Een Canadees debat

Afdrukken

In Canada is sinds enige tijd de groep 'Canadians for Direct Democracy' actief. Maar dat er in Canada ook tegenstanders zijn van het referendum, blijkt uit onderstaande tekst die verscheen in de 'Vancouver Sun' van 29 december 1998 (origineel).

"DIRECTE DEMOCRATIE KAN LEIDEN TOT HEERSCHAPPIJ VAN HET GEPEUPEL.

Sommige populisten eisen meer referendums en plebiscieten, maar zij zien de tirranie niet die zal volgen."

door Leonard Preyra, politicoloog

Er wordt beweerd dat de parlementaire democratie een krisis doormaakt. 'Gewone' Candezen zijn gefrustreerd en boos op het politiek establishment dat in toenemende mate overkomt als elitair, arrogant en onbekwaam om beslissingen te nemen.

Directe democratie wordt voorgesteld als het universele geneesmiddel voor ons politiek bestel. Referendums, plebiscieten en volksinitiatieven zijn de kreten van de dag en men belooft een toekomstige regering 'van het volk, door het volk en voor het volk'. En wie kan bezwaar aantekenen tegen de meerderheidsregel, volksoevereiniteit en directe betrokkenheid van doorsnee burgers bij de politiek?

Maar recente ervaringen suggereren dat zo'n plebiscitaire democratie nog minder representatief, ongevoelig en onverantwoordelijk kan zijn dan het systeem dat het wil vervangen. Het geneesmiddel kan wel eens erger blijken dan de kwaal.

Directe democratie is niet noodzakelijk representatieve democratie. Meer in het bijzonder werkt het niet wanneer omtrent de rechten, vragen of verplichtingen van relatief machteloze groepen per volksstemming wordt besloten. De meeste minderheden hebben, bijna per definitie, gebrek aan macht en middelen. Directe democratie zal voor hen waarschijnlijk geen fair speelterrein blijken.

Nationale en provinciale meerderheden kunnen, wanneer ze intolerant en niet tot compromis bereid zijn, gemakkelijk hun numeriek overwicht gebruiken om de noden en rechten te miskennen van minderheden en andere groepen op zoek naar gelijkberechtiging. De meerderheidsregel, vermomd als populisme, zou kunnen gebruikt worden om de klok terug te draaien ten nadele van allerhande kwetsbare groepen, tegen de oorspronkelijke volkeren in ons land, tegen gehandicapten, mensen met andere sexuele voorkeuren, religieuze minderheden, en kinderen. Democratisch zou het zijn, maar is het ook legitiem? In deze situaties kan de meerderheidsregel gemakkelijk ontaarden in meerderheidstirranie.

Directe democratie is niet noodzakelijk vooruitstrevend; in plaats van zinvolle verandering na te streven, kan directe democratie stokken in de wielen van de verandering steken. Nu reeds moeten federale en/of provinciale kabinetten, meerderheden in representatieve organen, vertegenwoordigers van belanghebbende groepen en meestal ook de hogere gerechtshoven hun zegen geven bij nieuwe maatregelen; het opkomende direct-democratische systeem kan daar nog eens de noodzaak van goedkeuring door volksmeerderheden via nationale of provinciale referendums aan toevoegen. Dit schept nieuwe mogelijkheden tot veto's en nieuwe inertie. Referendums zouden wel eens 'neverendums' kunnen worden.

Het is ironisch dat de meeste burgers precies in die richting neigen - ze opteren vaak voor behoud van, of terugkeer naar het bestaande. Populisten die sociaal-economische wijzigingen willen uitstellen of tegenwerken kunnen de nieuwe vorm van democratie gebruiken om hun privileges te beschermen, te bevorderen of te herstellen.

Directe democratie is onverantwoordelijk. Ingewikkelde materies worden herleid tot een simplistisch 'nee' of 'ja' en tot de emoties van de dag. Eens het 'volk' heeft gesproken rest geen plaats meer voor ernstige reflectie; zorgvuldige afweging is er niet bij wanneer de meute regeert.

Natuurlijk moeten onze instellingen en procedures hervormd worden, zodat het regeerwerk een verantwoordelijker en representatiever karakter krijgt . Maar de macht moet niet afgenomen worden van een arrogante en afstandelijke politieke elite om ze dan over te dragen aan een nog minder representatieve, ongevoelige en onverantwoordelijke sociale elite. We moeten zorgvuldig nadenken over de voorwaarden waaronder directe democratie zou kunnen werken en over de risico's die dit systeem meebrengt voor onze Canadese politieke traditie en voor onze nood aan een gediversifieerde en dynamische maatschappij.

