Het hervormen van een staat

AfdrukkenNa een jaar stevig, onverdroten en keihard onderhandelen is het de federale regering op de vervaldag net niet gelukt de staat te hervormen. Zou de burger dan middels een referendum (volksraadpleging of plebesciet) toch de kastanjes uit het vuur moeten halen? En welke kastanjes dan wel en welke niet? Politici nemen graag hun verantwoordelijkheid vertrouwen ze democratievoorstanders toe. Hoe gaan ze dat nu regelen zonder dat de burger het gelag betaalt? ah, ja hier een presentatie over de BHV discriminatie die onverwijld ging weggewerkt worden.
Onderstaande berichten ter duiding op het onevenaarbare Nieuw Pierke:

Eerst enkele uitsmijters.
Eric Verhulst: "Men zegt soms dat België een laboratorium is voor Europa. Het is niet zo bedoeld, maar de gelijkenis tussen het Belgische débacle en dat van Lissabon is schrijnend."
Is België al een confederatie? Ph. Van den Abeele: "Een veto is een typisch kenmerk van een confederatie, niet van een federale staat."

Referendum over een onafhankelijk Vlaanderen

Referendum of de institutionele chaos

Het parlementaire zomerreces, de 'deadline der deadlines', nadert met rasse schreden. De kans op een hernieuwde Pax Belgica lijkt zo goed als onbestaande. Een referendum over Vlaamse onafhankelijkheid kan een uitweg bieden, vinden zeven Vlaams-nationalisten, in een opiniestuk in De Standaard van 17 juni '08

Een grote stap voorwaarts in de hervorming van de Belgische Staat blijft voor Vlaanderen noodzakelijk en voor de Franstalige politici ondenkbaar. Om nog maar te zwijgen over het dossier-BHV, de splijtzwam van België. De ondertussen beruchte note pedagogique sur BHV van de PS zegt het allemaal. Het gaat hen niet in de eerste plaats om de (overwegend blauwe) Franstalige kiezers uit de Vlaamse Rand, het gaat de Franstalige socialisten om het vrijwaren van de Franstalige claim op Vlaams grondgebied in het post-België-scenario. Vicepremier Laurette Onkelinx kon het niet beter verwoorden toen ze onlangs in een interview met De Standaard (DS 31 mei) het volgende zei: 'Brussel-Halle-Vilvoorde gaat over: hebben Wallonië en Brussel al dan niet een aparte toekomst? BHV gaat natuurlijk ook over de verdediging van de Franstaligen die in de Rand leven, maar dat is niet de kern van de discussie. Wie in Vlaanderen nog gelooft dat het over het inschrijvingsrecht voor Franstaligen uit de Rand gaat, begrijpt niets van de gevoeligheid van de Franstaligen. BHV is echt veel fundamenteler dan dat. Dat maakt de discussie zeer moeilijk.' En dan te weten dat elk 'inschrijvingsrecht' voor de Vlaamse partijen al zo goed als onbespreekbaar is…

Kortom, de toestand is uitzichtloos. Nieuwe federale verkiezingen dan maar? Afgezien van het feit dat nieuwe verkiezingen de communautaire tegenstellingen enkel maar zouden vergroten, zijn ze ook juridisch heel erg controversieel. Dat bleek enkele weken geleden nog maar eens op de studiedag naar aanleiding van het 40-jarig bestaan van het Instituut voor Constitutioneel Recht van de KU Leuven. Hoewel onderzoekster Evelyne Maes met overtuiging de stelling verdedigde dat nieuwe verkiezingen zonder een gesplitst BHV misschien wel ongrondwettelijk zijn, maar simpelweg niet kunnen worden tegengehouden, kreeg ze ferm de wind van voren van enkele collega-juristen.  Vooral professor emeritus Hugo Vandenberghe kon zich helemaal niet vinden in haar redenering. Hij beweerde met grote stelligheid - internationale verdragen en normen in de hand - meer dan voldoende juridische argumenten te kunnen aanhalen om deze eventuele verkiezingen te doen kelderen. Als senator van CD&V en dus sterk betrokken partij, blijft het natuurlijk de vraag of hij, eens het zover is, dit ook effectief zal doen. De giftigste adder onder het gras zou wel eens van de lokale besturen en van de kiezers zelf kunnen komen. Zo wees Luc Deconinck (jurist en voorzitter van vzw De Rand) op de mogelijk enorme organisatorische problemen in Halle-Vilvoorde. Dat bijna geen enkele dienstweigeraar (van 10 juni 2007) veroordeeld werd, zal ongetwijfeld bij veel Vlamingen de vastberadenheid en de verbetenheid om deze ongrondwettelijke verkiezingen te boycotten een enorme 'boost' geven.

De opmerking op de studiedag dat België, indien het nieuwe verkiezingen zou organiseren zonder het arrest van het Grondwettelijk Hof uit te voeren, zich in een onvoorzienbare chaos stort en afdaalt tot het niveau van een 'bananenmonarchie' kon op algemene bijval rekenen… En wat te denken van een scenario waarbij een aantal (oppositie)partijen hun kiezers formeel oproept om deze verkiezingen te boycotten door niet te gaan stemmen? Neen, nieuwe verkiezingen zonder splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde zijn in alle opzichten ondenkbaar. Trouwens, ook de terugkeer naar de oude arrondissementele kieskringen (het stokpaardje van de Franstaligen) is juridisch al even wankel en zal ongetwijfeld leiden tot nieuwe procedures voor het Grondwettelijk Hof, niet het minst ingeleid door de Vlaamse Beweging.

Rien ne va plus of de totale uitzichtloosheid dus, of toch…

Misschien kan een volksraadpleging of referendum duidelijkheid bieden over de toekomst (of het einde) van België? Wij stellen alvast voor om, indien de communautaire onderhandelingen tegen het zomerreces tot niets leiden en een 'majeure' institutionele crisis onafwendbaar is, in het najaar een referendum te houden over de Vlaamse onafhankelijkheid. De stemming zou gaan over de vraag of de Vlaamse Regering en het Vlaams Parlement onderhandelingen moeten beginnen over de onafhankelijkheid van Vlaanderen. Dit referendum wordt gehouden in de Vlaamse Gemeenschap (uiteraard ook bij de Brusselse Vlamingen), maar is niet-verplicht en niet-bindend. De kiesvoorwaarden zijn dezelfde als bij de verkiezingen voor het Vlaams Parlement. Voor Brussel wordt er een specifiek voorstel uitgewerkt dat zowel de functie van Vlaamse hoofdstad als de rechten en vrijheden van de Brusselse Vlamingen vrijwaart. Dit laatste kan op basis van een vrije gemeenschapskeuze tussen de Vlaamse of de Franse Gemeenschap.

Vlaanderen zou uiteraard lang niet de eerste deelstaat zijn die een onafhankelijkheidreferendum organiseert. Zo gingen onder andere Quebec, Ierland, Montenegro, Slovenië, Estland, Letland, Litouwen en Kroatië ons voor, Baskenland, Groenland en Schotland volgen binnen afzienbare tijd.

Voor alle duidelijkheid: Vlaamse onafhankelijkheid lost niet alle problemen op, maar schept wel het enige werkbare kader om de uitdagingen echt aan te pakken. Het is in elk geval een veel betere optie dan de institutionele chaos die op ons afkomt lijdzaam te ondergaan. Of, om het met de woorden van Eric Van Rompuy (CD&V) te zeggen: 'Er ligt een staat op sterven, twee volkeren zullen erven.'

Theo Francken, Karl Vanlouwe, Matthias Storme, Dominick Vansevenant, Bart De Valck, Guido Moons en Peter De Roover zijn actief in de Vlaamse Beweging en schreven deze bijdrage in eigen naam.

www.onafhankelijkheidsreferendum.be

-- Commentaar van Bert Penninckx --> Elk bestuursniveau zou best eerst een goede referendumwetgeving invoeren om onduidelijkheden en interpretatiefouten te vermijden. Zo'n wet is niet ingewikkeld en kan snel ingevoerd worden. Er zijn al genoeg voorstellen geformuleer. Belangrijkste is dat er goede modaliteiten opgenomen worden anders is het zinloos een wetgeving op te stellen. De huidige gemeentelijke volksraadpleging is GEEN goed voorbeeld.


Leve de Waalse Gemeenschap!

Deze slogan doet in Vlaamsgezinde middens nogal wat wenkbrauwen fronsen. Nochtans drukt hij perfect uit wat de wens is van veel niet-separatistische Vlamingen. Dat twee naties, in solidariteit en wederzijds respect met elkaar, kunnen samen leven in een sterk federaal België. Door de huidige federale structuur, met acht parlementen die elkaar in bevoegdheden zowel materieel als territoriaal overlappen, kan dat echter niet. Maar volgens meer en meer flaminganten is dat eigenlijk ook nooit de bedoeling geweest. Door de fictieve indeling in Gemeenschappen en Gewesten is een web van instellingen ontstaan met als voornaamste doel het verbergen dat België uit twee grote gemeenschappen bestaat: de Vlaamse en de Waalse. Vlaanderen ontsnapte daaraan, Wallonië niet. Een pleidooi voor een eigen Waalse Gemeenschap.

Bij de eerste staatshervorming, in 1970, werden niet enkel drie cultuurgemeenschappen geïnstalleerd, maar ook artikel 107quater, dat bepaalde dat in een latere fase nog de Gewesten vorm moesten krijgen. Vlaanderen verzette zich steeds tegen de installatie van deze nieuwe bestuurlijke entiteiten die náást de Gemeenschappen zouden gaan functioneren. Wallonië was grote voorstander, omdat met de Gewestvorming de decentralisatie van economische bevoegdheden gepaard zou gaan, sinds jaar en dag een eis van de Waalse regionalisten. De samenvatting van dit conflict in een loutere Vlaams-Waalse tegenstelling is echter niet correct, omdat men dan volledig abstractie maakt van een derde belangrijke speler in de communautaire debatten: de Brusselse Franstaligen. Want het is toch wel vreemd dat terwijl Walen en Vlamingen eigenlijk beiden meer autonomie wensten, zij het met andere accenten, hun streven als tegenstrijdig uitgelegd wordt. Zogezegd wilden de Walen België schoeien op de leest van de Gewesten, die dan de emanatie zouden zijn van de wens tot economische autonomie, terwijl Vlaanderen zijn wens tot culturele autonomie graag bestendigd zag in de Gemeenschappen. Maar vanwaar die koppeling tussen bevoegdheden en verschillende bestuurlijke niveaus? Evengoed konden in 1980 de Waalse en Vlaamse bevolkingsgroep hun nieuwe bevoegdheden bij de al bestaande instellingen voegen, de toenmalige cultuurgemeenschappen. Er moet dus een andere verklaring zijn. Hier verschijnen de Franstaligen uit Brussel op het toneel. Het verzet tegen de Gewestvorming vanuit Vlaanderen was niet gericht tegen de Waalse eisen, maar vooral tegen de creatie van een derde, Brussels Gewest. Hoe de concrete onderhandelingen juist gelopen zijn, zullen we wellicht nooit weten, maar de creatie van dit gewest gaat in elk geval al in tegen elke economische of federale logica.

