Vrijwillige Slavernij - deel 3

Afdrukken
Vertoog over de Vrijwillige Slavernij
Hier volgt het derde deel van het boek 'Vrijwillige Slavernij' van Étienne de La Boétie. De la Boétie houdt in dit boek een vertoog over wat hij 'vrijwillige slavernij' noemt. Het inleidende hoofdstuk 'Opstand!' werd geschreven door dr. Jos Verhulst en leest u op http://www.democratie.nu/index.php/en/standpunt/731-opstand
...
 
dan nog eens zesduizend onder zich die ze een of beschermen. Ik denk dat ze die meer gebruiken alsWat ik dus aan het zeggen was, is dat dictators altijd al heel erg hun best hebben gedaan om hun eigen positie veilig te stellen en het volk gedienstig te doen gehoorzamen. Maar ze laten ons ook aan religieuze verering doen. Dus alles wat ik net heb genoemd als reden voor die volkse slaafsheid, kan een dictator toepassen op gewoon, onwetend volk. Nu kom ik bij wat volgens mij de geheime kracht is van de macht, wat de fundamenten zijn van een dictatuur en die ook in stand houdt. Ik denk dat je je schromelijk vergist als je ervan uitgaat dat het de bewaking en de spionnen zijn die een dictator uiterlijk vertoon en als middel om het volk af te schrikken, dan dat ze die echt vertrouwen. Een bewaker kan wel een arme sloeber tegenhouden die tegen een dictator toch niks kan beginnen, maar geen goed bewapende kerel. Wat de Romeinse keizers betreft is het in elk geval zo, dat er minder bewakers het leven van hun keizer wisten te redden, dan dat er keizers door hun eigen mensen zijn omgebracht. Een dictator wordt niet beschermd door zijn leger en wapens. Je bent misschien niet meteen geneigd dat te geloven maar het is wel waar. Het zijn altijd vier of vijf mensen die een dictator aan de macht houden, vier of vijf mensen die een heel land onderdrukken. Vijf of zes mensen naar wie een dictator luistert. Die mensen zijn uit zichzelf naar die dictator toegegaan of zijn door hem gevraagd om medeplichtig te zijn bij zijn wreedheden, pooier te spelen ter bevrediging van zijn wellust, en mee te profiteren van zijn roverijen. Die zes pakken het zo goed aan dat een dictator niet alleen zijn eigen boosaardigheid botviert op de maatschappij maar ook die van hen. En die zes hebben elk zeshonderd mensen onder hun leiding die mee profiteren van de hele zaak en die ze corrumperen zoals zij de tiran hebben gecorrumpeerd. Die zeshonderd hebben er andere hoge functie geven, macht of beheer van geld, zodat ze die door hun hebzucht en wreedheid in hun macht hebben. Die zesduizend onderdanen moeten die hebzucht en wreedheid op het juiste moment aanwenden en zoveel kwaad aanrichten dat ze alleen door bescherming van hogerop kunnen blijven leven en alleen met die hulp kunnen ontkomen aan wetten en straffen. En talloze anderen volgen. Wie wil proberen dat netwerk te ontrafelen, zal merken dat niet zesduizend, maar honderdduizenden en uiteindelijk miljoenen mensen op die manier iets te maken hebben met de dictator. En die maakt daarvan gebruik, net als Jupiter in de Homerus waar hij zegt dat hij alle goden naar zich toetrekt als hij aan de ketting trekt. Dit is ook meteen waarom de senaat onder Julius Caesar werd uitgebreid en waarom er nieuwe functies en nieuwe instanties kwamen. Dat was niet om de rechtspraak te hervormen maar om de macht van de dictator te vergroten. Kortom, door alle profijt en gunsten die men ontvangt van de tiran, blijkt altijd dat er bijna evenveel mensen zijn voor wie de dictatuur een voordeel is dan dat er mensen zijn die liever vrij zouden zijn.

