Vrijwillige Slavernij - deel 1

Afdrukken
Hier volgt het eerste deel van het boek 'Vrijwillige Slavernij' van E?tienne de La Boe?tie. De la Boétie houdt in dit boek een betoog over wat hij 'vrijwillige slavernij' noemt. Het inleidende hoofdstuk 'Opstand!' werd geschreven door dr. Jos Verhulst en leest u hier.
 
 
 
De Vrijwillige Slavernij
Étienne de La Boétie
 
 
 
‘Ik zie er het nut niet van in meerdere meesters te dienen. Laat er slechts één meester zijn.’
 
Dat is wat Odysseus zei toen hij in Homerus een redevoering hield. Eigenlijk had hij het gewoon moeten houden op ‘Ik zie er het nut niet van in meerdere meesters te dienen’ aangezien één iemand die zichzelf ‘meester’ noemt al erg genoeg is. Maar hij voegde er dus nog aan toe: ‘Laat er slechts één meester zijn.’

Het is natuurlijk zo dat Odysseus die uitspraak deed om een opstandig leger te kalmeren en het zou wel eens kunnen dat hij op dat moment vooral bezig was met de situatie en niet zozeer met de waarheid. Want het vreselijke aan onderworpen zijn is dat jenooit zeker bent van de goede bedoelingen van een meester aangezien die je iets kan aandoen wanneer hij maar wil. En hoe meer meesters je moet dienen, hoe erger.

Een discussie over welke andere regeringsvormen beter zijn dan de monarchie, is hier niet op zijn plaats. En voor ik me de vraag stel wat de plaats van de monarchie zou moeten zijn binnen het openbaar bestuur, zou ik eerst willen weten of die daar wel toe moet worden gerekend. Want wat is er nog openbaar aan een regeringsvorm waarbij alles in handen ligt van één persoon? Maar dat is zo’n uitgebreide materie– die bovendien een hele rits aan politieke discussies zou uitlokken – dat die voor een andere keer is. Nu probeer ik alleen te begrijpen hoe het mogelijk is dat zoveel landen en volkeren de dictatuur dulden van een enkeling die niet meer macht heeft dan zij hem hebben gegeven. Hij kan hen alleen schade berokkenen en kwaad doen voor zover zij dat toestaan en als zij liever over zich heen laten lopen dan in opstand te komen.

Het is vreemd en tegelijk ook zo gewoon dat je er moedeloos van zou worden: miljoenen mensen gaan gebukt onder een dienstbaarheid waar niemand hen toe gedwongen heeft. Alsof ze betoverd en gefascineerd zijn door de naam van één persoon; door iemand van wie ze geen schrik hoeven te hebben want hij is maar alleen; door iemand die ze zelfs niet hoeven te bewonderen want zijn gedrag is allesbehalve bewonderenswaardig. Een mens is vaak zo zwak dat hij alleen maar kan buigen voor geweld en tijd winnen. We kunnen namelijk niet altijd de sterkste zijn. Het is dus niet zo vreemd dat een volk dat met geweld onderworpen werd, zich ook bij de zaak neerlegt. Maar je kunt het wel betreuren. Of beter nog: het vreemd en jammer vinden helpt niet, je kunt alleen lijdzaam je lot ondergaan en wachten op betere tijden.

Ons leven wordt grotendeels bepaald door toestanden die ontstaan uit persoonlijke relaties. Er is natuurlijk niks mis mee ontzag te hebben voor iemand die goed doet of dankbaar te zijn als een ander wat voor je doet, of om ten koste van jezelf iets te doen voor iemand die je graag mag en die jouw inspanning ook waard is.

Stel nu dat één van de inwoners van een land iemand is die moedig, vooruitziend en zorgzaam is. De inwoners gaan er geleidelijk aan wennen hem te gehoorzamen en hem zozeer te vertrouwen dat hij zelfs bepaalde privileges krijgt. Is het dan wel verstandig die persoon weg te halen uit de functie waarin hij goed presteert en hem een hogere functie te geven waarin hij diezelfde inwoners kwaad kan doen? Want het is zo vreemd niet dat je toegeeflijk bent tegenover iemand die alleen goed heeft gedaan en waarin je ook verder vertrouwen hebt.

