Het tanend democratisch ideaal van de Belgische socialisten.

AfdrukkenUit de BWP-statuten, in artikel één, dat als volgt luidde:
“Algemeen stemrecht. Rechtstreeksche wetgeving door het volk, dat is: bekrachtiging en initiatief door het volk op wetgevend gebied, geheime en verplichtende stemming. De kiezingen moeten 's zondags geschieden."

Vroeger, heel lang geleden, toen er in Vlaanderen nog socialisten bestonden, hoorde je wel eens wat. Bijvoorbeeld van Edward Anseele, die verklaarde:

“Niemand is wezenlijk vrij die de volgende drij rechten niet bezit: stemrecht om de wetten te maken naar zijne behoeften, verzekerd bestaan, om door broodgebrek voor andermans wil niet te moeten onderdoen, en wapens om de twee vorige onschendbare menschenrechten te verdedigen tegen vreemde veroveraars of binnenlandse verdrukkers. De gewapende natie is de bewapening der werkers en ontwapening der rijken.”

Wapens voor de werkers? Men durft daar niet aan denken. Tegenwoordig zou Anseele door de kaviaar-softies van de Verwaterd Rood ongetwijfeld als ‘uiterst rechts’ of ‘fascistisch’ worden bestempeld.
 
Die uitgestorven socialisten vertoonden nog een ander uiterst-rechts kenmerk. Ze waren – horresco referens – niet meer of minder dan democraten. Dat betekent dat volgens hen het volk de hoogste wetgevende instantie hoorde te zijn. Wat het volk als wet wilde zien, dat moest volgens deze poujadisten en raddraaiers daadwerkelijk wet worden. Met andere woorden: die uitgestorven socialisten waren voorstanders van het referendum. Die eis prijkte bijvoorbeeld bovenaan de BWP-statuten, in artikel één, dat als volgt luidde:
“Algemeen stemrecht. Rechtstreeksche wetgeving door het volk, dat is: bekrachtiging en initiatief door het volk op wetgevend gebied, geheime en verplichtende stemming. De kiezingen moeten 's zondags geschieden.”

Filip Dewinter heeft in het Vlaams parlement een referendum voorgesteld over Vlaamse onafhankelijkheid. Wat? Een referendum? Een kaviaarlinkse durft daar niet aan te denken. Di Rupo heeft een soortgelijk referendum wel eens voorgesteld, maar toen men dreigde hierop ernstig in te gaan, krabbelde hij hals over kop terug, want België verdraagt helemaal geen democratie. “België zou een referendum kunnen houden als we in een normaal land wonen. Maar we wonen niet in een normaal land. Wat zouden we gaan doen als Vlaanderen voor stemt en Wallonië tegen?" zei Leo Tindemans nog niet zo lang geleden (Gazet van Antwerpen, 3 juni 2005). Tsja.
 
Caroline Gennez, de geprebombardeerde SP.a-voorzitster, ging in de tegenaanval. Zij zegt dat Dewinter een ‘softie’ is omdat die een referendum vraagt:
“Waarom legt u in dit parlement, de vertegenwoordiging van de Vlaamse natie, geen resolutie ter stemming voor om de Vlaamse onafhankelijkheid uit te roepen? Ik vraag u om die stemming te houden, maar u weet dat u geen draagvlak hebt in dit halfrond. Wij zijn de legitieme vertegenwoordigers van de Vlaamse natie. U bent een softie geworden!”

Gennez’ manoeuver is doorzichtig. Soft is niet diegene die de confrontatie met de volkswil vraagt, maar integendeel diegene die deze confrontatie vreest. Dewinter loopt groot risico met zo’n referendum, want het is heel goed mogelijk dat een meerderheid van de Vlamingen tegen de onafhankelijkheid stemt die hij voorstaat. Het is Gennez die de stem van het volk vreest. Om dat de verbergen beroept ze zich op de Moeder van alle Politieke Leugens, variant Vlaanderen. Ze beweert dat het Vlaams parlement de ‘legitieme vertegenwoordiger’ zou zijn van de Vlaamse natie.
 
