Referendum in Duitstalig Belgiƫ?

Afdrukken

Nog voor de koningskwestie had België reeds een merkwaardige ervaring opgedaan met het referendum. Na de eerste wereldoorlog had ons land, bij wijze van oorlogscompensatie, de Oostkantons erbij gekregen. Eigenlijk had België liever Zeeuws-Vlaanderen gekregen, of Nederlands Limburg, maar dat werd door de grootmachten dus niet toegestaan. De Oostkantons waren hoofdzakelijk Duitstalig en hadden bovendien geen historische banden met ons land. De troostprijs werd niettemin aanvaard. Het Verdrag van Versailles, gebaseerd op de Wilsondoctrine, voorzag evenwel dat de bewoners van het gebied zich over de aanhechting moesten kunnen uitspreken. Er heeft in 1921 in de Oost-kantons inderdaad een nep-referendum plaatsgevonden, dat een verpletterende pro-Belgische meerderheid opleverde. Dat ging zo: wie voor terugkeer naar Duitsland was, moest zijn argumenten in Eupen of Malmédy schriftelijk en op naam gaan neerleggen. Wie dit niet deed, werd geacht om in te stemmen met de annexatie. Begrijpelijkerwijs waren er slechts enkele honderden 'boches' die het waagden hun voorkeur voor Duitsland publiek kenbaar te maken.


Ondertussen zijn we een kleine eeuw verder. In Wallonië bevinden zich, naast de gemeenten met faciliteiten voor Nederlandstaligen, twee gebieden die niet eentalig Frans zijn: een overwegend Duitstalig gebied in het Oosten van de provincie Luik, en een gedeeltelijk Letzeburgisch gebied in het Zuiden en Oosten van de provincie Luxemburg. De kleine taalgemeenschappen in die gebieden hebben geen eigen gewest, al heeft de Duitstalige groep wel een eigen Gemeenschap, inclusief een driekoppige regering. Verder leeft in het Zuiden des lands, naast het Frans, ook het Waals verder. Waals en Letzeburgisch zijn staatkundig niet vertegenwoordigd, maar krijgen wel een beperkte erkenning. Zo zijn de straatnaambordjes in Aarlen tweetalig. Eigenlijk is Wallonië dus een vijftalig gebied (Frans, Duits, Nederlands, Letzeburgisch, Waals). Maar beneden de taalgrens wordt eenieder geacht 'Waal' te zijn, al is blijkbaar niet iedereen het daarmee eens.
Dat bleek toen de Duitstalige gemeenschap deze zomer opnieuw, bij monde van minister-president Karl-Heinz Lambertz van de Duitstalige gemeenschap, de eis heeft gelanceerd voor een dubbel referendum in Duitstalig België. Eén vraag zou moeten peilen naar de identiteit van de Duitstalige bevolking: beschouwen deze mensen zich (a) als Duitsers met een Belgische identiteitskaart, (b) als Walen die Duits spreken, of (c) als Duitstalige Belgen. Lambertz opteert voor c. Volgens de Waalse minister-president Jean-Claude Van Cauwenberghe zijn de Duitstaligen niets anders dan Duitstalige Walen, maar zijn socialistische Duitstalige partijgenoot Edmund Stoffels verklaarde in het Waalse parlement: "Ich bin kein Wallone der Deutsch redet". Volgens Lambertz en Stoffels horen de Duitstaligen dus eigenlijk helemaal niet thuis in het Waalse Gewest, want zij beschouwen zich niet als Waal. De tweede referendumvraag zou inderdaad moeten handelen over de vraag, of de gemeenschap al dan niet het karakter moet krijgen van een gewestgemeenschap naar Vlaams voorbeeld, waarbij dus alle banden met de Franstalige gemeenschap worden doorgeknipt.

Het valt nog maar te bezien of de Duitstalige raad inderdaad een referendum inricht, maar indien dat gebeurt zal meteen een interessant precedent geschapen zijn. Het referendum zou dan inderdaad over een onderwerp gaan waarover de Duitstalige gemeenschap niet officieel bevoegd is, namelijk de staatshervorming. Vanuit principieel democratisch standpunt moet een kleinere gemeenschap echter steeds het recht hebben, om zich af te snoeren uit een groter staatsverband; indien dit wettelijk of feitelijk niet mogelijk is, kan men niet anders dan die kleinere gemeenschap als bezet of geannexeerd gebied beschouwen.