Het goede leven

Afdrukken

Je hoort het dikwijls zeggen over politici: allemaal profiteurs. En voor de intellectueel is het dan weer modieus om te stellen, dat zo'n veralgemeningen ongepast zijn, en dat bij politici heel wat goede wil en belangstelling voor het algemeen belang is te vinden. Maar hoe zit het nu écht?


Wanneer je sommige berichten leest, kan je toch moeilijk ontsnappen aan de conclusie dat - zeker op de hogere bestuursniveaus, de politieke klasse zichzelf uitstekend bedient. Neem bijvoorbeeld Nederland. Blijkens een artikel in het Algemeen Dagblad (Sandra Donker 'Oudpolitici massaal op wachtgeld', 1 aug. 2002) hebben Nederlandse ex-regeringsleden en ex-parlementariërs recht op een uitkering van minimaal twee en maximaal zes jaar, afhankelijk van de periode dat zij in functie waren. Het eerste jaar ontvangen zij 80 procent van hun oude inkomen, daarna 70 procent. Een minister verdient 9123 euro per maand, een kamerlid 6435 euro. Bijzonder fris aan deze regeling is, dat ze ook geldt wanneer je zelf ontslag neemt. Dat overkwam bijvoorbeeld Philomena Bijlhout, die zeven uur staatssecretaris van Emancipatie en familiezaken was in de nieuwe Nederlandse regering. Zij krijgt de komende twee jaar telkens 154.000 euro. Als je aftreedt voor leugens of geknoei, blijft de stralende uittredingsvergoeding onverminderd van kracht. Zo passeerde langs de kassa PvdA-lid Evan Rozenblad, die in 1994 zijn cv met twee niet bestaande diploma's had opgesierd.

De nieuwe Franse regering bedacht zichzelf met een loonsverhoging van 60%: van 7.809 naar 13.300 euro bruto. Het minimumloon in Frankrijk blijft ondertussen ongewijzigd. Het opgeld wordt verdedigd door naar Duitse of Britse regeringsleden te verwijzen, die nog veel meer krijgen (De Standaard, 2 augustus 2002).
Om de sfeer hier te lande te schetsen, een bericht uit de senaat (uit een dubbelinterview met de senatoren Van Quickenborne en De Decker, verschenen in De Morgen, 23-12-01):

Van Quickenborne: "(...) Natuurlijk werken sommige collega's hier hard. Ik heb er geen enkele moeite mee om toe te geven dat mijn vrienden van CD&V een ijverige fractie hebben. Als anderen hier 160.000 frank in de maand scheppen zonder een poot te verzetten dan vind ik het mijn democratische plicht om de mensen daar op te wijzen. Louis Tobback (SP.A) bijvoorbeeld is nu verrezen met het migrantenstemrecht, maar heeft zich daarvoor in geen twee jaar laten zien."
De Decker: "Philippe Bodson (PRL) is zelfs niet te beschaamd om zijn drinkgeld hier te komen opstrijken en dan nog te klagen dat hij  hier voor de stemming - alleen voor de stemming! - soms moet zijn. De Senaat is het beste reisbureau van het land. In december heeft men alle reizen moeten annuleren omdat er anders te weinig senatoren overbleven om de wetten te stemmen. De commissie Gelijke Kansen is een reisbureau op zich. Er is geen vrouwencongres ter wereld of onze eigen suffragettes zijn aanwezig."

Ja, die Senaat. Ruim 4.500 euro netto per maand, voor een jaar 'werken' zonder verplichte aanwezigheid op dat 'werk' en met sowieso vier maand vakantie, een dertiende maand en gratis openbaar vervoer (de Gentse burgers mochten over gratis openbaar vervoer niet eens een referendum houden), diploma's of ervaring niet vereist ... Het is moeilijk om de wijze specialisten te geloven, die ons uitleggen dat politici nog altijd onderbetaald zijn, wanneer je bijvoorbeeld vergelijkt met het bedrijfsleven.

Toch geloof ik, dat de merkwaardige regelingen waarmee de politici zichzelf bedenken niet zomaar zakkenvullerij is. Een en ander heeft eerst en vooral een ideologische functie. En daarmee bedoel ik niet zozeer, dat ruimbetaalde politici zichzelf ook vlotter gaan identifieren met de bezittende klasse, al is dat effect natuurlijk ook mooi meegenomen. De echte functie van de ruimhartige betalingen is een andere: ze doet de politicus verlangen naar nòg een mandaatverlenging, en bevordert aldus zijn vlot meefunctioneren in de particratische machinerie. Een nieuw mandaat is een mooie compensatie voor betoonde partijdiscipline. En op een nog subtieler niveau helpt de ruime betaling de politicus tot de overtuiging, dat hij wel beter en wijzer en bekwamer moet zijn dan de modale kiezer, precies omdat hij zoveel verdient, en daaruit kan hij dan weer de overtuiging putten, dat je die inferieure modale kiezer maar beter geen reële zeggingschap geeft, bijvoorbeeld door de invoering van het beslissend referendum op volksinitiatief.