België is geen democratie, en de pseudo-deelstaat Vlaanderen is dat nog veel minder. Natuurlijk beweert de politieke kaste het tegendeel. Ze kunnen niet anders, want hun broodwinning, macht en prestige staan op het spel. Maar de evidente en voor iedereen direct zichtbare werkelijkheid luidt dat wij leven in een particratie. Het zijn de politieke partijen en niet de burgers die de wetten maken. Vroeger, toen Verhofstadt nog niet door de loge was heropgevoed, kon men dit ook in VLD-kringen wel eens vernemen. “Dat we in een democratie leven is een illusie. We leven in een particratie.” (Marc Verwilghen, VLD-kamerlid, De Standaard Magazine, 29 aug. 1997). “België is een particratie. En of we het nu graag horen of niet, ook wij zijn daar onderdeel van.” (Guy Verhofstadt, VLD-studiedag De burger beslist, Tongeren, 7 feb. 1998). Verhofstadt stelde terecht dat wij leven in een schijndemocratie en dat zulks moet veranderen: “Onze schijndemocratie moet omgevormd worden tot een echte democratie, een burgerdemocratie, waarbij de mensen het eerste en laatste woord krijgen over de manier waarop hun samenleving ingericht wordt” (VLD-congres Fundamenten voor verandering, Gent, 26 april 1998).
 
Maar de tijden veranderen ook, en de VLD is ‘Open’ geworden, zodat we thans worden vermaand: “Natuurlijk is België een democratie,” (Verhofstadt, De vierde golf, p.31). Wie via de staat macht wil uitoefenen over zijn medeburgers, moet natuurlijk zeggen dat die macht democratisch is en legitiem; zoniet zaagt men de tak af waarop men zit.
 
Daarom kan Caroline Gennez niet het harde, oorspronkelijke socialistische standpunt innemen en rechtstreekse beslissingsmacht eisen voor het volk. Natuurlijk kan zij ‘hard’ peroreren tegen een VB-er. Aansluiten bij de grote hoop en tegen het zwarte schaap tekeer gaan, is gemakkelijk en vrij van risico. Maar inhoudelijk is zij een softie; week als pudding en compleet verwaterd, wanneer het over democratie gaat. Gennez durft het woord niet verlenen aan diegenen die zij zogezegd ‘legitiem’ vertegenwoordigt.
 
Dat Vlaams parlement is, in tegenstelling tot wat Gennez beweert, helemaal geen legitieme vertegenwoordiging van wat dan ook. De logische kern van de kwestie is deze: een authentiek mandaat dient, omwille van zijn aard zelf, in vrijheid te worden verstrekt door de mandaatgever. Dat betekent dat de mandaatgever de vrijheid moet hebben om desgewenst helemaal niet te mandateren, doch zelf te handelen of te beslissen. Een gedwongen of opgelegde mandaatverstrekking is géén mandatering, doch illegitieme dwang. Het is onmogelijk om iemand onder dwang een geschenk te doen geven. Waarom? Omdat een geschenk, door zijn aard zelf, vrijheid bij de gever veronderstelt. Hetzelfde geldt voor politieke mandatering; wanneer de burgers gedwongen worden om een vermeend mandaat te geven, en indien hen de mogelijkheid wordt ontnomen om zelf te beslissen, dan is van mandatering geen sprake en heeft men te doen met illegitieme machtsuitoefening. 
 
Veronderstel dat vijf overvallers hun slachtoffer de vrijheid laten, om zelf te kiezen aan wie van de vijf hij zijn portefeuille mag ‘schenken.’ Maakt deze keuzevrijheid de afgifte van de portefeuille tot een authentiek geschenk? Natuurlijk niet: de portefeuille wordt nog altijd geroofd. Op dezelfde manier verandert het feit dat de Vlaming bij een verkiezing de keuze wordt gelaten tussen vijf partijen, niets aan het feit dat de mandatering afgedwongen is, omdat aan de Vlaming niet de mogelijkheid wordt gelaten om niet te mandateren doch referendumsgewijs direct te beslissen.
 