Volgens artsen gebeurt hetzelfde met ons lichaam. Als alles in orde is behalve één zieke plek, dan concentreert alles zich op dat deel. Van zodra een koning zichzelf tot tiran uitroept, zal hij omringd worden door de slechten, door het uitschot van het rijk, door diegenen die branden van ambitie, door de hebzuchtigen, die hem steunen om in de buit te kunnen delen, en om in de schaduw van de grote tiran als kleine tirannetjes te kunnen optreden. En dan heb ik het niet over kleine bendes en boefjes maar over mensen die voor geld over lijken gaan. Dat is ook wat grote rovers en zeerovers doen. De ene werkt op het land en de andere op zee, de ene ligt in een hinderlaag en de andere op de loer, de ene doodt en de andere rooft. En ook al zijn er in die bendes rangen en standen en gaat het altijd om knechten en aanvoerders, toch voelt elk van hen dat hij aan de rooftocht deel heeft.

Er wordt wel eens gezegd dat men geen andere keuze had dan Pompeius op de piraten van Sicilië af te sturen. Die waren namelijk niet alleen met veel maar ze hadden van een aantal grote, mooie steden hun bondgenoot weten te maken. Ze stonden een deel van hun winst af om er hun buit te mogen verbergen en er veilig te kunnen schuilen. Een dictator onderwerpt zo het ene deel van zijn onderdanen met behulp van de rest. En hij zou bang moeten zijn voor degene die hem bewaakt als die niet zo corrupt was.

Om hout te splijten, heb je namelijk houten wiggen nodig en die wiggen zijn de lijfwachten en bewakers van een dictator. Niet dat ze nooit iets van hem te verduren krijgen, maar ze ondergaan het kwaad om zelf kwaad te kunnen doen. Niet tegenover degene die hen dat kwaad aandoet, maar tegenover diegenen die net als zij het onrecht ondergaan en daar niets aan kunnen doen. Ik sta vaak paf als ik zie hoe slecht mensen kunnen worden die op een goed blaadje proberen te komen bij een dictator omdat ze deel willen uitmaken van de dictatuur en willen meewerken aan de onderwerping van het volk. Al heb ik soms ook medelijden met hun dommigheid.

Want wie wil meeheulen met een dictator laat zijn vrijheid achter en gaat vrijwillig dienstbaar doen. Als ze al hun ambities eens opzij zouden zetten, die hebzucht wat verminderen en dan eens goed naar zichzelf zouden kijken, dan zouden ze zien dat die dorpelingen en boeren die door hen zo slecht behandeld worden, eigenlijk nog gelukkiger en vrijer zijn dan zijzelf. Want boeren en arbeiders worden dan wel uitgebuit, maar zodra ze gedaan hebben wat ze moeten doen zijn ze er vanaf. Rond een dictator cirkelen echter hele zwermen mensen die hem opvrijen en die niet alleen moeten doen wat hij zegt, maar ook bedenken wat hij wil en vaak zelfs zijn gedachten moeten raden. Ze moeten niet alleen gehoorzamen, maar ook bij hem in de smaak vallen. Ze moeten zich kapot werken en plezier beleven aan wat hij leuk vindt. Ze laten hun eigen smaak staan voor die van hem. Ze moeten alles vergeten wat hen aangeboren is en goed letten op de woorden, stem, gebaren en blikken van de dictator. Ze moeten volledig beschikbaar zijn om zijn wensen te raden en zijn gedachten te lezen. Is dat een gelukkig leven? Is dat een leven? Is er iets wat voor een mens erger is dan zo te moeten leven? En dan heb ik het niet over iemand van goede komaf met een degelijke opleiding, nee, gewoon over een menselijk wezen met een portie gezond verstand. Is er iets ergers dan zo’n leven te lijden waarbij je niks van jezelf hebt en alles van een ander afhangt?

