Het Zweedse referendum

Afdrukken
Een déjà vu artikel uit 2003: "Het idee dat het volk echt soeverein kan zijn, is voor De Standaard of voor iemand als Dehaene niet alleen een gruwel maar ook een moeilijk te bevatten voorstelling.  Discussieer  met zulke mensen, en keer op keer stel je vast hoe ze maar niet vatten dat het volk het recht om te beslissen niet hoeft te krijgen.  De echte democratie is gebaseerd op hetzelfde uitgangspunt als de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring: net als “leven, vrijheid en het nastreven van geluk” is volkssoevereiniteit een inherent en onvervreemdbaar recht.  Ze is niet iets waarvan soevereine bestuurders, als het hun af en toe eens behaagt, mondjesmaat een stukje aan hun onderdanen kunnen toewerpen."
 
De Zweden hebben «fout» gestemd.  Ze hebben de invoering van de euro verworpen ondanks de ja-campagne van regering en bedrijfsleven.  Als de zaak in het parlement beslecht was, dan had de partijdiscipline voor een goedkeuring van de euro gezorgd.  Daardoor stelt de Zweedse uitslag het probleem van de democratie in zijn volle scherpte: de beslissing van een parlement blijkt soms strijdig met de wil van het volk. 
           Tal van commentatoren hebben nu het parlementaire systeem geprezen als veel beter dan de directe democratie met haar regime-onvriendelijke uitslag.  Onder hen aloude antidemocraten zoals Jean-Luc Dehaene en Noël Slangen.  Hun centrale argument is precies dat het parlement de bij referendum gebleken wil van het domme volk niét zou involgen,-- dus dat de parlementaire (lees: particratische) besluitvorming in cruciale mate ondemocratisch is.  Absoluut elk argument tegen het referendum blijkt bij nader toezien een argument tegen de democratie zelf. De elitair-paarse krant De Standaard, die nog steeds moeite heeft met het onderscheid tussen informatie en opiniëring, verbergt haar goedkeuring niet in haar verslag “Niet alle Scandinaviërs blij met volksraadplegingen” (16-9-2003).  Goed, het stuk opent met een stem pro volksraadpleging, namelijk van bouwvakkers die correspondent Dirk Evers zeggen: “In ons land mogen we over toetreding tot de euro stemmen, bij jullie hebben ze die beslissing over jullie hoofden (sic) heen genomen.”   Ziedaar inderdaad het verschil tussen democratie en het Belgische systeem.
            En dan meteen over naar de tegen-argumenten, niet van bouwvakkers maar van de elite.  De Deense politologe Lykke Friis ziet het volk niet graag kritisch nadenken: “Als de andere lidstaten allemaal referenda over de EU hielden, zouden ze even Europa-kritisch zijn als ons land.”  Nou en?  Dit kan evenzeer als een argument pro beschouwd worden: de bevolking van bijvoorbeeld België zou tot bezinning over de Europese integratie geprikkeld worden en terecht meer eisen gaan stellen aan de EU, ondermeer juist inzake haar democratisch gehalte.
Dan mengt Evers zichzelf in het debat met het argument dat de mening van vele kiezers “ja, maar” of “nee, maar” is, “maar die mogelijkheid tot nuancering bieden de volksraadplegingen niet”.  De stemming in het parlement, namelijk “ja” of “nee”, biedt evenmin die mogelijkheid.  En de verkiezing van parlementsleden verdoezelt nog honderd keer meer nuances: partijstandpunten over tientallen onderwerpen, diverse stromingen binnen de partij, verschillende coalitie-opties, allemaal nuances in vele dimensies die verdwijnen in de zwart-wit keuze of je ja dan nee je stem aan deze partij geeft.  In een referendum moet je tenminste maar op één schaal afmeten of je sympathie voor het voorgelegde plan de 50% overtreft.

Dominee Niels Höjlund mag vervolgens betogen dat referenda ongeschikt zijn voor complexe vraagstukken: “In dat geval krijg je bijna altijd een fifty-fifty resultaat. (…) uiteindelijk is het telkens een groepje van 50.000 kiezers dat de doorslag geeft.  Is dat democratie?”  Natuurlijk wel, want ondanks Höjlund’s retorisch truukje is het winnende standpunt dan niet dat van 50.000 mensen, wel van 50% plus 25.000, dus een democratische meerderheid.  In het Zweedse referendum was die meerderheid overigens veel groter.  En ook bij parlementsverkiezingen geven 50.000 kiezers vaak de doorslag, bv. de Paarsgroene revolutie in België in 1999 was het gevolg van een zeer nipte zege van de VLD op de CVP.

In de volgende zin verraadt Evers zijn niet-vertrouwdheid met het echte democratische standpunt: “Dat politici belangrijke zaken aan het volk voorleggen in referenda, wordt gezien als een teken van vertrouwen.”  Dit beschrijft de bestaande situatie in de Noordse landen, waar het parlement, niet een volksinitiatief, tot een referendum beslist.  In directe democratieën zoals Zwitserland benadert men de echte democratische geest veel dichter: het komt de politici niet toe, eventjes te beslissen of ze het volk al dan niet zullen “vertrouwen”.  Het volk is immers zelf soeverein, het delegeert beslissingsbevoegdheid aan het parlement maar kan die bevoegdheid op elk ogenblik terugnemen door zelf via een procedure met een quotum aan handtekeningen een volksraadpleging af te dwingen.

Het idee dat het volk echt soeverein kan zijn, is voor De Standaard of voor iemand als Dehaene niet alleen een gruwel maar ook een moeilijk te bevatten voorstelling.  Discussieer  met zulke mensen, en keer op keer stel je vast hoe ze maar niet vatten dat het volk het recht om te beslissen niet hoeft te krijgen.  De echte democratie is gebaseerd op hetzelfde uitgangspunt als de Amerikaanse onafhankelijkheidsverklaring: net als “leven, vrijheid en het nastreven van geluk” is volkssoevereiniteit een inherent en onvervreemdbaar recht.  Ze is niet iets waarvan soevereine bestuurders, als het hun af en toe eens behaagt, mondjesmaat een stukje aan hun onderdanen kunnen toewerpen.
 
Koenraad Els in een Pallieter van 2003