Maar waar zijn we dan mee bezig? Het is rampzalig en zelfs pervers dat ontelbaar veel mensen gehoorzamen en dienstbaar zijn terwijl ze eigenlijk niet bestuurd worden maar in een dictatuur leven. Ze spelen hun bezittingen, familie en zelfs hun eigen leven kwijt en moeten plunderingen en wreedheden verdragen. En dan gaat het niet om een leger of een horde barbaren waar je tot je laatste snik tegen moetvechten maar om één iemand, en niet eens de sterkste. Eén enkel mannetje dat vaak ook nog de slapste en lafste is van een heel volk. Een mannetje dat enkel uit de boekjes weet wat oorlog is, dat niet eens een sterke leider is en helemaal onder de knoet leeft van zijn vrouw. Is al wie aan zo iemand gehoorzaamt laf en slap? Als twee, drie of vier mensen zich niet tegen iemand verzetten dan is dat wat vreemd maar nog wel denkbaar en dan kan het echt een kwestie zijn van gebrek aan moed. Maar als het om duizend mensen gaat, gaat het dan niet eerder om zich niet willen verzetten dan om zich niet durven verzetten? En gaat het dan niet eerder om minachting dan om lafheid? Als miljoenen mensen zich niet verzetten tegen die ene persoon door wie ze in het beste geval als slaaf worden behandeld, is er dan nog wel sprake van lafheid?

Alle slechte eigenschappen hebben zo hun grenzen. Twee of misschien wel tien mensen kunnen van één iemand bang zijn. Maar miljoenen mensen die zich niet verweren tegen een enkeling, dat is geen lafheid meer want zover gaat lafheid niet. Net zoals je in je eentje ook geen kasteel bestormt of een land aanvalt omdat moed nu eenmaal zo ver niet gaat. Over wat gaat het hier dan, over welke eigenschap die blijkbaar zo laag-bij-de-gronds is dat er zelfs geen woord voor bestaat?

Stel dat twee even grote legers tegenover elkaar komen te staan: het ene bestaat uit vrije mensen die vechten voor hun vrijheid en het andere uit soldaten die uit zijn op die vrijheid. Wie wint de strijd denk je? Wie zet alles op alles? De soldaten die hun vrijheid willen behouden of de soldaten die als beloning de onderwerping van de anderen kunnen krijgen?

Wie denk je dat er harder zal vechten: degene die daardoor zijn vrijheid houdt of degene die nadien alleen maar wat te zeggen heeft over de andere? Die ene groep weet hoe gelukkig ze waren en hoopt op een even mooie toekomst. De pijn is voor hen minder belangrijk dan het risico dat ze lopen. De andere groep heeft als enige stimulans zijn honger naar macht. En die verdwijnt van zodra het gevaarlijk wordt, bij de eerste druppel bloed. Bovendien kan die honger nooit zo groot zijn dat ze er de oorlog mee kunnen winnen.

De Grieken leverden 2000 jaar geleden een aantal beroemde veldslagen die ook vandaag nog zo goed gekend zijn dat het wel lijkt alsof het gisteren was. Die veldslagen zijn een voorbeeld voor de hele wereld. Want wat zou aan zo’n kleine groep Grieken die nooit sterk genoeg kon zijn, toch de moed en de doorzetting hebben gegeven om een gigantische vloot af te slaan? Ze hebben volkeren en massa’s soldaten verslaan terwijl de vijand evenveel officieren had als zij manschappen hadden. Dan zou je zo gaan denken dat het toen niet zozeer ging om een veldslag tussen Grieken en Perzen maar tussen vrijheid en dictatuur, tussen de drang om vrij te zijn en de honger naar macht.

Je hoort vaak straffe verhalen over wat die drang naar vrijheid in iemand kan losmaken. Maar als je nu aan iemand zou vertellen dat één persoon er in slaagt honderdduizenden anderen te onderdrukken – wat altijd en overal gebeurt – wie zou dat nu geloven als hij het alleen ‘van horen zeggen’ had en niet met zijn eigen ogen had gezien. En stel nog dat het alleen in vreemde, verre landen zou gebeuren en iemand zou je dat vertellen, dan zou je zweren dat het verzonnen is. En tegen die ene dictator hoef je zelfs niet te vechten. Het enige wat je moet doen is weigeren hem te gehoorzamen. Je hoeft hem niks af te nemen, gewoon niks geven is al voldoende. Een volk moet geen moeite doen voor zijn eigen welzijn, het moet gewoon niks doen wat tegen dat welzijn indruist. Het is dus het volk zelf dat de onderdrukking toelaat, of beter gezegd, in de hand werkt. Want van zodra het ophoudt onderdanig te zijn, is het ervan af. Het is het volk zelf dat gehoorzaamt en zijn eigen ruiten ingooit. Een volk kan kiezen tussen wel of niet vrij zijn en het is het volk dat ervoor kiest zijn vrijheid te laten schieten en een onderdaan te zijn. Het is het volk zelf dat zijn miserie aanvaardt en in stand houdt. Als het een volk iets zou kosten om die vrijheid te herwinnen, dan zou ik het afraden. Al vraag ik me wel af of er iets belangrijker is dan het doen respecteren van je rechten om – anders gezegd – een mens te zijn in plaats van een dier. Toch vraag ik niet van elk volk dat het zo dapper zou zijn. Ik vind het best als het ervoor kiest om arm te blijven en niet gaat voor de onzekere hoop op een goed leven. Maar als alleen naar vrijheid verlangen al voldoende is om vrij te zijn, als je dat alleen maar moet wensen, is er dan eigenlijk wel een volk dat die prijs nog te hoog vindt?