Maar die mensen willen juist dienstbaar zijn om bezit te vergaren. Alsof daarvan ooit iets van hen zou zijn, want ze zijn niet eens van zichzelf. En toch willen ze ‘hebben’, alsof dat mogelijk is in een dictatuur. Ze zien niet in dat ze die dictator zelf de macht hebben gegeven om alles van iedereen af te pakken. Ze zien mensen slachtoffer worden van zijn wreedheid enkel en alleen omwille van hun bezit. Als er een misdaad wordt gepleegd tegen die dictator, dan gaan de zwaarste straffen naar misdaden die met zijn bezit te maken hadden. Het is duidelijk dat een dictator alleen van zijn rijkdommen houdt en alleen de rijken berooft. En toch komen die rijken als makke schapen op hem af en wakkeren zo zijn hebzucht aan. Ze zouden eigenlijk niet mogen denken aan iedereen aan het hof die rijk is geworden, maar zouden moeten stilstaan bij al die mensen die heel even rijk zijn geweest en daarna alles zijn kwijtgeraakt. Ze zouden niet mogen denken aan hoeveel rijken er zijn maar aan hoeveel rijken nu weer arm zijn. Als je de hele geschiedenis bekijkt, dan zie je heel goed hoeveel mensen door slechte bedoelingen of hun eigen stommiteit wel op een goed blaadje zijn gekomen bij een vorst maar uiteindelijk door diezelfde vorst in de ellende werden gestort. Want het is voor een vorst even makkelijk om je groot te maken als om je kapot te maken. Van al die mensen die ooit op een goed blaadje hebben gestaan bij een van de vele slechte koningen, zijn er weinig of geen die nooit zelf te maken hebben gekregen met hun wreedheid; met die wreedheid die ze eerst zelf, tegenover een ander, bij die koning hadden aangewakkerd. Want meestal werden ze wel rijk onder zijn bescherming maar ging hun eigen geld uiteindelijk toch naar hem.

En zelfs een oprecht goed mens, als het hem al lukt om in de gunst van een dictator te komen, houdt het nooit lang vol. Ook al dwingt hij een enorm respect af. Wie goed is krijgt namelijk net als iedereen met het kwaad van een dictatuur te maken. Seneca, Burrus en Thrasea bijvoorbeeld, waren drie van die mannen met het hart op de juiste plaats. De eerste twee kregen te maken met een dictator en waren zelfs zijn naaste medewerkers. Ze waren allebei heel erg gerespecteerd en bijzonder geliefd. Een van de twee had die dictator zelfs opgevoed, een reden te meer dus voor hun goede verstandhouding. Maar ze stierven alledrie een wrede dood, wat nog maar eens bewijst dat je nooit zeker kunt zijn van de gunst van een slechte meester. Maar wat voor vriendschap kun je eigenlijk verwachten van ieman die zo gevoelloos is dat hij zijn rijk, dat hem alleen maar gehoorzaamt, wil vernietigen? En als je denkt dat die drie te goedgelovig waren voor de omstandigheden en daardoor zijn omgebracht, dan moet je Nero’s hofhouding maar eens van dichtbij bekijken. Dan zie je dat mensen met slechtere bedoelingen het niet langer volhielden dan hen. Nero was helemaal gek op zijn vrouw, zag haar enorm graag en toch vergiftigde hij haar. Zijn eigen moeder had haar echtgenoot vermoord om haar zoon op de troon te helpen en niks was haar te veel als ze voor hem iets kon doen. En toch heeft Nero haar vernederd en uiteindelijk vermoord. Iedereen zou toen gezegd hebben dat het haar verdiende loon was, maar van haar eigen zoon voor wie ze alles had gedaan, had ze het nu net niet verdiend. Niemand was ook makkelijker te beïnvloeden, goedgeloviger of naïever dan keizer Claudius. Zijn vrouw Messalina had het voor het zeggen. Maar uiteindelijk is zij wel degene die vermoord werd. Een domme dictator is namelijk te dom om goed te doen. Want hoe dom ze ook zijn, toch komt op de ene of andere manier altijd de gedachte bij hen op om wreed te gaan doen, zelfs tegen de mensen die ze liefhebben. Zo was er eens een tiran die zijn vrouw zo graag zag dat hij niet zonder haar kon leven. Maar toch zei hij ooit liefkozend, toen hij haar blote hals zag: ‘Die mooie hals wordt onmiddellijk afgesneden als ik dat wil.’ Vandaar dat de meeste dictators uit de oudheid gedood werden door mensen die erg dicht bij hen stonden en die ze het liefst hadden. Want die wisten namelijk wat een ware dictatuur was en ook dat ze nooit helemaal zeker konden zijn van wat hij met hen zou aanvangen, behalve dan dat ze zijn macht altijd moesten wantrouwen. En zo zijn er veel verhalen.

