfde probleem.

 

Bent u bv voor de standpunten van de SP.a wat sociale zekerheid betreft? Pak er hun migrantenstandpunt dan maar bij.

Of gaat u akkoord met het direct-democratische standpunt van het Vlaams Belang, dan aanvaardt u en passant ook hun vreemdelingenstandpunt.

 

Of: wilt u die doos waspoeder kopen? Dat kan, maar dan moet u er die tube tandpasta bij nemen.  In de economie noemt men dit ‘gekoppelde verkoop’: dit is wettelijk verboden, maar in de ‘democratie’/politiek is diezelfde praktijk wél schering en inslag.

 

Bovendien is niet enkel die verplichte koppeling van standpunten problematisch, maar ook de polarisering tussen links en rechts. Een partijprogramma is namelijk ofwel links (progressief), ofwel rechts (conservatief).

 

Dit doet afbreuk aan de realiteit. Want, zijn er vandaag geen goede redenen om bijvoorbeeld:

 

- naar ‘rechts’ op te schuiven als men sceptisch is over globalisering, migratiebeleid, moslimfundamentalisme en multiculturele maakbaarheid?

- naar ‘links’ op te schuiven als men begaan is met armoedebestrijding, de kloof tussen arm en rijk en de milieuproblematiek?

 

Anders gesteld: gans de links vs rechts-tweedeling is ongenuanceerd, te algemeen en te star. Links en rechts zijn contextgebonden en veranderen doorheen de tijd. Een kritische geest herpositioneert zich, al naargelang de zich wijzigende context.

 

We worden dus verplicht te stemmen volgens compleet achterhaalde methoden.

 

 

2. Het verkiezingssysteem is gebaseerd op strijd en uitsluiting

 

- strijd: politici zijn strijders. Zij zijn het kampen zodanig gewoon dat zij strijd voeren, zelfs wanneer overleg voor alle betrokkenen veel voordeliger is. Er is nood aan een consensus-democratie, aan een politiek van samenwerking. Binnen het huidige particratische systeem is dat onmogelijk, maar dit kan wél via het konkordanz-systeem (zie verder)

  

- uitsluiting: de praktijk van 'coalitievorming' - mét uitsluiting van een zogezegde 'oppositie' die men in particratieën bijna universeel aantreft - komt neer op stemmenvernietiging ten nadele van de kiezers die voor de uitgesloten 'oppositie' stemden. De stemmen van kiezers die stemden op een partij die – al dan niet toevallig – in de oppositie terechtkomt, worden vernietigd (de oppositie kan niet deelnemen aan het wetgevende werk) . Daarom vervormt het smeden van (kunstmatige) coalities de kiesuitslag. Minderheden worden bijgevolg systematisch en structureel uitgesloten.

Het systeem van ‘coalities smeden’ is particratisch bedrog en valt niet democratisch te verantwoorden.

 

3. Ons kiessysteem leidt tot een personencultus en een klasse van beroepspolitici

Ons bestuurlijke (particratische) systeem leidt tot een klasse van beroepspolitici met de focus op het imago van politici en beduidend minder op kwalitatieve wetgeving. Er is sprake van kliekjesvorming die storend/sturend werken. De politiek is in handen van een kaste van beroepspolitici die de rest van de bevolking via macht, geweld of indoctrinatie van dat beslissingsrecht afhoudt. Dat leidt tot politieke bevoogding en een moreel superioriteitsgevoel, waarbij de politiek de burgers gaat opvoeden. De staat vormt dan de burgers (in plaats van omgekeerd).

 

 

CONCLUSIE

 

Het Franse én Belgische kiessysteem zijn dringend aan een grondige wijziging toe.

 

Het bestuurlijke systeem is ouderwets, illegitiem, schadelijk en dictatoriaal.

 

Er is nood aan een frisse wind: we zijn dringend toe aan een nieuw bestuurlijk model.

 

 

VOORGESTELDE OPLOSSING

 

Voer het BINDEND REFERENDUM OP VOLKSINITIATIEF (BROV) in op alle bestuurlijke niveaus, over alle onderwerpen, zonder uitzondering.

 

Na de invoering van het BINDEND REFERENDUM OP VOLKSINITIATIEF kunnen de volgende maatregelen worden gestemd:

 

 

1. de invoering van het algemeen stemgeheim voor alle verkozenen: dit knipt de dwingende band door tussen verkozenen en partijtop. Het stemgeheim gaat sturing, beïnvloeding en corruptie/stemmenhandel tegen en beëindigt het weerzinwekkende fenomeen van coalitievorming.

