Links en rechts

AfdrukkenEr is een verregaande taboeïsering ontstaan, niet enkel rond de uitdrukking ‘extreem-rechts’ doch ook rond ‘rechts’ tout court.
Een groter taboe is natuurlijk, dat de ééndimensionele links-rechts ordening in grote mate irrelevant is, omdat individuele burgers over uiteenlopende onderwerpen opvattingen kunnen ontwikkelen, die nu eens ‘links’, dan weer ‘rechts’, en in vele gevallen niet-klasseerbaar zijn.
Op een televisiedebat de dag na de verkiezingen ontkenden de voorzitters van CD&V en N-VA dat hun partijen rechts zouden zijn. Ze noemen zichzelf centrum. Dedecker repliceerde: "Jullie durven gewoon het woord rechts niet meer uitspreken. Wel, wij zijn een rechtse partij, en ja, er is een ruk naar rechts." VB-voorzitter Van Hecke voegde hier aan toe: "Je kan toch niet ontkennen dat het succes van CD&V/N-VA voor een groot stuk te danken is aan een uitgesproken rechtse opstelling". Er is inderdaad een verregaande taboeïsering ontstaan, niet enkel rond de uitdrukking ‘extreem-rechts’ doch ook rond ‘rechts’ tout court. Het woordgebruik in de media gaat vanzelfsprekend uit van het denkbeeld, dat ‘links’ gelijk staat met goed en verstandig, en ‘rechts’ met slecht en achterlijk. Op de webstek van het VB werd volgende woordenuitwisseling vermeld, die plaatsvond tussen de VRT-journalisten Martine Tanghe en Yvan De Vadder tijdens de verslaggeving betreffende de verkiezingsuitslagen:
“Rechts wint, links verliest, wordt gezegd. Maar klopt dat ook, Yvan?”
“Inderdaad Martine. Ik vrees dat dit de trend is”.
Een groter taboe is natuurlijk, dat de ééndimensionele links-rechts ordening in grote mate irrelevant is, omdat individuele burgers over uiteenlopende onderwerpen opvattingen kunnen ontwikkelen, die nu eens ‘links’, dan weer ‘rechts’, en in vele gevallen niet-klasseerbaar zijn. Wanneer men hierop consequent zou ingaan, komt men immers snel tot de conclusie dat ons politiek systeem helemaal geen democratie is, vermits de burgers niet de mogelijkheid hebben om hun opvattingen via hun stemgedrag uit te drukken. Voor een parlementslid is het zeer moeilijk om te erkennen, dat we niet in een democratie leven, omdat hierdoor de verantwoording voor de eigen deelname aan het wetgevend werk wegvalt. De waarheid dat wij niet in een democratie leven, doch in een ontaarde vorm van particratie, zal men op dit soort debatten dan ook zelden horen uitspreken.