Verhofstadt-groep beraamt aanslag op democratie

Afdrukken

Het roemruchte complot van neonazi’s om de Belgische staat te ontwrichten is inmiddels tot zijn ware proporties teruggebracht. Een handvol kleerkasten filosofeerde aan de toog over de nood aan actie. Ze kwamen alvast tot het inzicht dat ze “jodenpijper” Filip Dewinter samen met zijn boezemvijand Abou Jahjah dienden uit te schakelen om een gewelddadige polarisatie tussen autochtonen en allochtonen uit te lokken. Die wilde plannen vormden geen enkel gevaar voor de staat. Het ingrijpen van de politie was alleen toe te juichen omdat iets veel kostbaarders dan België reëel gevaar liep, namelijk mensenlevens. Gezien het kaliber van het gevonden wapentuig had zelfs één samenzweerder uit gefrustreerde dadendrang gemakkelijk een paar dozijn mensen kunnen omleggen.

Toch wordt de democratie ernstig bedreigd, niet door een paar marginale heethoofden maar door de regering-Verhofstadt. Toen minister Dewael met een brede grijns de voltreffer van zijn diensten kwam meedelen, voegde hij er meteen watertandend aan toe dat dit de aanleiding zou vormen voor nog meer nieuwe wetgeving om niet alleen terrorisme maar ook geweldloos “extremisme” en ander onwelgevallig “gedachtengoed” te beteugelen. Het succes van de operatie bewijst echter dat er helemaal geen nood is aan een nieuwe wet. De wetgeving blijkt goed afgestemd op de bestaande gevaren en op de mogelijkheden van de veiligheidsdiensten. Maar de regering wil eender welk voorwendsel gebruiken om de vrijheid van meningsuiting en van vereniging verder in te perken.

Een volgende stap wordt de Belgische variant op de Patriot Act, waarmee president Bush aan zijn veiligheidsdiensten de vrije hand gegeven heeft voor onderzoekshandelingen die ingaan tegen de bescherming van de privacy, de onschendbaarheid van de persoon en van de woning, en de rechten van de verdediging. De Morgen (30 sept) rapporteert: de aanhoudende schandalen met de Staatsveiligheid in de hoofdrol “zijn de regering-Verhofstadt een doorn in het oog”. Daarom plant zij via een wetsontwerp “de sluipmoord op het Comité I, dat in opdracht van het parlement toezicht houdt op de werking van de inlichtingendiensten”.

Bedoeling van ministers Flahaut en Onkelinx is om het toezicht toe te vertrouwen aan twee nieuwe regeringsinstanties. Het ontwerp “voorziet een listige manier om de parlementaire controle definitief buitenspel te zetten”. Volgens de woordvoerster van Onkelinx zijn de nieuwe controleorganen nodig “omdat het toezicht op het gebruik van bijzondere opsporingsmethodes een zeer arbeidsintensieve opdracht is en ‘dat zou teveel werk betekenen voor de bestaande instanties’.” Ziedaar een oud argument tegen de democratie: besturen is te ingewikkeld om er het volk bij te betrekken.

In 1999 beloofde de kersverse paarsgroene regering om de democratie in te voeren, namelijk het bindend referendum op burgerinitiatief. Daarvan is niets in huis gekomen. Pionierende initiatieven voor een niet-bindend referendum over de EU-grondwet werden gesaboteerd door Spirit en de N-VA. Zelfs de beperkte democratie in parlementaire vorm wordt uitgehold, de uitvoerende macht onttrekt steeds meer bevoegdheden aan de volksvertegenwoordiging.

Na 11 september voerden een aantal Westerse landen stukjes politiestaat in, bv. via het principe dat men iemand kan vasthouden en veroordelen die geen feiten gepleegd heeft maar slechts lid is van een gewraakte groepering. Het klimaat van terreuralarm wordt handig gebruikt om een amalgaam te maken tussen terrorisme en “extremisme”, tussen misdaden en afwijkende gedachten. Verhofstadt zelf zette hier de toon in zijn hetze tegen Abou Jahjah (terecht aangeklaagd door Walter Zinzen). De muilkorfwetten inzake zogenaamd racisme en revisionisme zijn volop in werking getreden met effectieve vervolgingen en veroordelingen.

De democratie en de rechtsstaat blijken weinig vrienden te hebben. Men betuigt hun slechts lippendienst, en zelfs dat houden sommigen niet vol. De oppositiepartijen hebben in dit opzicht weinig geloofwaardigheid. Het VB heeft zich met zijn humorloze reactie op de 0110-concerten in zijn autoritaire imago bevestigd, en CD&V was altijd al de partij van de bevoogding. Inzake het neonazi-proces trekt CGKR-advocaat Paul Quirijnen openlijk enkele pijlers van ons rechtssysteem in twijfel: het vermoeden van onschuld en het recht van elke beschuldigde op verdediging (De Morgen, 12 sept, aan de kaak gesteld door collega Leo Neels ibidem 20 sept). Vanuit de despotische mythe over het harteloze volk versus de verlichte elite doet Rik Van Cauwelaert een aanval op het Zwitserse volk, dat soeverein per referendum beslist heeft om paal en perk te stellen aan het asielbedrog (Knack, 27 sept, waarbij hij de echte joodse vluchtelingen uit de nazi-tijd gelijkstelt met de asielbedriegers van vandaag). Terwijl het ene incident na het andere het conflict tussen islam en opinievrijheid scherp stelt, bepleiten veel te veel politici en intellectuelen de onderwerping aan Mohammed en maken zij de vrijheid zwart in naam van een vermeend “recht op respect”.

Gelukkig zijn er ook tegenstemmen. Met name De Standaard heeft ons de jongste weken blij verrast, ondermeer met een pleidooi tegen de revisionismewet van een dr. Luc Bonneux (30 sept). Deze betoogt dat vrije meningsuiting ondeelbaar is en dat het muilkorven van extremisten zoals “politiek gevangene” Siegfried Verbeke (inmiddels weer even op vrije voeten) de meningvrijheid van iedereen uitholt: “Het bij wet opleggen of verbieden van opinies opent steeds de deur naar willekeur.”

Echt baanbrekend is het artikel “Er bestaat geen recht op respect” (18 sept) van VUB-politoloog Patrick Stouthuysen. Naar aanleiding van de protesten tegen de uitspraak van de paus over Mohammed merkt hij op: “Vrijheid van meningsuiting is volledig, of is niet. Er bestaat geen recht op respect waarop je je kunt beroepen om andermans meningsvrijheid aan banden te leggen.” Die vrijheid geldt zelfs voor extremisten wier paria-status gebruikt wordt om het principe van muilkorfwetten aanvaardbaar te doen lijken: “Neonazi's hebben, net als iedereen, het recht om hun ideeën te verkondigen. De autoriteiten hebben evenwel het recht aan hun kant als ze ingrijpen wanneer neonazi's aanslagen voorbereiden of gekleurde medeburgers in elkaar rammen. Maar hun abjecte meningen moeten ze mogen verkondigen.”

Voor wie dit betwijfelt, is het “goed om te bedenken dat er altijd ook wel iemand is te vinden die zich aan onze opvattingen stoort. Die heeft niet het recht om, zich beroepend op een recht op respect, ons de mond te snoeren. En wij dus ook niet.”

Daar kan ik niets aan verbeteren.