Dhimmi's, democratie en dictatuur

AfdrukkenDe felle afkeuring van het Zwitsers minarettenverbod door het overgrote deel van de politieke klasse en de vele banbliksems van de adepten van de multiculturaliteit in de media tonen nog maar eens aan dat ze van democratie - de stem van alle burgers - niets moeten weten. Het volk mag alleen beamen wat die hoogste kasten goed voor hen vindt.

Beste lezer, u mag volgende tekst een essay noemen, eerder dan een artikel. Alleen al door zijn lengte bijvoorbeeld... (Wikipedia: "Een essay is een beschouwende prozatekst..., waarin de schrijver op een wetenschappelijk verantwoorde wijze zijn persoonlijke visie geeft op hedendaagse verschijnselen, problemen of ontwikkelingen")

De kern van de argumentatie van de inrichters van het referendum voor een minarettenverbod in Zwitserland: "De minaret heeft geen religieuze betekenis. Het wordt in de Koran nergens vermeld. Ook in moslimlanden zijn er duizenden moskeeën zonder minaret. Een verbod op minaretten beperkt dus het beleven van de godsdienst niet, en dus ook op geen enkele manier de vrijheid van godsdienst. De minaret drukt een aanspraak van dominantie uit. De aanspraak de sharia in te voeren. De minaret is een speerpunt van de sharia - voor een ander recht dat diametraal tegengesteld is aan onze democratisch ontwikkelde rechtsorde."

57,5 procent van de opgekomen kiezers heeft voor het verbod gestemd. De opkomst bedroeg 53,4 procent. Dat is dus heel wat meer dan de 43% bij de laatste verkiezingen voor het Europees parlement. Dat de inrichters die 'aanspraak van dominantie' niet uit hun duim gezogen hebben, blijkt bijvoorbeeld uit een uitspraak van de uit Iran afkomstige Farhad Afshar, voorzitter van de 'Koordination Islamischer Organisationen Schweiz' (KIOS) die in een interview met de Neue Zürcher Zeitung verklaarde dat de staatsorde niet zou in elkaar stuiken als er parallel verschillende rechtssystemen zouden bestaan. Zwitserland zal er volgens hem niet omheen kunnen speciale rechten voor de moslims in te voeren. (Bron: Die Weltwoche, Ausgabe 42/09, waar uitspraken van meerdere 'gezagdragende' moslims geciteerd worden die pleiten voor de invoering van de sharia in Zwitserland.'Das Kreuz mit dem Halbmond' )

Gestuurd 'debat'

Is dit referendum met die vraagstelling zinvol en nuttig? Daarover kan men uiteraard grondig van mening verschillen. De ene kan het een geval van machteloze symptoombestrijding in de marge vinden, een andere een nuttig protestsignaal tegen een groeiende politieke islam in Europa, of nog een andere kan er een afkeuring in zien van de dominante propaganda over de weldaden van de multiculturele wereld. Feit is dat het een tot nu ongekend groot debat in heel Europa over de plaats van de islam heeft in gang gezet. Maar helaas, net zoals bij het hoofddoekendebat deze zomer, wordt het 'minarettendebat' hier duidelijk weer eenzijdig aangestuurd door de krantenredacties. Als men het hier al een 'debat' mag noemen. Wie zich uitsprak tegen het hoofddoekenverbod kreeg alle plaats toegemeten, terwijl de voorstanders van een verbod slechts met mondjesmaat tot het debat toegelaten werden. Hetzelfde fenomeen herhaalt zich nu bij het minarettenverbod, en was in De Standaard duidelijk te volgen. Heeft u nog maar minstens één opiniestuk gelezen dat de directe democratie uitlegt, laat staan het, ook voor dit referendum, verdedigt? Of iets over het groeiend aantal shariarechtbanken en hun kwalijke gevolgen voor het ondermijnen van de rechtsstaat in Europa? Integendeel: drie opeenvolgende dagen krijgen 'we' in De Standaard een bolwassing over zoveel intolerantie. De dag na het referendum (30.11) al komt Selahattin Koçak (SP.A), Schepen in Beringen, aan de beurt. Die weet al heel exact het resultaat te duiden. Volgens hem misbruikten de Zwitsers de discussie over de minaretten om de maatschappelijke aanvaarding van de islam in vraag te stellen. Dinsdag krijgt niemand minder dan Tariq Ramadan (volgens velen 'een wolf in schapenvacht') een hele bladzijde om zijn beklag te maken over bange Zwitsers en populisten. Woensdag is een zekere Meryem Kanmaz aan de beurt, die de Westerse intolerantie ziet groeien.

Bart Beirland draagt er vanuit de redactie zijn steentje toe bij: "Het Verdrag van Lissabon, dat vandaag in werking treedt, omvat ook de waarden waar de Europese Unie voor staat: eerbied voor de menselijke waardigheid, vrijheid, democratie en gelijkheid. De impact van het referendum over de minaretten overstijgt Zwitserland: het ondermijnt ook de geloofwaardigheid van het Westen om die universele waarden uit te dragen en te verdedigen. Het wordt bijvoorbeeld moeilijk om de etnische groepen in Bosnië te vertellen dat ze vreedzaam moeten en kunnen samenleven, en dat in hetzelfde dal een moskee en een kerk naast elkaar moeten kunnen staan, als dat laatste voor ons uitgesloten is. (DS dinsd. 1.12.09). (Terwijl het referendum helemaal niet over moskeeën ging, maar ja, zou nauw steekt het blijkbaar niet om iedereen een slecht geweten te schoppen). Is hij een dhimmi geworden? (Noot: dhimmi: niet-moslim onder de sharia, met minder rechten dan een moslim).