Ten eerste waren er geen economische aanduidingen dat Brussel meer dan andere steden zou verschillen van zijn hinterland. Indien dat het geval was geweest, dan had ook Antwerpen met zijn havenexpansie zeker een eigen Gewest moeten krijgen of zelfs Kortrijk met zijn textielindustrie. Het oorspronkelijke opzet was dan ook een Stadsraad voor Brussel, maar zeker geen eigen Gewest. Door sluipende besluitvorming zijn de Brusselse grenzen echter versteend geraakt, hoewel die niet overeenkomen met de bestuurlijke realiteit. Het Brussels stadsgewest deint uit tot ver buiten zijn formele grenzen.
Ten tweede is het Brussels Gewest ook in de federale logica een vreemde eend in de bijt. Terwijl de Duitstalige Gemeenschap in Wallonië territoriaal blijkbaar wel kon vallen onder het Waals Gewest, was het niet mogelijk om de Franstalige Gemeenschap in Vlaanderen te herbergen onder het Vlaams Gewest. Er moest en zou een apart Gewest opgericht worden, waaronder dan én de Franstalige Gemeenschap én een deel van de Vlaamse Gemeenschap zouden ressorteren. Dit resulteerde in de absurde situatie dat de Vlamingen in Brussel een minderheid werden, terwijl ze gewestelijk gezien een meerderheid zijn, en dat de Franstaligen, op gewestelijk niveau de echte minderheid, nu plots een meerderheid werden. Door de loutere installatie van een extra grens konden de Franstaligen zich dus een meerderheid noemen.

Er zijn op zijn minst dus twee sterke aanwijzingen om de hypothese te steunen dat de vragen van Vlaanderen en Wallonië niet tegengesteld waren, maar tegengesteld “gemaakt zijn geweest”. En er zijn er nog. Wie op zoek gaat naar de kern van het Belgisch establishment, komt vroeg of laat uit bij een duizendtal notabelen die zich sociologisch in de buurt van de haute finance en het hof ophouden, en geografisch in Brussel. Het is deze groep, in aantal zeer klein, maar in macht zeer groot, die met de regionalisering van België het meest te verliezen had. Terwijl alles erop wees dat België zou evolueren tot een tweeledig federalisme, zijn zij erin geslaagd een derde Gewest te creëeren. Dat is op ingenieuze wijze gebeurd. Men is er in geslaagd om de aspiraties van beide gemeenschappen die in essentie in dezelfde richting liepen (meer autonomie, maar met andere accenten) te koppelen aan verschillende uitvoeringsinstanties (Gewesten en Gemeenschappen), tegelijk met de eis om voor zichzelf een eigen Gewest te kunnen creëren. Op die manier heeft men de oorspronkelijk positieve samenwerking tussen de Vlaamse en Waalse beweging om België te federaliseren, tegengesteld kunnen maken. Doordat Wallonië voorstander was van het regionaliseren van economische bevoegdheden en men die koppelde aan de bestuursfiguur “Gewest”, volstond het voor de Franstalige Brusselaars om zelf ook een Gewest te eisen, om de verenigde regionaliserende krachten te breken. Vlaanderen werd voor het blok gezet: ijveren tegen het derde gewest was tegelijk ook ijveren tegen gewestvorming an sich, en dus ook tegen de vraag van de Walen. De koppeling anti-Gewest is anti-Waals was gemaakt.

Vanaf toen is het misgelopen. Het verzet van Vlaanderen tegen de gewestvorming, een eis van zowel de Franstalige Brusselaars als de Walen, maakte hen tot objectieve bondgenoten. Ergens onderweg is de nuance verloren gegaan dat Vlaanderen niet tegen gewestvorming an sich was, maar wel tegen de vorming van een dérde Gewest. Omdat tegelijk met de eerste staatshervorming ook de dubbele grondwettelijke meerderheid ingevoerd werd, en er dus ook een meerderheid in de Franse taalgroep van het parlement moest gevonden worden, is van toen af elk scenario dat België wou schoeien op de leest van de Gemeenschappen afgeschoten. Begrijpelijk. Indien Wallonië zijn regionalisering wou voltooien, moest het wel het idee van een derde Gewest steunen. Vlaanderen, dat in Wallonië oorspronkelijk een bondgenoot had van een tweeledig federalisme, werd nu de gezamenlijke tegenstander van Walen en Brusselse francofonen. En toch is dat bondgenootschap niet van harte. Want laat het nu immers net die Brusselse Franstaligen zijn die de Waalse identiteit noodgedwongen wel moeten ontkennen. Doen ze dat niet, dan wordt het duidelijk dat de these inderdaad klopt dat België slechts bestaat uit Vlamingen en Walen, wat hen meteen tot de laatste der Mohikanen zou reduceren. Het loutere dagdagelijkse bestaan van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest ontkent immers de stelling die de Waalse politicus Jules Destrée al in 1912 formuleerde: « Sire, vous régnez sur deux peuples. Il y a en Belgique, des Wallons et des Flamands ; il n'y a pas de Belges. »

Van alle geregionaliseerde besturen, benadert Brussel immers België nog het meest: een praktisch volledig verfranste samenleving, met een duidelijke oriëntatie op Parijs, geleid door een elite die uit zelfbehoud de monarchie verdedigt. Het voortbestaan van Brussel als Gewest is daarom inherent verbonden met het voorbestaan van België. Als kan bewezen worden dat dit Gewest een fictieve creatie is die niet stoelt op economische of federale overwegingen, maar louter op het belang van een minderheidsgroep die de fundamentele tweeledigheid van dit land zo kan blijven ontkennen – stel u voor dat de Koning in Vlaanderen woont! – dan wordt duidelijk dat België inderdaad die constructie is die Leopold I al in 1859 aan zijn kabinetschef beschreef: “België heeft geen nationaliteit en, gezien het karakter van zijn inwoners, kan het er ook nooit een hebben. In feite heeft België geen politieke reden van bestaan.”

De hypothese dat de federalisering gekaapt is geweest door de Brusselse Franstaligen, tegen Vlamingen én Walen in, houdt ook stand als we kijken naar de Belgische institutionele inrichting. Die schept namelijk een web van instellingen die wel als hoofddoel lijken te hebben het ontkennen van zowel de Vlaamse als de Waalse identiteit. Het essentieel strategisch element is hier het creëren van identitaire verwarring. In dit land kan een Waal zich geen Waal noemen, maar is ie officieel lid van de Franse Gemeenschap. Vlamingen in Brussel verworden tot Brusselse Vlamingen of erger nog, een Nederlandssprekende Brusselaar. En Franstalige Brusselaars kunnen zich tegen alle realiteit in als laatste nog Belg noemen in de oude betekenis van het woord: eentalig Frans. “What’s in a name?” zult u denken. En toch. Als we mogen aannemen dat de “Vlaamse Gemeenschap” de kristallisatie is van de wens van de Vlaamse Beweging naar autonomie, waarom is er dan analoog geen “Waalse Gemeenschap”, als emanatie van de Waalse Beweging? Het mag toch wel als vreemd beschouwd worden dat de naamgeving van de nieuwe decentrale bestuursorganen niet in het verlengde ligt van die maatschappelijke krachten die er de grootste promotoren van waren? Men sprak niet van een Vlaamse en een Waalse cultuurgemeenschap, maar van een “Nederlandse” en een “Franse” cultuurgemeenschap. De nadruk werd duidelijk gelegd op taal en niet op de volle identiteit van een gemeenschap, die breder gaat dan taal op zich.

Eén en ander valt natuurlijk te verklaren door de aard van het toenmalige Vlaams-nationalisme, dat in die dagen vooral opkwam voor de erkenning van het Nederlands en dus niet in de eerste plaats de Vlaamse cultuur. Pas later, door het toevoegen van meer bevoegdheden in culturele zin, sprak men van een Vlaamse Gemeenschap. Maar diezelfde evolutie vind je vreemd genoeg niet terug aan de andere kant van de taalgrens. Terwijl het Wallon als taal zelfs veel homogener is dan de verzameling aan Vlaamse dialecten en ook de cultuurbeleving in Wallonië (les binches, la poésie Wallonne, een rijk theaterleven) vaak authentieker was dan die in Vlaanderen, werd er geen eigen Waalse Gemeenschap gevormd.

Terwijl in Vlaanderen de overgang gemaakt werd naar van de “Nederlandse cultuurgemeenschap” naar de “Vlaamse Gemeenschap”, heeft Wallonië dus nooit de sprong gemaakt naar een eigen cultuurgemeenschap, los van de Brusselse Franstaligen. De feitelijke Waalse gemeenschap kon zich dus niet onttrekken van de oorspronkelijke aanduiding “Communauté Culturelle Française” en wordt tot op vandaag nog altijd als één geheel met de Brusselse Franstaligen gepercipieerd. De aanduiding “Communauté Culturelle Française” is nota bene zelfs twijfelachtig is in zijn verwijzing naar taal. “Française” lijkt eerder te verwijzen naar de Franse nationaliteit, dan naar de Franse taal. Misschien is dit wel een knipoog naar de stichters van België, van wie het de bedoeling was België naar Frans centralistisch model in te richten. De term “Francophone” als aanduiding van een taalgemeenschap ware in ieder geval logischer en correcter geweest. De term “Franstaligen” is dus eigenlijk een verzamelnaam die twee ladingen dekt. De Franse Gemeenschap komt qua vertegenwoordiging in het federale parlement dan misschien wel formeel overeen met de Franse taalgroep, intern is die taalgroep niet zo’n samenhangend geheel als vaak gedacht wordt. Er gaapt namelijk een metersdiepe kloof tussen de Brusselse Franstaligen en de Waalse vertegenwoordigers. Dat is historisch gegroeid. “C’était au temps que Bruxelles rêvait” …, que la Wallonie travaillait. Terwijl in de late negentiende eeuw Wallonië de economische prestaties leverde die België tot de eerste industriële grootmacht van het Europese vasteland maakte, kwam aan haar eigen bevolking de meerwaarden van die economische productie niet toe. De winsten vloeiden af naar de Brusselse bourgeoisie, die er de stadspaleizen mee bouwden die Brussel vandaag nog sieren. De Société Générale, waar het Belgisch koningshuis grootaandeelhouder in was, werd schatrijk, en met haar een hele Franstalige bourgeoisie, die zich vooral uit financiële overwegingen als behoeder van de monarchie ging opwerpen.

