Een parlement zonder partijen

Afdrukken

- enkele voorlopige overwegingen –

In een democratie is het volk soeverein. De verzameling van de burgers bepaalt hoe de wetten luiden. Om wetten te maken of te veranderen moeten burgers op een of andere manier met elkaar in discussie treden, om tenslotte via een stemming te beslissen. Dat kan gebeuren op de klassieke wijze, via een volksvergadering op het marktplein (zoals lokaal in Zwitserland of New England gebeurt), of via een burgerreferendum, dat meer in tijd en ruimte is gespreid.

Een democratie wordt best niet opgevat als een verzameling van losse discussie- en beslissingsmomenten, net zoals een symphonie best niet wordt opgevat als een verzameling van losse noten. Een democratie is een proces en daarbinnen zijn, om de muzikale metafoor even door te trekken, de eigenlijke stemmingen niet meer dan paukenslagen. Een daadwerkelijke democratie leeft in het dagelijkse denken van de burgers, die zich soeverein weten en vanuit die wetenschap ook het maatschappelijk leven bekijken. Zij zullen de maatschappelijke processen met belangstelling bekijken precies omdat zij weten dat zijzelf mede instaan voor de goede gang van zaken.

Democratische besluitvorming wordt gekenmerkt door het meerderheidsbeginsel. Alle burgers worden als gelijken in rechte beschouwd, die bij de stemming evenveel gewicht in de schaal werpen. De voorkeur van de meerderheid der kiezers wordt gevolgd. Deze meerderheidsregel is gebaseerd op het idee, dat de burger bij zijn deelname aan het beeld- en besluitvormingsproces niet optreedt als vertegenwoordiger van het eigen belang,doch als volksvertegenwoordiger.

De individuele burger neemt aan het referendum dus deel in een dubbele hoedanigheid. Enerzijds treedt hij op als een strikt individueel wezen, in de zin dat hij op basis van eigen inzicht en geweten tot een oordeel komt; en inzicht en geweten zijn nu eenmaal eigenschappen van individuen, en niet van groepen of gemeenschappen. Maar anderzijds treedt de wetgevende burger ook op als representant van de gemeenschap, in de zin dat het oordeel dat hij voortbrengt geacht wordt niet een weerspiegeling te zijn van het eigen individuele belang, doch van wat men het ‘algemeen belang’ pleegt te noemen. Deze term’algemeen belang’ is eigenlijk ongeschikt, vermits er geen ‘algemeenheid’ bestaat met een eigen belang. Bedoeld wordt dat de oordelende burger een afweging maakt van de individuele belangen van alle burgers, en op basis daarvan tot een oordeel komt. Hij denkt en oordeelt als individu, doch handelt als volksvertegenwoordiger. Deze polariteit tussen individu en gemeenschap komt ook tot uiting in het stemproces zelf, dat geheim is voor wat het individuele stemgedrag betreft, maar in zijn totaliteit juist bij uitstek een openbare aangelegenheid is.

Democratie functioneert op basis van de opvatting dat de mens bekwaam is om zich in de situatie en de problematiek van anderen te verplaatsen. Zonder dit vermogen tot empathie of tot ‘sociale fantasie’ verdort democratie tot dictatuur van de meerderheid. Burgers die bij een referendum stemmen zijn in de ware zin des woord ‘volksvertegenwoordigers’: zij vertegenwoordigen niet zichzelf, doch het gemenebest, waaromtrent zij oordelen vanuit hun individueel inzicht en geweten. De meerderheidsregel vindt zijn verantwoording in de overweging, dat het oordeel van de meerderheid der burgers de meeste kans heeft, om de totaliteit van de individuele belangen het beste te dienen. Uiteraard is dit een feilbaar proces. Daarom zijn democratische besluiten altijd reversibel. Particratieën en dictaturen poneren meestal het bestaan van ‘democratische verworvenheden’ waarop niet mag worden teruggekomen. In een echte democratie bestaan zo’n ‘verworvenheden’ niet, en kan iedere generatie opnieuw alles in vraag stellen.