Vrijdag 4 dec krijgen we dan een - in zijn genre nogal geslaagd - satirisch stuk van (pdw) die van de gelegenheid gebruik maakt voor een aanval op elke godsdienst: "Waar ik mij rechthartig laat op voorstaan is dat ik een grondige afkeer heb van alles wat met religie te maken heeft, van welke strekking ook." Patrick De Witte wordt voorgesteld als 'Tv-maker en satiricus, bekend als (pdw)' maar wat er niet bijstaat is dat hij een militant lid is van SKEPP (Studiekring voor Kritische Evaluatie van Pseudo-wetenschap en het Paranormale), en daar instaat voor 'organisatie van evenemementen'. Niets op tegen dat hij zijn gedacht zegt natuurlijk, maar het had er toch wel kunnen bij vermeld worden. Een artikel dat echter niets bijdraagt tot een debat over het minarettenverbod. Plus, dezelfde dag weet schrijver, columnist, tevens fuifganger en champagneproever Oscar van den Boogaard niets beter te verzinnen dan: "Waarom niet 'ja' zeggen tegen de bouw van minaretten? Waarom niet alle veranderingen omarmen? Een neutrale samenleving bestaat niet. Laat ieder individu zijn vrijheid ten volle beleven en zijn levensovertuiging uitdragen, onder de voorwaarde dat hij de vrijheid van de ander respecteert. Daarom zou er naast iedere moskee een homodiscotheek gebouwd moeten worden, en een vluchtelingencentrum en een synagoge en een boeddhistische tempel en een clubhuis voor de internationale fanfare." Ach Oscar, wellicht moet je aan je opsomming nog toevoegen: een instelling voor zwabberende schrijvers? Eerst verdedig je de boerka ("Onder de boerka's, niqabs en sluiers beleven vrouwen misschien juist een opvallende vrijheid"), later ben je dan weer niet zo voor hoofddoeken ("Ook als je vrijwillig een doekje draagt is het toch op grond van een islamitische wet? Ik ben bang voor een religieuze staat binnen een openbare staat.."). Een dhimmi op de dool?

Zaterdag 5 dec krijgt Walter Zinzen het woord. Hij haalt oude koeien uit de gracht, zoals kettervervolging, brandstapels en het uitmoorden van Indianenvolkeren in Latijns Amerika door de Spanjaarden, allemaal eeuwen geleden. Zijn besluit: "Het is lang geleden, zeker. En de feiten zijn, ik geef het toe, een beetje subjectief geselecteerd. Maar wie zijn inspiratie zoekt in zo'n beladen verleden, zou misschien beter zijn tong eerst twee keer ronddraaien voor hij anderen verwijt dat ze minaretten op hun moskee willen." Zinzen had beter zelf twee keer zijn tong rondgedraaid, voor hij zoveel onzin schreef. Is ook hij nu een dhimmi geworden?

Het duurt tot maandag 7 december om een andere stem te horen, van Mia Doornaert: "Wat hebben de Helveten over zich heen gekregen sinds ze tegen minaretten stemden. En sommige van de argumenten waarmee ze nu om de oren geslagen worden, zijn wel heel vreemd. Een ervan, dat zaterdag op deze opiniepagina's te lezen viel, is dat we niets over minaretten moeten zeggen omdat de christenen vijf eeuwen geleden heel veel foute dingen gedaan hebben.... De uitslag in Zwitserland is het zoveelste teken van het probleem van integratie in Europa. Niet van 'de islam', maar van een versie ervan die zich opstelt als onverzoenbaar met democratie en moderniteit. Het helpt niet dat gegeven te willen ontkennen. Er is integendeel een veel opener en serener debat over nodig, ook hier te lande. Het moet mogelijk zijn de integratieproblemen te berde te brengen zonder de aantijging van islamofoob of racist naar het hoofd te krijgen. Het moet evenzeer mogelijk zijn de aanspraken van moslims te verdedigen zonder van verraad van de westerse cultuur beschuldigd te worden."

Die dag wordt echter ook een volledige opiniebladzijde gegeven aan prof. Patrick Loobuyck, Chams Eddine Zaougui, arabist en filosoof, en Prof. Guido Vanheeswijck, filosoof, om zich af te zetten tegen (pdw). "Dat de internationale media op sommige momenten barsten van de berichten over bloederige bomaanslagen en ijzingwekkende onthoofdingen, is een onbetrouwbare leidraad als het erom gaat de islam te 'begrijpen', laat staan hem in het geheel te veroordelen."... Ze moeten toegeven dat er in naam van de islam 'bloederige aanslagen' gepleegd worden, en dat er dus toch een zeker probleem is met die godsdienst. Maar zelfs de inrichters van het minaretten-referendum komen niet tot hun besluit, en schrijven niet dat ze de islam 'in zijn geheel' veroordelen. (pdw doet dat wel; maar in zijn satirische context dat hij een afkeer heeft voor elk geloof). In het hoofddoekendebat liet Loobuyck zich al opmerken met een pleidooi dat 'het respect moest terugkomen', wat erop neerkwam dat "het GO! en de Antwerpse scholennetten hun beslissingen moesten herzien", en over de huwelijksmigratie wist hij dat "telkens weer een huwelijkspartner in het land van herkomst halen geen teken is van een mislukte integratie". Waarvan dan wel? Loobuyck: een dhimmi van eerste klas? We zijn hiermee wel nog verder weg van "een opener en serener debat, ook hier te lande, over de integratieproblemen".