Maar de Walen zelf deelden niet in de rijkdom van hun ondergrond. Zij waren geen aandeelhouder van hun eigen opbrengst, laat staan dat ze goed behandeld werden als arbeiders. Toen eind de jaren ’60 onder invloed van die nieuwe energiebron, aardolie, de steenkoolmijnen steeds minder rendabel bleken te zijn, trok het grootkapitaal zich terug samen in Brussel. De Brusselse kapitaalkrachtige milieus, die daarvoor nog koketteerden met hun Waalse bezittingen, lieten de streek als een uitgewrongen sinaas vallen. Het is pas door een boomende Vlaamse economie dat Wallonië terug wat ondersteuning kreeg. Hulp uit Brussel is er nooit gekomen. Dat heeft zich afgetekend in de politieke structuren van ons land die op dat moment gevormd werden. De hoofdreden waarom Wallonië ook later nooit gebruik gemaakt heeft van artikel 137 van de Grondwet, namelijk de mogelijkheid om de bevoegdheden van de Franse Gemeenschap en het Waalse Gewest in één orgaan te laten versmelten, zoals dat aan Vlaamse kant gebeurd is, ligt net in dat verschillend politiek substraat tussen Brussel en Wallonië. Terwijl in Wallonië een klimaat heerste van travaillisme dat tot socialisme inspireerde, ziet men in Brussel het tegenovergestelde daarvan. In de kapitaalkrachtige salons van de hoofdstad kon het liberalisme niet op: Brussel was het centrum van vooruitgang, openheid en wetenschap. Maar dan wel op andermans kosten. In Vlaanderen lag de verhouding met Brussel helemaal anders. Ten eerste was de invloed van de Vlaamse Brusselaars met slechts zes volksvertegenwoordigers in het Vlaams Parlement veel beperkter. Ten tweede was de historische band met Brussel op sociaal-economisch vlak ook veel minder traumatisch. En ten derde – niet onbelangrijk – lag Brussel ook fysiek in Vlaanderen. Terwijl bij de Gewestvorming Brusselse Vlamingen ontstonden, ontstond niet zoiets als Brusselse Walen, met binding aan dat Brusselse grondgebied. Hoogstens kwamen ze er werken of hadden ze er familie. Onze Waalse broeders en de Brusselse Franstaligen zijn dus niet één pot nat.

Meer nog. In de praktijk is de band in de Franse Gemeenschap zelfs al grotendeels doorgesneden! Via artikel 138 GW – voor elk wat wils – hevelde men heel wat bevoegdheden van de Franse Gemeenschap over naar het Waalse Gewest. Aangezien de Franse Gemeenschap echter ook in Brussel bevoegdheden heeft, betekent elke overdracht naar het Waals Gewest ook een overdracht naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De instantie die daar als gedecentraliseerd bestuur van de Franse Gemeenschap optreedt is de Commission Communautaire Française (COCOF), die ingevolge deze transfer van bevoegdheden, haar materieel werkingsgebied uitgebreid ziet. Pittig detail: de normerende instrumenten van de Franse Gemeenschap zijn decreten. De COCOF heeft dus, in tegenstelling tot de Vlaamse Gemeenschapscommissie, decretale bevoegdheid in Brussel. De zoveelste assymetrie in het Belgisch federaal systeem. De splitsing in de Franse Gemeenschap is niet volledig. Onderwijs en bepaalde welzijnsaspecten vormen nog de hoofdmoot. Maar buiten die bevoegdheden is er niet veel meer te beleven. Van de zeven ministers zijn er drie bevoegd voor onderwijsaspecten en twee voor aspecten van kinderwelzijn. Maar ook in die bevoegdheden zijn er verschillen: terwijl het onderwijs in Brussel zwaar getroffen wordt door kwaliteitsverlies ten gevolge van een enorme migranteninstroom, is het Waalse onderwijspubliek helemaal anders van samenstelling. Een gedifferentieerd beleid is echter moeilijk. Merk ook op dat het onderwijs in Wallonië zich niet Waals kan noemen, terwijl dat in Vlaanderen mutatis mutandis wel kan. Voor de bevoegdheden die overgebleven zijn, kent Wallonië dus wel een inmenging vanuit Brussel, hoewel de Brusselaars doorgaans weinig of geen uitstaans hebben met de problematieken van la Wallonie profonde. Ze hebben er ook geen kiezers en dus geen belangen. Hun politieke voedingsbodem is compleet anders. Terwijl in Namen de spreekwoordelijke zwaveldampen van de hoogovens nog in de lucht hangen, is men in de Brusselse salons eerder nog het aroma van sigaren in boudoirs gewoon. Toch maken de 19 verkozenen uit Brussel in het Franse Gemeenschapsparlement een vijfde van de dienst uit, wat een doelgericht beleid naar één onderdeel van de Franstalige familie steeds moeilijk maakt.

De conclusie van dit alles is dat Vlamingen beter geen patent nemen op de uitspraak dat België hen in een institutioneel kader gevangen houdt waar zij zich onvoldoende in kunnen ontplooien. Het nieuwe institutionele arrangement van 1970 zorgde er door zijn fictieve opdeling in Gemeenschappen en Gewesten in zijn kiem al voor dat noch de Vlaamse, noch de Waalse identiteit volledig tot ontplooiing konden komen. De enige reden waarom naast de Gemeenschappen nog een tweede bestuurlijke entiteit moest komen is omdat op die manier de fundamentele tweeledigheid van België kon ontkend worden door een Brusselse Franstalige minderheid die zich als erfgenaam ziet van het oorspronkelijke Belgische project. Een derde gewest kon namelijk als tegengewicht fungeren in de democratisering van België, die de fundamentele tweeledigheid van ons land aan het licht bracht. Hoe meer mensen mochten gaan stemmen, hoe duidelijker die tweeledigheid werd. De Franstalige elite kon het regionale bewustzijn van zowel Vlamingen als Walen nog een tijdlang negeren, maar met elke verkiezing werd duidelijker dat de regionalistische tendensen op termijn door hun demografisch overwicht het pleit zouden winnen. De eisen voor meer autonomie klonken sinds 1954 in Vlaanderen en sinds 60-61 in Wallonië steeds harder. Al snel zagen de Brusselse Franstaligen in dat zij het pleit numeriek zouden verliezen: er waren steeds minder Belgen, ten koste van nieuwe regionale identiteiten. Het geweer moest dus van schouder veranderd worden: enkel door een institutionele aanpassing van het land die erin kon slagen de regionale identiteiten te remmen in hun groei, konden hun belangen veilig worden gesteld.

Dat is met de creatie van het derde Gewest Brussel gelukt. In de huidige staatsinrichting kan Vlaanderen Brussel niet als integraal deel van haar deelstaat beschouwen, waardoor de natie eigenlijk ontmand is. Brussel ligt dan geografisch wel in Vlaanderen, institutioneel ligt het er buiten, in een eigen Gewest. En ook Wallonië is gehinderd in de verdere ontwikkeling van zijn eigen identiteit als cultuurgemeenschap. Door de fictieve toevoeging van de Brusselse Franstaligen aan wat eigenlijk een Waalse Gemeenschap op zich had moeten zijn, wordt Wallonië voor het blok gezet. Ofwel gaat de Waalse gemeenschap – die al in de feiten bestaat – voor een eigen institutionele erkenning, maar dan verzwakt hun communautaire positie in het federale België. Ofwel wordt er samengewerkt met de Franstaligen uit Brussel in één politiek verband, waardoor ze sterker staan, maar dan worden ze geremd in hun eigen natie-ontwikkeling. Voor hen is het kiezen of delen. Maar misschien vergissen we ons in Vlaanderen dus wel van tegenstrever. Vlaanderen vergeet wel eens dat het vroeger in essentie geen problemen met Wallonië had, maar wel met de Brusselse Franstaligen die – geheel tegen de logica van de Gemeenschappen in – door de creatie van een eigen Gewest erin slaagden het hart uit Vlaanderen te snijden. Dit is een traumatische ervaring geweest, waardoor Vlaanderen alles wat Franstalig was, Waal of Franstalig Brusselaar, als vijand is gaan beschouwen.

Door deze vervlakking in de Vlaamse communautaire analyse, zijn de Walen de Franstalige Brusselaars tegen wil en dank meer en meer als bondgenoten gaan beschouwen. Terwijl er vroeger in Wallonië weinig animo bestond voor het steunen van de territoriale expansiedrang van de Brusselse Franstaligen, zien de Walen dit vanuit hun eigen politiek perspectief nu als een extra barrière tegenover een communautair pletwalsend Vlaanderen. De vijand van mijn vijand is mijn vriend. Als de Waalse eis dat de sociale zekerheid federaal moet blijven beschermd kan worden door de Franstalige Brusselaars te steunen in hun eisen voor de gebiedsuitbreiding van Brussel, so be it. Zelfs al zijn er heel wat Waalse volksvertegenwoordigers die zich liever zouden concentreren op de eigen Waalse problemen. Vlaanderen moet dus kiezen. Als men weet dat een staatshervorming minstens 32 Franstalige zetels vereist, dan is het niet raadzaam om alle Franstaligen over dezelfde kam te scheren. Blijven wij hen als één blok politieke vijanden beschouwen, dan zal, ondanks alles, de band tussen de Franstalige Brusselaars en de Walen nog hechter worden. Misschien is het tijd om een aantal dingen te herzien. Misschien zijn de offensieve eisen van de Brusselse Franstaligen wel een groter gevaar voor Vlaanderen, dan de defensieve vraag van de Walen om inzake bijvoorbeeld sociale zekerheid de dingen te laten zoals ze zijn. Misschien moeten Vlaanderen en Wallonië teruggrijpen naar de wortels van het regionalisme en samen ijveren voor hun gezamenlijke oorspronkelijke wens: het land opnieuw te schoeien op de leest van de Gemeenschappen. Bij deze: leve de Waalse Gemeenschap!

