Verhofstadt en de paarse democratie

Afdrukken
In het februari-nummer van 'Liberaal Reveil' (blad van de nederlandse VVD) verscheen onder de titel 'De toekomst van de Vrijheid' een opmerkelijk artikel van premier Verhofstadt. Hierin spreekt de Eerste Minister zich opnieuw uit voor de invoering van het referendum op volksinitiatief:
 
"Me dunkt dat er vooral op het politieke vlak nog een hele weg valt af te leggen. Aan zichzelf overgelaten is de vrije markt alleen een karikatuur van het liberalisme. En er enkel op basis van de vrije markt van uitgaan dat we in een liberale wereld leven, is een fata morgana. Ook het politieke werk moet worden voortgezet. Onze visie op de staat, de overheid, de democratie is in deze tijd, op de rand van twee eeuwen dringend aan bijstelling en uitvoering toe. Want op dat vlak staan we nauwelijks verder dan twee-, driehonderd jaar geleden, ten tijde van Montesquieu.
 
Het is op dit punt dat de liberale partijen thans het verschil kunnen maken. Het komt erop aan nieuwe wegen in te slaan en naast het economische liberalisme ook een vernieuwd politiek liberalisme uit te tekenen. Een politiek liberalisme dat naar mijn inzichten de democratie moet omvormen tot een evenwichtig, uitgebalanceerd geheel van democratische instrumenten die elkaar aanvullen en die zowel aan het volk als aan de burgers, zowel aan de meerderheid als aan het individu de mogelijkheid verschaffen daadwerkelijk te participeren aan het maatschappelijk leven en het politiek besluitvormingsproces. Deze nieuwe democratie zal én een parlementaire èn een referendumdemocratie zijn. Een democratie ook die bij meerderheid beslist en een democratie die aan elke burger het recht geeft een meerderheidsbeslissing gerechtelijk aan te vechten (Constitutioneel Hof)".
  Uit hetzelfde artikel blijkt ook dat onze premier compleet blind lijkt te zijn (of voorwendt te zijn) voor de massieve aanval, die momenteel tegen de klassieke burgerlijke vrijheden wordt opgezet. Hij schrijft namelijk, terwijl onder zijn ogen de vrijheid van spreken, van vereniging en van onderwijs aan hoog tempo worden uitgehold: "Aan de fundamenten van de vrije markt, de vrije onderneming en de politieke rechten en vrijheden wordt door niemand meer getornd". Toch ziet Verhofstadt het globale kapitalisme wel aan het werk: "Er is de stille, maar ingrijpende verschuiving van de oude staatsmacht naar internationale en supranationale instellingen" en: "De 'Weltmarkt' is er al. De 'Weltgeist' moet nog komen. De kloof tussen de economische en de politieke wereldorde moet worden overbrugd. Als we die kloof niet vanuit het primaat van de politiek overbruggen, zullen andere krachten dat in onze plaats doen. Het zal dus van ons afhangen, of het een liberale 'Weltgeist' is die onze toekomst gaat bepalen".
 
De analyse van Verhofstadt is te vaag, al is zijn grondinspiratie interessant. Verhofstadt voelt aan dat de 'Weltmarkt' buiten zijn oevers is getreden; zij tast de soevereiniteit van de nationale staten en de integriteit en de waardigheid van de individuele mensen aan. Maar anderzijds is de 'Weltmarkt' natuurlijk onontbeerlijk. Het komt erop aan om precies aan te duiden wààr de grensoverschrijding gebeurt. Dat punt is vrij duidelijk aan te geven: op de markt moeten zich goederen en diensten bevinden, maar geen rechten. Rechten moeten door de 'Weltgeist', dat wil zeggen door het samengebrachte vernuft van de burgers in iedere soevereine rechtsstaat, langs democratische weg geschapen worden. Het huidige probleem is dat de 'Weltmarkt', het economische levensdomein dat door zijn aard zelf wereldomspannend en internationaal functioneert, de politiek - of beter gezegd het democratische domein - aan zich onderwerpt en tevens het domein van de vrije geest, van de 'Weltgeist' binnendringt.