Opstand!

Afdrukken
Hoe is het mogelijk, dat een machthebber of tiran langdurig in het zadel kan blijven? Étienne de La Boétie (1530–1563) schreef, nauwelijks 18 jaar oud, een klassieke tekst bij uitstek over dit vraagstuk in het boek 'Vrijwillige Slavernij'. Zijn antwoord is nog altijd geldig.  Dr. Jos Verhulst schreef dit inleidende hoofdstuk: 'Opstand!'
Hoe is het mogelijk, dat een machthebber of tiran langdurig in het zadel kan blijven? Étienne de La Boétie (1530–1563) schreef, nauwelijks 18 jaar oud, een klassieke tekst bij uitstek over dit vraagstuk. Zijn antwoord is nog altijd geldig.

La Boétie merkte op, dat er op de keper beschouwd niet eens geweld nodig is om een ongewenste heerser van de macht te verdrijven. Het volstaat om gewoon niet langer te gehoorzamen: ‘En tegen die ene dictator hoef je zelfs niet te vechten. Het enige wat je moet doen is weigeren hem te gehoorzamen. Je hoeft hem niks af te nemen, gewoon niks geven is al voldoende.’ De heerser kan maar in het zadel blijven, zolang de meeste mensen dit niet minstens op passieve wijze accepteren, zo stelt La Boeétie met verwondering vast. Een interessant voorbeeld is het lot dat de coupplegers tegen Gorbatsjov te beurt viel, in de nadagen van de Sovjet-Unie. Zij bevonden zich in het Kremlin, aan de commandoposten, en deelden in allerlei richtingen bevelen uit. Maar ze werden simpelweg niet gehoorzaamd, en hun rijk doofde uit als een kaars onder een snuiter. De machthebber stikt, wanneer hij niet voortdurend de zuurstof van de gehoorzaamheid krijgt toegevoerd. De mens is van nature vrijheidslievend. Vrije mensen zullen niet spontaan kiezen voor onderwerping aan een of andere tiran.
 
De hamvraag luidt dus: waar komt die gehoorzaamheid vandaan? Het kan niet anders, of de onderworpenheid moet aangepraat zijn. De burgers gehoorzamen de tiran, omdat zij geloven dat ongehoorzaamheid onmogelijk of onwenselijk is. Er moet een discordantie bestaan tussen de objectieve belangen van de burgers, en de subjectieve kijk die ze hebben op deze belangen. Er dienen met andere woorden ideologische factoren in het spel te zijn. Ideologie kan gedefinieerd worden als een stel van expliciet of impliciet gehuldigde doch onware opvattingen, die worden verspreid om een machtsstructuur in stand te houden.

 

La Boétie vermeldt drie elementen, die tezamen een uitputtende verklaring bieden voor het merkwaardige fenomeen van de aangeprate onderworpenheid. De derde factor is de meest fundamentele.

Een eerste mechanisme functioneert op positieve wijze. Mensen die leven in een tiranniek regime, gaan al gauw geloven dat dit regime onmisbaar en onvermijdelijk is. Voer een verplichte jaarlijkse autocontrole in, en na een aantal jaren gaan vele mensen geloven dat zonder zo’n verplichte controle het verkeer tot een ravage vervalt. Voer een censuurwet in betreffende de holocaust, en na enkele jaren geloven de burgers dat zonder zo’n wet een debat over de jodenvervolging onmogelijk is. Leg schoolplicht op, en na enkele decennia gelooft bijna iedereen, dat schoolplicht onmisbaar is. Voer een parlementair regime in, waarbij de wetten verplicht gemaakt worden door partijverkozenen, herhaal voortdurend dat dit systeem ‘een democratie’ is, en na een tijd wordt dit op grote schaal geaccepteerd. Het mechanisme dat hier speelt is de gewenning: ‘De eerste reden waarom mensen graag dienstbaar zijn, is omdat ze als onderworpene worden geboren en opgevoed.’

