Peilingen (internationaal)

Afdrukken

Gallup organiseerde van juli tot september 2002 een monsterpeiling, waarbij niet minder dan 36.000 personen in 47 landen werden ondervraagd.

De enquête peilde vooreerst naar het vertrouwen, dat de burgers koesterden ten opzichte van 17 ‘instellingen’. Hieronder volgt het lijstje, naar afnemende graad van vertrouwen. Het eerste cijfer geeft telkens het percentage mensen, dat weinig of geen vertrouwen uitspreekt, terwijl het tweede cijfer aangeeft hoeveel procent veel vertrouwen of een tamelijk vertrouwen heeft.


Leger (26% ; 69%)
NGO’s (32% ; 59%)
Onderwijs (36% ; 62%)
Verenigde Naties (34% ; 55%)
Religieuze instellingen (38% ; 57%)
Politie (40% ; 57%)
Gezondheidssysteem (40% ; 57%)
Werelhandelsorganisatie (39% ; 44%)
Regering (47% ; 50%)
Pers en media (47% ; 50%)
Vakbonden (45% ; 47%)
Wereldbank (41% ; 43%)
Gerecht (49% ; 47%)
Internationaal Monetair Fonds (41% ; 39%)
Multinationals (48% ; 39%)
Grote nationale ondernemingen (52% ; 42%)
Parlement (51% ; 38%)

Het meest opvallende resultaat is natuurlijk, dat het parlement helemaal beneden op het lijstje staat. Dit stemt overeen met het feit, dat twee derden van de ondervraagden bevestigden, dat hun land niet volgens de wil van het volk wordt bestuurd. De volksvertegenwoordiging wordt relatief hoog gewaardeerd in sommige Europese landen (Zwitserland en Scandinavië), in Noord-Amerika en in Oost-Azië.

Het hoog vertrouwen in het leger is het gevolg van de zeer hoge scores, die het leger behaalt in landen als India, Pakistan, Israël en de USA. In Latijns-Amerika en Afrika scoort het leger laag.

Op de vraag ‘Gaat het de goede kant uit met de wereld?’ antwoordt 90% van de Chinezen bevestigend, maar in de andere landen zijn de meeste antwoorden negatief (bv. 13% in Duitsland, 14% in Italië, 23% in Nederland, 25% in Groot-Brittannië). Opvallend is het groot aantal negatieve antwoorden in Europa.