De Gewone Sabotage

Afdrukken
Het deelnamepercentage van 34,75% wordt aangehaald om de ‘representativiteit’ van de stembusgang (referendum Lange Wapper 18/10/2009) in twijfel te trekken.
Marc Van Peel (CD&V): "De meeste Antwerpenaars hebben niet gestemd. Wellicht willen zij dat de politici beslissen. We moeten nu een verbeterde versie van de lange wapper uitwerken."
Jos Verhulst: "De kern van de zaak is, dat deze anti-democraten bij een referendum de verzameling van de stembusgangers niet erkennen als het ad hoc parlement, dat bevoegd is om te beslissen over de zaak die ter stemming voorligt."

 

DE GEWONE SABOTAGE

Bepaalde politici, zoals bijvoorbeeld CD&V-schepen Van Peel (sinds jaar en dag een tegenstander van directe democratie), hebben tamelijk systematisch gepoogd om de kiezers weg te houden, door te zeggen dat hun stem eigenlijk toch niet telde. In Knack bijvoorbeeld luidde het aldus:

Referendum Oosterweel is voor Van Peel niet bindend

"Het referendum over de Oosterweelverbinding is volgens de Antwerpse havenschepen Marc Van Peel niet bindend. Het referendum is een fase in het besluitvormingsproces, maar zeker geen definitieve, aldus Van Peel.
De Antwerpenaars kunnen zich op 18 oktober tijdens een referendum uitspreken over de Oosterweelverbinding volgens het tracé van de Beheersmaatschappij Antwerpen Mobiel (BAM).
Dat is het tracé met de Lange Wapperbrug waarvoor reeds een bouwaanvraag is ingediend. Over alternatieve tracés worden geen vragen gesteld, zo besliste de Antwerpse gemeenteraad.
 ...
De Antwerpse burgemeester Patrick Janssens (SP.A) wil dat er wordt rekening gehouden met de uitslag van het referendum.
Hij verklaarde eerder dat het voor hem ondenkbaar is dat de Lange Wapperbrug zou worden gebouwd als ze wordt weggestemd tijdens het referendum."
 
Maar Van Peel wijst erop dat het eigenlijk om een volksraadpleging gaat waarvan de uitslag slechts een advies is dat niet bindend is. Volgens hem is het referendum een fase in het besluitvormingsproces, maar zeker geen definitieve.
'Het is niet omdat het referendum neen zou zeggen, dat het Antwerps college onvoorwaardelijk neen zou moeten zeggen tegen de Lange Wapper', aldus Van Peel. Het Antwerps college moet na het referendum een advies geven aan de Vlaamse regering."

En in de Gazet van Antwerpen leest men: "Zo’n techniek heeft ongetwijfeld effect. In de pers zijn daadwerkelijk enkele Antwerpenaren aan het woord geweest die uiteindelijk niet zijn gaan stemmen, vermits het referendum toch niet bindend is." In de Gazet van Antwerpen (20-10-2009) verscheen op p.5 een reportage waar een tiental willekeurige Antwerpenaren over het referendum werden aangesproken. Twee niet-stemmers verwezen naar het niet-bindend karakter van het referendum als reden om thuis te blijven. Daarna hoort men dan verkondigen, dat aan de uitslag van het referendum niet zoveel belang moet worden gehecht, vermits vele kiesgerechtigden niet zijn komen opdagen. De Standaard kopte op 19 /10: “Opkomst van 34 procent verzwakt uitslag”. De Wever in dezelfde krant: “Ik vind het jammer dat er niet meer mensen hun stem hebben uitgebracht. Het ging hier om de moeder van alle referenda, die dusdanig is opgeklopt door de media. Als er dan slechts 14 procent van de kiezers ja stemt en 20 nee, vind ik dat jammer”.

Het is voor elke democraat van groot belang om een scherp oog te ontwikkelen voor deze door anti-democraten gehanteerde technieken.

De kern van de zaak is, dat deze anti-democraten bij een referendum de verzameling van de stembusgangers niet erkennen als het ad hoc parlement, dat bevoegd is om te beslissen over de zaak die ter stemming voorligt.De theorie over de democratische besluitvorming zegt, dat de kiesgerechtigde bij een referendum twee besluiten neemt.

Het eerste besluit betreft de deelname aan het referendum. Door te gaan stemmen projecteert de stemgerechtigde zichzelf in het ad hoc parlement dat beslist; door niet te gaan stemmen geeft hij een mandaat aan diegenen die wél stemmen. Noteer dat zo’n ad hoc direct-democratisch parlement kwalitatief representatiever is dan gelijk welk traditioneel verkozen parlement, omdat bij dat laatste altijd een hoop kandidaten worden uitgesloten, terwijl bij het referendum-parlement iedere kandidaat door zijn stemdeelname zichzelf verkiest, zodat niemand kan worden uitgesloten.

Het tweede besluit neemt de kiezer dan in het stemhokje zelf. Voorstanders van het particratisch regime spuiten mist over deze principes, en beginnen bijvoorbeeld te speculeren over  mogelijke intenties en bedoelingen van niet-stemmers. Uiteraard zal men van particraten nooit analoge opmerkingen horen wanneer een regering niet eens een meerderheid van hetzij de Belgische kiezers (was ooit het geval met Dehaene) hetzij de Vlaamse kiezers (is momenteel het geval) achter zich heeft, of wanneer bij bevragingen slechts een kleine minderheid van de burgers het vertrouwen uitspreekt in regering en parlement (waaruit blijkt dat de zogezegde ‘representatieve verkiezingen’ voor de meeste mensen absoluut geen mandatering inhouden, doch eerder een gefrustreerde poging betreffen om de door de politiek veroorzaakte maatschappelijke schade zo klein mogelijk te houden). Uiteraard zal men hen nooit iets horen zeggen wanneer de verkozenen, van Opgrimbie tot De Panne, schaamteloos hun verkiezingsbeloften breken, en men zal hen nooit iets horen zeggen over de intenties van de kiezers voor partijen die uit de particratische ‘meerderheidscoalities’ zijn uitgesloten. Spijtig genoeg heerst er bij de grote meerderheid van onze medeburgers over al deze zaken zeer grote conceptuele verwarring; we hebben dus nog héél veel werk voor de boeg.