Een tweede mechanisme functioneert aanvullend op negatieve wijze, via verstrooiing. De burgers krijgen ersatz geestelijk voedsel aangeboden van de tiran, om hun geest bezig te houden en te vullen op een wijze, die voor de tiran ongevaarlijk is. Het is het principe van het brood en de spelen, die ‘waren in de oudheid lokaas voor dienstbaarheid, de prijs voor de verloren vrijheid en het gereedschap van een tiran.’ De tiran deelt douceurtjes uit, die hem geliefd en populair maken, en er voor zorgen dat een groot deel van het publiek zich met hem en niet met zijn critici gaat identificeren.
 
Maar deze twee instrumenten volstaan volgens La Boe?tie geenszins, om de tiran in het zadel te houden. Er is een derde techniek, ‘de geheime kracht [...] van de macht, wat de fundamenten zijn van een dictatuur en die ook in stand houdt.’ Deze derde machtstechniek bestaat uit de creatie, rondom de tiran, van een piramide van medeplichtigen die in afnemende mate objectief belang hebben bij de handhaving van de tirannie. La Boétie schetst dit als volgt: ‘Het zijn altijd vier of vijf mensen die een dictator aan de macht houden, vier of vijf mensen die een heel land onderdrukken. Vijf of zes mensen naar wie een dictator luistert. Die mensen zijn uit zichzelf naar die dictator toe gegaan of zijn door hem gevraagd om medeplichtig te zijn bij zijn wreedheden, pooier te spelen ter bevrediging van zijn wellust, en mee te profiteren van zijn roverijen. [...] die zes hebben elk zeshonderd mensen onder hun leiding [...] die hen corrumperen zoals zij de tiran hebben gecorrumpeerd. Die zeshonderd hebben er dan nog eens zesduizend onder zich die ze een of andere hoge functie geven. [...] En talloze anderen volgen. Wie wil proberen dat netwerk te ontrafelen, zal merken dat niet zesduizend, maar honderdduizenden en uiteindelijk miljoenen mensen op die manier iets te maken hebben met de dictator. [...] Kortom, door alle profijt en gunsten die men ontvangt van de tiran, blijkt altijd dat er bijna evenveel mensen zijn voor wie de dictatuur een voordeel is dan dat er mensen zijn die liever vrij zouden zijn.’
 
De bestendigheid van de tirannie berust dus op de creatie van een sociale laag van mensen, die op één of andere manier belang hebben (of menen te hebben) bij de bestendiging van de tirannie. Uiteindelijk is het bestaan van de individuele tiran niet meer be- langrijk. Er ontstaat een hie?rarchisch gestructureerd kartel van mensen, die voordeel putten uit de bestendiging van de bestaande toestand, en die in wezen leven op kosten van diegenen die ze ideologisch onder controle houden. Hiermee is ook de essentie van de moderne staat gekenschetst.

Verschillende mechanismen zijn werkzaam binnen deze piramide. La Boétie schetst een mechanisme dat we kunnen karakteriseren als de ‘selectie van de slechtsten’. Diegenen die het minst bezwaar maken tegen de tirannie, en het minst scrupules voelen om het spel mee te spelen, zullen zich selectief gaan nestelen binnen de machtspiramide: ‘Van zodra een koning zichzelf tot tiran uitroept, zal hij omringd worden door de slechten, door het uitschot van het rijk, door diegenen die branden van ambitie, door de hebzuchtigen, die hem steunen om in de buit te kunnen delen, en om in de schaduw van de grote tiran, als kleine tirannetjes te kunnen optreden.’ Maar bovendien haalt het systeem ook het slechtste uit de individuen naar boven. Ze moeten zich immers actief richten op de belangen van de tiran: ‘Want boeren en arbeiders worden dan wel uitgebuit, maar zodra ze gedaan hebben wat ze moeten doen, zijn ze er vanaf. Rond een dictator cirkelen echter hele zwermen mensen die hem opvrijen en die niet alleen moeten doen wat hij zegt, maar ook bedenken wat hij wil en vaak zelfs zijn gedachten moeten raden.’ Van diegenen die zich in de piramide rondom de tiran hebben genesteld, wordt niet enkel uiterlijke gehoorzaamheid verwacht, maar tevens innerlijke identificatie. Ze moeten de tiran niet enkel gehoorzamen, ze moeten hem respecteren.