Ad hoc en permanente volksvergaderingen
Omdat een volksvergadering wetten maakt die voor iedereen gelden, wordt iedere burger die niet deelneemt aan het proces geacht een volmacht te geven aan zij die wel aan het beeld- en besluitvormingsproces deelnemen. Wie bij een burgerreferendum ter stembus toogt, treedt daarbij als het ware toe tot het ad hoc parlement, dat de beslissing neemt over het voorstel dat ter stemming voorligt. Wie niet door zijn deelname toetreedt tot dit ad hoc parlement, mandateert diegenen die wel stemmen. Iedere burger beschikt over een gelijke mogelijkheid om zichzelf in de ad hoc volksvergadering te projecteren door eenvoudigweg te gaan stemmen. En iedere burger beschikt over de mogelijkheid om niet te gaan stemmen en dientengevolge de stemmende medeburgers van een wetgevend mandaat te voorzien voor wat betreft de kwestie die ter stemming voorligt.

Aan een volksvergadering of referendum zijn allerhande kosten verbonden. Het is daarom goed denkbaar, dat de soevereine burgers besluiten om een permanente groep medeburgers te mandateren voor een deel van het wetgevend werk. Naast het systeem van de ad hoc volksvergaderingen of referendums, waarvoor per onderwerp telkens een andere, grotere of kleinere groep kiezers het wetgevend werk verricht, komt er dan een kleine groep van burgers die in het wetgevend werk is gespecialiseerd. De vraag stelt zich dan, hoe zo’n permanente groep moet worden samengesteld, en volgens welke principes zo’n groep dient te functioneren.

De praktijk van de parlementen die momenteel in de meeste landen functioneren laat zien, dat deze vraag verre van triviaal is. Om daadwerkelijk democratisch te zijn, dient zo’n parlement op het vlak van inzichten, voorkeuren en gezichtspunten een verkleinde afbeelding van de bevolking te zijn. Binnen die verkleinde afbeelding kan het democratisch proces zich dan afspelen op een wijze, die parallel dient te lopen met het beeld- en besluitvormingsproces dat een algemene ad hoc- volksvergadering kenmerkt.

In particratieën bestaat een soort parlement, doch de samenstelling daarvan is geen beeld van de samenleving in zijn geheel. Momenteel verkeren we in de karikaturale situatie, waarbij de politieke partijen in het raam van de discriminatie-ideologie bepaalde vertekeningen aankaarten, maar tegelijk andere vertekeningen zorgvuldig buiten beeld houden. Zo wordt bijvoorbeeld veel heisa verkocht over het feit, dat in het parlement relatief weinig vrouwen zetelen. De SP.a wierp recent op, dat in het parlement geen enkele arbeider aanwezig is. En uiteraard worden ook over allochtonen heel wat politiek-correcte opmerkingen geventileerd. Maar andere vertekeningen blijven volledig onbesproken. Het feit bijvoorbeeld dat het parlement uitsluitend wordt bevolkt door leden van politieke partijen, wordt zorgvuldig buiten beeld gehouden. En hoe staat het met het percentage vrijmetselaars in respectievelijk het parlement en de volledige bevolking? Hierover verneemt men niets.

Nochtans bestaat er een eenvoudig middel om al deze vertekeningen en feitelijke rechtsongelijkheden in één klap uit de wereld te helpen. Het volstaat om de leden van de permanente volksvergadering bij lottrekking uit te kiezen. Indien de omvang van zo’n bij lot aangeduide volksvergadering niet te klein is, bekomt men automatisch een beeld van de samenleving in al haar geledingen. Het politiek correct geleuter over glazen plafonds voor vrouwen en voor arbeiders zou meteen verstommen. Burgers die geen lid zijn van een politieke partij – de verpletterende meerderheid van de bevolking, zouden meteen toegang krijgen tot de permanente volksvergadering. Door de leden van de permanente vergadering door loting uit te kiezen, zou het gelijkheidsbeginsel tussen de burgers worden hersteld, in de zin dat iedereen a priori een gelijke kans heeft om tot de permanente wetgevende vergadering toe te treden.

Mandatering

De invoering van zo’n lottrekking betekent geenszins, dat de mogelijkheid tot mandatering verdwijnt. In het huidige systeem is de mandatering voor de overgrote meerderheid van de burgers verplicht. Wie niet houdt van politieke partijen, of wie geen tijd of talent heeft om een politieke propagandacampagne te lanceren, kan in het bestaande systeem niet anders dan kiezen voor één van de kandidaten (of voor hun respectievelijke partijen). Al deze kiezers zijn a priori volstrekt kansloos; ze moeten kiezen voor een ander. Bij lottrekking kan ieder die dit wil, het eigen lotje behouden en aldus kandidaat worden. Momenteel hebben de partijvertegenwoordigers gemakkelijk spel, want zij beschikken over het monopolie van de kandidaturen. Hoewel de meeste kiezers weinig of geen vertrouwen hebben in de politieke partijen, vergaren de kandidaten van deze partijen toch de stemmen, omdat de burgers geen andere keuze hebben dan op zoek te gaan naar de minst slechte kandidaat. Bij een systeem van lottrekking dienen kandidaten die willen dat medeburgers hun lotje aan hen overdragen, het vertrouwen van die burgers daadwerkelijk te winnen. Men zal dan kunnen merken in welke mate dit vertrouwen daadwerkelijk bestaat. Momenteel kan men dit vertrouwen niet peilen, omdat de kiezers gedwongen worden om bij voorbaat hun lotje af te staan en om zogezegd te ‘mandateren’. Vertrouwen kan nu eenmaal door zijn aard zelf niet onder dwang worden verleend.