De media barstten inderdaad op sommige momenten van berichten in verband met 'ijzingwekkende onthoofdingen'. Maar heeft u hier de kranten zien barsten van andere schokkende berichten: bijvoorbeeld over imams die in verschillende Europese steden, ook in Zwitserland, haat prediken tegen de 'kruisvaarders' en oproepen tot strijd tegen de goddelozen? (Die Weltwoche, 9.12.09, publiceert details uit een rapport aan de Zwitserse regering, dat reeds dateert van begin 2008 en tot nu geheim bleef, waaruit blijkt dat er bewijsbaar minstens 8 imams haat prediken. Het kunnen er ook veel meer zijn, maar men weet het niet, ondermeer bij gebrek aan mensen die arabisch spreken (waren de Zwitsterse moslims niet 'perfect geïntegreerd'?). Hoe zou de uitslag van het minaretten-referendum geweest zijn, was dit document ervoor bekend geworden? 'Moschee als Dunkelkammer' ). In de Vlaamse pers gelezen dat in Duitsland 30% van de Turkse studenten eremoorden goedkeurt (Weltwoche 14.10.09), dat 36% van de moslimjongeren in Engeland vindt dat wie overstapt naar een andere godsdienst vermoord mag worden (Opiniestuk La Libre, 1.12.09)? Al was het maar één opiniestuk gelezen van een 'invloedrijke' imam in DS of DM, of van voorzitters van moslimverenigingen, die zich tegen dat alles krachtig en resoluut verzetten, in naam van de islam?

Ook dimmi's in de Franstalige pers

Le Soir denkt dat ook in België een meerderheid voor een minarettenverbod zou stemmen, omdat "notoire fascisten en neopopulisten zich sterk maken de laagste passies aan te wakkeren." Duidelijke en klare multiculturele taal: wie tegen minaretten is, is een fascist.

La Libre besteedde twee editorialen aan het minarettenverbod. Op maandag 30 nov meent Philippe Paquet dat de Zwitsers redenen hebben om beschaamd te zijn, maar toch eindigt hij nog met de bedenking dat ook de islam zich vragen moet stellen: "De extremistische taal en praktijken van Iran tot Sudan, het dragen van niqab, tchador en andere burka's die tot in onze steden binnensluipen, zijn allemaal factoren die niet bijdragen tot een pacificatie van de geesten en tot ruimdenkendheid." Daarmee was hij blijkbaar iets te ver gegaan, want het editoriaal van de volgende dag, van Jean-Paul Duchâteau, zet weer de puntjes op de i. Hij gaat tekeer tegen de massieve stortvloed van positieve reacties van de 'internauten' op de uitslag van het referendum, die daarbij dikwijls verwijzen naar de ontbrekende wederkerigheid van godsdienstvrijheid in moslimlanden: "Indien men zeker zou zijn dat dit argument niet als facade dient voor xenofobe en racistische stank, zou men ze in overweging kunnen nemen. Maar de feiten zijn er, in hun evidente realiteit: de Belgische maatschappij is multicultureel en zal het blijven. De geïmmigreerde bevolking dwingen onze religeuze en filosofische voorschriften, tot zelfs volledig onze gewoonten en gebruiken na te leven, is een fantasme. Honderdduizenden inwoners hun gebedsplaats ontnemen is geen element dat hun integratie zal vergemakkelijken. Wel integendeel." (Ook weer dezelfde valse voorstelling als in DS: bewust minaret door moskee vervangen. En bovendien haalt hij er ook nog valselijk 'racisme' bij, terwijl de islam niet op een ras slaat, maar een godsdienst is. Elke stok is blijkbaar goed om de ondankbare, stinkende autochtoon mee te slaan).

Buitenlandse pers

Voor een genuanceerder oordeel moet men bij - enkele - buitenlandse kranten zijn. Wat zegt Die Welt (30.11.09): "De Zwitsers zijn de eerste Europese natie die in een vrij referendum tegen de islamisering van hun land hebben beslist. Echter niet tegen vrijheid van godsdienst of tegen de islam als godsdienst. Alleen tegen de assimetrie van de geloofsverboden in het Oosten en het Westen." (Henryk M. Broder - Die Welt)

