Belangrijke studie over naïef cynisme

Afdrukken

 Naïef cynisme is, in verband met directe democratie, een erg belangrijk begrip. De naïeve cynicus gelooft dat andere mensen pogen om zoveel mogelijk pluimen op de eigen hoed te steken, en de verantwoordelijkheid voor negatieve feiten zoveel mogelijk op anderen af te wentelen.

Onderzoek toont inderdaad aan, dat mensen geen erg nauwkeurige perceptie hebben van hun bijdrage bij de totstandkoming van positieve of negatieve prestaties. Klassiek is de studie van Ross en Sicoly ('Egocentric biases in availability and attribution' Journal of Personality and Social Psychology 37, p.322-336, 1979) over de toekenning van verantwoordelijkheid bij getrouwde stellen. Je kan aan beide partners bijvoorbeeld vragen welk hun aandeel is bij het uitlaten van de hond. De echtgenoot en de echtgenote kunnen dan bijvoorbeeld antwoorden: 70% respectievelijk 50%. Die antwoorden zijn niet compatibel, want de som van de re├źle percentages moet uiteraard 100% zijn. Bijna altijd is de som van de twee scores groter dan 100%.

 

Men zou kunnen denken dat dit komt omdat beide partners hun verdiensten willen uitvergroten, maar dit klopt niet. Ook voor negatieve daden blijkt de som der geschatte bijdragen doorgaans boven de 100% te liggen. Een meer waarschijnlijke verklaring is dat mensen zich hun eigen prestaties beter herinneren dan de prestaties van anderen. De eigen bijdrage - positief of negatief - lijkt daardoor groter in verhouding tot wat in totaal werd gepresteerd.

Een andere vraag is nu, hoe de mensen dit fenomeen interpreteren. Hier ligt het gevaar op de loer, dat men de neiging van de andere om de eigen positieve bijdrage te overschatten, interpreteert als een neiging om onterechte pluimen op de eigen hoed te steken. Deze interpretatie wordt met de term 'naïef cynisme' aangeduid.

De studie van fenomenen als naïef cynisme is erg belangrijk voor de directe democratie, omdat tegenstanders van radicale democratie zich meestal beroepen op het vermeende egocentrisch gedrag van de meeste mensen om zelfbeschikkingsrecht te weigeren. Een reeks nieuwe studies (Justin Kruger & Thomas Gilovich "Naive cynicism in everyday theories of responsibility assessment: on biased assumptions of bias" Journal of Personality and Social Psychology 76, p.743-753, 1999) brengt dit fenomeen van het naïef cynisme nu nauwkeuriger in kaart.

In een eerste studie werd de toewijzing van positieve en negatieve activiteiten bij echtparen onderzocht. Men liet beide partners voor tien activiteiten (5 positieve en 5 negatieve) de eigen bijdrage en de bijdrage van de partner inschatten. Positieve activiteiten waren bv.: 'energie besparen in huis, bv. door overbodige verlichting uit te schakelen' of 'conflicten tussen u beiden oplossen' ; 'huisraad breken' of 'ruzie tussen u beiden veroorzaken' waren twee negatieve activiteiten.

 Vervolgens liet men beide partners ook voorspellen, wat de andere partner als de eigen bijdrage zou opgeven. Het blijkt inderdaad, in overeenstemming met vroeger onderzoek, dat de eigen bijdragen systematisch worden overschat. Voor de positieve activiteiten bedraagt de overschatting gemiddeld 5,2%, en voor de negatieve activiteiten 3,8%.

Belangrijker echter is de wijze, waarop men de inschattingen van de ander voorspelt. De partners voorspellen van elkaar, dat ze de eigen positieve bijdrage zullen opblazen en de negatieve bijdrage zullen wegmoffelen. De inschatting door de ene partner wordt, voor wat de positieve bijdragen betreft, door de andere met 9,7% overschat, terwijl de inschatting inzake negatieve bijdragen door de andere partner met 16,1% wordt onderschat.

De mensen gedragen zich dus niet zelfzuchtig, maar ze hebben wel een ideologisch beeld over de andere als zelfzuchtig wezen (zie hierover ook: D.T.Miller en R.K.Ratner 'The disparity between the actual and assumed power of self-interest' Journal of Personality and Social Psychology 74, pp.53-62,1998). Interessant is in dit verband ook recent, door de auteurs geciteerd onderzoek , waaruit blijkt dat koppels, die meer tevreden zijn over hun relatie, ook minder zelfzucht bij hun partner aanwezig achten.

Kruger en Gilovich verrichtten dit onderzoek niet alleen bij koppels, maar ook in een reeks andere situaties. Het resultaat is telkens hetzelfde, maar er komt ├ę├ęn belangrijke nieuwigheid aan het licht. In situaties waarbij mensen actief samenwerken aan eenzelfde doel, blijkt men niet alleen de eigen verdiensten niet te overschatten, maar ook geen overschatting door de ander te verwachten. In competitieve situaties treedt daarentegen een sterke vertekening op: de neiging om iemand, waarmee men in een competitieve verhouding staat, van zelfoverschatting te verdenken is zeer sterk. Beide situaties kunnen zich ook gecombineerd voordoen. Kruger en Gilovich bestudeerden bijvoorbeeld vogelpik-spelers, die in ploegen van twee tegen elkaar speelden. Het bleek dat de spelers die in dezelfde ploeg samenwerkten niet alleen geen tendens vertoonden om de eigen verdiensten en tekortkomingen te overschatten respectievelijk te onderschatten; ze voorspelden ook goed de inschattingen door de medespeler, die ze dus niet van ego├»stische claims verdachtten. De spelers uit het tegenstrevende team daarentegen werden er van verdacht, de eigen verdiensten met gemiddeld 24,8% te overschatten.┬á

Dit soort onderzoeksresultaten is voor de zaak van de directe democratie op twee wijzen van belang.

 Ten eerste wordt nog eens geïllustreerd, dat de meeste mensen een neiging vertonen om aan de andere mens lagere morele normen toe te schrijven dan aan zichzelf. Er bestaat dus een onterecht wederzijds wantrouwen (waarop tegenstanders van directe democratie beroep doen om het huidige bevoogdende systeem te verdedigen).

Maar ten tweede laat dit onderzoek ook zien, dat het onderling wantrouwen door gezamelijke activiteit wordt overwonnen. Op dit punt verschijnt dan een logische brug tussen dit onderzoek van Kruger en Gilovich, en het elders in deze Witte Werf vermeld onderzoek over de impact van directe democratie op fiscale fraude. Actieve democratie komt neer op een gezamelijke activiteit van de burgers bij het vormgeven van de samenleving. Door deze activiteit kunnen burgers elkaar nauwkeuriger waarnemen en beter inschatten, en ebt het wederzijds wantrouwen weg. De weinig democratisch en op competitie gerichte samenleving die wij momenteel kennen, is daarentegen een voedingsbodem voor wederzijds wantrouwen.