----------------------

Op deze tekst stuurden verscheidene mensen een antwoord in. Uiteraard werden deze niet gepubliceerd. We geven hieronder het antwoord van Andre Carrel uit Rossland:

"Een artikel met zo'n angstaanjagende kop kan niet onbeantwoord blijven. Het artikel van Leonard Preyra staat vol goedkope slogans, gepresenteerd als stukjes wijsheid. Over de zogenaamde 'recente ervaringen' met directe democratie geeft Preyra geen nadere details; hij suggereert alleen maar dat 'plebiscitaire democratie (God moge weten wat dat betekent) nog minder representatief, gevoelig en verantwoordelijk zou kunnen zijn dan het huidig systeem'.

Het is zowel typisch als voorspelbaar dat zij die status en macht hebben angstgevoelens pogen op te wekken wanneer de vraag naar burgermacht wordt gesteld. Preyra en zijn geestesverwanten waarschuwen luid voor onverdraagzame en compromisloze nationale en provinciale meerderheden. Ze schetsen een donkere toekomst, waarin zo'n meerderheden de wezenlijke noden en rechten vertrappen van minderheden en andere groepen op zoek naar gelijkberechtiging. Wie is deze monsterachtige meerderheid waarvoor Preyra zoveel schrik heeft? Is dat niet dezelfde meerderheid die regeringen aan de macht brengt? Wie zijn die monsters, behalve wij, de burgers van dit land? En als wij het probleem zijn, wie moet volgens Preyra ons dan controleren?

Wie verplichte Canadese burgers geboren met Japans uitziende gelaatstrekken om aan de Westkust en in de binnenlanden te gaan wonen, en wie nam hun bezittingen in beslag? Wie hield generaties van Canadese burgers met Indiaans uitziende gelaatstrekken in de diepste armoede in reservaten? Wie kidnapte hun kinderen en sloot ze op in staatsscholen, om hen te dwingen een vreemde cultuur aan te nemen, en om hen te vervreemden van hun eigen erfgoed? Ontstonden deze besluiten als gevolg van referendumvoorstellen die door een meerderheid van de Canadese burgermeute op simplistische wijze werden goedgekeurd? Waar zouden Québec en Canada nu staan zonder referendum? Indien René Lévesque niet de 'traditie' had ingesteld van het referendum over de kwestie Québec, wat zou dan Parizeau of Bouchard hebben verhinderd om eenzijdig de onafhankelijkheid van Québec uit te roepen, zoals Ian Smith deed in Zuid-Rhodesië?

Een andere typische bewering van diegenen die paniek willen zaaien omtrent de burgermeute: referendums herleiden ingewikkelde vraagstukken tot een simplistische keuze tussen ja en nee, en tot de grillen van het ogenblik. Gelooft Preyra dat in dit land momenteel geen simplistische besluitvorming voorkomt? Hoe staat het bijvoorbeeld met de beloften inzake helicopters en de luchthaven van Toronto, die eerste minister Chrétien maakte voor de verkiezingen? Was zijn belofte 'geen helicopters!' een zorgvuldig overwogen uitspraak, of een simplistische manier om stemmen te ronselen? En hoe komen besluiten in ons parlement en onze wetgevende organen eigenlijk tot stand? Kunnen onze vertegenwoordigers dan kiezen tussen opties zoals 'enigszins', 'misschien', 'tot op zekere hoogte', 'ja en nee', 'het hangt ervan af' en 'laat me nog wat nadenken'? Of moeten ze gewoon 'ja' of 'nee' stemmen? Is het niet juister om te stellen dat de parlementsleden stemmen als een troep gedresseerde zeehonden - een vergelijking die van Trudeau komt? Wat is de verwachte politieke levensduur van een liberale, conservatieve, reformistische of NDP-politicus in gelijk welk Canadees wetgevend orgaan, indien die politicus het waagt de partijtucht te trotseren en zich behoorlijk van zijn job te kwijten?

Onze professor noemt diegenen die het recht zouden krijgen om bij een referendum te stemmen, een niet-representatieve, ongevoelige en onverantwoordelijke sociale elite. Maar feitelijk is deze elite gewoon het volk zelf, de burgers, wij! En hij noemt onze regeringen een arrogante en afstandelijke politieke elite. Indien hij in beide gevallen gelijk heeft, en wij beide elites uitsluiten van regeringsmacht, wie moet dan eigenlijk wel dit land besturen? De academici misschien? Wat zijn eigenlijk Preyra's eigen voorstellen?

Op Ă©Ă©n punt ben ik het met Preyra eens: we moeten denken. En dat is wat ik verwacht van universitair geschoolden: dat zij denken, en niet meedoen aan het zaaien van angst. Dat zij de begrippen van burgerschap en burgerverantwoordelijkheid, die momenteel zo jammerlijk verkommerd zijn, tot bloei en rijping brengen. En ik verwacht van academici doordachte taal, in plaats van holle slogans.