Eigenlijk is het een beetje als vuur: je gooit een kleine vonk op droog hout en je krijgt een vuur dat steeds groter wordt en blijft branden zolang het hout vindt. Je hebt geen water nodig om dat vuur te doven. Door er gewoon geen hout meer op te gooien, dooft het ten slotte uit en zo gaat het ook met dictators. Hoe meer ze plunderen, hoe meer ze eisen, hoe meer ze vernietigen, hoe sterker ze worden, enzovoort. Als je ze niks geeft en niet gehoorzaamt, dan zijn ze op slag machteloos en verslagen en stellen ze niks meer voor. Net als een boom die verdort en afsterft als hij van zijn wortels geen vocht en voedsel meer krijgt. Als je iets wil, moet je er iets voor doen. En verstandige mensen hebben daar ook iets voor over. Laffe dommeriken daarentegen, zijn niet in staat miserie te ondergaan maar slagen er ook niet in hun situatie te veranderen. Verder dan ernaar verlangen, komen ze niet. En ze hebben de moed niet die verandering op te eisen. Het enige wat ze hebben, is hun aangeboren drang naar geluk. Dat verlangen en die wens om alles te hebben wat je gelukkig zou kunnen maken, is iets wat wijzen en dwazen, dapperen en lafaards gemeen hebben.
 
Er is maar één ding wat mensen niet automatisch verlangen – vraag me niet waarom – en dat is de vrijheid. En dat terwijl leven zonder vrijheid echt geen pretje is. En zelfs wat er dan nog aan moois overblijft, stelt niks meer voor aangezien alles wordt bezoedeld door het feit dat je onderworpen bent. Vrijheid is het enige waar mensen niet naar verlangen en ik denk dat dat is omdat ze die vrijheid ook meteen zouden bezitten als ze ernaar zouden verlangen. Alsof ze iets wat zo makkelijk te krijgen is, niet willen hebben. Wat een doffe ellende toch dat alles voor jullie ogen wordt leeggeplunderd, weggehaald en gestolen en dat jullie moeten leven zonder ook maar iets wat van jullie is. Het lijkt wel of jullie al blij zijn als jullie je bezittingen, familie en leven mogen houden.
 
En toch wordt al die ellende jullie niet aangedaan door een groep vijanden maar door één vijand alleen. Diegene namelijk die jullie zo machtig hebben gemaakt als hij nu is, voor wie jullie naar de oorlog gaan en voor wie jullie bereid zijn te sterven. Al heeft hij ook maar twee ogen, twee handen en één lichaam. Hij heeft niet meer dan al de rest, behalve dan het voorrecht dat hij van de anderen heeft gekregen om hun beul te zijn. Hoe zou hij aan al die ogen komen om jullie te bespieden en van waar denk je dat hij al die handen haalt om jullie te slaan en de voeten om jullie mee te vertrappelen? Hoe kan hij macht hebben tenzij jullie die hem hebben gegeven. Hoe durft hij jullie aan te vallen tenzij hij weet dat jullie aan zijn kant staan? Wat zou hij jullie nog kunnen aandoen als jullie hem niet meer beschermden, als jullie geen medeplichtige zouden zijn van jullie eigen moordenaar en als jullie jezelf niet zouden verraden? Jullie zaaien en hij oogst. Jullie zorgen voor de rijkdom en hij gaat er mee lopen. Jullie voeden jullie dochters op en hij bevredigt er zijn lusten op. Jullie brengen je zonen groot en hij stuurt ze het slagveld op. Jullie maken jezelf zwakker zodat hij sterker uitkomt en jullie beter onder de knoet kan houden. Zelfs een beest zou dit niet verdragen. Maar jullie kunnen een einde maken aan al die miserie en jullie hoeven het niet eens te proberen. Er gewoon vanaf willen zijn is al genoeg. Beslis dus gewoon om niet meer onderdanig te zijn, en je bent vrij. En ik vraag niet om een dictator te verjagen of omver te werpen. Hem gewoon niet meer steunen is al voldoende om hem als een enorme kolos zonder voetstuk onder zijn eigen gewicht te zien neerstorten en stukslaan.