Brecht Arnaert, student Bestuurskunde en Publiek Management, tevens voorzitter van de Jong N-VA studentenvereniging aan de Universiteit Gent.
Deze bijdrage verscheen eerder op mijn website http://smithsonsplace.blogspot.com/ , en zal normaal ook in de volgende uitgave van het Links Vlaams-nationaal maandblad 'Meervoud' gepubliceerd worden.


 

Brussel efficiënter besturen zonder ondemocratisch 'Europees statuut'

 

De Nederlandse journalist en columnist Derk-Jan Eppink doet (op zijn weblog, 2.03.08, overgenomen door Tussendoor Nieuwsflits van de Vlaamse Volksbeweging op 11.04.08) een voorstel om 'het probleem Brussel' op te lossen met een 'Europees statuut'. Zijn voorstel komt er samengevat op neer dat het dagelijks bestuur van Brussel volledig in handen komt van de Brusselse regering en het Brussels parlement, de negentien gemeenten worden afgeschaft en de Europese Commissie één van haar 27 leden aanstelt als hoofdverantwoordelijke voor de supervisie over Brussel. De Brusselse regering legt haar wetgeving voor aan de Europees Commissaris, met de portefeuille Brussel. Hij of zij kan een maatregel schorsen als deze ingaat tegen fundamentele rechten, bijvoorbeeld van minderheden. (Hoe wordt dit verder afgehandeld? Wie krijgt het laatste woord?) In het Europees Parlement komt een subcommissie die het werk van de bevoegde Commissaris controleert en zonodig hoorzittingen organiseert. De Commissie trekt meer middelen uit voor de reconversie van Brussel.
(De volledige tekst van zijn voorstel staat hier...

Anti-democratisch
Volgens onderzoek in Brussel geven 43,7% van de ondervraagden de voorkeur aan een ‘speciaal statuut als Europese hoofdstad’ (aangehaald door Prof. Van Parijs, Le Soir, 28.03.08). Hierbij is niet duidelijk wat de ondervraagden daaronder juist verstaan, behalve dat ze wel ‘heel iets anders’ willen dan vandaag, maar zeer vermoedelijk niet wat Eppink voorstelt. Wat is er democratisch aan om bevoegdheden te geven aan een of andere Europese commissaris om beslissingen van de Brusselse overheid te schorsen? Het voorstel vermindert de democratische controle van de inwoners op hun bestuurders. Het moet vanuit dat oogpunt verworpen worden. Men kan toch geen macht geven aan een ambtenaar om wetten van een legitiem en democratisch verkozen orgaan te schorsen? Een gestroomlijnd Brussel heeft geen niet democratisch verkozen Europese voogd nodig om haar te controleren. Hiervoor zijn de bestaande organen voldoende (b.v. het Rekenhof, de Raad van State, het Grondwettelijk Hof, Het Europees Hof van Justitie). Er is ook geen Europese voogd nodig voor een of andere bijdrage van ‘Europa’ aan de functie van Brussel als zetel van instellingen van de Europese Unie. Europa kan met zijn Regionale en Sociale Fondsen mee bijdragen aan de ontwikkeling van Brussel, zonder zich te mengen in het dagelijks bestuur. Dat doet ze ook nergens anders. 

De ‘Werkgroep In de Warande’ suggereert een statuut geïnspireerd op Washington DC. Washington D.C. (159 km2, met 572.000 inwoners) is een van de weinige hoofdsteden die speciaal als hoofdstad ontworpen zijn. De stad ligt niet in een van de vijftig staten, omdat men niet wilde dat een staat invloed op de hoofdstad kon uitoefenen. Het Amerikaanse Congres houdt toezicht op het federale district Washington DC, en de stad is ondervertegenwoordigd in het Congres. Het heeft geen senator en zijn lid in het Huis van Afgevaardigden heeft geen stemrecht. Wellicht redelijk voor een qua oppervlakte ongeveer even grote stad als Brussel als administratieve hoofdstad van een grote federale staat, maar niet voor een hoofdstad van een klein landje. Zouden de 1 miljoen Brusselaars dan niet meer mogen stemmen voor de Kamer? Niet direct een voorstel dat zorg draagt voor de democratie.

Het huidig kluwen
Waar Eppink natuurlijk een punt heeft, is dat het Brussels kluwen aan instellingen een grote schoonmaak nodig heeft. Veel meer zelfs dan alleen maar zijn voorstel om de 19 gemeenten te fusioneren en het bestuurlijk arrondissement op te doeken. Vandaag bestaat België uit drie Gewesten en drie (taal)Gemeenschappen. Bovendien zijn er in Brussel nog de Vlaamse Gemeenschapscommissie (VGC), de Franse gemeenschapscommissie (COCOF) en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie (GGC), met ook telkens een Raad en een College. Waar er eerder drie beslissingsniveau’s waren: België, provincies, gemeenten, zijn er nu minstens vijf: de Gewesten/Gemeenschappen en de Europese Unie kwamen er bij. Brussel heeft zelfs met acht verschillende beslissingscentra te maken (Europa, België, Brussel, 3 gemeenschapscommissies, arrondissement, gemeente). Er is een Brusselse regering met 5 ministers en drie staatssecretarissen. In het Brussels parlement zetelen 89 leden. Er bestaat ook nog het bestuurlijk arrondissement Brussel-Hoofdstad (verkeerdelijk 'provincie' genoemd door Eppink), het enige arrondissement met een gouverneur en een vice-goeverneur. En dan nog eens 19 gemeenten in Brussel met alles erop en eraan, en zeventien (!!) regionale en pararegionale instellingen. Dat alles voor een stad met slechts dubbel zoveel inwoners als Antwerpen. Een drastische vereenvoudiging dringt zich hier dus op om de kosten van de administratie fors naar beneden te halen en voor een efficiënter bestuur dat beter beantwoordt aan de noden van de huidige inwoners van Brussel

Brusselse inwoners ongelijk behandeld
Door de overdracht van bevoegdheden van het federale niveau naar de Franse en Vlaamse Gemeenschap in de Belgische context ontstaat er in Brussel steeds meer een verschil in behandeling tussen de bewoners van Brussel, die moeten kiezen tussen ‘Vlaming’ of ‘Franstalige’, terwijl die keuze volledig haaks staat op de samenstelling van de bevolking, die niet meer beantwoordt aan deze scheidingslijnen (ook de van oorsprong ‘Franstalige Belg’ is er een minderheid geworden). Hoe meer bevoegdheden overgedragen worden aan de huidige Gemeenschappen, hoe meer die discriminatie tussen de bewoners in Brussel zal toenemen. Die onaangepaste breuklijn loopt door alle culturele instellingen, scholen, gemeenschapscentra, kinderopvang en welzijnsinstellingen. Door de ontwikkeling tot cosmopolitische smeltkroes heeft het kleine Brussels Hoofdstedelijk Gewest vandaag als een gewest, met alleen de 'grondgebiedgerelateerde' bevoegdheden, eigenlijk de volledig verkeerde bevoegdheden: waar stedenbouw, transport e.d. in een grotere ruimte moeten bekeken worden, mist Brussel juist de bevoegdheden om zijn burgers te bedienen met ‘persoonsgebonden’ diensten, een aagepast twee- of meertalig onderwijs als een voorbeeld. Die groeiende discriminatie moet opgeheven worden door een rationalisatie van het bestuur, dat over gemeenschapsbevoegdheden moet beschikken.

Reorganisatie en rationalisatie
De huidige 19 gemeenten fusioneren tot één stad Brussel, met één bestuur en eventueel districtsraden zoals in Antwerpen, en opname van de 17 regionale en pararegionale instellingen in de diensten van de stad. Ook het bestuurlijk arrondissement Brussel-Hoofdstad wordt geïntegreerd in het bestuur van Brussel. Brussel moet het met minder dan de huidige 89 volksvertegenwoordigers kunnen stellen (1 op 11.200 inwoners!), die dan (een zestigtal) gemeenteraadsleden worden, en zonder ministers. VGC, COCOF en GGC worden afgeschaft, en hun taken overgenomen door het bestuur van Brussel. Brussel beschikt zo over alle bevoegdheden om zijn eigen culturele en persoonsgebonden aangelegenheden te regelen binnen het tweetalig (of eventueel drietalig, met Engels) bestuur van de stad. Londen en Parijs hebben geen 5 ministers en 3 staatssecretarissen zoals het Brussels Gewest, zelfs geen een, en deze wereldsteden, tevens hoofdsteden, worden geleid door een ‘simpele’ burgemeester. Het heet dan ook niet meer Brussels Gewest, maar Stad Brussel, of kortweg Brussel. Zoals Londen, Parijs, Berlijn. Deze miljoenensteden hebben ook genoeg aan hun naam. Er moeten natuurlijk voldoende garanties zijn dat de Vlamingen door hun stadsbestuur niet gediscrimineerd worden. De subnationaliteit verdwijnt, en hiermee ook de gegarandeerde mandaten van de Vlamingen in het Brussels bestuur. De Vlamingen moeten zich zoals vandaag kunnen ontplooien in hun stad, maar dat is een zaak die in wetgeving moet verankerd worden, niet in een kluwen van instellingen, blokkeringsmechanismen en in veel meer politieke mandaten dan waar ze volgens hun aantal recht op hebben. Er zijn in Brussel zeker voldoende denkgroepen die daar zinnige voorstellen kunnen over doen, zoals Aula Magna, bruXsel forum, Manifesto en Brussels Studies. België bestaat dan uit een Waals (annex Duitse Gemeenschap) en Vlaams gewest, en zijn hoofdSTAD Brussel. Er hoeft geen debat meer voor of tegen een ‘Wallonie-Bruxelles’: de Gemeenschappen worden geïntegreerd in de twee gewesten en de stad Brussel krijgt een eigen, aangepast statuut.

