Knipsels augustus 2008

Afdrukken
  • Vertrouwen in politici daalt tot 20 procent
  • Handtekeningenoffensief tegen Lange Wapper
  • Pleidooi voor populisme
  • Geen einde aan patstelling Bolivië
  • Geheugenverlies
  • Overzicht van Burger Particiaptie Projecten in Nederland

Vertrouwen in politici daalt tot 20 procent

"Van alle beroepen heeft de Belg het minst vertrouwen in de politicus. In januari dit jaar bleek slechts 27 procent van de bevolking geloof te hebben in dat beroep, nu is dat nog amper 20 procent. In Wallonië ligt dat vertrouwen nog significant lager dan in Vlaanderen (14 tegenover 24 procent). Dat blijkt uit een grootschalig onderzoek van marktonderzoeksinstituut GfK Custom Research T&D.
Uit een vroeger onderzoek blijkt dat Vlamingen, wanneer het gaat over politieke instellingen, het minst tevreden zijn over de federale regering en het meest over hun gemeentelijke administratie."
Bron "De Standaard van 9/8/2008


Handtekeningenoffensief tegen Lange Wapper

Met een tafel voor het stadhuis als actiecentrum lanceerde Ademloos zaterdagmiddag de campagne om maar liefst vijftigduizend handtekeningen te verzamelen. Alleen inwoners van Antwerpen die ouder zijn dan zestien mogen tekenen, op trouwens ambtelijke documenten van de stad. Het gaat dan ook om een officiële procedure om een even officiële volksraadpleging af te dwingen tegen de omstreden Oosterweelverbinding en de Lange Wapper. Een idee dat gelanceerd werd in Het Nieuwsblad. Zo'n volksraadpleging is dan wel misschien niet bindend, met de Vlaamse verkiezingen in het vooruitzicht is het toch een signaal dat kan tellen als de tegenstanders winnen.

'Het zal niet gemakkelijk worden, maar ik ben ervan overtuigd dat we onze handtekeningen zullen halen', zegt Wim van Hees, stuwende kracht achter Ademloos. De actiegroep vindt dat tot nu alle beslissingen werden genomen over de hoofden van de inwoners. Met het referendum hoopt ze de stem van de Antwerpenaar te laten horen. 'In heel dit dossier heeft de democratie gefaald', zegt van Hees.
Bron: Nieuwsblad van 18/8/2008


Pleidooi voor populisme

"Om de democratie optimaal te laten draaien is er niet minder, maar juist meer populisme nodig. Vandaag kunnen populistisch angehauchten in Vlaanderen alleen ter rechterzijde terecht, terwijl er tussen sp.a en extreem links een gat gaapt. Meer populisme betekent een diverser aanbod en een grotere keuzevrijheid."
Een fragment uit "Pleidooi voor populisme", dat bij Querido verschenen is

De Gucht, spreekbuis van de elite
Is Dedecker populist? Ja, en wat dan nog?
In een interview in De Morgen (8.8.08) zegt minister Karel de Gucht (VLD): "Jean-Marie Dedecker is het prototype van de populist (...): de kant kiezen van de underdog en tegen de politieke klasse". Toevallig stond dezelfde dag in Gazet van Antwerpen (8.8.08) een interview met Dedecker, waarin deze vertelt: "Ik ben geen populist, zoals velen beweren." Had De Gucht gesteld dat populisten als Dedecker "geen oplossingen aanbieden", dan antwoordt Dedecker: "Er zijn weinig politici die zoveel oplossingen aandragen als ik". Kort voor de verkiezingen van vorig jaar had De Gucht zijn kiezers een pamflet aangeboden, "Pluche" geheten, dat in de trant van het Kommunistisch Manifest van de negentiende eeuw, begon met: "Een spook waart door Europa, het spook van het populisme". Misschien had Dedecker er beter aan gedaan het verwijt van "populisme" te accepteren en zelf het begrip als een geuzennaam te gebruiken. Want wat is "populisme"?