Ivan Rioufol, in Le Figaro (30.11.09): "Waar is de intolerantie? Bij de Zwitsers, zoals Bernard Kouchner deze morgen verklaarde (RTL), toen hij de stemming tegen de minaretten (met 57,5%) bekritiseerde, of bij de minister van buitenlandse zaken, die weigert de democratische regels te aanvaarden? Het misprijzen dat hij uitdrukt tegen de uitslag van het referendum - dat hij schandalig, populistisch, racistisch, extremistisch, enz. noemt - geeft een idee van de scheiding tussen de politieke- en media-elite en het volk. Men denkt aan Berthold Brecht: het volk is tegen de regering? Men moet het volk ontbinden. Ik werd uitgenodigd om er over te debatteren op Europe 1 (tussen 13u10 en 13u20), en ik heb kunnen vaststellen dat de zender, bij gebrek aan tegensprekers, alleen maar commentaar van luisteraars kon uitzenden die het met de stemming eens waren. Een zelfde consultatie zou in Frankrijk waarschijnlijk gelijkaardige resultaten opleveren, zozeer lijkt de irritatie tegen het politiek correcte denken een algemeen verschijnsel te zijn geworden, en dat overal in Europa. Die 'stemming' zou deze zijn van angst, is een van de standaardzinnen die men hierbij hoort. Ik zie het eerder als een daad van moed. Zij die het volk bangelijkheid verwijten zijn diegenen die sinds deze morgen trillen als bladeren voor de mogelijke reacties uit de moslimwereld. De Zwitsers hebben beslist over de intimidaties van een schimmige politieke islam te stappen, en ze hebben er goed aan gedaan. Zij menen dat de islam, waarvan ze de aanwezigheid in hun land niet in vraag stellen, geen behoefte heeft aan opzichtige uiterlijke tekenen om te bestaan. Persoonlijk geef ik hen gelijk. De gezochte zichtbaarheid met minaretten is van dezelfde orde geworden als deze die ze wensen met islamitische hoofddoeken of boerka's. De burgers hebben de greep van het islamisme geweigerd. Ze spreken in naam van veel Europeanen, en hun bestuurders in paniek hebben dat ook begrepen."

Roger Köppel (hoofdredacteur van het Zwitsers weekblad Die Weltwoche) was een fervente verdediger van het referendum over het verbod van minaretten. Hij werd geïnterviewd door David Vonplon in de Zwitserse krant Tageszeiger (30.11.09) over de negatieve reacties op de uitslag van het referendum in het buitenland:

Mijnheer Köppel, «Zwitserland valt terug naar vóór de Verlichting», is een titel vandaag in «Die Welt». Toen u er nog hoofdredacteur was, zou uw kommentaar er wel anders hebben uitgezien?
Ik had zoiets inderdaad niet toegelaten. Hiermee komt een ongelooflijke intellectuele arrogantie tot uitdrukking. Ze toont aan dat de meanstream journalistiek moeite heeft met democratische volksbeslissingen. De goedkeuring van het initiatief betekent niet, wat overal beweerd wordt, een teken van angst en zwakte, maar van sterkte. Het referendum over het minarettenverbod is de uitdrukking van een zeer duidelijk onbehagen tegenover de politieke islam. Het resultaat kwam tot stand, ondanks het feit dat de tegenstanders van het verbod een massale kampanje gelanceerd hebben om de mensen onder druk te zetten. Het kiezersvolk heeft met een 'Ja' haar moed bewezen.
Andere kranten van wereldroem spreken over "perverse stemming" (Times), «een grote pijnlijkheid» (NY Times) «een catastrofe» (Süddeutsche), of van een "politiek laffe" beslissing (Wall Street Journal). Zijn die allemaal verkeerd?
In de wereld loopt blijkbaar een spook rond: het heet democratie. Het wordt dus tijd dat onze politieke verantwoordelijken het buitenland eindelijk duidelijk maken dat de burgers in Zwitserland over belangrijke politieke vragen zelf mogen beslissen. Vóór de Amerikanen en de Duitsers zich bekommeren om onze democratie, zouden ze zich beter inzetten voor meer democratie bij hen thuis. Ik ben zeer benieuwd wat het resultaat van een referendum over minaretten in andere landen zou zijn. De commentaren tonen vooral het volgende: Zwitserland krijgt in het buitenland opnieuw een slechte beurt. Ik zie de zaak echter helemaal anders. Is de verbazing van regeringen en media, die daar het woord voeren, representatief? Ik twijfel eraan. Zoals in Zwitserland schatten de media ook in het buitenland de stemming van het volk volledig verkeerd in. In Duitsland zijn 82% van de lezers van «Bild» tegen minaretten, en blijkbaar ook zelfs 78% van de lezers van de «Spiegel».

Onterechte vrees voor de islam?