Men kan aan de toenmalige socialisten allerlei verwijten, maar niet, dat zij het bovenstaande niet hadden begrepen. Zij wisten heel goed wat volkssoevereiniteit impliceert. De grootste socialistische partij in de negentiende eeuw, de SPD, had directe democratie in haar programma staan. Die partij pleitte, bijvoorbeeld in het programma van Gotha, voor directe wetgeving door het volk (“Direkte Gesetzgebung durch das Volk”). De Zwitserse socialisten hebben trouwens een essentiële rol gespeeld bij de invoering van het volksreferendum in dat land.
 
Onze huidige Vlaamse socialisten echter zijn ‘anders’. Zij hebben de modale Vlaming tot een permanent ontoerekeningsvatbare verklaard, die door grote lichten als Caroline Gennez ‘legitiem’ moet vertegenwoordigd worden, willen of niet. Noteer dat Gennez spreekt over de ‘legitieme vertegenwoordiging’, niet van het Vlaamse volk, doch van de ‘Vlaamse natie.’ Dat is helemaal in overeenstemming met de Belgische grondwet, die helemaal niet uitgaat van het idee van volkssoevereiniteit (zoals dat hoort in een democratie) doch van het idee van de soevereine ‘natie.’ Die ‘natie’ is  op zich niet meer dan een abstract begrip, een denkbeeldige entiteit zonder oordeelsvermogen en zonder stem. Diegenen die in 1830 in België de macht grepen, voerden dit concept in omdat zij wensten dat de wetten van het land enkel door baronnen en graven en andere vooraanstaanden worden gemaakt. ‘Natie’ is het codewoord voor ‘agendabepalende elite.’ Na de eerste wereldoorlog werden de socialistische partijleiders tot deze elite toegelaten. De laatste decennia staat ‘natie’ meer concreet voor ‘particratie.’ Het antidemocratische baronnenidee – niet het volk doch de elite moet de dienst uitmaken – is echter heel die tijd onveranderd gebleven, en wordt nu door Gennez met graagte omarmd.
 
Softies als Gennez zijn niet zelden brutaalgebekt. Maar zij deinzen terug voor de harde confrontatie met de concrete opvattingen van diegenen die zij beweren te ‘vertegenwoordigen.’ Liever wordt gelogen. Herinner u bijvoorbeeld, hoe de paarse regering op kosten van de belastingbetaler affiches liet uithangen, bewerende dat 70% van de Belgen de goedkeuring van de Europese grondwet zou steunen. Dat rare percentage bleek afkomstig te zijn van de Eurobarometer, een instituut dat ten dienste staat van de EU en ten gebruike van zijn opdrachtgever twijfelachtige ‘peilingen’ produceert. Volgens diezelfde Eurobarometer zou 26% van de Fransen en 11% van de Nederlanders tegen de grondwet zijn gekant. Men kent in deze gevallen het verschil tussen ‘peiling’ en werkelijkheid, omdat in Nederland en Frankrijk daadwerkelijk referendums hebben plaatsgevonden.
 
De eigenaardigheid van België is evenwel, dat deze ‘natie’ zelfs het minste geringste spatje democratie niet kan verdragen, zodat Gennez’ ‘legitieme  vertegenwoordiging’ de EU-draak goedkeurde, en affichegewijs aan de burgers liet weten dat zij het hiermee eens waren.
“In alle stilte heeft de Kamer de Europese grondwet [op 19/5/2005] goedgekeurd. Een grondwet aanvaarden is normaal gezien een zeer plechtige en belangrijke aangelegenheid voor een land, maar in de Kamer was het maar een povere affaire. De grondwet, waarvan iedereen zegt dat ze zo belangrijk is voor de toekomst van Europa en de welvaart van de Europeanen, werd zonder bezieling goedgekeurd. Er werd geen echt debat rond gevoerd en de uitslag van de stemming stond al jaren geleden vast. De behandeling door de Kamer van dit belangrijke document was een schande” (Paul Janssens, Het Volk, 21 mei 2005).
Zo functioneert dat, en zo zal dat blijven functioneren, zolang Vlaanderen niet democratisch wordt, en softies à la Gennez de dienst blijven uitmaken.