Kandidaten die effectief het vertrouwen van een grote groep medeburgers genieten kunnen bij lottrekking hun kansen op aanduiding aanzienlijk verhogen. Beschouw bijvoorbeeld het hypothetische geval waarbij 5.000.000 burgers in aanmerking komen om lid te worden van een parlement dat uit 200 personen bestaat. Iemand die 20.000 lotjes op zijn naam heeft verzameld, zal dan ongeveer 45% kans hebben om te worden getrokken. Iemand die 40.000 lotjes kreeg toegewezen, zal ongeveer 80% kans maken om effectief te worden geloot. Met 100.000 lotjes heeft men 98% kans om in de volksvergadering te komen. Indien een burger de lotjes toegewezen krijgt van voldoende medeburgers, kan een situatie ontstaan waarbij hij zo goed als zeker als parlementslid zal getrokken worden. Het is dus nog steeds mogelijk om kiesverenigingen op te richten, met als bedoeling bepaalde personen in het parlement te krijgen. Het essentiële verschil is evenwel, dat het vertrouwen effectief moet gewonnen worden.

Indien men de keuzemogelijkheden wil verfijnen, kan men aan iedere parlementeerbare burger bv vijf lotjes toekennen, die door de houder allemaal of ten dele over verschillende medeburgers kunnen worden verdeeld. Het hele proces kan bijvoorbeeld elektronisch worden geïmplementeerd.

Werkingsprincipes

De werking van een democratische permanente volksvergadering dient op een aantal domeinen drastisch te verschillen van de werking van het parlement in een particratie als Nederland, of als een semi-dictatuur zoals in België. Ik noem slechts twee punten die mij essentieel lijken.

Vooreerst dient de permanente volksvergadering, net zoals de ad hoc volksvergaderingen over specifieke onderwerpen, bij geheime stemming te beslissen. Een particratisch systeem kan maar functioneren doordat het stemgedrag van de parlementsleden wordt gecontroleerd door hun partijleiding. De meeste parlementsleden verlangen herverkiezing, en omdat daarvoor de goedkeuring van hun partijleiding is vereist, zullen zij niet stemmen volgens inzicht en geweten, doch volgens de partijrichtlijnen. Verdedigers van het bestaande bestel gewagen graag van ‘hardwerkende parlementsleden’ maar de werkelijkheid is, dat de zogenaamde volksvertegenwoordigers broodslaven zijn van hun partijen. “Een heel klein groepje met drie, vier partijvoorzitters bestuurt het land. Daarachter loopt dan een ganse schare van alibi-verkozenen en alibi-aanwezigen”, weet Kamervoorzitter Herman De Croo te melden (De Morgen 20/12/03, p.38). Diezelfde De Croo heeft trouwens ook het idee geopperd, om kamerleden geheim te laten stemmen (“Alleen op die manier zullen de parlementsleden durven doen wat ze denken” De Standaard 10-01-04; blijkens het bericht was de SP.a tegen). Tevoren is dat idee ook al eens voorgesteld door Pieter De Crem (“Er moeten geheime stemmingen zijn zodat kamerleden echt volgens hun mening kunnen stemmen”, De Standaard 27-08-96). De huidige zogenaamde volksvertegenwoordigers zijn eigenlijk partijvertegenwoordigers. Dat bedrog kan niet genoeg aan de kaak worden gesteld, en moet op een drastische manier uit de wereld worden geholpen. Een veralgemeend systeem van geheime stemming maakt meteen onmogelijk, dat partijen en andere soortgelijke verenigingen het stemgedrag van de leden der permanente volksvergadering kunnen beïnvloeden. Wanneer partijen ook geen invloed meer kunnen hebben op de verkiesbaarheid van de volksvertegenwoordiger, is hun schadelijke invloed grotendeels uitgeschakeld. Meteen wordt ook een andere particratische ellende, namelijk de opsplitsing van de volksvertegenwoordiging in een ‘meerderheid’ en een ‘oppositie’, uit de wereld geholpen. Deze praktijk van ‘meerderheidsvorming’ heeft niets te maken met democratie en alles met particratisch machtsmisbruik.