Voor zover ik kon nagaan, stamt dit woord uit het Amerika van de jaren 1870, en komt het vermoedelijk uit het Latijn (de partij van de "populaire" Julius Caesar was die van de "populares"). Rond 1870 dus revolteerde het Amerikaanse platteland tegen de dalende prijzen voor landbouwprodukten, terwijl de prijzen van landbouwgrond, kunstmest, enz., stegen en de spoorwegen hun tarieven fors verhoogden. Deze revolte staat in de Amerikaanse geschiedenis bekend als die van de Grangers , waaruit in 1889 de People's Partij (Volkspartij) ontstond, waar de eerste Amerikaanse marxisten eveneens toe behoorden. Bij de presidentsverkiezingen van 1894 haalde hun kandidaat negen procent van de stemmen, en twee jaar later haalden ze zes senatoren en zeven afgevaardigden (Kamerleden) binnen. Daama ging het bergaf en werden de meeste "populisten", want zo werden ze genoemd, opgevangen door de Demokratische partij of door de Progressieve partij van Teddy Roosevelt (een afscheuring van de Republikeinen). Maar dus, de term was geboren: aanhangers, militanten en verkozenen van de Volkspartij (People's Party) waren "populisten". Het woord had dus aanvankelijk geen andere betekenis dan "lid van een bepaalde partij", maar dit was dan wel zowat de meest linkse partij van enige envergure die Amerika ooit gekend heeft: in haar programma stond de nationalisatie van spoorwegen, banken, enz. Het was een "volkspartij", gericht tegen de heersende elite. De strijd ging, volgens hun pamfletten, tussen hen en de "ploetokraten" van Wall Street. Het is interessant om weten dat "populist" in Amerika later steeds stond voor "links" en wel als een titel waar "linksen" fier op gingen. Zo noemde president Franklin Roosevelt zich in menige toespraak een "populist" (Dedecker, dit is goed gezelschap), en toen een tijdje geleden nogal wat "linkse" Demokraten in de Senaat werden verkozen, sprak men in de Amerikaanse media van een heropflakkering van het "populisme" bij de Demokraten.

Misschien echter heeft de term bij ons meer te maken met Franse dan met Amerikaanse invloeden. In Le Petit Robert (woordenboek, editie 1977) staat "populisme" omschreven als "Ecole litteraire qui cherche, dans les romans, a decrire avec realisme la vie des gens du peuple" (een literaire school die in haar romans op realistische wijze het leven van de gewone mensen wil beschrijven). Dit gaat over de jaren dertig van de vorige eeuw, toen er in Frankrijk zelfs een "Prix populiste" werd ingesteld als konkurrentie voor de "elitaire" Prix Goncourt. Het was een literaire beweging die samenviel met en baadde in het "Volksfront" (de linkse regering-Blum). Weer dus "links", en dat is vandaag nog steeds zo. De socialistische kandidate voor het presidentschap, Segolene Royal, werd, ondermeer in haar eigen partij, voor "populist" uitgemaakt nadat ze de gedachte van een "democratie participative" had gelanceerd, en als antwoord op de mondialisering had voorgesteld om bedrijven die wegtrokken uit Frankrijk om naar lageloonlanden te verhuizen, zware boetes op te leggen. Van oorsprong dient, zowel politiek als literair, het begrip "populisme" ter beschrijving van een "link se" maatschappelijke attitude. Het is een keuze voor het "volk", voor de lagere stand tegen de elite, en zo is het een scheldwoord geworden dat door de elite wordt gebruikt voor burgers die willen dat met hun wensen rekening wordt gehouden.

Omgekeerd is het dan weer een woord waar men iemand lof mee toezwaait. Zo sprak de politieke redakteur van de tv-zender CNN, Lou Dobbs, de verwachting uit dat de Amerikaanse presidentsverkiezingen van 4 november zullen leiden tot de keuze van "een onafhankelijke populist", een man ofvrouw die dichtbij het volk staat "en niet de voorrechten geniet van de elite" (cit. volgens De Groene Amsterdammer, 24.11.07). Zo ook zei Peter Vanvelthoven, de socialistische Kamerfraktievoorzitter (in De Morgen, 26.4.08), dat "we populistisch moeten zijn in de goede zin van het woord," wat volgens Vanvelthoven betekende dat men het volk in verstaanbare taal uitleg moet verschaffen over zijn problemen en de door de partij voorgestelde oplossingen, want "als dat populisme is, ben ik er honderd procent voor".

Rond dezelfde tijd had de fraktieleider van de socialisten in de Amsterdamse gemeenteraad, Michiel Mulder, het (in Het Parool, 17.4.08) over "een goed politicus, die altijd een populist is", want "wie de oren laat hangen naar de elite, verzaakt zijn taak". In zijn boek over Tony Blair ("Tony Blair, un modele pour l'Europe", La Decouverte, 1999) had de Franse politicoloog John Crowley reeds de lof gezongen van het "populisme eclair