Ons kiessysteem is niet altijd zo democratisch

Afdrukken

 

Interview : professor Johan Ackaert over lokale verkiezingen
"Hoe de lokale verkiezingen verlopen, is geen voorbeeld van grote democratie."
"Vraag is of de kiezer eigenlijk veel te zeggen heeft over die krachtsverhoudingen."
"Ook de toebedeling van de zetels is niet zo democratisch, zeker niet als de lijststem behouden blijft. De partijen beslissen immers over de volgorde van de kandidaten."
"Nog eentje: verkiezingen hebben geen zin, want in de meeste gemeenten worden voorakkoorden gesloten."
Hoe de lokale verkiezingen verlopen, is geen voorbeeld van grote democratie. Toch zijn de kiezers voor geen enkele verkiezing beter gemotiveerd.

Straks verschijnt Politiek in mijn gemeente, een nieuw boek van professor Johan Ackaert over de lokale verkiezingen en de politieke krachtsverhoudingen in de gemeenten. Vraag is of de kiezer eigenlijk veel te zeggen heeft over die krachtsverhoudingen.


,,Natuurlijk wel, al zijn er inderdaad in ons kiessysteem een aantal technieken die het allemaal wat minder democratisch maken.''

Het systeem-Imperiali bijvoorbeeld, dat grote partijen bevoordeelt bij de zetelverdeling.

Klopt. Men spreekt al sinds de regering-Martens VIII in 1988 over een aanpassing van dat systeem. Toen was dat op vraag van de Volksunie. In de vorige Vlaamse regering vroeg Agalev/Groen! daarom. Niet toevallig twee kleinere partijen, want Imperiali is vaak meedogenloos voor de kleintjes. Het systeem probeert in de zetelverdeling de versplintering tegen te gaan. Je kunt beter besturen met één of twee grote partijen dan met allerlei kleintjes, zo luidt de redenering. En dat leidt soms tot aberraties. Het typevoorbeeld is Kalmthout in 1988. De CVP kreeg daar de volstrekte meerderheid en 52 procent van de zetels met slechts 38 procent van de stemmen. Een partij met 8 procent van de stemmen kreeg toen één zetel, of 4 procent van de zetels.

Het lijkt niet erg democratisch.

Het systeem dateert van lang geleden, toen Vlaanderen meer en kleinere gemeenten telde. Toen was er iets voor te zeggen. Nu eigenlijk niet meer. We willen graag een pluriforme samenleving met schakeringen tussen de meningen, maar niet in ons kiessysteem blijkbaar. Opvallend is ook dat het nieuwe kiesdecreet kartels de kans geeft om na de verkiezingen weer uit elkaar te gaan en aparte fracties te vormen. Enerzijds wil men de versplintering tegengaan en anderzijds laat men dezelfde versplintering dus weer toe.

Het systeem bevoordeelt ook Vlaams Belang.


Klopt. Het systeem bevoordeelt alle grote partijen.

Ook de toebedeling van de zetels is niet zo democratisch, zeker niet als de lijststem behouden blijft. De partijen beslissen immers over de volgorde van de kandidaten.

Het was eerst en vooral logisch dat het Arbitragehof het halfslachtige systeem schorste waarbij de lijststem niet telde voor de effectieven en wel voor de opvolgers. Het onmotiveerbare moet je niet proberen te motiveren. En wanneer de partijen een kiessysteem ontwerpen om de kartelpartners te plezieren, kun je dat onmogelijk behoorlijk bestuur noemen.

Maar maakt het veel verschil of de lijststem meetelt of niet?

Niet zo heel veel. Bij lokale verkiezingen stemt de kiezer sowieso meer voor kandidaten dan voor partijnamen. 70 procent van de kandidaten wordt dan ook louter op eigen kracht gekozen. Maar in elke gemeente lopen wel een of meer kandidaten rond die hun gemeenteraadszitje louter aan de lijststem te danken hebben.

Nog een probleem: de kiezer beslist niet wie schepen of burgemeester wordt.

We mogen niet overdrijven. Het klopt dat partijen de schepenambten niet moeten geven aan stemmentrekkers. Maar in de praktijk gebeurt dat wel. Ook blijkt dat in meer dan 75 procent van de gemeenten de burgemeester de kandidaat was met de meeste stemmen.

Nog eentje: verkiezingen hebben geen zin, want in de meeste gemeenten worden voorakkoorden gesloten.

Bij de vorige verkiezingen was in 66 procent van de gemeenten al in de zomer een principieel akkoord bereikt over de bestuursmeerderheid. Meer dan twee maanden voor de verkiezingen zelf dus. Waarom? Omdat men op zekerheid wil spelen. Lokaal telt de ideologie minder, telt het programma minder en zijn coalities meer een personenkwestie. Politici die elkaar vinden, smeden akkoorden om na de verkiezingsdag meteen naar buiten te kunnen komen met een meerderheid.

Let wel, heel wat voorakkoorden sneuvelen ook. Slechts 56 procent slaagt. 14 procent loopt al fout voor de verkiezingen, 29 procent erna. Vooral personenkwesties doen voorakkoorden mislukken. In 30 procent van de mislukte gevallen is die mislukking te wijten aan het verkiezingsresultaat. Dat laatste bewijst dat verkiezingen nog zin hebben, nietwaar?

Want de kiezer blijft gemotiveerd.


Klopt. Bij gemeenteraadsverkiezingen ligt het absenteïsme iets lager dan bij andere verkiezingen. Het aantal blancostemmen ligt ook het laagst bij lokale verkiezingen. Uiteindelijk staan die verkiezingen het dichtst bij de burger. Je moet al echt als een kluizenaar leven als je geen enkele lokale kandidaat persoonlijk kent.

,,Politiek in mijn gemeente'', Johan Ackaert, uitgegeven bij Het Davidsfonds.

De Standaard van 6 juni 2006