Er kan nog meer
Brussel ruilt met Vlaanderen een deel van zijn Gewestbevoegdheden, voor alle Gemeenschapsbevoegdheden. Dan hoeft Brussel zich niet meer bezig te houden met het opstellen van een hoop decreten. Brussel is dan ook de moeilijk uitvoerbare taak kwijt de meeste Europese regels in regionale wetgeving te moeten omzetten, gezien de meeste dan voor haar door het Vlaams Gewest omgezet worden. Brussel is in de eerste plaats een stad, en geen land, zelfs geen gewest. Het maakt geografisch en economisch integraal deel uit van een groter gebied. Niemand trekt dat nog in twijfel. Daarom kan Vlaanderen beter een deel van de gebiedsgebonden materies overnemen. Door een dergelijke overdracht wordt Brussel ontlast van opdrachten die voor haar een maatje te groot zijn. Er bestaat een vergelijkbare situatie van de Duitstalige Gemeenschap tegenover het Waals Gewest, waar een deel van de gewestbevoegdheden bij het Waals gewest gebleven zijn, maar een deel ook overgedragen werden aan de Duitse Gemeenschap. Net als eender welke stad of gemeente in België, behoudt de stad Brussel alle lokale bevoegdheden en kan ze regels opstellen voor lokale aangelegenheden, een politiereglement, ruimtelijke plannen maken, stedenbouwkundige en andere vergunningen afleveren, enz. Ze kan dan op dat vlak even veel als Antwerpen bijvoorbeeld, ook haar haven beheren.

Door de overdracht van (nader te bepalen) gewestelijke bevoegdheden van Brussel aan het Vlaams Gewest is er geen nood meer aan alweer nieuwe, bijkomende overlegstructuren, naar het voorbeeld van een Eurometropool (Rijsel-Kortrijk-Doornik, ook al eens ‘stadsgewest’ genoemd), zoals Verhofstadt begin dat jaar voorstelde, gezien de bevoegdheden duidelijk zijn binnen het Vlaams Gewest en Brussel. Inzake ruimtelijke ordening, gemeenschappelijk vervoer, wegenaanleg, enz.. kan een gecoördineerde politiek ontwikkeld worden door de bevoegde overheid, voor Brussel en het omliggende Vlaanderen, zonder bijkomende structuren. De MIVB en De Lijn kunnen samensmelten en voor een geïntegreerd aanbod zorgen, wat alleen maar goed kan zijn voor iedereen in en rond Brussel.

Laat de Brusselaars beslissen
Het is duidelijk dat een dergelijk voorstel niet alleen op enorm protest zal onthaald worden door partijen als het FDF, maar door de hele Brusselse politieke klasse, wanneer het op de afschaffing van ministerkabinetten en lokale machtsbastions gaat. De Brusselaars hebben wel recht op een beter bestuur dan het kluwen en het 'Mexicaanse leger' van vandaag: aan hen om hiervoor op te komen.

De Brusselaars zouden zich in een referendum moeten kunnen uitspreken over:
1) een fusie van alle bestuursniveau's die zich met Brussel bezig houden
2) een ruil van een deel van Gewestmateries met alle Gemeenschapsmateries, met Vlaanderen
. Het zou mij verbazen wanneer er geen massale meerderheid het hier geformuleerd voorstel goedkeurt. In het Brussels Gewest heeft 56% van de bevolking buitenlandse roots en geen Belgo-Belgische referenties. Meer dan een kwart heeft geen Belgische nationaliteit. Veel kans dat ze voor een efficiënte oplossing kiezen, omdat ze aan die dure postjesverdeling geen boodschap hebben, en waarbij ze voor de valse keuze gesteld worden te kiezen voor 'Vlaming' of 'Franstalige', of voor een FDF-scenario van ophitsing en eisen tot koloniale uitbreiding van 'la Francophonie'?
Men kan ook nog de volgende alternatieven voorstellen:
- een gelijkaardige ruiloplossing waarbij Brussel gedeeltelijk behoort tot het Waals Gewest, of
- Brussel als volledig derde gewest met alle gewest- en gemeenschapsbevoegdheden, of
- een status-quo.

Dit voorstel is een onderdeel van een ruimer voorstel tot rationalisatie en efficiëntieverbetering van alle Belgische overheden, op alle niveau's. Dat wordt nu voorbereid, ook wat de verhouding van de Brusselse kiezer tot het Vlaams Gewest betreft, de faciliteitengemeenten, en andere hete politieke hangijzers. Zodra het klaar is zal het voorgesteld worden in een "Witboek België: democratischer en efficiënter".


  

It's not the corridor, stupid

Le Soir publiceerde een plannetje van een corridor, waarschijnlijk alleen om hem te kunnen afvoeren. De kern van de boodschap van de FDF-krant Le Soir aan de Franstalige politici: laat dat met beuken begroeide gangetje vallen en onderhandel, "zonder uiteraard de faciliteiten op te geven", over waar het echt om gaat: "een mature confederatie, bestaande uit drie geëmancipeerde regio's, een confederaal België met 1 Vlaams in het Noorden en 2 volwaardige Franstalige Gewesten in het Zuiden". Daarmee eisen de Franstaligen meer dan wat ze ooit in het huidige België kregen: op alles, maar dan ook alles, een veto- of blokkeringsmogelijkheid. Dat is wat blijkt uit het editoriaal van Le Soir van 16 juni.

Le Soir publiceerde in zijn laatste weekeindeditie twee kaartjes met een corridor tussen Brussel en Wallonië, zogenaamd het 'minimum minimorum' bij onderhandelingen met de Vlamingen. Naast 'uiteraard' de door Le Soir steeds herhaalde gebedsmolen van eisen, zoals stemrecht in Brussel voor de Franstaligen in Vlaanderen bij de splitsing van BHV, garantie op permanente faciliteiten, de benoeming van drie burgemeesters, uitbreiding van Brussel, enz.. De Standaard publiceerde (toevallig of niet) diezelfde dag een stukje over 'de corridor'. Journalist Steven Samyn: "Net zoals Bill Clinton in 1992 de verkiezingsstrijd tegen George Bush senior introk met de slogan 'It's the economy, stupid', trekken de Franstaligen vandaag naar de onderhandelingstafel met de boodschap 'It's the corridor, stupid'. Het idee is in Vlaanderen, terecht, decennialang van tafel geveegd als onbespreekbaar. Maar misschien is het tijd om out-of-the-box te denken. Het voorstel Brussel uit te breiden in ruil voor een splitsing van BHV is te gek voor woorden. Maar wat als de 'geen morzel grond'-doctrine zou worden opgegeven in ruil voor de overheveling van echte hefbomen naar de regio's en een definitieve oplossing voor de faciliteitengemeenten en BHV? Is de vraag stellen of een stuk Zoniënwoud een te hoge prijs is, vloeken in de Vlaamse kerk? Op de Franstalige partijhoofdkwartieren worden de scenario's in elk geval niet weggelachen.... Het alternatief is die andere oplossing: het einde van België. Dat laatste wordt aan de overkant van de taalgrens omschreven als het worstcasescenario. Opmerkelijk, want de Franstaligen gedragen zich steeds meer als bedrijfsleiders van de NV België die zeggen dat ze een toekomst zoeken voor hun onderneming in moeilijkheden, terwijl ze in hun achterhoofd aan het rekenen zijn wat ze bij een faillissement uit de brand kunnen slepen. Of worden de corridorscenario's alleen uitgewerkt om te verbergen dat ze op de Franstalige hoofdkwartieren hoegenaamd geen idee hebben waar het land naartoe moet? Is het echt 'the corridor, studip' of gewoon 'the stupid corridor'."

Het is noch 'the corridor, studip', noch 'the stupid corridor'. Wel: 'it's not the corridor, stupid'. De bij het FDF aanleunende Le Soir heeft een perspectief op langere termijn voor ogen, waarbij die corridor geen enkel belang heeft. Als ze op de Franstalige hoofdkwartieren zogenaamd volgens Samyn "geen idee hebben waar het land naartoe moet", dan heeft Le Soir in elk geval een duidelijk idee. Zoals op de blog van Le Soir te lezen was, reageerden enkele lezers met de bedenking dat het kaartje publiceren, terwijl men er bij vermeldde dat dat het 'minimum minimorum' was, wel een erg domme onderhandelingstaktiek was, want "men geeft toch niet al voor de onderhandelingen alles uit handen". Het was volgens ons heel waarschijnlijk juist de bedoeling van de krant om die piste van een corridor af te kunnen voeren. De krant komt er maandag nog in een artikel op terug, met het bericht dat dat soort kaartjes wel degelijk op tafel gelegen heeft tijdens onderhandelingen, vandaag en in 2007. Maar, zegt Le Soir, de Franstalige partijen hebben op onze kaartjes gereageerd door nogmaals hun eis te verduidelijken dat ze pleiten voor een uitbreiding van het Brussels Gewest, voorafgaandelijk aan elke echte onderhandeling met de Vlamingen. Zo heeft Le Soir ze waar hij ze hebben wil: de kaartjes zijn een gelegenheid om de Franstalige politici te waarschuwen dat ze zich niet moeten bezig houden met een dergelijke nonsens als enkele kilometer bos, die ze nooit zullen krijgen, maar dat ze hun aandacht beter richten op de essentiële zaken. Luc Delfosse maakt dat in zijn editoriaal van maandag 16.06, in zijn gebruikelijke barokke en dubbelzinnige stijl, wel heel duidelijk. De corridor is een 'echte valse eis', een 'uitdagend argument' tegen de 'cynische Vlaamse herderin', voor een doorgang die er nooit zal komen. Hij spelt de Franstalige politici de les: hou u niet bezig met een onwaarschijnlijke corridor van beukenbomen: ga, "zonder uiteraard de faciliteiten op te geven", onderhandelen over "een mature confederatie, bestaande uit drie geëmancipeerde regio's. In het Zuiden, plaats voor twee regio's op voet van gelijkheid: Wallonië en Brussel. Beide beheren samen de interfrancofone solidariteit binnen een culturele gemeenschap..die zich niets aantrekt van grenzen.." Kan het duidelijker: It's not the corridor, stupid. Daarmee eisen de Franstaligen meer dan wat ze ooit in het huidige België kregen: op alles, maar dan ook alles, een veto- of blokkeringsmogelijkheid (*). (Zie het volledig editoriaal onder de rubriek Kort Gezegd; 16.06.08 De zeer verbazende corridor van Waterloo)

(*) Als Le Soir en confederatie ziet zoals ze als hierna gedefinieerd is, krijgen ze inderdaad bij de ontmanteling van een federaal België blokkeringsmogelijkheden zoals nooit te voren: volgens de definitie van L. Favoeu, et al., (Droit constitutionnel, Dalloz, 4e uitgave, 2001, p.369.) is een confederatie “een associatie van autonome staten die haar oorsprong vindt in een internationaal verdrag, niet in een grondwet, zij het dat in een later stadium een grondwet kan worden vastgesteld. In een confederaal systeem behoudt elke deelnemende staat zijn volle soevereiniteit hetgeen impliceert dat beslissingen bij unanimiteit moeten worden genomen - en elke staat dus een vetorecht heeft – en, bovendien, dat de vastgestelde regelen niet onmiddellijk doorwerken in de interne rechtsorde van de Staten maar door hen moet worden “gerecipieerd”. De soevereiniteit van de Staten wordt overigens in die mate geëerbiedigd dat elk van hen de confederatie kan verlaten wanneer hem dat schikt.


