Het republikeins genootschap

AfdrukkenOp 15 maart kwamen een vijftigtal mensen bijeen ter stichting van een 'Vooruitstrevend Republikeins Genootschap'. In het goedgekeurde stichtingsmanifest wordt gesteld : "Wij, vooruitstrevende republikeinen, zijn in de eerste plaats democraten en als democraten wijzen wij de monarchie volledig af".
 
De anti-democratische aap kwam evenwel uit de mouw wanneer één der aanwezigen voorstelde, om de invoering van het bindend referendum op volksinitiatief in de basisverklaring op te nemen. Bijna alle 'vooruitstrevende republikeinen' verzetten zich tegen dit idee. Zij zweren bij het zuiver representatief systeem. Het volk mag van deze 'vooruitstrevenden' niet het laatste woord krijgen; hoogstens mogen de burgers via verkiezingen enige invloed uitoefenen op de samenstelling van de wetgevende vergaderingen.
 
In feite zijn deze zogenaamde 'republikeinen' verdoken monarchisten. Zij zien over het hoofd, dat ons huidig zuiver parlementair systeem een essentieel onderdeel is van de moderne monarchie. In de loop van de geschiedenis heeft de absolute monarchie zich omgevormd tot constitutionele monarchie, waarbij middeleeuwse instellingen als de Staten-Generaal geleidelijk - soms ook bruusk - werden gemetamorfoseerd tot de huidige parlementen. In Belgi√ę werden de erfelijke monarchie en de representatieve democratie in 1830 ingevoerd als √©√©n geheel, als √©√©n systeem om in gewijzigde omstandigheden van de 19de eeuw de controle van de bezittende klasse over de samenleving voort te zetten. Het erfelijk koningschap is als zodanig in een constitutionele monarchie niet essentieel en kan, indien de omstandigheden dit vereisen, heel voordelig door een verkozen vorst, ook wel 'president' genoemd, vervangen worden. De essentie van de constitutionele monarchie is, dat het volk principieel uitgesloten blijft van de eigenlijke besluitvorming maar via verkiezingen enige cosmetische invloed krijgt op de keuze van het personeel der wetgevende macht. Die wetgevende macht blijft evenwel intiem verweven met de economische elite, en deelt ten gronde de waarden en belangen van die laatste. Het is zeker overdreven om te beweren dat het politiek bestel in een constitionele monarchie of dito republiek volkomen onderworpen is aan de economische macht. Maar wat de uiteindelijke krijtlijnen betreft, bepaalt de economische elite alles en het politiek bestel niets. In Europa is er maar √©√©n land, dat in de loop van de 19de eeuw is ontsnapt aan de reactionaire revoluties, en dat is Zwitserland. In dit land heeft de evolutie naar de formele volkssoevereiniteit zich op een natuurlijke wijze kunnen voltrekken. Overal elders werd, via het behoud van het zuiver representatieve stelsel, de doorbraak van de formele volksoevereiniteit geblokkeerd.
 
Het is dus volkomen absurd om enerzijds de monarchie als ondemocratisch af te doen, en anderzijds de gedwongen soevereiniteitsafstand aan een parlement als democratisch te betitelen. Hier is hoe Chomsky de kern van de zaak beschrijft (in een interview in The Sun, november 1997) met betrekking tot het ontstaan van het Amerikaanse parlementaire 'republikeinse' systeem - in de moderne geschiedenis het eerste van zijn soort. Chomsky schetst zijn studie-ervaringen:
 
"Ik begon met de eerste tekst, die de grondslag vormt voor het grootste deel van de latere politieke theorie√ęn: de 'Politica' van Aristoteles. Aristoteles vond het vanzelfsprekend dat de democratie volledig participatief zou zijn - met de grote uitzondering van vrouwen en slaven - en dat zij zou streven naar de bevordering van het algemeen welzijn. Maar hij beweerde nog iets anders. Om haar doel te bereiken, diende de democratie 'blijvend welzijn voor de armen' te verzekeren en 'redelijke en voldoende eigendom' voor iedereen. Indien extreme verschillen tussen arm en rijk zouden bestaan, of indien er geen stabiele welvaart zou zijn voor iedereen, kan men volgens Aristoteles geen democratie hebben. Aristoteles stelde verder dat , indien onder een democratie grote verschillen in rijkdom zouden bestaan, de armen de democratie zouden gebruiken om de rijkdom van de rijken af te nemen. Dit vond Aristoteles niet correct en hij zag twee oplossingen: de armoede verminderen, of de democratie verminderen. Enige duizenden jaren later zagen de grondleggers van de Amerikaanse constitutie, waaronder Madison, hetzelfde probleem. Maar terwijl Aristoteles verkoos om de armoede te verminderen, verkoos Madison om de democratie te kortwieken. Hij verklaarde op de Grondwetgevende vergadering tamelijk openlijk dat onder een echte democratie de arme meerderheid haar macht zou gebruiken om een landhervorming door te voeren, en dat zoiets onaanvaardbaar was. Het hoofddoel van de regering moest volgens Madison zijn, om '..de rijke minderheid te beschermen tegen de meerderheid'. Hij wees er ook op dat mettertijd het probleem zou verscherpen en een groeiend deel van de bevolking zou lijden onder de ongelijkheid en stiekem zou verlangen naar een meer gelijke verdeling van 's levens lusten. Daarom ontwierp hij een systeem dat zou verzekeren dat de democratie niet zou kunnen werken. De macht zou, in zijn woorden, terechtkomen bij de 'meer bekwame mannen', namelijk diegenen die ook 'de rijkdom der natie' bezaten, en de rest zou op verschillende manieren versplinterd en gemarginaliseerd worden".
 