Erdogan, de huidige Turkse eerste minister: "Onze moskeeën zijn onze kazernes, onze minaretten zijn onze speren, en onze gelovigen zijn onze soldaten" (Uitgesproken op 6 dec 1997, toen hij burgemeester was van Istanbul, waarna hij toen 10 maand gevangenis kreeg). Terwijl andere godsdiensten dan de islam in Turkije het (zacht uitgedrukt) moeilijk hebben, zegt Erdogan dat het minarettenverbod een teken is van een "toenemende racistische en fascistische houding in Europa." In een bijeenkomst van zijn fractie in het Turks parlement zegde hij na het referendum: "godsdienst- en meningsvrijheid zijn grondrechten van de mensheid, die geen voorwerp kunnen uitmaken van een referendum. Evenals antisemitisme een misdaad tegen de menselijkheid is, is ook islamofobie een misdaad tegen de menselijkheid." (Bron: Die Welt). Dat is helemaal niet juist, geen van beiden zijn een misdaad tegen de menselijkheid. Maar het past wel in het streven van (voornamelijk) moslimstaten om kritiek op godsdiensten te laten catalogeren als 'racisme', en zo elke kritiek op de islam overal strafrechtelijk te kunnen laten sanctioneren. Een gevaarlijke ontwikkeling, maar hierop ingaan zou ons te ver leiden. Alleen dit: de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties heeft begin dit jaar een resolutie tegen de "belastering van godsdiensten" aangenomen, op initiatief van Pakistan. Daarin werden landen opgeroepen wetgeving te ontwikkelen om het belasteren van religies tegen te gaan. Zie 'Internationale Antiracisme-conferentie te Genève (2009)' op Wikipedia.

Zelfs als de islam een vredelievende godsdienst is, dan nog blijkt dat vandaag (bijna) alle terroristen zich op de islam beroepen. Geen enkel redelijk mens kan ontkennen dat de vrees voor de (politieke) islam helemaal onterecht is. Die vrees blijkt duidelijk uit enquêtes, die een heel ander resultaat geven dan wat de multiculturele elite nu al jarenlang als de heilsleer voor de moderne mens ingang wil doen vinden:

Op de website van Le Monde hebben een groot aantal bezoekers, namelijk 62.758 (stand 3.12.09, 17u), geantwoord op de vraag: "Een referendum organiseren over de bouw van minaretten, zoals dat in Zwitserland gebeurde en door 57% van de bevolking werd verworpen, is dit volgens u..."
- een teken van democratie: 58,9% vond van wel
- een teken van onverantwoordelijkheid: 36%
- en zonder opinie: 5,2%

Dagblad Trouw vroeg op zijn website: "Stel dat er in Nederland een referendum komt over een minaretverbod. Stemt u dan voor of tegen?"
- Voor een verbod: 64 %
- Tegen een verbod: 36 %
(Totaal aantal stemmen: 3.157 op 2.12.09 om 17 u)

Ook De Standaard waagde zich online aan de vraag: "Moet er in België, net als in Zwitserland, een verbod op minaretten komen?"
- Ja: 66,72%
- Nee: 33,28%
(1.860 stemmen op 2.12.09 om 17 u)

Le Monde ging ook kijken naar andere websites van kranten die de vraag stelden of men minaretten moet verbieden. Bij de Franse Le Figaro zijn 73 % van de 49.000 stemmers voor een verbod, bij L'Express 86% van de 19.000 stemmers. Op het Spaanse site van El Mundo is 80% voor een verbod (35.195 stemmen, 3.12.09, 17 u), en 87% van 5.770 lezers van Die Zeit is voor een verbod in Duitsland. Is er een duidelijker signaal mogelijk dat de Europese burgers zich massaal tegen een politieke islam verzetten?

Besluit hieruit van Sylvain Ephimenco in Trouw, 1 dec 09: "Het referendum over de minaretloze moskeeën in Zwitserland heeft een ongekende golf van onrust in heel Europa veroorzaakt. Die onrust en soms verontwaardiging zijn voornamelijk voelbaar bij autoriteiten, politici en media. ’De stemming van de schaamte’ kopte bijvoorbeeld gisteren het linkse Franse dagblad Libération, dat zijn commentaar de titel ’Absurd’ gaf. Maar op de website van de krant wordt dit geluid nogal genuanceerd. Meer dan 1.000 reacties volgden op het commentaar van Libération, die voor het merendeel het juist dwaas vonden om een democratische stemming als ’absurd’ te bestempelen. Zie hier een illustratie van de scheiding die tussen gewone burgers en hun opiniërende elites is opgetreden. Een scheiding der geesten die het Zwitser referendum heeft blootgelegd en meer dan de portee van de stemming zelf, de Europese elites in een diepe malaise heeft gedompeld. Religieuze en politieke autoriteiten, opinieleiders of maatschappelijke organisaties kunnen wel het volk willen opvoeden, dat wil maar niet lukken. Voor de verlichte top bestaat nu de reële vrees dat het Zwitserse voorbeeld ook elders in Europa school maakt. De vraag is natuurlijk of je de angsten van een aanzienlijk deel van de bevolking over de opmars van de islam in Europa kunt negeren. Zwitserland kun je niet zomaar als de nieuwe bakermat van fascisme en racisme wegzetten. ("Ephimenco belandde ooit in Nederland als correspondent voor een Franse krant, om nooit meer weg te gaan.")

