Vlaanderen moet veto tegen volksraadpleging herroepen

Afdrukken
De volksraadpleging is ongrondwettelijk, zeggen de tegenstanders. Ze verwijzen naar het advies waarin de Raad van State de volksraadpleging zeer opmerkelijk gelijkschakelt met het referendum. Eens te meer doet de grondwet dienst als conservatief instrument om bepaalde machtsposities te behouden. Wie in de uitleg van de grondwet de fundamentele wijzigingen in de machtsverhoudingen en de mutaties van de instellingen niet meeneemt, interpreteert haar niet correct. Overigens heeft België voor de Europese zaak de letter van de grondwet flagrant overtreden door van 1952 tot 1970 de EGKS, Euratom en de EEG niet alleen te aanvaarden, maar er zelfs een prominente rol in te spelen. Gelukkig maar, want zo werden de Belgische en de Europese legitimiteit erdoor versterkt. Pas bij de grondwetsherziening van 1970 werd tekstjuridisch orde op zaken gesteld.

Het wetsvoorstel tot raadpleging van het volk over het 'Verdrag tot instelling van een Europese grondwet' sterft zo goed als zeker een stille dood. Een nieuw pijnlijk verhaal voor de parlementaire democratie in België, stelt WILFRIED DEWACHTER. Nu de PS haar particratische veto stelde en op steun van de sp.a en Spirit kon rekenen, moet de Vlaamse regering het initiatief nemen om haar burgers te raadplegen en ze zo nauwer bij het Europees project te betrekken.
In de kamercommissie voor de Grondwetsherziening is er geen meerderheid voor een volksraadpleging over de Europese grondwet. De argumenten die de tegenstanders aanbrengen, snijden op één na geen hout. Het klopt dat de kiezers met een simpel 'ja' of 'neen' moeten antwoorden. Maar de parlementen in België die het Verdrag moeten goedkeuren, kunnen ook maar met ja of neen antwoorden. Amenderen kan niet. Sterker nog: de parlementen mogen alleen maar met 'ja' antwoorden. Wie daaraan mocht twijfelen, moet het verslag van het debat over de goedkeuring in het Belgisch parlement van het Verdrag van Maastricht er maar eens op nalezen.

De volksraadpleging is ongrondwettelijk, zeggen de tegenstanders. Ze verwijzen naar het advies waarin de Raad van State de volksraadpleging zeer opmerkelijk gelijkschakelt met het referendum. Eens te meer doet de grondwet dienst als conservatief instrument om bepaalde machtsposities te behouden. Wie in de uitleg van de grondwet de fundamentele wijzigingen in de machtsverhoudingen en de mutaties van de instellingen niet meeneemt, interpreteert haar niet correct. Overigens heeft België voor de Europese zaak de letter van de grondwet flagrant overtreden door van 1952 tot 1970 de EGKS, Euratom en de EEG niet alleen te aanvaarden, maar er zelfs een prominente rol in te spelen. Gelukkig maar, want zo werden de Belgische en de Europese legitimiteit erdoor versterkt. Pas bij de grondwetsherziening van 1970 werd tekstjuridisch orde op zaken gesteld.

De tegenstanders hebben wel gelijk als ze wijzen op een gebrek aan kennis bij de burgers, en eigenlijk ook een geringe interesse. Dat de kiezers andere elementen zullen enten op een volksraadpleging over de Europese grondwet, klopt ook. De fout daarvoor ligt niet bij de kiezers. Het zijn de politieke leiders die de macht van het Belgische kiezerskorps doelbewust zwak houden. Kijk naar de domme verkiezingscampagnes en het spelletjesmatig bekendmaken van (toekomstige) politici en partijen. Kijk naar de ijver om alle verkiezingen op één dag te houden. Kijk naar het verbod - in de feiten - op nieuwe politieke partijen. Kijk naar de schijnkandidaturen van toppolitici, tot voor vier verschillende assemblees toe. Kijk naar het springen vanuit welk parlement ook naar ministerfuncties op welk niveau ook, zelfs als men er niet eens kandidaat voor was. Kijk naar de opkomstplicht. Het dom en zwak houden van de kiezers was al een tijdje bezig, maar is sinds 1999 danig vermeerderd én geïnstitutionaliseerd.

Ten volle leiders

In een democratie is het wezensnoodzakelijk dat de toppolitici ten volle leiders zijn, dat wil zeggen dat ze voorgaan en voorlichten, en het kiezerskorps vormen en opvoeden tot goed-beslissende burgers. Ook dat is waarachtige emancipatie, ook dat is natievorming en cultuurspreiding. De Belgische politici schermen zich van die taak af, onder meer door de opkomstplicht te handhaven.

