Prijs van "democratie": 212.364.760 euro

Afdrukken
In de Kamer en de Senaat start het nieuwe politieke seizoen. De duizend personeelsleden, 300 politieke medewerkers en 221 beroepspolitici vormen een bedrijf dat jaarlijks 212.364.760 euro nodig heeft om draaiende te blijven. Een kamerlid kost ons jaarlijks 862.800 euro, een senator 1.080.817,16 euro.
De begrotingen van Kamer en Senaat zijn geen staatsgeheim. Het zijn openbare documenten die te consulteren zijn op het internet, al moet gezegd dat ze goed weggestopt zitten.

De begroting van de Kamer voor 2008 bedraagt 133.780.000 euro (document 52 0524/001). Daarin inbegrepen: de geraamde uitgaven van de Kamer (119,52 miljoen euro), van de politieke partijen (9,9 miljoen euro) en van de Belgische leden van het Europees Parlement (4,36 miljoen euro).

Om te berekenen wat een kamerlid kost aan de bevolking, moeten we de kosten van een Europarlementslid buiten beschouwing laten.

De 150 volksvertegenwoordigers hebben dit jaar 129.420.000 euro ter beschikking, of 862.800 euro per lid van de Kamer.

De uitgaven van de Kamer omvatten alles. Van de aankoop van kunstwerken (40.000 euro) over hotelkosten door late zittingen (34.000 euro) tot het verbruik van gas, elektriciteit en water (773.000 euro) en de lonen van de 150 kamerleden. Voor de loonkosten is 33.291.000 euro ingeschreven of 221.940 euro per verkozene.

De lonen van de 640 personeelsleden zijn goed voor 44.498.000 euro of 69.528,12 euro per werknemer.

De cijfers zijn om van te duizelen, maar vallen al bij al best mee, vindt kamervoorzitter Herman Van Rompuy (CD&V).

Hij stelt in de bespreking van de cijfers vast dat de uitgaven van Kamer voor 2008 slechts stijgen met 0,74 procent, 'wat een uitzonderlijk lage stijging is.' Zeker omdat de indexatie erin is berekend. Die bedraagt 2,16 procent.

De Senaat heeft in 2008 78.584.760 euro ter beschikking, of 1.080.817,60 euro per senator (document 4-478/1). De lonen van de 71 senatoren zijn goed voor 22 procent (17.288.647 euro) daarvan. De drie senatoren van rechtswege - prinses Astrid en de prinsen Filip en Laurent - zijn daarin niet meegerekend omdat zij geen vergoeding krijgen.

Ook de 'bi- en multilaterale relaties' zitten daarin. In mensentaal zijn dat de bijdragen van ons land aan de Interparlementaire Unie, het Benelux-parlement, de West-Europese Unie en het lidmaatschap van de Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa (OVSE). In 2008 is daarvoor 1.846.741,86 euro begroot.

Dat bedrag moet in mindering worden gebracht om de kostprijs van een senator te berekenen, omdat het niets te maken heeft met de werking van de Senaat.

Een van de meest bescheiden uitgavenposten in de senaatsbegroting zijn de kinderbijslagen voor de ex-senatoren, die nog worden doorbetaald nadat ze de Senaat hebben verlaten. Die kinderbijslagen kosten de begroting dit jaar 5.000 euro.

De senatoren hebben in 2008 115.000 euro ter beschikking om te telefoneren, met vast toestel of gsm. De lonen en bonussen van alle senatoren samen zijn goed voor 8.757.250 euro.

De Senaat telt 376 personeelsleden, onder wie een aantal die deeltijds werken. De kosten van dat personeel is in 2008 begroot op 26.590.200 of 75.972 euro per personeelslid.

De verhoging in de begroting van de lonen en bonussen van de senatoren ten opzichte van een jaar eerder is 2,90 procent.
 
Bron: De Standaard, 13/10/2008