De 'ijzeren wet van de oligarchie' (Michels) als verklaring voor de politieke dynastie

Afdrukken
De 'ijzeren wet van de oligarchie' van Michels  als verklaring voor de politieke dynastieen in België.
Opinie van Piet De Pauw.

 
Langzamerhand begint de waarheid door te dringen:  Politieke partijen hebben de controle van de staat overgenomen in België, maar ook in alle Westerse landen. lees hierover voor België het boek van Wilfried Dewachter, De mythe van de parlementaire democratie - Een Belgische analyse. Acco, 475 blz., 37,11 euro.

Maar hoe verlopen verkiezingen binnen die politieke organisaties? Maak u ook geen illusies. De  'ijzeren wet van de oligarchie' van Michels heeft wetenschappelijk aangetoond dat ondanks de formele democratische regels weinig sprake kan zijn van echt democratisch functioneren in de praktijk.

Lees meer over de 'ijzeren wet van de oligarchie' van Michels in
R. Michels, Zur Soziologie des Parteiwesens in der modernen Demokratie : Untersuchungen über die oligarchischen Tendenzen des Guppenlebens, Klinkhardt, Leipzig, 1911, 401 blz. en R. Michels & J. A. A. Van Doorn, Democratie en organisatie. Een klassieke theorie, Universitaire Pers, Rotterdam, 1969, 196 blz.

Nu begrijp ik waarom er in België zoveel politieke dynastieën zijn: Martens, De Gucht, Tobback, De Clercq,........ Nu begrijp ik ook waarom het bindend referendum niet wordt ingevoerd in België, ook al staat dit reeds jarenlang in het programma van politieke partijen.

Eenvoudige stappen naar invoering van de democratie,zoals het financieel referendum, geven reeds een besparing tussen de 10% en 30% op de overheidsfinanciën. De correlaties uitgevoerd door prof. G. Kirchgässner  en zijn medewerkers van de Universiteit van St Gallen geven hiervoor een belangrijke argumenten.

Lees hierover meer in G. Kirchgässner / L.P. Feld / M.R. Savioz (1999), „Die Direkte Demokratie: modern, erfolgreich, entwicklungs- und exportfähig", München: Verlag Franz Vahlen,

Jaar na jaar maken referenda het mogelijk dat de uitgaven van de overheid lager zijn.
bv:
prof. John G. Matsusaka van de University of California in Los Angeles:
http://www-rcf.usc.edu/~matsusak/Papers/Matsusaka%20JEP%202005.pdf
prof. Kirchengaessner from the University of St Gallen

De politici uit de politieke partijen proberen met alle mogelijke middelen die hun ter beschikking staan de invoering van democratie te verhinderen. Waar referenda worden ingevoerd,  de macht van partijen op dramatische wijze wordt beperkt.Gaan we over tot echt democratisch bestuur, zoals bv Fosses-les-Villes dan blijkt dat politieke partijen helemaal niet nodig zijn.

Natuurlijk blijven belangengroepen bestaan, maar belangengroepen treden nooit als bestuurders op.

Waarom stellen we de politieke partijen niet gewoon buiten de wet?




Bijlage 1:

Wilfried Dewachter, De mythe van de parlementaire democratie - Een Belgische analyse. Acco, 475 blz., 37,11 euro.
BELGISCHE POLITIEK Maak u geen democratische illusies


Luc De Decker

Als hoeder, waakhond en woordvoerder van de democratie in België staan de diverse parlementen in hun hemd. Politoloog Wilfried Dewachter noemt de parlementaire democratie in ons land een politieke mythe.

Schrander is de gevlinderde politieke primus van de Franstalige Belgen altijd al geweest. Alle politieke oprispingen ten spijt, houdt Elio Di Rupo zich momenteel schijnbaar bescheiden achter de coulissen, maar hij heeft terecht ingeschat dat hij machtiger is als PS-voorzitter dan als président van de Waalse regering. Die houding geeft niet alleen veel prijs over de huidige bewegingsvrijheid van de gewestelijke regeringsapparaten, ze zegt nog veel meer over de potentie van de parlementaire democratie in ons land.