Natuurlijk zeggen dokters dat je ongeneeslijke wonden beter niet aanraakt, dus zou ik hier waarschijnlijk ook best over zwijgen. Volkeren beseffen namelijk al lang niet meer hoe erg ze afzien en dat is meteen het bewijs dat het om een dodelijke ziekte gaat. Dus kan een hypothese misschien helpen om er achter te komen waarom die hardnekkige drang naar dienstbaarheid zo diep zit. Alsof ons verlangen naar vrijheid helemaal niet aangeboren is.

Om te beginnen ben ik er zeker van dat we onze ouders zouden gehoorzamen, verstandig zouden handelen en niemands slaaf zouden zijn, als we zouden leven zoals de natuur ons heeft aangeleerd. Iedereen weet dat we als vanzelf gehoorzamen aan onze ouders. Over het al dan niet aangeboren zijn van de rede wordt hevig gediscussieerd en die kwestie wordt ook door elke filosofische school aan de orde gesteld.
 
Maar ik denk niet dat ik er ver naast zit als ik zeg dat in onze ziel altijd een kiem van redelijkheid aanwezig is. Die kiem kan zich ontwikkelen bij wie goede gewoontes aanleert of verstikken en afsterven door een slechte invloed. Maar één ding staat als een paal boven water en dat is dat de natuur ons allemaal op dezelfde manier heeft geschapen en dat we allemaal op elkaar gelijken. Het klopt dat de ene wel eens iets meer heeft gekregen dan de andere op lichamelijk of geestelijk vlak, maar het was niet de bedoeling dat ons leven op het leven in een gevangenis zou gaan lijken. De natuur heeft de sterkste en de slimste niet de wereld ingestuurd om als gewapende bandieten de zwakkeren te koeioneren. Nee, we moeten ervan uitgaan dat de natuur de een wat meer en de ander wat minder heeft gegeven zodat we wat aan elkaar zouden hebben, aangezien de ene hulp kan bieden en de andere hulp kan gebruiken.

Als huis hebben we de hele aardbol gekregen. We wonen allemaal in datzelfde huis en we zien er allemaal net hetzelfde uit zodat iedereen zich kan spiegelen aan een ander en zichzelf kan herkennen in een ander. We hebben van moeder natuur een stem gekregen en leren spreken zodat we elkaar beter kunnen leren kennen, en vriendschappen kunnen sluiten door gedachten uit te wisselen en zo tot gemeenschappelijke ideeën te komen. De natuur heeft zo goed mogelijk geprobeerd om die verbondenheid tussen de mensen aan te halen. Ze heeft op allerlei manieren getoond dat ze ons niet alleen wilde verenigen maar ook één maken. Daarom moeten we er echt niet aan twijfelen dat we van nature vrij en gelijk zijn. En daarom mag niemand afkomen met het verhaal dat sommigen ondergeschikt zouden zijn.
 
Maar eigenlijk heeft het niet veel zin te discussieren over het al dan niet natuurlijk zijn van vrijheid aangezien je van niemand een slaaf kunt maken zonder hem onrecht aan te doen en er is niks wat zo in strijd is met de volkomen rechtvaardige natuur, als onrecht. Conclusie: onze vrijheid is iets natuurlijks.
 