 

 

2. de afschaffing van de lijststem: de stem van de kiezer moet bepalend zijn in het aanduiden van de volksvertegenwoordiging in het parlement. De kandidaat met de meeste stemmen achter zijn/haar naam moet in het parlement zetelen, niet de kandidaat het hoogst op de lijst.

 

 

3. de invoer van term limits (beperkte herverkiesbaarheid): de duur van mandaten wordt ingeperkt. Dat voorkomt een kaste van beroepspolitici die een democratische werking in de weg staat.

 

 

4. de invoer van recall (= afzetprocedure): systeem waarbij mandatarissen die het publieke vertrouwen hebben beschaamd, kunnen worden afgezet.

 

 

5. de afschaffing van de (geheel ondemocratische) kiesdrempel.

 

 

6. de afschaffing van de stemplicht/opkomstplicht, vermits deze is verworden tot een garantiestelsel van stemmen én overheidsgelden voor de grote politieke partijen.  

 

 

TE VERWACHTEN POSITIEVE GEVOLGEN

 

- het bindend referendum op volksinitiatief maakt een einde aan die praktijk van standpuntenkoppeling, vermits men nu pér wetsvoorstel per burgerinitiatief kan stemmen (zie verder). In een konkordanz-democratie verschuift de aard van de debatten van machtspelletjes/personencultus naar het inhoudelijke debat: de sterkste argumenten winnen.

 

Deze maatregelen - gestemd via het BINDEND REFERENDUM OP VOLKSINITIATIEF - leiden eveneens tot:

- samenwerking (konkordanz) en inclusie: een konkordanzdemocratie functioneert niet langer via de tegenstelling coalitie-oppositie. In een konkordanz zoeken de verkozenen nu per onderwerp/per wetsvoorstel naar een meerderheid. Wetten worden gestemd op basis van wisselmeerderheden. Voor het nemen van een beslissing vindt er een grondig debat plaats tussen de verschillende belanghebbenden in een luisterende en constructieve dialoog. Politici moeten nu samenwerken in plaats van elkaar tegen te werken (inclusie ipv exclusie). Er is dan géén structurele uitsluiting van politieke partijen meer mogelijk: alle partijen worden vertegenwoordigd in de regering. In een Konkordanz democratie is uitsluiting per definitie onmogelijk, omdat - via het BINDEND REFERENDUM OP VOLKSINITIATIEF - steeds voorstellen op de maatschappelijke agenda kunnen worden geplaatst (in de mate dat er voldoende handtekeningen worden ingezameld natuurlijk).

 

- alle partijen werken nu voor het algemeen belang en niet langer voor het partijbelang, deelbelangen of het eigenbelang.

  

- lange termijnvisie + stabiliteit:  het land kijkt verder dan vier jaar vooruit, vermits alle partijen in de regering worden vertegenwoordigd.

 

- meer eerlijke politiek: de sanctie voor een partij in geval van stemmenverlies wordt in een Konkordanzsysteem beperkt tot zetelverlies. In een particratisch systeem met coalitievorming - ons huidige systeem - vergroot door stemmenverlies ook de kans op uitsluiting uit de coalitie en dus loert steeds ‘het niets/de verbanning naar de oppositie’ op de achtergrond. Dat leidt tot agressievere technieken en structurele leugenachtigheid.

 Voorbeelden van Konkordanz in de praktijk: Nebraska, Zwitserland.

 

Anders gesteld: in een konkordanz-systeem is er sprake van volkssoevereiniteit en zelfbepalingsrecht.

Daar bepalen de burgers zélf de soort staat die ze willen (en niet omgekeerd zoals nu het geval is).

 

Uiteraard kan konkordanz niet wettelijk opgelegd worden; men kan geen mensen of groepen mensen tegen hun zin dwingen tot samenwerking. Het is een kwestie van democratische cultuur. En dat begint steeds met de invoering van het BINDEND REFERENDUM OP VOLKSINITIATIEF.

 

 

Is de invoer van het BINDEND REFERENDUM OP VOLKSINITIATIEF realistisch? Jazeker!

Zowel Frankrijk als België zouden zich ontpoppen tot democratieën, de naam waardig.