Officieel berust de macht in het parlement, dat de wetten of decreten maakt, terwijl de regering ze mag uitvoeren. Dit blijkt een politieke mythe. De conclusie stamt niet van een gefrustreerd oppositielid of een listige populist, maar is het ontnuchterende resultaat van decennialang wetenschappelijk onderzoek aan de KU Leuven onder leiding van professor Wilfried Dewachter. De politoloog slooft zich opvallend uit om te wijzen op de objectiviteit van het langdurige onderzoek. Zijn conclusies zijn niet ideologisch voorgekauwd en houden geen rekening met de politieke correctheid du jour.

Al in 1992 propte Dewachter zijn ophefmakende vaststellingen in Besluitvorming in politiek België. In 1995 volgde een herziene uitgave en nu ligt een turf in de boekhandel die niet alleen nagenoeg 100 bladzijden dikker uitvalt, maar op de meeste plaatsen stevig bijgespijkerd werd. Op enkele al te oude statistieken en belegen voorbeelden na, krijgen we nu een actuele stand van zaken onder de omineuze titel De mythe van de parlementaire democratie - Een Belgische analyse.

Koningskwestie. "Ondertussen is het wel duidelijk dat België zijn besluitvormingswijzen niet langer onder het etiket van parlementaire democratie kan verstoppen," merkt Dewachter op. Aan dit harde verdict gaat een uitvoerige analyse vooraf van die besluitvormingswijzen. "Men moet niet alleen zeggen hoe het niet gebeurt. Men levert pas het bewijs als men aantoont hoe de beslissingen dan wel genomen worden en wie daarbij de eerste viool speelt."

Zes manieren van beslissen bakent Dewachter af. Een zevende besluitvorm verloopt via de lange arm van de bureaucratie, maar deze zet in België nauwelijks een stempel op het beleid, al weegt ze uiteraard wel op de uitvoering. De zes overige acht de auteur des te belangrijker, te beginnen bij de institutioneel-democratische grondvorm, zeg maar de directe democratie via het referendum of zelfs de rechtstreekse verkiezing van de regering. Behalve ten tijde van de koningskwestie en de schoolstrijd, inmiddels zowat een halve eeuw geleden, is een rechtstreekse inbreng van de kiezer in België nooit gevraagd. Voor beide problemen stond de uiteindelijke oplossing dan nog haaks op de beslissing van de kiezers.

Het strijdpunt, ook gekend als velddemocratie of de stem van de straat, weegt wel eens zwaarder door op de uiteindelijke besluitvorming. Via een al dan niet sluw uitgelokt conflict kunnen evenwel vooral de politieke actoren of bepaalde lobbyisten hun steentje bijdragen. Kortom, de stem van de straat klinkt niet altijd hetzelfde als de wens van de straat. Een conflict wordt in België overigens liefst gesmoord in een derde type van besluitvorming, de pacificatie. Belgen zijn niet toevallig de kampioenen van de compromissen. Zelfs de communautaire splijtzwammen en de federalisering verlopen via de al dan niet discrete (zij)paden van het compromis. Pittige kanttekening: dat streven heeft ook geleid tot een noodzakelijke tweederde meerderheid bij communautaire hervormingen. In 1992 commentarieerde toenmalig PSC-voorzitter Gérard Deprez: "Het land moet met gewone meerderheden bestuurd worden. De tweederde meerderheid is een hinderpaal daartoe, maar vormt ook een bescherming: verhinderen dat de Vlamingen beslissen."

Particratie. Nog zo'n duidelijk Belgisch trekje vinden we bij de overlegbesluitvorming. Denk maar aan het sociaal overleg, waar alles bedisseld wordt tussen werkgevers en vakbonden. Zij staan toch dicht bij het volk? Pareert Dewachter: "Zelfs de militanten van deze organisaties worden er niet bij betrokken." Overleg verloopt op het niveau van de elite. Die ontmoeten we ook bij de technocratische besluitvorming, die in België veel vaker voorkomt dan algemeen aangenomen wordt. Denk maar aan het monetair beleid, dat nu in Europese handen ligt, bij een andere technocratische club.

Dewachter rondt af met de onderhandse besluitvorming. Ministers beslissen gewoon op eigen houtje. Voorbeelden zat, tot en met de inschakeling van het Vlaams hoger onderwijs in de Bologna-Sorbonne-verklaring. Al is een minister sowieso uitleg verschuldigd aan de almachtige, alwetende, alziende partij. Noem België gerust een particratie.