La Boe?tie onderscheidt weliswaar drie soorten tirannen: ‘Er zijn drie soorten dictators. De eerste soort is gekozen door het volk, de tweede soort kwam met geweld aan de macht en de derde erfde die titel over.’ Maar wat hij zegt, geldt voor alle types. Ook de verkozen tiran wordt omringd door een hiërarchische sociale piramide.

De hedendaagse particratische tirannie wordt gekenmerkt door bepaalde elementen die door La Boe?tie niet worden vermeld, maar die als verdere ontwikkelingen en verfijningen van het tirannieke principe moeten worden beschouwd.

Vooreerst is de centrale individuele tiran zo goed als verdwenen; de moderne tirannie heeft veeleer een kartelkarakter. Weliswaar speelt de ‘...succession de race’ nog steeds een rol (zie bv. de zonen, dochters en secretaresses van..., die onze parlementen en re- geringen bevolken), maar in wezen is het systeem een soort kartel, dat in een merkwaardige symbiose leeft met de samenleving: voortdurend worden individuen, die bereid zijn om het spel mee te spelen en hiertoe de nodige talenten bezitten, uit de samenleving gerecruteerd. Daardoor krijgt de tirannie voortdurend nieuw bloed en talent aangevoerd, wat voor haar voortbestaan essentieel is. Een modern particratisch systeem functioneert, precies doordat voortdurend nieuw bloed kan aangezogen worden, wezenlijk efficie?nter dan een monarchisch systeem met rigide en erfelijke klassenscheiding.

Specifiek voor het particratische regime is verder, dat voortdurend en systematisch geselecteerd wordt op de bekwaamheid, om ideologische controle en misleiding te realiseren. Dit geschiedt via het systeem van de verkiezingen, dat een handig mechanisme biedt om min of meer automatisch en zonder teveel interne conflicten diegenen uit te wieden, die minder talent hebben voor propaganda en misleiding. De meest efficie?nte ideologen kunnen dankzij de particratische verkiezing vlotter doorstromen naar de top van de tirannieke piramide, wat de stabiliteit van het systeem aanzienlijk verhoogt.

De moderne tirannie heeft nog een ander belangrijk kenmerk, dat haar onderscheidt van de tirannie- en tot pakweg half de twintigste eeuw: de moderne tirannie ontwikkelt luchtwortels tot in het anonieme, supra-nationale niveau, dat zich volkomen aan het gezichtsveld en het bereik van het gemeen onttrekt. De nationale tiranniee?n dragen sinds enkele decennia, via het sluiten van internationale verdragen en de overdracht van bevoegdheden, voortdurend nationale soevereiniteit over naar een reeks van bovennationale instanties. De toppolitici ziet men dan ook doorstromen naar dit bovennationaal machtsniveau, dat naar het publiek toe wordt voorgesteld als een soort morele autoriteit. Men leest in de pers bijvoorbeeld vaak, dat Belgie een ‘slechte leerling’ of ‘goede leerling’ is in deze of gene internationale klas. Dit soort beeldspraak, waarin niet alleen de burgers zelf maar zelfs hun zogenaamde verkozenen tot een soort kleuters worden gedegradeerd, is niet toevallig maar drukt een diepe realiteit uit: ‘Ons land’ bestaat grotendeels niet meer. De nationale politici zijn bijvoorbeeld grotendeels de controle kwijtgespeeld over zaken als migratie of monetair beleid. De klassieke ‘democratische’ imperia uit de eerste helft van de twintigste eeuw functioneerden nog overwegend in dienst van een natiegebonden elite, en bedienden zich aansluitend daaraan van een ‘rechtse’ ideologie. De huidige particratiee?n hebben hun luchtwortels in een mondiale en globalistische elite, die niets meer geeft om e?e?n bepaalde natie en zich aansluitend daarbij bedient van een ‘linkse’ ideologie gericht op de verzwakking en ontmanteling van nationale staten.

