Politieke dictatuur in Schleswig-Holstein

AfdrukkenIn de meest noordelijke deelstaat Schleswig-Holstein bestaat het referendum op volksinitiatief, maar de wetgeving geeft het laatste woord toch altijd aan het deelstaatparlement (de in Kiel zetelende 'Landtag'). De ondeugdelijkheid van deze regeling werd de afgelopen maanden op twee fronten bewezen.


Vooreerst is er het referendum over de spellingshervorming ('Rechtschreibereform'). In Duitsland werd een spellingshervorming doorgevoerd, blijkens opiniepeilingen tegen de wil van de meeste burgers in. Enkel in Schleswig-Holstein kwam het ook tot een referendum op volksinitiatief over deze kwestie. Op 27 september 1998 keurde een meerderheid van burgers in Schleswig-Holstein de spellingshervorming af. Dit leidde tot de merkwaaridge situatie, dat er in de bondsrepubliek twee spellingen ontstonden: de oudere spelling, waarvan het behoud langs direct-democratische weg was goedgekeurd in Schleswig-Holstein, en de hervormde die in de rest van Duitsland langs parlementaire weg was goedgekeurd. Deze situatie kon natuurlijk niet met goed fatsoen blijven bestaan. Ze werd in het leven geroepen doordat in de meeste Duitse deelstaten het referendum slechts moeizaam tot stand kan komen. Indien op bondsniveau een referendum over de spellingshervorming had kunnen plaatsvinden, dan zou de hervorming bijna zeker afgewezen zijn. Nu werd de knoop op een andere manier doorgehakt: op 17 september vernietigde de Kielse Landtag doodleuk de uitslag van het referendum over de spellingshervorming. De hervormde spelling werd onmiddellijk, tegen de wil van de meeste burgers, opgedrongen aan de scholen in de recalcitrante deelstaat. Een slecht werkende directe democratie heeft blijkbaar toch één voordeel: ze onthult hoe de politieke klasse regeert, niet namens het volk, maar tegen het volk. 

En dan is er de 'Aktion m√ľndige Schule' : een burgerinitiatief, dat zich inzet voor meer zelfbestuur, diversificatie, innovatie en eerlijke competitie in het onderwijs. Met het volksvoorstel 'Schule in Freiheit' beoogt deze actiegroep een wijziging in de grondwet van de deelstaat Schleswig-Holstein. Het voorgestelde wetsontwerp voert zelfbestuur in voor de scholen, meewerking van schoolvertegenwoordigers bij het schooltoezicht, een gelijke schoolfinanciering voor alle soorten scholen en re√ęle vrije schoolkeuze. De SPD en CDU keurden het voorstel af omdat het ongrondwettelijk zou zijn en een jaarlijkse meerkost van 50 miljoen mark zou veroorzaken. Het ontwerp van de actiegroep 'Aktion m√ľndige Schule' werd wel goedgekeurd door B√ľndnis-Gr√ľnen, FDP en SSW. SPD en CDU vormden in deze kwestie een wisselmeerderheid, want Schleswig-Holstein wordt bestuurd door een roodgroene coalitie.

Het volksinitiatief 'Schule in Freiheit' was vrij populair en de kansen op goedkeuring via een volksstemming lagen erg goed. Sinds mei 1997 had het volksinitiatief 37.000 handtekeningen bijeengebracht, die op 4 mei 1998 aan de voorzitter van het deelstaatparlement werden overhandigd (de wet vereist slechts 20.000 handtekeningen). De wisselmeerderheid van SPD en CDU kwam dan ook algemeen over als een anti-democratische coup, gepleegd vanuit de kern van de politieke klasse. 

De afwijzing van het referendum werd handig in elkaar gezet. Wettelijk volgt op de indiening van de handtekeningen een periode van 12 weken, waarin het parlement de toelaatbaarheid van het volksinitiatief moet onderzoeken. Die periode liep af op 4 september. Twee dagen voor het einde van de termijn werden de woordvoerders van het volksinitatief uitgenodigd op het deelstaatparlement, om stelling te nemen tegenover nieuwe bezwaren die blijkbaar in het geheim waren uitgebroed. Dat deze confrontatie helemaal op de valreep werd belegd, is des te merkwaardiger wanneer men weet dat het volksinitiatief reeds gedurende twee jaar constant met de gespecialiseerde parlementairen in contact had gestaan en alle vroegere aanmerkingen met succes had weten op te vangen. Het volksinitiatief had trouwens het voorstel in functie van die opmerkingen ook hier en daar aangepast. Nu had 'Aktion m√ľndige Schule' nog anderhalve dag om te reageren op de nieuwe bezwaren. Na een sterk uitgebouwde mondelinge interventie van professor Jach uit Hamburg kwam de parlementaire commissie van het deelstaatparlement eenstemmig tot het besluit dat het initiatief kon toegelaten worden. Onmiddellijk daarop vormde zich echter in het parlement zelf een 'grote coalitie' tussen CDU en SPD die het voorstel afwees, gezien de meeruitgave die voort zou vloeien uit een goedkeuring van het volksvoorstel. Dit zou een ontoelaatbare inmenging betekenen in de 'Haushaltautonomie' van het parlement (dwz het monopolie dat het parlement voor zichzelf opeist inzake budgettaire aangelegenheden). Dat leden van beide partijen tevoren in de commissie dit bezwaar hadden verworpen, was plots niet meer van belang. De groene coalitiepartner kwam in de wind te staan door deze alternatieve meerderheid. In de media was er erg veel aandacht voor de kwestie. Over het algemeen werd de SPD geblameerd: het was duidelijk dat deze partij niet wenste dat private scholen op gelijke voet zouden kunnen concurreren met staatsscholen. E√©n van de resultaten van de hele discussie is, dat nu tenminste voor Schleswig-Holstein min of meer duidelijk is geworden hoeveel de Duitse staatsscholen nu eigenlijk per kind kosten. In Duitsland wordt dit soort cijfers angstvallig verborgen gehouden, als ging het om een staatsgeheim. 'Aktion m√ľndige Schule' spant nu een gerechtelijke procedure aan tegen het referendumverbod door het deelstaatparlement, en men verwacht dat tijdens het proces eindelijk ook duidelijkheid op bondsniveau zal komen omtrent de kosten die in de staatsscholen worden gemaakt per leerling en per jaar.

In elk geval toont de ervaring in Schleswig-Holstein aan dat het parlement geen vetorecht mag krijgen inzake referenda op volksinitiatief (een idee dat ondermeer door Mark Eyskens wordt verdedigd - zie elders in deze Witte Werf). Volksinitiatieven ontstaan immers in principe, omdat de vertegenwoordigende wetgevende macht in passieve of actieve zin de volkswil miskent. Het deelstaatparlement is dus betrokken partij, en kan daarom niet tegelijk rechter zijn. Bovendien is de opvatting dat een volksinitiatief door één of andere instantie moet toegelaten worden, in strijd met het concept zelf van volksoevereiniteit. Het volk zelf laat weten, via de bereidheid van de burgers om handtekeningen te leveren, of het referendum al dan niet is gewenst.