Luc De Decker

Wilfried Dewachter, De mythe van de parlementaire democratie - Een Belgische analyse. Acco, 475 blz., 37,11 euro.


 
Bijlage 2:

De 'ijzeren wet van de oligarchie' van Michels

Uit "Verkiezingen in organizaties,  ", Doctoraatsthesis van Bram Wauters, K.U.Leuven, 2004


Organisaties spelen een belangrijke rol in de samenleving : zij zijn een belangrijke speler op het vlak van politieke besluitvorming ; zij leveren tevens een belangrijke bijdrage aan de vorming van sociaal kapitaal, dat gunstig is voor het functioneren van een democratische samenleving en door het grote aantal leden dat zij in heel wat gevallen omvatten, hebben zij een grote rechtstreekse impact op het leven van een aanzienlijk deel van de bevolking. Organisaties zijn de laatste decennia meer en meer aandacht gaan besteden aan interne democratie, ondermeer door het organiseren van interne verkiezingen. Er kan inderdaad een forse toename waargenomen worden van het aantal verkiezingen in organisaties. Zo worden er in de Belgische context nu ondermeer verkiezingen gehouden in nagenoeg alle politieke partijen, binnen mutualiteiten, voor organen van de ziekteverzekering (de artsenverkiezingen en de kinesistenverkiezingen), voor de Moslimraad, voor de Orde van Architecten en de Orde van Geneesheren, binnen het Gemeenschapsonderwijs, binnen het Katholiek Onderwijs, enz. Daarbij komt dat in andere organisaties meer en meer vragen worden gesteld bij het ontbreken van zulke verkiezingen. Deze toename vond plaats onder invloed van twee maatschappelijke processen : enerzijds was dit een reactie op de individualisering in de samenleving die voor de organisaties dreigend ledenverlies met zich mee bracht, anderzijds was dit een inspelen op de opkomst van postmateriële waarden en bewegingen. Deze verkiezingen in organisaties vormen het onderwerp van dit onderzoek.

De vraag die gesteld wordt, is of leden echt wel inspraak hebben bij interne verkiezingen. Er zijn in de praktijk op het eerste zicht immers vaak indicaties dat van echte democratische verkiezingen weinig sprake kan zijn : er zijn weinig kandidaten, de kiezers zijn slecht geïnformeerd en weten niet waarover het gaat, er nemen slechts weinig leden deel aan deze verkiezingen, de uitslag ligt al op voorhand vast, enzovoort.

De bekende 'ijzeren wet van de oligarchie' van Michels heeft wetenschappelijk aangetoond dat ondanks de formele democratische regels weinig sprake kan zijn van echt democratisch functioneren in de praktijk.1 Michels ziet interne democratie in organisaties zelfs als een onmogelijkheid. Volgens hem vervallen na verloop van tijd zelfs organisaties met een uitgesproken democratische constitutie tot een oligarchie die wordt geregeerd door enkele personen aan de top van de organisatie. Democratische procedures op papier zijn dus geen garantie voor een democratisch verloop in de praktijk. Mair stelt ook bij politieke partijen vast: "democratization on paper may actually coexist with powerful elite influence in practice"2 De organisatieleiding doet er vaak veel aan om interne verkiezingen zoveel mogelijk te sturen, waardoor alle macht uiteindelijk in hun handen blijft liggen. Het komt er dus op aan om naar het concrete functioneren van interne verkiezingen te kijken om een goed beeld te hebben over de bijdrage van interne verkiezingen tot meer democratie binnen organisaties. Democratische regels op papier zijn daarbij geen garantie voor een democratische praktijk.


1 R. Michels, Zur Soziologie des Parteiwesens in der modernen Demokratie : Untersuchungen über die oligarchischen Tendenzen des Guppenlebens, Klinkhardt, Leipzig, 1911, 401 blz. en R. Michels & J. A. A. Van Doorn, Democratie en organisatie. Een klassieke theorie, Universitaire Pers, Rotterdam, 1969, 196 blz.

2 P. Mair, "Party Organizations : from civil society to the state", in : R.S. Katz & P. Mair (eds.), How Parties organize. Change and adaptation in party organizations in Western democracies, Sage, London, 1994, p. 17