Un projet con-fédéral

Franstalige partijen pleiten voor een confederaal België. Een confederatie bestaat eigenlijk uit onafhankelijke staten, maar dat is juist wat ze NIET willen. Ze willen België 'redden' door het 'confederaal' te maken, maar dan wel met behoud van alle geldstromen, en met 1 Vlaamse tegen 2 Franse regio's. Dat is wat nu ook Denis Ducarme (MR) voorstelt, in navolging van Moureaux (PS). Moeten de Vlaamse onderhandelaars, door Ducarme uitgemaakt als politici die hun cultureel nationalisme willen opleggen, nu niet eerder een voorstel op tafel leggen voor een echte confederatie? Voor Vlaanderen, inclusief Brussel.. Dan worden onze 'landgenoten' misschien wakker uit hun 2 eeuwen misprijzen voor de Vlamingen, en is België nog te redden?

Philippe Moureaux verkondigde zijn confederaal project het laatst in Le Soir van 18 juni. (Wie het nog eens wil nalezen, zie het artikel hierover: "15 juli: of begint de vereffening van België al eerder?" Hier ... ). Dat was niet de eerste keer dat hij het daarover had. Begin dit jaar had hij in een interview voor het weekblad Le Vif al verklaard dat men moet aanvaarden heel ver te gaan met het federalisme. Toen maakte hij nog de opmerking "Les Flamands nomment cela le confédéralisme. C'est un usage impropre: le confédéralisme est l'union d'Etats indépendants. Mais soit..". Eenmaal men het confederalistisch tijdperk zou binnentreden zouden nieuwe hervormingen slechts mogelijk zijn met een meerderheid van drie vierden. Nog sterkere Franstalige veto's dus. Begin november was Reynders hem al voor in het gebruik van de term 'confederatie', met de vaststelling, tijdens een interview met Le Monde, dat België nu reeds volgens de confederale logica werkt: "La logique à l'oeuvre en Belgique est celle d'une confédération."

Dat de term 'confederalisme', toegepast op België, uit Vlaanderen komt, daar heeft Moureaux een punt. Het was de toenmalige Vlaamse minister-president Luc Van den Brande die, middenin de onderhandelingen voor het Sint-Michielsakkoord in 1993 (dat van de ecotaks..), voorstelde nog veel verder te gaan, en België een confederaal land moest worden. Nu is Van den Brande niet bekend voor duidelijk woordgebruik, maar het begrip was meteen een 'hot item' in politiek België. Hij werd er toen zelfs nog op het matje voor geroepen door koning Boudewijn. In een opiniestuk op 12 januari 2007 in De Standaard is hij nog eens op zijn confederalisme terug gekomen: "Een confederale staatsopbouw dringt zich dus op. Toen ik dat in 1993 zei, brak er een storm los. Maar na verloop van jaren is het voor velen dé optie geworden. Het is zeker ook het partijstandpunt van CD&V. Ik ken de - formeel juiste - bezwaren van constitutionalisten, die stellen dat slechts afzonderlijke staten samen een confederatie kunnen vormen. Ik heb altijd gezegd dat een begrippenstrijd weinig nut heeft. Sommigen schijnen het niet juist te (willen) begrijpen. Laat het mij zeggen zoals het is. Het gaat erom het zwaartepunt van de bevoegdheden, met inbegrip van de fiscale en financiële verantwoordelijkheid en de belangrijkste sociaal-economische hefbomen over te hevelen van de federale overheid naar de twee deelstaten. De Duitstalige Gemeenschap én Brussel, onze hoofdstad, houden een speciaal statuut; de indeling van het land in vier taalgebieden blijft ook. De confederale instellingen moeten hiervan een afspiegeling zijn. Het confederale parlement en de confederale regering moeten met hun bevoegdheden het beleid van de deelstaten ondersteunen en versterken. Vanzelfsprekend is dit een ingrijpende hervorming, waarbij men doordringt tot belangrijke elementen van de statelijke bevoegdheden. Na de autonomie op cultureel en regionaal-economisch vlak, leiden financiële en sociaal-economische autonomie tot politieke autonomie van de deelstaten in de Belgische confederatie...".
Van den Brande had dus, als hij juist taalgebruik wil bevorderen, beter gesproken van een verdere voltooiing van België als federale staat (Zie b.v. het artikel: "Walter van Gerven: voltooi de staatshervorming van België tot een federale staat", hier .... ). Maar goed, het verkeerd gebruik van de contradictio in terminis 'confederaal België' heeft nu ook bij onze Franstalige landgenoten grote aanhangers gevonden.

Franstaligen en confederalisme
In deze context is een zakelijk en analyserend artikel in Le Soir van 24 juni '08 zeer interessant. Het is geschreven door Vincent de Coorebyter, algemeen directeur van het Crisp (Centre de recherche et d’information socio-politiques - Centrum voor socio-politiek onderzoek en informatie, een Franstalig Belgisch onderzoekscentrum dat zich toelegt op de studie van de politieke besluitvorming in Belgisch en in Europees verband). Als 'observator' wil hij terugkomen op het begrip 'confederatie' dat Moureaux de week daarvoor gebruikte. Uiteraard is volgens hem een confederale staat een onmogelijke constructie, en bestaat er geen gradueel verschil tussen een federale staat en een confederatie, maar zijn ze van een verschillende aard. "Moureaux gebruikt dus 'een confederale basis' voor België als een metafoor". Echter, en dan komt het betoog van de Coorebyter, België heeft wel verschillende kenmerken van een confederatie die er een atypisch land van maken.
Eerste confederaal kenmerk: volledige autonomie van de deelgebieden om hun bevoegdheden uit te oefenen, geen interventierecht van het federaal niveau, enz.. De conflicten die ontstaan tussen de entiteiten zijn daardoor voornamelijk belangenconflicten (taalgebruik, vliegroutes e.d.), eerder dan bevoegdheidconflicten.
Tweede confederaal kenmerk: de bijna onbestaande directe band tussen de burger en het hoogste machtsniveau. België kiest voor een nationale Kamer en Senaat, maar we kiezen alleen uit kandidaten uit de eigen gemeenschap.
Derde confederaal kenmerk: de verplichting om bij vele wetten een meerderheid te vinden in de twee taalgroepen. In een confederatie bestaat er een echt veto, hier moet er wel niet voor alles, maar toch voor veel zaken een akkoord gevonden worden in beide taalgroepen in het Federaal en het Brussels parlement en in de paritair samengestelde ministerraad. (Ik geef slechts heel kort enkele van zijn argumenten aan die hij veel verder uitwerkt.) Dus zijn we volgens hem, toch zeker bij de Franstaligen, in de geest dichtbij een vetorecht. ('Dans l'esprit, nous sommes proches d'un droit de veto'.) En daarom hebben de Franstaligen de eenzijdige Vlaamse stemming over BHV in de Commissie op 7 november zo slecht beleefd. (Kom ik straks afzonderlijk nog even op terug.).
Moreaux voegt daar volgens hem nu een vierde confederaal kenmerk aan toe: door een ruime transfert van bevoegdheden naar de deelgebieden zouden er op federaal gebied niet veel overblijven, zoals in een confederatie. Twee van de drie bestaande confederale kenmerken komen niet van de Vlamingen, het zijn de Franstaligen die ze gevraagd hebben om de Franstalige minderheid te beschermen tegen een numerieke Vlaamse meerderheid. De confederale kenmerken zijn dus zeker niet alleen van Vlaamse inspiratie.. (Verder citeren zou ons te ver brengen. Wie zich gratis inschrijft op de website van Le Soir kan daar het hele artikel lezen: 'La Belgique (con)fédérale').

Nog even zoals beloofd terug naar de eenzijdige Vlaamse stemming over BHV. Daarover schreef 'observator' Coorebyter een artikel in Le Soir van 13 november '07. "Sinds een week spreekt men veel over 'la rupture du pacte belge'... Men moet eerst onderstrepen dat het niet de eerste keer is dat een taalgemeenschap haar gezichtspunt oplegt. Bij het ontstaan van de staat en gedurende vele decennia, was de dominantie van de ene taal op de andere zelfs de regel. Het politieke leven was het voorrecht van de Franstaligen.. Men moet tot 1863 wachten tot een volksvertegenwoordiger de eed in het Nederlands aflegt, en tot 1868 om een eerste Volksvertegenwoordiger Nederlands te horen gebruiken in de Kamer. De Franstaligen die deze 'première' in verband met de BHV-stemming aan de kaak stellen vergeten de historische achtergrond van het taalconflict in België, maar het blijft levend in het Vlaams geheugen... Bovendien is die stemming geen breuk van het federalisme, noch een stap naar confederalisme. Net het omgekeerd heeft zich voorgedaan: die stemming heeft bepaalde confederale kenmerken van het Belgisch politiek systeem uitgedaagd die de Franstaligen beschermen. .." (Op de website van Le Soir kan men het hele artikel lezen 'Variations: le confédéralisme des francophones')

Het Franstalig confederaal project
Terug naar het confederaal project van de Franstaligen vandaag. Nog Le Soir, 24 januari '08. Een zekere Henry Tulkens, professor economie en overheidsfinanciën aan de UCL schrijft een pleidooi voor confederalisme, democratie en over 'le droit du sol'. Hij betreurt daarin dat de stemming over BHV volgens de huidige federale wetgeving met een gewone meerderheid kan gebeuren. Het vetorecht van de Franstaligen zou dus fors moeten uitgebreid worden. In zijn confederalisme wordt Brussel ook fors uitgebreid, wordt het een volwaardig gewest, met grenzen die overeenkomen met zijn 'echte' stedelijke grenzen, naar het voorbeeld van de 'communauté urbaine' van Rijsel. (dit 'groter Rijsel' omvat 85 gemeenten.. De vergelijking is voor Tulkens verlokkelijk natuurlijk). De Brusselaars mogen niet gedikteerd worden door verkozenen uit Ieper, Gent of Mons die zeggen wat ze al of niet mogen doen. Klap op de vuurpijl: "het probleem van de bewoners rond Brussel is niet dat ze 'behoren' tot een Vlaamse of Franstalige gemeenschap. Het probleem ligt in het feit een eentalig territorium op te leggen aan mensen die eerder tweetaligheid wensen. De hele situatie is dus niet democratisch en discriminerend." Men moet maar durven zo liegen.. Tot slot natuurlijk nog moet het een confederatie zijn "waar de welstand in geen van de drie gewesten daalt."... (Het volledig artikel heeft de titel 'Confédéralisme, démocratie et droit du sol').