De nomenclatura is tegen democratie

De 'verlichte top' heeft het blijkbaar nog helemaal niet begrepen. Een paar voorbeelden slechts, die een hoog dedain voor het 'kiesvolk' uitdrukken. De Nederlandse minister van binnenlandse zaken Guusje Ter Horst (PvdA): "Het is zeer bedroevend dat de Zwitserse bevolking in een referendum de bouw van nieuwe minaretten heeft afgewezen." De minister hoopt dat dit nooit in Nederland gebeurt: "Ik ben blij dat wij geen beslissend referendum hebben." De Zwitserse minister van buitenlandse zaken Calmy-Rey maakt zich zorgen over de mogelijke reacties in arabische moslimlanden en zou omwille van de export de democratie 'naar Zwitsers model' iets meer aan banden willen leggen. De Franse minister van buitenlandse zaken Bernard Kouchner noemde het resultaat van het refendum schandalig, populistisch, racistisch, extremistisch, enz.. Hij meende dat die beslissing zo snel mogelijk ongedaan moet gemaakt worden. Groen europarlementslid Daniel Cohn-Bendit stelt voor dat de Zwitsers gewoon terug gaan stemmen om een juist resultaat te krijgen, en de moslims al hun geld uit Zwitserland halen om de Zwitsers 'in hun portemonnee' te treffen voor zoveel ongehoorzaamheid. Ook de 'Generalsekretär des Zentralrats der Muslime in Deutschland', Aiman Mazyek, stelt voor een nieuw referendum te houden, omdat veel mensen thuis gebleven zijn omdat ze dachten dat de vraag toch zou afgewezen worden.

De Franse president Sarkozy toont wel enig begrip voor de Zwitsers, in een artikel in Le Monde (gedeeltelijk overgenomen door DS, 9.12.09): "In een referendum heeft het Zwitserse volk zich uitgesproken tegen de bouw van nieuwe minaretten op hun grondgebied... Wat zeker verbazing wekt, is de reactie van bepaalde media en politieke kringen in ons eigen land — overdreven, vaak karikaturale reacties ten aanzien van het Zwitserse volk. Nochtans is de democratie in Zwitserland ouder dan de onze, en bestaan er regels en tradities van directe democratie die het volk het woord geven en toelaten zelf te beslissen. Achter het geweld van die stellingnamen gaat een visceraal wantrouwen schuil tegen alles wat van het volk komt. Een verwijzing naar het volk is voor sommigen al genoeg om van populisme te gewagen. Maar het is precies door doof te zijn voor de kreten, verlangens en problemen van het volk, dat je het populisme voedt. In plaats van de Zwitsers te beschimpen, moeten we ons afvragen wat hun beslissing betekent. Hoe kan uitgerekend Zwitserland, een land met een lange traditie van openheid, gastvrijheid en verdraagzaamheid, zich zo duidelijk uitspreken voor een verbod? En wat zouden de Fransen antwoorden op dezelfde vraag?"

Een belangrijke passage heeft De Standaard echter niet vertaald: een zeer belangrijke stellingname van Sarkozy, die diametraal tegengesteld is aan de opvatting van sommigen die met een klacht bij het EHRM (Europees Hof voor de Rechten van de Mens) dreigen, en op een veroordeling hopen, omdat het minarettenverbod de godsdienstvrijheid zou aantasten. Niet dus, toch volgens Sarkozy: "In plaats van het Zwitserse volk onherroepelijk te veroordelen, kunnen we proberen te verstaan wat het heeft willen uitdrukken en wat zoveel volkeren in Europa ervaren, inbegrepen het Franse volk. Niets zou erger zijn dan de ontkenning. Niets zou erger zijn dan niet te kijken naar de werkelijkheid van de gevoelens, de bezordheid, de verzuchtingen van zoveel Europeanen. Vooreerst moeten we begrijpen dat wat gebeurde niets te meken heeft met de vrijheid van godsdienst of vrijheid van geloof. Niemand, noch Zwitserland noch ergens anders, denkt eraan deze vrijheden in vraag te stellen. Artikel in Le Monde: "Respecter ceux qui arrivent, respecter ceux qui accueillent"

Ook de directe democratie moet het helaas ontgelden

Helaas behoort ook Sarkozy niet tot de voorstanders van directe democratie. Want ondanks als zijn 'begrip' voor de Zwitsers, begint hij toch zijn artikel met de afkeuring van het referendum: "In een referendum heeft het Zwitserse volk zich uitgesproken tegen de bouw van nieuwe minaretten op hun grondgebied. Die beslissing roept terecht vragen op. Het referendum verplicht de kiezer tot een antwoord met ‘ja' of ‘nee'. Maar kun je ja of nee antwoorden op een vraag die zo complex en zo fundamenteel is? Ik ben ervan overtuigd dat zo'n antwoord alleen kwetsende misverstanden en een gevoel van onrechtvaardigheid oplevert, omdat het een eenduidig antwoord formuleert op een probleem dat geval per geval bekeken moet worden." De vraag was natuurlijk niet complex, maar Sarkozy moet dat wel zo stellen, omdat hij in Frankrijk een groot debat over "l'identité nationale" wil voeren. En daar past geen referendum bij.

Verder in zijn artikel staat een paragraaf, die evenmin door De Standaard werd vertaald. Hij is wel heel relevant voor het discours van meer hoge Europese 'nomenclatura' met een gespleten tong. Hij interpreteert het 'neen' van de Fransen tegen de Europese Grondwet als een roep om een ander Europa. Hij was de verdediger was een 'traité simplifié' na het Franse NON, die wel het grootste deel van de tekst van de grondwet overneemt, maar niet meer in een referendum aan de Fransen werd voorgelegd. Hij maakt daar nu van dat men 'Europa' aangepast heeft aan de wens van de Fransen (*). Faut le faire..

