Directe democratie: effecten op de geïnformeerdheid van de burger

Afdrukken


Matthias Benz & Alois Stutzer “Are voters better informed when they have a larger say in politics?” te verschijnen in ‘Public Choice’

Deelname aan een stemming kan niet begrepen worden vanuit rationeel nagestreefd eigenbelang. De reden is, dat een individuele kiezer vrijwel nooit de uitslag van een stemming beïnvloedt: de kans dat die ene individuele stem zorgt dat een meerderheid een minderheid wordt, of dat een kamerzetel van partij verandert, is uiterst klein. Vanuit economisch standpunt is een individuele stem vrijwel altijd ‘verloren’, in de zin dat ze de uitslag niet beïnvloedt. Men hoort nogal eens beweren, dat een stem voor een kleine partij - met weinig of geen vooruitzichten op een zetel - een ‘verloren’ stem zou zijn. De kans, dat een stem op zo’n partijtje de doorslag zal geven bij de verwerving van een eerste zetel, is inderdaad zeer gering. Maar de kans dat een stem op een grote partij zetelwinst zal meebrengen, is eveneens uiterst klein. Gaan stemmen is als zodanig een morele daad, die het eigenbelang niet dient. De inspanning die voor de stemdeelname is vereist, overtreft immers de verwachte baten. De homo economicus stemt dus niet.

Toch gaan vele mensen stemmen, zonder verplichting. En meer dan dat: ze doen ook enige inspanning om zich te informeren en een verantwoorde keuze te maken. Ook die inspanning is vanuit het standpunt van de homo economicus, die enkel handelt uit eigenbelang, niet te verantwoorden.

Omgekeerd kan je verwachten, dat burgers geen inspanning zullen opbrengen om zich te informeren, wanneer ze niet kunnen stemmen. Waarom zou ik mij informeren, indien ik met die informatie toch niets kan aanvangen? Benz en Stutzer hebben een dubbelstudie gemaakt over dit verband tussen geïnformeerdheid en mogelijkheid tot stemdeelname.

In een eerste deel gingen de auteurs na, in welke mate burgers uit EU-landen, waar referenda over de EU hebben plaatsgevonden, beter over de EU geïnformeerd zijn. Om de mate van geïnformeerdheid te meten werden de enquêteresultaten van de Eurobarometer gebruikt. Er werden EU-referenda gehouden in Denemarken (2 juni 1992 en 18 mei 1993), in Ierland (18 juni 1992), Frankrijk (20 september 1992), Oostenrijk (12 juni 1994), Zweden (13 oktober 1994) en Finland (16 oktober 1994).

Het blijkt dat in landen waar referenda plaatsvonden, de burgers significant beter waren geïnformeerd over de EU dan in landen zonder referenda. Het gaat om een aanzienlijk effect: “The effect is comparable to the difference in political information between an individual in a middle income category and an individual in the lowest income category” (‘Het effect is vergelijkbaar met het verschil in politieke geïnformeerdheid tussen iemand uit de middenste inkomenscategorie en iemand uit de laagste inkomenscategorie’). Het effect van referenda op de mate van geïnformeerdheid is niet permanent: “..the positive information effects of referenda fade over time when they are a rare event” (‘wanneer referenda weinig voorkomen dooft hun positief effect op de geïnformeerdheid gaandeweg uit’).

Benz en Stutzer voerden nog een tweede vergelijkend onderzoek uit, waarbij de Zwitserse kantons werden vergeleken. Het is bekend dat deze kantons sterk verschillen in de mate, waarin ze directe democratische besluitvorming mogelijk maken. Enkele jaren geleden had Stutzer een schaal (lopende van 1 tot 6) opgesteld om het democratisch gehalte van de diverse kantons kwantitatief te vergelijken. Die schaal werd sindsdien in diverse studies gebruikt. Elders in deze Witte Werf berichten we over de invloed die directe democratie heeft op het welbevinden van de Zwitserse burgers. In de hier besproken studie werd het democratisch gehalte van de kantons afgemeten aan de mate van algemene politieke geïnformeerdheid van de Zwitsers (gemeten in een enquête uit 1996). Er blijkt een significant verband te zijn tussen de mate van algemene politieke geïnformeerdheid en de mate, waarin direct-democratische besluitvorming mogelijk is. Ook hier is het effect aanzienlijk: “The size [of the effect] is comparable to the effect of, for instance, (...) being member of a political party, or of having a household income of 9,000 Sfr. instead of 5,000 Sfr” (‘Het effect is qua grootte bv. vergelijkbaar met het effect op de geïnformeerdheid dat resorteert uit het lidmaatschap van een politieke partij, of uit een stijging van het huishoudelijk inkomen van 5.000 Zfr tot 9.000 Zfr’).

De auteurs sluiten hun studie af met de volgende commentaar: “The findings have important policy consequences. If voter information is to be increased (a claim that is regularly heard), governments and policy advisors often focus on information campaigns on specific issues they themselves find important. However, information campaigns often only provide superficial information and consist of one-way communication, thus hardly leading to long term increases in voter information levels. Our results point to an institutional alternative. Higher voter information might be achieved by giving vitizens more direct participation possibilities” (‘De bevindingen zijn politiek relevant. Men hoort vaak beweren dat kiezers beter geïnformeerd moeten zijn. Regeringen en politieke adviseurs leggen dan vaak de nadruk op informatiecampagnes rond thema’s die zijzelf belangrijk vinden. Maar zo’n campagnes zijn vaak oppervlakkig, komen neer op éénrichtingsverkeer en leveren op langere termijn nauwelijks resultaten op. Onze vaststellingen laten zien dat het alternatief bestaat. Geef de burgers meer mogelijkheid tot participatie en ze zullen zich beter informeren’).

http://www.iew.unizh.ch/wp/iewwp119.pdf