We worden niet alleen als vrije mensen geboren maar we willen die vrijheid ook verdedigen. En als daar nog iemand over twijfelt die zo is afgedwaald dat hij niet meer merkt wat hij heeft en voelt, dan kunnen dieren misschien helpen om de situatie te verduidelijken. Want wie goed luistert, hoort dieren voortdurend ‘Leve de vrijheid’ roepen. Er zijn heel wat dieren die sterven in gevangenschap. Een vis bijvoorbeeld, sterft van zodra hij uit het water wordt gehaald en ook andere dieren willen niet meer blijven leven van zodra ze hun aangeboren vrijheid kwijt zijn. Alle andere dieren verzetten zich zodanig en uit alle macht wanneer ze gevangen worden genomen, dat het wel duidelijk is dat die vrijheid die ze dreigen te verliezen hen erg dierbaar is. En in gevangschap tonen ze duidelijk dat ze zich wel degelijk bewust zijn van hun ellende. Het is echt indrukwekkend om te zien hoe ze liever wegkwijnen dan de rest van hun leven te blijven treuren om dat verloren geluk. Een olifant bijvoorbeeld, die gevochten heeft tot hij niet meer kan, geen uitweg meer ziet en op het punt staat gevangen te worden genomen, slaat zijn kaken tegen een boom om zijn slagtanden af te breken. Alsof hij zo graag vrij wil blijven dat hij zelfs bereid is met de jagers te onderhandelen en ze met zijn ivoor af te kopen. Zijn ivoor als losgeld voor zijn vrijheid. Van zodra een paard wordt geboren, geven we het eten om het eraan te laten wennen dat het moet luisteren. En toch lukt het ons niet van het zo tam te maken dat het nooit meer in de teugels bijt of achteruit schopt als het de sporen krijgt. Ik denk dat een paard op die manier wil tonen dat het niet uit vrije wil dienstbaar is.
 
Wat kan ik daar verder nog over zeggen? Zelfs een os houdt niet van zijn juk en een vogel in een kooi zingt nooit zo mooi als in de natuur. Het is dus duidelijk dat alles wat gevoel heeft, onderwerping moeilijk verdraagt en vrij wil zijn. Want zelfs dieren die gemaakt zijn om de mens te dienen, kunnen er niet aan wennen zonder heel duidelijk te laten blijken dat ze liever vrij zouden zijn. Hoe komt het dan dat we zo zijn afgedwaald dat we dat primaire verlangen naar onze vrijheid zijn kwijtgeraakt?
 
na die beslissing ineens vervalt in alle mogelijke grootgebracht, beschouwt hij zijn volk als een groep Er zijn drie soorten dictators. De eerste soort is gekozen door het volk, de tweede soort kwam met geweld aan de macht en de derde erfde die titel over. Wie met geweld aan de macht kwam, gedraagt zich zoals in veroverd gebied. Wie als dictator geboren werd, is over het algemeen nauwelijks beter. Aangezien hij met die dictatuur werd opgevoed en overgeerfde horigen. En of een dictator nu nieuwsgierig of verkwistend is, hij doet met zijn rijk net hetzelfde als met zijn erfenis. Wie zijn macht van het volk heeft gekregen, zou zich eigenlijk beter moeten gedragen. Hij zou dat waarschijnlijk ook wel doen als hij zich op een bepaald moment niet beter ging voelen dan de rest. In de waan van zijn aanzien besluit hij vaak die positie niet meer af te staan. In het algemeen wordt de macht die een dictator van het volk heeft gekregen daarna ook aan zijn kinderen doorgegeven. En het is vreemd hoe een leider slechte gewoontes en zelfs de wreedheden van andere dictators gaat overnemen. Hij kent namelijk geen andere manieren om zijn nieuwe dictatuur veilig te stellen dan zijn onderdanen zodanig te ontvreemden van het begrip vrijheid dat ze niet meer weten wat dat is. Ook al zit de herinnering eraan nog vers in hun geheugen. Ik zie dus wel een verschil tussen de soorten dictators maar vraag me niet om een van hen te kiezen. Ze zijn wel op verschillende manieren aan de macht gekomen maar regeren bijna altijd hetzelfde. Wie verkozen is, behandelt zijn volk als een gevangengenomen dier dat moet worden getemd, een veroveraar behandelt zijn volk als een prooi en een erfopvolger gaat ervan uit dat hij met zijn volk kan doen wat hij wil, net als met een slaaf.
 