Tegenstanders van directe democratie maakten van de gelegenheid gebruik om hun standpunt te verkondigen. La Libre publiceerde op tweederde bladzijde een lezersbrief van een advocaat met een gloeiend pleidooi tegen directe democratie. Een kleine inventaris van wat men er allemaal tegen kan hebben. Een van de dikwijls aangehaalde redenen is dat een simpel ja of neen niet geschikt is om over complexe zaken te beslissen. Terwijl het in een parlement niet anders gaat: ook daar wordt uiteindelijk een wetsvoorstel met het duwen op de groene of rode knop goed- of afgekeurd. Bij Zwitserse referenda gaat er een lang debat aan vooraf in de media en op bijeenkomsten. Het houden van het referendum over een minarettenverbod werd op 29 juli 2008 goedgekeurd, en daarna volgde dus bijna anderhalf jaar woord en wederwoord, beduidend langer dan eender welk debat in een parlement. Een referendum gaat ook niet over iets complex als een uitgebreide wet over bijvoorbeeld ruimtelijke ordening, maar over één enkel onderwerp. Het is even simpel of even complex als in een parlement stemmen over één wetsartikel. Bovendien hebben de Zwitsers niet alleen referenda, maar ook heel 'gewone' verkiezingen van afgevaardigden voor gemeente, kanton en bondsstaat. Men kan dus het ene niet tegen het andere uitspelen, maar beide zijn complementair, en maken een democratie juist meer democratisch.

Op veel blogs las ik reacties van lezers, die het niet voor directe democratie hebben (hun onwetendheid, door gebrek aan informatie in de media, is hen vergeven), en dan maar het 'ultiem' argument bovenhalen "dat ook Hitler democratisch aan de macht kwam". Voorstanders van directe democratie zijn dus potentieel even gevaarlijk als de nazi's, zo simpel is dat. Het Bazels socialistisch lid van de Kantonraad (de Zwitserse Senaat, met afgevaardigden verkozen per kanton) Anita Fetz, vertelt deze week in een interview in de Basler Zeitung helaas dezelfde nonsens (of moet ik zeggen, vertelt bewust dezelfde leugen?): "Democratie houdt op wanneer het de grenzen van de rechtsstaat schendt. Hier kan men uit het verleden leren. Hitler is ook met een democratische meerderheid aan de macht gekomen, en dat is slechts het beroemdste van vele voorbeelden." Een Zwitserse politica wil dus de poten onder het meest democratische land ter wereld zagen, omdat één uitslag haar niet bevalt. En dat met het gelogen doembeeld van Hitler, terwijl die helemaal niet democratisch aan de macht kwam, wel integendeel (zie verder). Vóór mevrouw Fetz in 1995 toetrad tot de socialistische partij, was ze lange tijd actief in de communistische partij (POCH), en in die periode was ze vol lof over de USSR, DDR, China en andere dictaturen. Vroeg geleerd is oud gedaan?

Wat leert de Zwitserse geschiedenis ons? Vanaf 1848 tot eind 2004 vonden op federaal niveau 531 referenda plaats: 187 verplichte referenda, 152 facultatieve referenda en 192 volksinitiatieven. Het verplicht referendum moet gehouden worden bij elke grondwetswijziging, evenals bij toetreding van Zwitserland tot internationale organisaties en bij spoedeisende wetten waarvoor het facultatief referendum niet geldt. Binnen 100 dagen na de officiële bekendmaking van een parlementaire wet, kunnen 50.000 burgers met hun handtekening een referendum over de wet krijgen: het facultatief referendum. Via het constitutioneel volksinitiatief (kort ‘volksinitiatief’) kunnen burgers een referendum krijgen over door henzelf geschreven voorstellen indien zij binnen 18 maanden 100.000 handtekeningen inzamelen. Het mag zowel gaan om een algemeen geformuleerd voorstel, wat vervolgens door een parlementaire commissie in regelgeving omgezet moet worden, of om exact gedefinieerde wetsartikelen waaraan het parlement niets meer mag veranderen. Indien aangenomen wordt het voorstel onderdeel van de grondwet. Het minaretten-referendum was van die laatste soort. In de praktijk kunnen burgers het echter ook gebruiken voor onderwerpen die doorgaans typisch in gewone wetgeving worden geregeld. De Zwitserse grondwet is hierdoor een merkwaardig mengsel van staatkundige beginselen en ‘gewoon’ beleid. (Bron Jos Verhulst & Arjen Nijeboer 'Directe democratie. Feiten, argumenten en ervaringen omtrent van het referendum )

In geen van de 531 referenda heeft Zwitserland een dictator verkozen. In andere staten kwamen wel de dictators Mussolini, Franco, Salazar en Hitler aan de macht. Hitler kwam helemaal niet 'democratisch' aan de macht, maar alleen door de particratie, boven de hoofden van het volk. Dat deed Geert Van Hout eerder uit de doeken in zijn artikel: 'Partijtucht - sluipend gif voor de democratie'.

