De Antwerpse perikelen vanuit democratisch oogpunt

Afdrukken
De aanslepende crisis bij de totstandkoming van een nieuw Antwerps stadsbestuur had althans één voordeel: zij liet open en bloot het anti-democratisch karakter zien van het bestaande politieke bestel. Wat hieronder volgt is nieuw noch origineel. Maar wellicht is het toch nuttig om pro memorie alles nog eens netjes op een rij te zetten.


1. Ontslag of niet?

Het collectief ontslag van het schepencollege gebeurde niet, omdat deze schepenen een formele of juridische fout hadden gemaakt. De schepenen wezen iedere schuld af en de meesten klommen in het nieuwe schepencollege, geïnstalleerd op 09 05 03, alweer aan boord. De enige rationele verklaring voor dit tijdelijk ontslag zou kunnen zijn, dat de schepenen door hun ondoordachte aankopen het vertrouwen hadden verloren van de Antwerpse burgers. Besturen zonder vertrouwen is in een democratisch bestel inderdaad onmogelijk.

Maar indien dit vertrouwen de norm is, dan moet het ook objectief kunnen uitgedrukt worden. Hiervoor bestaat een procedure: impeachment of recall. Volgens deze werkwijze, die zowel in Zwitserland als in de USA bestaat, kunnen verkozenen en hoge ambtenaren die het vertrouwen hebben verloren, via een directe volksstemming weer worden afgezet.

In Antwerpen is daarvan geen sprake. De burgers kunnen enkel toekijken, terwijl de politici hun schaduwdans uitvoeren. In een democratie kunnen de soevereine burgers een verleend mandaat intrekken. In Antwerpen kan dat niet. Reden tot achterdocht is er nochtans genoeg. Zo verklaarde de gebuisde kandidaat-burgemeester Coveliers “De echte reden waarom ik geen burgemeester kon worden, is dat men niet wou dat het deksel van de pot in mijn handen zou komen” waarna hij preciseerde dat “..de SP.A niet wou dat ik de corruptie zou aanpakken” (De Morgen 02 05 03, p.7). Eddy Boutmans, Agalev-staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking, zei dan weer: “Janssens pleegde een stadsgreep (...) Niet de aanpak van corruptie, wel het wegvegen van de oude garde was voor Ludo Van Campenhout en Patrick Janssens de inzet van de Antwerpse crisis” (De Standaard 19 04 03, p.12).


2. Geheime stemming van de verkozenen

Op 9 mei werd het nieuwe schepencollege verkozen (zonder de burgemeester). Zo’n stemming is geheim. Meteen ziet men, dat de partijdiscipline dan onder druk komt. De Morgen (02 05 03, p.7) schetste de toestand als volgt: “Een andere mogelijke hindernis is de herverkiezing van Agalev-schepen Chantal Pauwels. De aanduiding van de schepenen verloopt bij geheime stemming en bij andere meerderheidspartijen bestaat enige rancune omdat zij wel een schepen hebben ingeleverd (Kathy Lindekens bij de SP.A en Ann Coolsaet bij de VLD) en de groenen niet. Het Blok probeert de wig nog groter te maken door Luk Lemmens, het enige N-VA-gemeenteraadslid, naar voren te schuiven als tegenkandidaat voor Pauwels (die bij haar aantreden in 1999 enkele stemmen minder kreeg dan de andere schepenen)”. Van Campenhout zei hierover (ibid.): “Het zou een zeer slecht democratisch signaal zijn indien ze (= Chantal Pauwels) niet wordt verkozen. Dat is wel ongeveer het ergste wat ons kan overkomen. Ik zal mijn fractie inhameren dat we ons zo’n incident niet kunnen permitteren”. De ‘inhamering’ kon niet voorkomen, dat enkele gemeenteraadsleden dissident stemden. Hoewel de meerderheid present was met 33 gemeenteraadsleden, kregen Chantal Pauwels (Agalev) en Robert Voorhamme (SP.A) slechts 29 ja-stemmen. Maar ook VLD-er Bungeneers kreeg slechts 27 ja-stemmen, hoewel hem in de VISA-affaire niets te verwijten viel. De vermoedelijke reden voor de dissidente stemmen is, dat Bungeneers door vele leden van de meerderheid wordt verdacht van het laten lekken van de VISA-praktijken. In elk geval liet dit voorbeeld zien, dat het stemgeheim ruimte schept voor de gemeenteraadsleden, om naar eigen inzicht te stemmen, zelfs na ‘inhamering’ vanwege de fractieleider. Indien stemgeheim voor verkozenen de regel zou zijn, zou het snel afgelopen zijn met de particratische dominantie over de verkozenen des volks. Zonder integraal stemgeheim voor de verkozenen zal het vertegenwoordigend luik van een democratie nooit behoorlijk kunnen functioneren.
3. Opmars van een niet-verkozene

IJzeren partijdiscipline was vereist, om de niet-verkozen socialist Robert Voorhamme in het schepencollege te krijgen. Voorhamme, die nu socialistisch schepen wordt, was niet alleen niet verkozen als gemeenteraadslid; hij stond ook niet op de eerste plaats op de opvolgerslijst. Na het ontslag van Lindekens als gemeenteraadslid moesten op de SP.A-opvolgerslijst dus enkele voorgangers worden weggeïntimideerd. Volgens de faxkrant ‘t Scheldt (Nr.417, 02 05 03, p.1) zouden twee van die voorgangers allochtone werknemers zijn bij het ABVV, die te horen kregen dat er een verband zou kunnen zijn tussen het behoud van hun job en hun bereidheid, om Voorhamme te laten voorgaan.

Kathy Lindekens weet in Humo (23 05 03, p.14) over de reden van haar ontslag: “Ik had geen keuze (...) Er waren al enkele gemeenteraadsleden gepusht om op te stappen en baan te ruimen voor Voorhamme als ik het niet zou doen. Mensen die er helemaal niets mee te maken hadden, zijn zwaar onder druk gezet. Ik wilde dat de intimidaties stopten”.

De doorstoot van Voorhamme, vanaf een obscure plaats op de socialistische opvolgerslijst naar een zitje in het schepencollege, is een zeldzaam sterke illustratie van het feit, dat wij niet in een democratie leven, doch in een particratie. Het is blijkbaar de partij, en niet de kiezer, die bepaalt wie in de gemeenteraad en in het schepencollege terechtkomt.

Het echte schandaal is natuurlijk, dat vanuit de partijhoofdkwartieren de samenstelling van de gemeenteraad en het schepencollege openlijk wordt gemanipuleerd, zonder dat de Antwerpenaar daarin ook maar enige zeg heeft. Wie burgemeester is, wie schepen wordt, zelfs wie in de gemeenteraad zetelt: het wordt allemaal beslist buiten de burgers om. Die mogen enkel toekijken. De invoering van een werkbare impeachment- of recallprocedure op gemeentelijk niveau dringt zich op.