De menselijke centrale tiran is bij dit alles inderdaad een anachronisme geworden. Zo’n centraal menselijk wezen kan onderhevig zijn aan nukken en luimen en is zelfs vatbaar voor aanvallen van gewetensnood. Daardoor kan de macht worden gedestabiliseerd. In het rijk van de macht opereert het principe van de natuurlijke selectie, en dientengevolge is in onze moderne samenleving de individuele tiran grotendeels verdwenen. Het echte kernstuk van de macht is ondertussen een onzichtbaar memenspuwend systeem geworden, een autonoom opererend ideologisch organisme genesteld in de hoofden van de mensen. Diegenen die wij de macht zien uitoefenen zijn van dat systeem niet de echte meesters, doch slechts een kartel van trouwe dienaren. Net zoals in de meteorologie een ongeorganiseerd en relatief krachteloos cluster van neerslagzones en luchtdrukverschillen in elkaar schuift tot een hoogst georganiseerd en zichzelf versterkend en uitbreidend orkaansysteem, met in het hart een leegte, is op politiek vlak een wereldwijd en zichzelf voedend ideologisch gedrocht ontstaan, dat geen gedachten voortbrengt doch ‘spreekt’ in holle memes, en dat intussen de eigenlijke kern vormt van het machtsweefsel. En zoals een zwam haar bleke draden slaat in het weefsel van een geparasiteerde plant, jaagt dit uit leugens en memes samengestelde organisme zijn wortels diep in het weefsel van de menselijke samenleving, om daaruit diegenen aan te trekken die de macht kunnen belichamen, en haar door hun machtsdeelname kunnen bestendigen en versterken.

De moderne politieke partijen beantwoorden uitstekend aan die behoefte. Zij trekken diegenen aan die de wens en het talent hebben, om met de macht samen te werken. De particratische verkiezing laat diegene doorstromen naar de cenakels van de macht, die het meest dienstbaar kan zijn aan de macht. Dat is in grote lijnen diegene die door de meeste
burgers worden vertrouwd (of het minst worden gewantrouwd). Knielbereide burgers stemmen immers voor diegene waarvan ze hopen, dat die veel kruimels zal laten vallen voor de knielers.

En de kruimels vallen inderdaad. En de burgers knielen. De machthebber produceert geen brood, doch steelt en consumeert het, en laat daarbij ostentatief de kruimels vallen, alsof hij die zelf heeft voortgebracht. En rond hem knielen diegenen, die eigenlijk het brood hebben gebakken. De machthebbende kaste rooft via belastingen de helft van de voortgebrachte welvaart, om dan onder de vorm van subsidies, steun, zekerheden en overheidsfilantropie de kruimels rond te strooien. Diegenen die eerst de welvaart voortbrachten, worden geconfisceerd door de staat, die dan een stuk teruggeeft aan al wie bereid is om te knielen, d.w.z. de staatsvoorwaarden te aanvaarden. Wenst u onderwijs voor uw kinderen? De staat heeft het geld reeds ingepikt dat u hiervoor had verdiend, maar u kan iets terugkrijgen, indien u uw kind laat opvoeden in de scholen gecontroleerd en geinspecteerd door de machthebbers. Wenst u een culturele vereniging op te richten? Jammer doch helaas, de heersende kaste heeft via de fiscus reeds op uw fondsen de hand gelegd. Doch u kunt een stukje terugkrijgen indien u bereid bent te voldoen aan de eisen van de minister van cultuur (en van zijn commissies). U wenst een efficiënte verzekering tegen ziekte en ongeval? Spijtig, uw centen zijn reeds afgeroomd, en zij die voor u denken hebben reeds besloten hoe en waar u zich dient te verzekeren, en met welke eindeloze rij achtergestelden, gediscrimineerden en andere kansarmen u bij deze gelegenheid ‘solidair’ moet zijn. Kniel, en raap op wat u nog rest, na aftrek van de beheerskosten natuurlijk, maar dat spreekt. En geloof dat die kruimels het bewijs zijn, dat ook u voordeel hebt bij dit systeem, dat ook u netto baathebber bent van de macht. Leer en geloof, dat u hulpeloos bent zonder de macht. Zo kan de macht blijven bestaan. De macht, die zichzelf ‘democratie’ heeft genoemd.