("I started from the beginning, with Aristotle's 'Politics', which is the foundation for most subsequent political theory. Aristotle took it for granted that a democracy would be fully participatory - with the notable exception of women and slaves - and would aim to promote the common good. But he argued that, in order to achieve its goal, the democracy would have to endure 'lasting prosperity to the poor' and 'moderate and sufficient property' for everyone. If there were extremes of poor and rich, or if you didn't have lasting prosperity for everyone, Aristotle thought, then you couldn't talk seriously about having democracy.
Another point Aristotle made was that if you have a perfect democracy, yet have big differences of wealth - a small number of very rich people and a large number of very poor - then the poor will use their democratic muscle to take away the property of the rich. He regarded this as unjust and offered two possible solutions. One was to reduce poverty. The other was to reduce democracy.
A couple of thousand years later, when our Founding Fathrs were writing the Constitution, James Madison noticed the same problem, but whereas Aristotle's preferred solution has been to reduce poverty, Madison's was to reduce democracy. He said quite explicitly in the Constitutional Convention that, if we had true democracy, then the poor majority wold use its power to demand what nowadays we would call agrarian reform, and that couldn't be tolerated. The primary goal of government, in Madison's words, is 'to protect the minority of the opulent against the majority'. He also pointed out that, as time went on, this problem was going to get worse, because a growing part of the population would suffer serious inequities and 'secretly sigh for a more equal distribution of (life's) blessings'. He therefore designed a system that would ensure democracy didn't function. As he put it, power would be in the hands of the 'more capable of men', those who held 'the wealth of the nation', and the rest would be factionalized and marginalize in various ways...").
 
Met andere woorden: het systeem van zuiver representatieve democratie, zoals Madison dat ontwierp en verdedigde, en zoals het ook werd doorgevoerd en vanuit Amerika dan Europa inspireerde, had vanaf het begin de expliciete bedoeling om de macht uit de handen van het volk te houden en om de machts- en uitbuitingsstructuren van de absolute monarchie te behouden. De Amerikanen verwierpen de macht van de Engelse koning en vervingen deze laatste door een verkozen koning, maar ze namen in wezen het Engelse representatieve systeem over en garandeerden zo welbewust de blijvende overheersing door de economische elite. Of het erfelijk koningsschap behouden blijft of wordt vervangen door een soort verkozen koning is op zich volstrekt onbelangrijk. Belangrijk is, wie soeverein is: het volk of de politieke en economische elite. De afschaffing van anti-democratische feodale instituties omvat oneindig veel meer dan alleen maar de afschaffing van de constitutionele monarchie in de enge zin. Consequente republikeinen zouden alle instituten moeten bekampen die met de monarchie samenhangen. Daartoe behoort ook het zuiver vertegenwoordigend parlementair systeem. In de 19de eeuw was het monarchistisch-elitair karakter van de parlementen nog open en bloot te zien: parlementaire zitjes waren voorbehouden aan de rijken en edelen. Gaandeweg zijn deze parlementen qua samenstelling maar niet qua werkingsprincipe 'gedemocratiseerd' - ze hebben nooit hun bevoogdend karakter verloren. Onze parlementen zijn altijd instellingen gebleven die wetten kunnen maken tegen de volkswil in, en ze zijn altijd het kanaal gebleven langswaar economische drukkingsgroepen, loges enz. hun agenda kunnen doordrukken. Een zuiver vertegenwoordigend 'republikeins' systeem is eigenlijk niets meer dan een adellijk machtsysteem zonder formele koning. Wie alleen tegen de erfelijke monarchie ageert, maar tegelijk het zuiver representatief systeem als 'democratisch' blijft verdedigen, is een verdoken monarchist en een reactionair. De enige echte republiek is direct-democratisch.