Een uittreksel: "Op 23 maart 1933 stemde het Duitse parlement (de Rijksdag) het zogenaamde Ermächtigungsgesetz, de wet die rijkskanselier Hitler toeliet om gedurende vier jaren met volmachten (dus zonder instemming van het parlement) te regeren. Voor deze volmachtenwet had Hitler een tweederdemeerderheid in het parlement nodig. Zijn eigen partij, de NSDAP, had zelfs geen gewone meerderheid, dus Hitler was op andere partijen aangewezen. De steun van de conservatief-nationalistische Duitse Nationale Volkspartij (DNVP) gold als zeker. Maar Hitler had ook de stemmen van de katholieken (Zentrumspartei) en de liberalen (Deutsche Staatspartei) nodig. Hoewel in beide partijen de meningen verdeeld waren, plaatsten de tegenstanders van de volmachtenwet na een dag van beraadslagingen uiteindelijk toch de fractiediscipline boven hun eigen geweten. Alle verkozenen van de Zentrumspartei en de Staatspartei stemden voor het Ermächtigungsgesetz. Met pijn in het hart, maar niettemin met gesloten rangen schaften ze de democratie via parlementaire weg af. Hitler zou zijn volmachten nooit meer uit handen geven."

Een besluit?

Moeilijk nu al iets te besluiten. De tendens lijkt er wel in te zitten dat de politieke nomenclatura steeds minder democratisch wordt, en zich door een 'racistisch' ('nazistisch') referendum gesterkt ziet in haar opvatting dat zij alleen het juist voor heeft, in plaats van tot het inzicht te komen dat ze meer naar de burger moet luisteren, en hem direct bij het bestuur moet betrekken. 'Wat ben ik blij dat de burger zich niet mag uitspreken', zegt de Nederlandse minister van binnenlandse zaken... Op Europees vlak ontbreekt al elke democratie, en op landelijk vlak zijn het steeds meer de partijvoorzitters die in achterkamertjes deals afsluiten. Op de samenstelling van de parlementen hebben we ook al (bijna) geen enkele invloed. Zelfs de trouwe leden van de politieke partijen mogen lokaal niet eens meer hun kandidaten voordragen. Ook de kranten blijven koppig hun multiculturele dogma's verkondigen. Dat immigranten zich aanpassen is 'een fantasme'. Dat weten we dan al weer. Wellicht moeten politiek en media nog duidelijker een dictatuur van de weldenkende klasse worden, om 'het volk' in opstand te zien komen om zijn recht op inspraak op te eisen?

Of mag men zo naïef zijn te hopen dat dit alleen maar een eerste automatische 'Pavlov'-reactie was, en de politieke klasse zich in deze christelijke kersttijd - toch de bakermat van onze cultuur, niet? - bezint over de zorgen van hun autochtonen, en ze bij het bestuur betrekt? En ook dat de militante verdedigers in de media van de multicultuur, hun cordons tegen zus en zo opgeven, om hun oor te luisteren te leggen bij wie bezorgd is om een vreedzame samenleving zonder sharia? En hiermee bedoel ik niet dat ze hun vreet-bijlagen moeten inpakken (waar je van het lezen alleen al een indigestie krijgt), maar in hun blad zelf open staan voor de 'fantasmen' van de samenleving. Dan zou pas blijken dat Sarkozy gelijk heeft, wanneer hij stelt "dat de christelijke beschaving diepe sporen heeft nagelaten". En mag men anderzijds hopen dat niet alleen de Franse, maar alle Europese moslims zijn raad opvolgen dat "alles wat opgevat kan worden als een aanval op die erfenis en op die waarden de zo noodzakelijke vestiging van een Franse islam onmogelijk maakt, en ze zelf op zoek moeten gaan naar manieren om zich zonder wrijvingen in te schrijven in ons maatschappelijk en burgerlijk pact." Indien het al zover was, durf ik stellen dat men in Zwitserland geen referendum over een minarettenverbod had gehouden. Islamofielen mogen oorzaak en gevolg niet van plaats verwisselen.

  http://www.nieuwpierke.be/forum_voor_democratie/nl/node/620




(*) "Ce qui vient de se passer me rappelle comment fut accueilli le rejet de la Constitution européenne en 2005. Je me souviens des paroles parfois blessantes qui ont été proférées contre cette majorité de Français qui avait choisi de dire non. C'était opposer irréductiblement la France du oui à celle du non, ouvrir une fracture qui, si elle avait dû se creuser davantage, n'aurait jamais permis à la France de reprendre sa place en Europe. Pour réconcilier la France du oui et celle du non, il fallait d'abord essayer de comprendre ce qu'avaient voulu exprimer les Français. Il fallait admettre que cette majorité ne s'était pas égarée, mais qu'elle avait, comme la majorité des Irlandais ou la majorité des Néerlandais, exprimé ce qu'elle ressentait et rejeté en toute connaissance de cause une Europe dont elle ne voulait plus parce qu'elle donnait le sentiment d'être de plus en plus indifférente aux aspirations des peuples. Ne pouvant changer les peuples, il fallait changer d'Europe. La France du non a commencé à se réconcilier avec celle du oui à partir du moment où, au lieu de la juger, on a cherché à la comprendre. C'est alors que, dépassant ce qui la divisait, la France a pu prendre la tête du combat pour changer l'Europe."