De politicus die het woord ‘democratie’ uitspreekt, bedoelt daarmee iets helemaal anders dan een bestuuruitgeoefend door de gemeenschap van soevereine burgers, en beperkt tot de aangelegenheden die door hun aard ûberhaupt voor zo’n bestuur in aanmerking komen. Wat de politicus met het woord ‘democratie’ bedoelt is: machtsuitoefening door de politieke kaste op alle mogelijke domeinen, met inbegrip van de meest intieme zaken, zoals bijvoorbeeld beheersing van het denken en van de opvattingen van de burgers zelf. Een politicus die niet gelooft dat de staat de burgers moet opvoeden, zult u met een vergrootglas moeten zoeken.

Iedere generatie staat opnieuw voor de opdracht, om de metamorfoses van de macht te leren doorzien. In de twintigste eeuw hebben wij de merkwaardige omschakeling meegemaakt van min of meer natiegebonden machtsweefsels naar een globaliserende machtsstructuur, waarbij de politieke elite gaandeweg iedere identificatie met de natie verliest. De politieke kaste zet heden ten dage zonder scrupules natievernietigende processen op gang. Op planetaire schaal worden memes gelanceerd betreffende ‘solidariteit’, ‘diversiteit’, ‘afspiegeling’, zogenaamde ‘mensenrechten’ of ‘positieve discriminatie’, die stuk voor stuk volkomen haaks staan op de begrippen van individuele soevereiniteit en individueel burgerschap. Op allerhande manieren wordt gestreefd naar de installatie van wereldwijde fiscaliteit en wereldwijde politieke machtsuitoefening. Volkssoevereiniteit is ronduit een verdacht concept geworden. Het zal voor de gewezen burger van de Westerse natiestaat een hard ontwaken worden, wanneer hij in zijn sluimer blijft volharden en de gevolgen van deze nieuwe metamorfose van de macht niet tijdig doorziet.

De echte opstand bestaat letterlijk hieruit, dat wij stuk voor stuk als individu innerlijk opstaan, en ophouden met te knielen. Iedere illusie betreffende de parasitaire en mensonterende aard van de politieke kaste dient te worden afgeschud. Het korte schotschrift van Simone Weil, ‘Note sur la suppression ge?ne?rale des partis politiques’, (dat als een soort actualisering van de Discours de la servitude volontaire kan worden beschouwd) legt glashelder en compact uit waarover het gaat. Het gaat over de waarheid. Knielen voor de politieke macht is de leugen aanvaarden. Macht en leugen zijn twee handen op één buik. Partijpolitiek is georganiseerde leugen met machtsbestendiging als doel. Zich op een partijlijn stellen, partijmilitant worden, betekent per definitie de onderwerping van het eigen oordeelsvermogen en inzicht aan de partijlijn of het partijprogramma. Zonder die onderwerping is een partij geen partij. Een politieke partij is per definitie het product van maatschappelijke klontervorming rond een gecollectiviseerd standpunt, waaraan het individuele partijlid geacht wordt zich te onderwerpen. Zonder die inhoudelijke partijdiscipline is een politieke partij ondenkbaar. Met andere woorden: zonder leugen, zonder de bereidheid tot liegen, kan geen politieke partij ontstaan. Wie partijmilitant wordt kiest precies daardoor voor de leugenachtigheid. In de woorden van Weil: ‘Een mens die niet exclusief voor trouw aan het innerlijke inzicht heeft gekozen, installeert de leugen in het centrum van zijn ziel [...] vermits partijgehorigheid altijd en overal tot leugenachtigheid dwingt, is het bestaan van partijen een absoluut en onvoorwaardelijk kwaad.’
 
Hier situeert zich het begin van de opstand, van het innerlijke opstaan: in het besef dat politieke partijen als machtsapparaten per definitie instrumenten zijn van leugen en machtsmisbruik. De opstand is de individuele keuze voor het primaat van de waarheid, en de afwijzing van de dienst aan de politieke leugen, bijvoorbeeld omtrent de aard en de herkomst van de kruimels waarvoor men heeft geknield. Met de woorden van La Boétie: ‘Beslis dus gewoon om niet meer onderdanig te zijn, en je bent vrij.’