Lissabon-oordeel (2) : het 'maar' uit Karlsruhe zal nog lang nazinderen

Afdrukken

Het Lissabon-oordeel is belangrijk genoeg om er een tweede keer op terug te komen.

Na een klacht van verscheidene volksvertegenwoordigers van de CSU en een klacht van Die Linke sprak het Duitse Grondwettelijk Hof zich op 30 juni over het Lissabon-verdrag uit, meer bepaald over de vraag of het verdrag met de Duitse grondwet te verzoenen is. Een eerste analyse van de krachtlijnen en de draagwijdte van het oordeel door Paul Kirchhof (ex-rechter bij het Hof) kon u hier al in vertaling lezen.
 
In twee woorden uitgedrukt luidde het antwoord van de rechters op bovenstaande vraag: 'Ja, maar...'. Het 'maar' sloeg op de zogenaamde 'begeleidende wet' (Begleitgesetz) die de rol van het Duitse parlement in de EU-na-Lissabon regelde. Die wet holt volgens het Hof de kernbevoegdheden van het parlement uit, is dan ook flagrant in strijd met de grondwet en moet voor de ratificatie van het verdrag volledig herwerkt worden. Het Hof formuleerde specifieke instructies over de inhoud van die nieuwe wet. Instructies die de vaders en moeders van het Lissabon-Verdrag niet bijster gelukkig kunnen stemmen...
 
Kort samengevat stellen de rechters dat Duitsland ook 'na Lissabon' geen bevoegdheden aan de EU mag overdragen zonder de uitdrukkelijke instemming van het Duitse parlement (ook al voorziet het Lissabon-verdrag op een aantal gebieden die mogelijkheid). Meer zelfs, als het gaat om de overdracht van nieuwe bevoegdheden die tot de kerntaken van de Duitse staat behoren, moeten de Duitse burgers het laatste woord krijgen. Het Hof eist in dat geval een referendum (§179 van het oordeel).
 
De rechters geven ook expliciet aan (§249) dat de Europese vereniging er niet toe mag leiden dat "in de lidstaten onvoldoende ruimte overblijft voor de politieke organisatie (Gestaltung) van de economische, culturele en sociale levensomstandigheden". Dit geldt met name voor de bescherming van de privé-sfeer, het recht op zelfontplooiing, persoonlijke veiligheid, sociale zekerheid, "alsook voor zulke politieke beslissingen die op een bijzondere wijze afhankelijk zijn van culturele, historische en taalkundige vertrouwdheid en kennis (Vorverständnisse) en die zich in de partijpolitiek en parlementair georganiseerde ruimte van een openbaar politiek leven discursief ontwikkelen." In gewoon Nederlands: het Hof doet hier een poging om de bevoegdheden van de nationale (Duitse) staat te definiëren, een grens die de EU niet mag overschrijden.
 
De rechters vervolgen (nog steeds §249): "Tot de fundamentele gebieden van democratische ontwikkeling behoren o.a. de nationaliteit, het burgerlijk en militair geweldmonopolie, inkomsten en uitgaven met inbegrip van de opname van kredieten" en voorts ook strafrechterlijke aspecten zoals gevangenisstraf en andere vormen van vrijheidsberoving. "Tot deze wezenlijke gebieden behoren ook culturele vragen zoals beslissingen over het taalgebruik, het familie- en onderwijsbeleid, de organisatie van de vrijheden van meningsuiting, drukpers en vergadering of de omgang met religie of levensbeschouwing".
 
Voorts bevat het oordeel een resem concrete aanwijzingen die lijnrecht ingaan tegen de letter of de geest van het Lissabon-verdrag. Eén voorbeeld: het Duitse parlement moet elke inzet van Duitse troepen in het buitenland goedkeuren, ook als dat onder EU-vlag gebeurt. Het Lissabon-verdrag legt (resp. legde) zulke beslissingen uitsluitend in handen van de staats- en regeringsleiders (met slechts een raadgevende stem voor het EP).
 
Kort en goed komt het oordeel erop neer dat, althans wat Duitsland betreft, de Verenigde Staten van Europa zonder de uitdrukkelijke instemming van de Duitse burgers tot het rijk der fabeltjes behoren en dat het Lissabon-verdrag een eindpunt van de Europese integratie lijkt te worden. Ook niet onbelangrijk: met zijn oordeel plaatst het Duitse Grondwettelijk Hof zichzelf de facto naast of zelfs boven (de meningen hierover lopen uiteen) het Europese Hof van Justitie. Hoe lang zal het duren eer de eerste nieuwe klacht in Karlsruhe binnenloopt, die zich op het Lissabon-oordeel beroept om een oordeel uit Luxemburg aan te vechten?
 
Na de bekendmaking van het oordeel kondigden de fractieleiders van zowat alle Duitse partijen prompt aan dat ze nog voor de parlementsverkiezingen van september (en vooral ook: voor het tweede Ierse referendum) de nieuwe wet zullen stemmen, dat het parlement deze keer zonder inmenging van de regering zal werken (de vorige wet was zowat op maat van de regering geschreven) en dat ze de rol van het parlement zullen opwaarderen, zoals geëist door de rechters uit Karlsruhe.
 
Maar alvast de CSU lijkt de gelegenheid te willen gebruiken om zich in de aanloop naar de parlementsverkiezingen (27 september) als EU-sceptisch te profileren: de partij ging bijna zover te eisen dat het Duitse parlement bij alle belangrijke EU-beslissingen zijn zeg krijgt en dat het 'Begleitgesetz' er niet per se in september moet komen. Het kostte Angela Merkel een reis naar München om de zusterpartij wat in te tomen. Afwachten dus was de volgende weken zullen brengen.
 
Meer weten?
- Volledige tekst van het oordeel.
- Achtergrondartikel uit de Basler Zeitung
- Vertaling van een vrije tribune van Paul Kirchhof in de FAZ
 
(oorspronkelijk verschenen op berlijnsereflecties.blogspot.com)