liever voor de regels gaan dan iemand te moeten Maar stel nu dat er op dit moment een aantal volkomen nieuwe mensen worden geboren die niet weten wat horigheid en vrijheid zijn en die de woorden zelfs nauwelijks kennen. Als je die nu voor de keuze zou stellen om dienstbaar te zijn of om als vrij mens te leven volgens een aantal regels waarover ze het eens moeten worden, dan zullen ze in elk geval dienen. Behalve misschien als het om het volk van Israel gaat dat ooit om een koning smeekte, iets waar ik me nog steeds erg druk om kan maken. Als iemand wordt onderworpen die het nog enigszins waard is mens te worden genoemd, dan wordt die ofwel gedwongen, ofwel misleid. Gedwongen word je door vreemde legers of politiek gekonkel. Maar je verliest je vrijheid vaak door bedrog en dan meestal nog door zelfbedrog. Dat overkwam bijvoorbeeld het volk van Syracuse, een stad in Sicilië, dat zonder verder na te denken dan over de dreigende oorlog, Dionysius benoemde tot leider en opperbevelhebber van het leger. Ze merkten pas hoe machtig ze hem hadden gemaakt toen hij terugkeerde van de oorlog, zichzelf tot koning promoveerde en daarna een dictator werd. Alsof hij niet de vijand maar zijn medeburgers had verslagen. Het is onvoorstelbaar hoe snel een volk zijn vrijheid vergeet als het overwonnen is. Het blijkt dan ook zo goed als onmogelijk om dat volk weer wakker te schudden opdat het die vrijheid terug zou nemen. Het lijkt er zelfs meer op dat een verslagen volk zijn dienstbaarheid wint in plaats van zijn vrijheid te verliezen als je ziet hoe makkelijk het dienstbaar wordt. Het klopt dat in het begin mensen nog wel het gevoel hebben onderdrukt te worden, maar wie daarna geboren wordt en niet echt het gevoel heeft iets te missen, doet met plezier wat zijn voorouders onder dwang deden. Want wie in zo’n situatie wordt geboren en met de paplepel krijgt ingegeven dat hij dienstbaar moet zijn, die is daar tevreden mee en denkt daar niet verder bij na. Aangezien het niet bij hem opkomt dat zijn voorouders misschien ooit andere rechten hebben gehad, is de situatie voor hem normaal. En toch controleren we, in het geval van een erfenis, of we wel alles krijgen waar we recht op hebben en of er niks is wat onze ouders vroeger onrechtmatig is ontnomen. Die macht der gewoonte is nog het sterkst als we dienstbaar moeten leren zijn.

Natuurlijk is het ons karakter dat bepaalt hoe we ons ontwikkelen en of we een goed of een slecht mens worden, maar zelfs dat karakter is minder sterk dan de gewoonte. Want dat karakter gaat verloren als we het niet onderhouden, hoe we ook geboren worden. Het is de manier waarop we worden grootgebracht die ons vormt, ook al gaat die regelrecht in tegen onze natuur. We worden allemaal als goed mens geboren maar dat goede kan niet veel aan en sterft makkelijk af. Je kunt het vergelijken met een fruitboom die zijn eigen specifieke kenmerken houdt als je hem gewoon laat groeien, maar die zijn eigenschappen verliest als hij geënt wordt. Planten hebben zo allemaal hun eigen, natuurlijke en specifieke eigenschappen, maar vorst, weer, bodemgesteldheid en de tuinman kunnen de kwaliteit van een plant danig beïnvloeden.
Een plant die je op een bepaalde plek ziet, kan er elders vaak helemaal anders uitzien.

Stel dat er iemand in Venetië rondloopt en ziet hoe de Venetianen zijn: een kleine groep mensen, zo vrij als een vogel, niemand die koning is over al de rest. Ze zijn zo geboren en opgevoed en willen alleen maar zo verstandig en zo zorgvuldig mogelijk omgaan met die vrijheid. Ze zijn er van kleinsaf aan mee grootgebracht en weigeren alle moois van de wereld als ze daardoor ook maar een klein beetje van die vrijheid zouden verliezen. Als je die mensen hebt gezien en dan op reis gaat naar het land van een zogenaamde ‘heer’ en je ziet dat de mensen daar alleen maar op de wereld willen komen om hem te dienen, voor hem te sterven en zijn macht in stand te houden, wat zou je dan denken? Dat die twee groepen identiek waren toen ze op de wereld kwamen? Of zou je denken dat je van een stad vol mensen terechtgekomen was in een dierentuin?

Zo was er ooit een wetgever in Sparta die Lycurgus heette. Hij bracht twee honden groot die uit hetzelfde nest kwamen en gevoed waren door dezelfde moeder. De ene hond werd grootgebracht in de keuken en verwend terwijl de andere buiten leefde en het geluid van een jachthoorn gewoon was. Hij wilde de Spartanen laten zien dat mensen zijn zoals ze worden opgevoed. Hij zette de twee honden midden op de markt met daartussen een bak met voer en een haas. De ene hond ging voor het voer, de andere voor de haas. ‘En toch’, zei hij, ‘zijn het broers’. Hij voedde met zijn wetten en regels de Spartanen zo op dat ze nog liever stierven dan aan iets anders te gehoorzamen dan wet en rede.