Laatste in de rij: een opiniestuk van Denis Ducarme (MR) in Le Soir van 24 juni '08, onder de titel 'Portons le projet confédéral'. (grote uittreksels hieronder), waarin hij pleit voor een confederaal België. Ducarme is sinds 5 juni 2003 liberaal volksvertegenwoordiger (MR) voor de kieskring Henegouwen. Eind vorig jaar had hij al geklaagd dat de stemming van de splitsing van BHV in de Kamercommissie de eersteklas begrafenis van 'notre fédéralisme' betekende, en we in het tijdperk aangekomen zijn van de Vlaamse diktaten. Het gaat Ducarme niet om een confederatie van onafhankelijke staten ("Les francophones n’ont aucune plus-value à espérer de la scission de la Belgique"), maar integendeel "om een project dat de solidariteit moet garanderen en België redden."... Ducarme: "Een nieuwe politiek generatie heeft het roer in handen genomen in Vlaanderen en wil zijn cultureel nationalisme opleggen... De Franstaligen moeten terug het initiatief nemen en snel hun eigen tijdslijn uitzetten, hun eigen confederaal project bedenken en dragen, een Belgisch Franstalig confederaal project dat Brussel en Wallonië verenigt naast en tegenover Vlaanderen. Een confederatie om de nuttige solidariteit te garanderen en België te redden." (dus: België redden = de transferts redden, door 'nuttige solidariteit'... Moureaux: "België interesseert ons niet meer als de interpersoonlijke solidariteit wordt afgeschaft". Zoveel is België hem waard..). Het besluit van de schrijver: "la Belgique sera confédérale ou ne sera plus." Men zou in het Frans kunnen zeggen: un projet con-fédéral d'un con-patriote...

Onderhandelen?
Het wordt dus steeds meer oorlogstaal: 2 tegen 1, een corridor door vijandig gebied, Brussel ligt gekneld in een enclave, Franstaligen moeten in meer dan BHV faciliteiten krijgen, zich verenigen tegen de Vlaamse diktaten, de veto's moeten verhoogd worden tot liefst elk onderwerp, de transferts moeten eeuwig op het huidig niveau doorgaan, enz. enz.. Vraag aan de Vlaamse politici: wat valt daar nog te onderhandelen, als u alweer uitgemaakt wordt voor rotte vis, dit keer dat wij hen een cultureel nationalisme willen opleggen? Wordt niet stilaan de enige mogelijkheid: leg uw eisen op tafel voor een echte confederatie? Voor een zelfstandig Vlaanderen, maar wel inclusief Brussel.. Dan pas worden ze wellicht wakker uit hun bijna twee eeuwen durende misprijzen voor de Vlamingen? Wellicht is dat de enige mogelijkheid om België te redden, en kan er dan gepraat worden over de voltooiing van België tot een volwaardige federale staat? Er is daar slechts één enkele voorwaarde aan verbonden, meer niet: de Franstalige politici moeten vrede willen sluiten, en hun expansieplannen inpakken. Is dat dan voor hen zo moeilijk?


 

Franstalige 'geostrategie'

 

De opstelling van de Franstalige politici verschuift van de verdediging van indivuele rechten van de Franstaligen in BHV naar een uitbreiding van hun territorium. Hun steeds hogere eisen worden alsmaar minder aanvaardbaar voor de Vlamingen. Een stemming van de splitsing van BHV is dan nagenoeg niet meer te vermijden. Als de regering door een Franstalig veto die wet dan niet bekrachtigt, is het einde van het federale België in zicht. Zullen ze zover gaan? Aan de Vlamingen om het uit te testen: stem de splitsing, 'onverwijld'..

We schreven hier eerder dat er een nieuwe argumentatie ontwikkeld werd bij de Franstalige landgenoten om zich te verzetten tegen de splitsing van BHV. De Waalse constitutionalist Christian Behrendt (Universiteit van Luik) betoogde in een artikel in Le Soir van 30 april '08 dat in het internationale recht het principe zou gelden dat, wanneer een deel van een staat zich onafhankelijk verklaart, de grenzen zoals die bestonden vóór de afsplitsing zoveel mogelijk moeten worden gerespecteerd. Zolang BHV niet is gesplitst, kan er vanuit internationaal-rechtelijk perspectief betwisting bestaan over de vraag wat nu precies de grens is van Vlaanderen. De taalgrens wordt immers doorkruist door de electorale grens op basis waarvan Halle-Vilvoorde bij Brussel hoort. Vanuit 'geopolitiek' oogpunt hebben de Franstaligen er volgens Christian Behrendt dus alle belang bij om BHV niet te splitsen, tenzij het Brusselse Gewest wordt uitgebreid. In zijn ogen is BHV voor de Franstaligen een ontzettend kostbare diamant. Als ze die al zouden willen verkopen, dan moeten ze er een zeer hoge prijs voor vragen. (Zie het artikel hier...)
Een dergelijke redenering werd meteen overgenomen door La Libre Belgique. Deze krant geeft toe (08.05.08) dat het kiesarrondissement objectief gezien een anomalie is in het institutionele landschap, en het enige gevolg van de splitsing zou zijn dat de Franstaligen in Vlaams-Brabant niet meer op Brusselse kandidaten zouden kunnen stemmen, maar wel nog op Franstalige Brabantse kandidaten. "C'est tout ? A priori, oui." Maar.. er zijn natuurlijk andere redenen om niet toe te geven, ondermeer dat... als BHV gesplitst wordt, bij een onafhankelijkheid van Vlaanderen de taalgrens de staatsgrens zou worden, zonder enig verhaal voor de Franstaligen in Vlaanderen om die in vraag te stellen.

Jacques Autenne, hoogleraar aan de UCL en de Koninklijke Militaire School, lanceerde in La Libre Belgique (21.05.08) een ander 'geostrategisch' voorstel om de BHV-kwestie op te lossen (gedeeltelijk overgenomen in DS 22 mei). De Franstaligen zouden moeten kunnen instemmen met de splitsing van het arrondissement, mits de Franstaligen nog (een niet nader bepaalde tijd) het recht zouden behouden om een beroep te kunnen doen op Franstalige rechtbanken. Dat is echter niet zijn enige eis: in ruil voor de splitsing zou Vlaanderen alle auto-, water, en spoorwegen moeten afstaan die Brussel met Wallonië verbinden. Hij noemt ook namen: de autosnelweg naar Namen, de Waterloosesteenweg, de Terhulpsesteenweg tot aan Groenendaal, eventueel zelfs de verbinding via Halle om naar Doornik te rijden. Hij vergelijkt zijn voorstel met de autosnelweg en de luchtcorridor die West-Berlijn verbond met West-Duitsland over Oost-Duits grondgebied. Op die manier zou Vlaanderen geen territorium verliezen, maar krijgen de Franstaligen een 'fysieke verbinding' tussen Brussel en Wallonië.

Olivier Maingain maakt nu deze 'geopolitieke' argumentatie tot de zijne. In een interview met Le Soir (17.05.08) laat hij geen twijfel bestaan over de uitbreidingseis: "de Franstaligen die de splitsing van BHV aanvaarden zonder een uitbreiding van Brussel, nemen een zware historische verantwoordelijk op zich: ze zouden onherroepelijk Brussel in Vlaanderen plaatsen, en het separatisme in Vlaanderen natuurlijk niet verhinderen, maar juist versnellen. De splitsing zonder uitbreiding van Brussel is totaal uitgesloten. De Franstaligen moeten aan de toekomst denken, nadenken in termen van territorium, van toekomstige grenzen, anders zullen ze gestrikt worden."

Dit 'geostrategisch' discours wordt nu ook door Di Rupo overgenomen. In een interview met Le Soir (26.05.08) legt hij dat uit: "Als de Vlamingen hun eis van de splitsing van BHV handhaven, zal ze niet zomaar doorgaan. De Franstaligen hebben geostrategische redenen. Ziehier mijn redenering. De Franstaligen rond Brussel hebben drie soorten persoonsgebonden rechten: een kiesrecht, dat het hen mogelijk maakt op Brusselse personaliteiten te stemmen; ze kunnen in het Frans terecht bij justitie; en ten slotte zijn er de faciliteiten in zes gemeenten. Die drie rechten vormen als het ware bruggen, die de taalgrens overbruggen, wat betekent dat deze geen staatsgrens is. De hele strategie van de Vlaamse politieke verantwoordelijken bestaat erin die bruggen een na een te laten springen, om Brussel in Vlaanderen te isoleren, en de taalgrens te bevestigen als een potentiële staatsgrens. Dit schema willen we niet. Het zal niet doorgaan. En als Vlaanderen de stap zet naar autonomie zal ons antwoord zijn Brussel en Wallonië te verenigen. We zullen dan uiteraard wel een oplossing vinden voor de Vlaamse minderheid van ongeveer 100.000 personen in Brussel. Ons kader wordt dan een Franstalige federatie."