Wanneer, zoals in Nederland in 1999, geen 30 procent van de kiezers aan de Europese verkiezingen deelneemt, weten de leidende politici dat de legitimiteit van 'Europa' bijzonder laag is. Als reactie daarop sprak een minister-president (Jan Peter Balkenende) eindelijk eens Nederlands op de Europese top en stelden linkse parlementsleden (Groen Links, PvdA en D66) een volksraadpleging over de Europese Grondwet voor, die het wél haalde in de parlementaire besluitvorming.
De technologische ontwikkeling inzake communicatie - radio, kranten in grote oplage, elektronische communicatie en vooral televisie - maakt de inbreng van een volksraadpleging als vorm van directe democratie in de zogenaamde parlementaire of vertegenwoordigende democratie perfect mogelijk. De inhoud van de boodschappen die deze media verspreiden, is
een politieke opdracht van het hoogste 'culturele' belang.

De volksraadpleging biedt grote mogelijkheden voor de vorming van de burgers en voor de verhoogde legitimiteit van Europa. De meeste kiezers zullen inderdaad geen vijf artikelen van de Europese grondwet gelezen hebben. Maar zij zitten wel met vragen over Europa. Zij hebben over de Bolkestein-richtlijn gehoord. Zij horen dat de milieuwetgeving van Vlaanderen (bijna) niets anders is dan uitvoering van Europese richtlijnen. Zij horen dat de Europese Commissie een nieuwe aanval inzet om de havenarbeid te liberaliseren. Zij horen of ondergaan al dan niet pietluttige bureaucratische scherpslijperij uit 'Brussel', waartegen zij geen democratisch verhaal hebben.

De kiezers beseffen dat Europa de grote drie zijn: Frankrijk, Duitsland en Groot-Brittannië, en zien dat die inzake Irak diametraal tegenover elkaar staan. Ze vragen zich af hoe je daarmee Europese buitenlandse politiek kan voeren. Ze vragen zich af wat de grenzen van de Europese Unie zullen zijn, wanneer die nu al tot Syrië, Irak en Iran uitgetekend worden.
De kiezers hebben geen behoefte aan grote ideologieën over Europese identiteit als men Turkije binnenhaalt, want naar hun aanvoelen of beleven is er weinig bindende of opbouwende gemeenschappelijkheid. Of haalt men Turkije niet binnen? De kiezers vragen zich af of de Europese Unie toch nog iets anders dan een grote vrijhandelszone wordt, wanneer, tegelijk met de goedkeuring van de 'grondwet', de EU beslist tot uitbreidingsgesprekken met Turkije en Oekraïne aan de voordeur staat.
Een Europese grondwet moet dat soort vragen beantwoorden. De volksraadpleging biedt de kans om eindelijk aan de burgers een echte stand van zaken over de Europese Unie te geven en de Europeanen daarover te raadplegen. Dat is pas een stap naar democratie, waarvan zoveel politieke leiders beweren dat ze tot het wezen van Europa behoort. Het is ook een
stevige stap naar integratie.

Verlicht elitisme
Voor dat moeilijke debat schrikken de politieke leiders in België terug omdat ze zelf op een aantal van die vragen niet kunnen antwoorden, of er zelf het lijdend voorwerp van zijn. Maar ook omdat zij zich verwend hebben met een type van politieke besluitvorming. Onze politieke leiders beslissen vanuit een verlicht elitisme. Het 'brave' kiezersvolk moet toch volgen. Een kans op een beslissing te wegen, heeft het niet.

Dat er geen volksraadpleging komt, is vooral omdat de Parti Socialiste ertegen gekant is. Niet alleen om 'Europese' , maar vooral om binnenlandse redenen. De volksraadpleging en zeker het referendum zouden in België wel eens voor confederalistisch gebruik aangewend kunnen worden. Dat oude standpunt heeft Elio Di Rupo onlangs in de Senaat herhaald. Het is door zijn
mensen in de kamercommissie verwoord. Op basis daarvan heeft de sp.a haar houding van 'voor' de volksraadpleging omgeturnd tot 'tegen'. Kartelpartner Spirit is haar daarin moeten volgen.

Nu het niet in België lukt, blijft er slechts één mogelijkheid. 'Een nieuw project voor Vlaanderen'
belooft: 'In afwachting van de invoering van het bindend referendum en het volksdecreet wordt het consultatief referendum ingevoerd om de burgers nauwer bij het beleid te kunnen betrekken. De Vlaamse regering verbindt er zich alvast toe de uitslag van deze referenda te respecteren.' Onder die tekst staat de handtekening van Patrick Dewael, Bert Anciaux, Karel De Gucht, Jos Geysels en Steve Stevaert. De tekst komt inderdaad uit het Vlaams regeerakkoord-Dewael van 1999.
Een eigen volksraadpleging zou Vlaanderen als regio wat meer Europees profiel geven. Zo'n sterke koploper als regio in Europa is Vlaanderen immers ook weer niet. Maar vooral zou Vlaanderen dan zowel het Europese project als zijn democratie ernstig nemen. En daar gaat het uiteindelijk om. Zoveel Europese staten - ook nieuwe leden - doen het ons voor.

Wilfried Dewachter in Tijd  van 02-02-05