Een dictator is nooit geliefd en heeft nooit lief. Vriendschap is een heilig woord en kan alleen bestaan tussen mensen met het hart op de juiste plaats die respect hebben voor elkaar. Vriendschap draait niet om cadeaus maar is een levenswijze. Je kunt pas zeker zijn van de vriendschap van een ander als je weet dat die een goed hart heeft waar een goed karakter, betrouwbaarheid en trouw borg voor staan. Vriendschap gaat nooit samen met wreedheid, trouweloosheid en onrechtvaardigheid. Een groep slechte mensen die bij elkaar komen is een complot en geen groep vrienden, die zien elkaar niet graag maar hebben schrik van elkaar. Dat zijn geen vrienden maar medeplichtigen.

En zelfs als dat allemaal geen probleem zou zijn, dan nog zou het heel moeilijk zijn om echte liefde te vinden in een dictator want hij staat boven alles en  iedereen en niemand is gelijk aan hem. Vriendschap is op gelijkheid gebaseerd en voor hem dus per definitie onmogelijk. Er wordt wel eens gezegd dat dieven elkaar altijd vertrouwen bij de verdeling van de buit omdat ze aan elkaar gelijk zijn en vrienden zijn.

Het is ronduit onvoorstelbaar dat ondanks al die voorbeelden niemand lessen wil trekken uit het ongeluk dat een ander is overkomen. En dat van al die mensen die hebberig op die tiran afkomen, niemand zo verstandig of moedig is om tegen hem te zeggen wat de vos zei tegen de leeuw, die deed alsof hij ziek was: ‘Ik zou je wel willen komen bezoeken en ik zie heel veel sporen van dieren die dat ook hebben gedaan, maar ik zie geen enkel spoor van een dier dat is teruggekomen.’ Die sukkels zien het gefonkel van het geld van een dictator en staan met open mond te staren naar al dat geglitter. Ze komen dichterbij en merken niet dat ze zich ondertussen branden aan die vlam. Volgens oude fabels gebeurde dat ook met Sater die het vuur zag dat Prometheus had gevonden. Hij vond het zo mooi dat hij het wilde kussen. En net hetzelfde is gebeurd met de vlinder die het fonkelende vuur invloog en toen pas merkte dat vuur ook brandt.

Maar goed, stel nog dat die gunstelingen niet het slachtoffer worden van hun eigen koning. Dan kunnen ze aan de koning die hem opvolgt in elk geval niet ontkomen. Als het een goede koning is, moeten ze op zijn minst de rede erkennen. En als het een slechte koning is, net als hun eigen koning was, dan zal die zelf ook gunstelingen hebben die niet alleen hun plaats willen innemen maar ook hun bezittingen en levens. Hoe kan het toch dat iemand dat enorme risico en die onzekerheid wil aangaan en zich met zoveel moeite en ellende in zo’n vreselijke positie wil werken? Want het moet een ongelooflijke marteling zijn om dag en nacht na te moeten denken over hoe je iemand een plezier kunt doen terwijl je er meer schrik van hebt dan van wie ook ter wereld.

Zoveel schrik dat je constant om je heen kijkt en je oren open houdt om op tijd te kunnen zien van waar de klap komt, waar de hinderlaag ligt en wat je kunt aflezen van het gezicht van de mensen om je heen. En dat alles om erachter te komen wie jou gaat verraden terwijl je ondertussen tegen iedereen moet glimlachen en er tegelijkertijd schrik van moethebben, terwijl je geen enkele openlijke vijand hebt maar ook geen enkele echte vriend, terwijl je altijd moet lachen hoewel je eigenlijk bang bent, terwijl je nooit echt blij bent maar ook niet droevig durft te zijn.

En dan moet je weten wat de beloning is die ze uiteindelijk krijgen voor al die ellende en al die moeite. Een volk zal niet gauw de dictator de schuld geven van hun ellende maar wel de mensen die regeren. Als er iets misgaat, zijn zij het die de wind van voren krijgen, die de volle lading krijgen en alle gesmeek, geroep en getier moeten aanhoren. Dat is wat zij krijgen in ruil voor hun diensten. En zelfs generaties later wordt er nog over hun schandelijke gedrag gesproken, worden ze nog door het slijk gehaald als straf voor hun slechte leven.

We zouden dus beter voor eens en voor altijd leren van juist te doen en te handelen. Want niets is zo in strijd met de verdraagzaamheid en zachtmoedigheid van God dan de tirannie van een dictator.