Volgens policoloog Bart Maddens (in een opiniestuk in DS 24.05.08) is het op het eerste gezicht niet zo evident dat de Franstaligen zich mordicus tegen de splitsing verzetten. "Nuchter bekeken staat er voor hen niet zo heel veel op het spel in BHV. Dat zij zich met hand en tand verzetten tegen een splitsing van de sociale zekerheid is gemakkelijk te begrijpen, want hier is de welvaart van honderdduizenden Walen in het geding.... Ook als BHV wordt gesplitst, zullen de Franssprekenden in de rand normaal gezien een eigen vertegenwoordiging hebben in de Kamer. Van een inbreuk op een fundamenteel democratisch grondrecht is hier met andere woorden geen sprake. Hooguit riskeren de Franstalige partijen een paar tienduizenden stemmen te verliezen. Leuk is natuurlijk anders, maar is dat de moeite om het land op de rand van de afgrond te brengen?" Het lijkt hem op het eerste gezicht bovendien nogal twijfelachtig dat de grenzen tussen een toekomstige Vlaamse en Waals-Brusselse staat mee zouden worden bepaald door de huidige indeling in kieskringen, zoals Christian Behrendt beweert. "Wat er ook van zij, het feit dat de Franstaligen dit soort argumenten gebruiken om zich tegen de splitsing van BHV te verzetten is op zich veelzeggend. Het bevestigt dat de splitsing van België voor hen een zeer reëel toekomstperspectief is, dat nu al richtinggevend is voor hun politieke handelen. De Franstaligen houden er kennelijk ook ernstig rekening mee dat het door de RTBF opgeroepen spookbeeld van de wegblokkades aan de taalgrens ooit werkelijkheid wordt. Maar de Franstaligen zien daar duidelijk een reële bedreiging in. Het is precies om te vermijden dat Brussel ooit een West-Berlijn-achtige enclave op vijandig Vlaams grondgebied zou worden dat ze zoveel belang hechten aan het creëren van een 'corridor' tussen Brussel en Wallonië. Een vergezochte en zelfs lachwekkende vergelijking? Niet voor Jacques Autenne, die in alle ernst verklaart dat zijn idee van een 'fysieke verbinding' mee is geïnspireerd door de luchtbrug tussen West-Duitsland en West-Berlijn. Bijgevolg zal hij ook wel de luchthaven van Zaventem in het vizier hebben. Volgens deze geopolitieke logica is de sterke aanwezigheid van Franstaligen in de rand weliswaar mooi meegenomen, maar in wezen niet essentieel. Zelfs mochten Sint-Genesius-Rode of Zaventem volledig Nederlandstalig zijn, dan nog zouden de Waals-Brusselse strategen er een begerig oog op laten vallen. Mag het voorstel dan al vrij bizar en wellicht moeilijk realiseerbaar zijn, het heeft wel de verdienste om zeer duidelijk te maken waar het de Franstaligen écht om te doen is in dit dossier."

Het betekent dat de eerder gehanteerde argumentatie van de vrijheid (van taal) voor het individu (die alleen maar in één richting in Vlaanderen mag werken natuurlijk) versus het Vlaams territorialiteitsprincipe verlaten wordt, ten voordele van eveneens een territorialiteitsprincipe. De 'verworven rechten' van de Franstaligen in Vlaanderen worden niet meer met hand en tand verdedigd; men laat ze desnoods vallen als er maar een uitbreiding van het territorium mee verbonden is. Met de woorden van Bart Maddens: "De Vlamingen hebben lang gedacht dat de Franstaligen gewoon blufpoker speelden als ze een splitsing van BHV koppelden aan de uitbreiding van Brussel. Het was enkel een manier om de prijs voor de splitsing wat op te drijven. Als puntje bij paaltje kwam zouden ze wel vrede nemen met wat meer centen voor Brussel, de benoeming van de drie burgemeesters en in het slechtste geval een uitdovend inschrijvingsrecht in de faciliteitengemeenten. Maar nu blijkt dat het de Franstaligen wel degelijk menens is met die uitbreiding." En hij besluit met de vaststelling dat deze opstelling betekent dat het probleem zo goed als onoplosbaar is via onderhandelingen.

Blijft dan nog over, de stemming van de splitsing van BHV met een gewone (in dit geval: Vlaamse) meerderheid in het parlement. We schreven hier al eerder dat dit perfect legaal is, in het artikel 'BHV gesplitst = België gesplitst?' (zie hier... ): "Volgens het bestaande institutionele kader binnen die Belgische consensusdemocratie is de splitsing van BHV geen zaak van een consensus tussen een Vlaamse meerderheid en een Franstalige minderheid, maar kan ze met een gewone meerderheid goedgekeurd worden, dus door de Vlamingen alleen, ook als dat Franstalige politici niet bevalt. Dat zijn de spelregels, niet alleen voor BHV, maar voor alle wetten die zonder bijzondere meerderheid kunnen goedgekeurd worden. Wetten kunnen ook door een coalitie waarin de Franstaligen zorgen voor een meerderheid, met steun van minder dan de helft van de Vlaamse parlementsleden goedgekeurd worden, ook als dat sommige Vlaamse partijen niet bevalt." De grondwetgever van 1970 vond een aantal aangelegenheden zo belangrijk voor het institutionele evenwicht in België, dat er enkel over kan worden beslist met een meerderheid in de beide taalgroepen. Die lijst is behoorlijk lang, maar de federale kieswetgeving is daar niet bij. Hier gaat het dus over een zaak die volgens de grondwet niet hoeft te worden geregeld via de besluitvormingsregels van de pacificatiedemocratie, en waarover de Vlamingen dus niet vooraf hoeven te onderhandelen met de Franstaligen. Tijdens de paarse regeringen zijn een aantal wetten over vrij fundamentele ethische aangelegenheden door een eenzijdige meerderheid opgelegd, tegen de katholieke minderheid in. Dat was eveneens zo in 1990, toen er een vrijzinnige wisselmeerderheid ontstond om de abortuswet goed te keuren. Wetten die volledig legaal zijn goedgekeurd, ook door een parlementaire wisselmeerderheid, moet de regering zonder meer bekrachtigen. Doet ze dat niet, dan zet ze de democratie volledig buiten spel. Als de Franstalige ministers in de regering weigeren de wet over de splitsing van BHV te bekrachtigen nadat ze in het parlement is goedgekeurd, valt de regering. Als ze niet van plan zijn die te bekrachtigen, zorgen ze er wellicht voor dat de regering al valt voor de stemming. Dan volgt er helemaal geen stemming meer, gezien het parlement ontbonden is. Als ze dit doen, betekent het dat de Franstaligen gebruik maken van een nieuw soort veto, dat ze desnoods kunnen gebruiken voor alle onderwerpen die niet aan een speciale parlementaire meerderheid onderworpen zijn. Daarmee zetten ze de principes van de federale rechtsstaat en van de spelregels afgesproken in deze consensusdemocratie volledig buiten spel. Nog afgezien van de juridische problemen die opduiken bij een nieuwe verkiezing zonder splitsing. Zelfs als die volgens sommigen overbrugbaar zouden zijn, toch blijft het feit dat de Franstaligen dan een fundamentele stap gezet hebben van een federatie naar een confederatie van afzonderlijke staten, waarbij elk altijd een vetorecht kan hanteren. Met de woorden van Bart Maddens:"Geen enkele Vlaamse politicus kan het zich veroorloven om akkoord te gaan met een uitbreiding van Brussel. En de kans dat de Franstaligen BHV zullen willen splitsen zonder die uitbreiding is kleiner dan ooit. Daarmee lijkt de BHV-saga te zullen uitdraaien op een mooie self-fulfilling prophecy: de Franstaligen doen zo moeilijk over BHV omdat ze rekening houden met een mogelijke splitsing van België, maar precies daardoor brengen ze die splitsing met sneltreinvaart dichterbij."

Als de Vlamingen in het parlement de splitsing goedkeuren, respecteren ze de krijtlijnen het federaal Belgisch model. Als de Franstaligen er zich tegen verzetten, zetten ze het voortbestaan van de federatie op het spel. Zullen ze het zover laten komen? Een voorstel aan de Vlaamse parlementsleden: zet de stemming op de agenda, en test de federale loyaliliteit van de Franstaligen. Het respect van de afgesproken principes om een democratische staat te laten functioneren is volgens mij belangrijker dan het voortbestaan van België in zijn huidige vorm. Voor mij mag België best blijven voortbestaan. Maar een staat waar een minderheid om 'geostrategische' redenen de afgesproken democratische regels buiten spel zet, heeft voor mij als democraat geen reden meer van bestaan.

Toevoeging op 02.06.08: het wordt steeds meer 'geopolitiek':
- Het FDF hielden op 02.06.08 in Sint-Lambrechts-Woluwe, de thuisbasis van voorzitter Olivier Maingain, een steunmeeting voor de drie niet-benoemde burgemeesters van de faciliteitengemeenten Linkebeek, Kraainem en Wezembeek-Oppem. Philippe Moureaux, voorzitter van de Brusselse PS-federatie, had het over een 'eenzijdig georchestreerde' manifestatie en vindt dat het FDF niet de juiste strategie hanteert. 'In het belang van de Franstaligen in de Brusselse rand moet je de problemen niet isoleren, maar moet je vastberaden en zonder omwegen de uitbreiding van Brussel eisen', zegt hij.
- Laurette Onckelinckx in De Standaard van 30.05.08: "Brussel-Halle-Vilvoorde gaat over: hebben Wallonië en Brussel al dan niet een aparte toekomst? BHV gaat natuurlijk ook de verdediging van de Franstaligen die in de Rand leven, maar dat is niet de kern van de discussie." (Interviewer: Met een formule als inschrijvingsrecht zouden de Franstaligen uit de Rand nog kunnen stemmen voor iemand in Brussel.) "Wie in Vlaanderen nog gelooft dat het daarover gaat, begrijpt niets van de gevoeligheid van de francofonen. BHV is echt veel fundamenteler dan dat. Dat maakt de discussie zeer moeilijk."

Een uitvoerig overzicht over de thematiek is te vinden in een artikel van Matthias Storme van maandag 2 juni: 'De maskers vallen af: het gaat (ook) om ordinaire gebiedsroof', op zijn website hier.... te lezen


Wat napraten over het corridortje

15 juli: of begint de vereffening van België al eerder?