Ten tweede dient absoluut te worden vermeden dat een kaste van beroepspolitici ontstaat, zoals dat in een particratisch regime schering en inslag is. Omdat over het algemeen de kans klein is dat veel leden van de permanente volksvergadering tweemaal na elkaar geloot worden, is het gevaar voor zo’n kastevorming door het systeem van de loting reeds grotendeels bezworen. Niettemin lijkt het verstandig om daarnaast ook nog formele ‘term limits’ in te voeren, zoals die bijvoorbeeld gelden voor het presidentschap van de USA of Mexico (en die ook reeds bestonden in het oude Athene).
Een ware elite dient.

Ik maak me weinig illusies. Het idee om de parlementsleden per lot aan te duiden, en aldus de machtsgreep van de politieke partijen op het wetgevend werk uit de wereld te helpen, zal door de meesten op gehoon worden onthaald. Voor een doorsnee politicus lijkt het ondenkbaar dat modale mensen, doorgaans zonder politieke ervaring en vaak met weinig politieke belangstelling, de permanente wetgevende vergadering gaan bevolken. Nochtans is dit idee niet vreemder dan bijvoorbeeld de aanstelling van een volksjury bij een assisenzaak. Uiteraard zal zo’n volksvergadering niet de politieke expertise bezitten die bepaalde partijrotten kenmerkt. Maar tegelijk zal zo’n volksvergadering ook niet de stempel dragen van allerhande kastebelangen, die zo kenmerkend zijn voor het huidig politiek systeem. Het proces van politieke beeld- en besluitvorming omvat altijd twee fundamenteel verschillende elementen. Enerzijds is elk vraagstuk of elk domein gekenmerkt door een reeks technische aspecten die in feite geen keuze toelaten. Wanneer bijvoorbeeld beslist moet worden over de bouw van een brug, kan niet vrij gestemd worden over de beperkingen die door de wetten van de mechanica worden opgelegd. Experten dienen in dit opzicht de grenzen van de beslissingsruimte aan te wijzen. Doch aan de andere kant is ieder politiek vraagstuk behept met een niet-technisch element: binnen de technische grenzen werkt de politieke besluitvorming als een moreel scheppende act. Daartoe heeft iedere mondige burger de nodige bekwaamheid in huis. Zowel een particratisch parlement als een democratische permanente volksvergadering zal toegang moeten hebben tot expertise; maar de te nemen keuze zal niet door de gegevens van de expertise eenduidig zijn vastgelegd. De eigenlijke politieke act is een daad van maatschappelijke keuze en schepping, en dient op democratische wijze te gebeuren.

Kenmerkend voor de politieke kaste is, dat ze zichzelf niet enkel grotere technische bekwaamheid toedicht maar ook morele superioriteit. De politicus meent van zichzelf dat hij over de bijzondere bekwaamheid beschikt om te handelen met het oog op ‘het algemeen belang’. De doorsnee burger zou hiertoe niet in staat zijn, zodat de politieke klasse hem het ‘algemeen belang’ met staatsgeweld door de strot moet rammen. Doch deze combinatie van staatsgeweld en misprijzen ten overstaan van Jan Modaal, die enkel goed wordt geacht om belastingsgeld af te scheiden en die voor de rest zijn klep moet houden, illustreert precies de morele inferioriteit van de huidige zelfverklaarde elite. Een echte geestelijke elite dient. In een democratie neemt dit de vorm aan van overtuigingswerk. Individuen en groeperingen die bepaalde ideeën of idealen zijn toegedaan, hebben in een democratie volop de mogelijkheid om burgers, al dan niet lid van de permanente volksvergadering, aan te spreken en aan overtuigingswerk te doen. Een echte elite terroriseert niet, wendt geen staatsgeweld aan om de medemensen in de pas te dwingen, maar spreekt de medeburgers aan op hun denkvermogen en op hun geweten.

Dat is de enige menswaardige weg, en ook de enige weg die niet op termijn een samenleving naar de vernieling leidt.

PDF versie: https://docs.google.com/a/democratie.nu/file/d/0B6Vin8ae6YqvdWdKNzNOVDkxODQ/edit