Wit Bericht 10/04/2002

Afdrukken

NAAR HET BINDEND REFERENDUM OP VOLKSINITIATIEF


De huidige minister van justitie heeft het enkele jaren geleden in De Standaard duidelijk uitgesproken: "Dat we in een democratie leven is een illusie. We leven in een particratie" (De Standaard Magazine, 29 augustus 1997). Ook onze premier heeft zich meermaals in die zin uitgelaten, bijvoorbeeld op het VLD-congres in Tongeren in 1998:

".. de controle van de burger op zijn bestuurders {is} minimaal, om niet te zeggen onbestaand (...) België is een particratie. En of we het nu graag horen of niet, ook wij zijn daar een onderdeel van".

Het probleem is dus niet, hoe de democratie in ons land moet worden "verfijnd". Het probleem is, hoe die democratie moet worden ingevoerd.


Een particratie is geen dictatuur, maar ook geen democratie. Een dictatuur kan je vergelijken met een gevangenis en zijn gevangenen, en een democratie met een huis en zijn vrije bewoners. Een particratie is dan te vergelijken met een gevangenis, waarin de gevangenen hun cipiers kunnen kiezen. De gevangenen krijgen zelf de sleutel niet in handen, maar bepalen (in zekere mate) wie de sleutel draagt. De sleutel is in deze vergelijking niets anders, dan het recht op wetgevende activiteit.


Democratie betekent letterlijk: heerschappij door het volk. In een democratie is het volk soeverein. De gemeenschap van soevereine burgers heeft in een democratie geen autoriteit boven zich. De burgers maken soeverein de wetten, ze hebben zelf de sleutel in handen. Dit impliceert om te beginnen, dat de burgers ook vrij bepalen hoe ze die wetten maken: rechtstreeks of onrechtstreeks. Het concept van soevereine, vrij beslissende burgers komt nog voor de Grondwet, en vormt de bron van legitimiteit van de Grondwet. Een interpretatie van de Grondwet, die de spreekmogelijkheid en dus de soevereiniteit van de burgers beperkt of in vraag stelt, mist per definitie democratische legitimiteit.


De Vlaamse politici dolen dus, wanneer zij de Grondwet in die zin interpreteren en daarom weigeren, om in Vlaanderen het beslissend referendum op volksinitiatief in te voeren. Natuurlijk kan die ondemocratische interpretatie bogen op een dominerende traditie in de rechtsleer. Men moet echter bedenken, dat die traditie ons in historische zin terugvoert naar de situatie van honderdzeventig jaar geleden, toen België werd gesticht. De dienst werd toen uitgemaakt, niet door het volk, maar door een kleine, rijke, Franstalige en uitsluitend mannelijke elite. Deze mensen stond een elitocratie voor ogen, en het is met hun streven dat onze politieke klasse zich nog steeds identificeert. Het is de verdienste van de BWP geweest, om bij haar stichting in 1885 voor de eerste maal het principe van zo'n elitocratie in vraag te hebben gesteld. Mag ik aan de huidige SP.A -leden even artikel 1 van de statuten van de toenmalige BWP in herinnering brengen?

"Algemeen stemrecht. Rechtstreeksche wetgeving door het volk, dat is: bekrachtiging en initiatief door het volk op wetgevend gebied, geheime en verplichtende stemming. De kiezingen moeten 's zondags geschieden".

Men ziet: de stichters van de socialistische beweging stond niet enkel de invoering van het algemeen enkelvoudig stemrecht voor ogen. Zij eisten in één adem ook directe democratie. En dit geschiedde op volkomen logische gronden: in een democratie zijn de burgers gelijk en soeverein, en die soevereiniteit begint ermee dat de burgers vrij bepalen hoe ze wetten zullen maken: rechtstreeks of langs vertegenwoordigende weg, al naargelang. Naarmate de socialistische kopmannen zich binnenwerkten in het establishment, verminderde natuurlijk hun belangstelling voor het direct-democratische luik. En na de eerste wereldoorlog werd, in het akkoord van Loppem, enkel algemeen enkelvoudig stemrecht voor mannen ingevoerd. Dat gebeurde toen trouwens ook "tegen" de Grondwet, maar niettemin volkomen terecht. Want we herhalen het: een Grondwet kan per definitie het spreekrecht van de burgers niet beperken, zonder zijn legitimiteit te verliezen en dus op te houden Grondwet te zijn. Een Grondwet die het beslissingsrecht van burgers inperkt, is een contradictio in terminis, een vierkante cirkel.


Een democratische interpretatie van de grondwet is noodzakelijk, en ook mogelijk. Wij citeren wat professor Vény (RUG) verklaarde voor de Commissie Politieke Vernieuwing: "De stelling als zou de organisatie van een referendum en van een volksraadpleging ongrondwettelijk zijn, werd geopperd door de afdeling wetgeving van de raad van state en domineert tevens de rechtsleer en rechtspraak. In de Grondwet is voor de zogenaamde ongrondwettelijkheid evenwel nergens een duidelijke grondslag terug te vinden: nergens verbiedt een bepaling formeel het referendum of de volksraadpleging. Bovenvermelde redenering is gebaseerd op artikel 33 van de Grondwet, maar dat artikel blijft erg vaag. Bovendien zou de ongrondwettelijkheid alleen maar voortvloeien uit het tweede lid van artikel 33, en dan nog in combinatie met artikel 42 van de Grondwet. Zo de andere sprekers daarin een impliciet verbod menen te zien, dan komt dat doordat zij aan de grondwet een restrictieve lezing geven. Niets belet echter een ruimere lezing. Daar komt nog bij dat beide assembles zonder aarzelen artikel 33, tweede lid, opzij hebben geschoven, telkens als het erop aan kwam internationale instellingen bevoegdheden te verlenen, terwijl de Raad van State daar bij verschillende gelegenheden had tegen ingebracht dat de toewijzing van beslissingsbevoegdheden en de overdracht van nationale soevereiniteit aan internationale instanties niet met die grondwetsbepaling strookte."


Professor Vény heeft overschot van gelijk, wanneer hij deze soevereiniteitsoverdracht naar internationale instellingen aanklaagt, want die zijn vaak zelfs geen particratieën, maar veeleer zachte dictaturen, die werken op basis van misleiding. Jean-Claude Juncker, eerste minister van Luxemburg, beschreef (Der Spiegel, 52/1999, p.136) de besluitvorming op de EU-regeringsconferenties bijvoorbeeld aldus:

"Wij nemen een besluit, maken het openbaar en wachten een tijdje op eventuele reacties. Wanneer we dan geen geschreeuw horen en geen protest wordt vernomen, omdat de meeste mensen de draagwijdte van het besluit helemaal niet doorzien, dan gaan we weer verder - stapje voor stapje, tot de terugweg is afgesneden."

Is het niet godgeklaagd dat onze parlementsleden geen grondwettelijke problemen zien, wanneer zij soevereiniteit overleveren aan dit soort instellingen, en plots de grondwet tot onontkoombaar obstakel uitroepen, wanneer de soevereiniteit aan haar rechtmatige eigenaar, namelijk aan de gemeenschap der burgers moet worden overgedragen?


Er moet dringend een einde komen aan de particratie, een politiek stelsel dat zijn historische rol vervulde in de negentiende eeuw maar nu totaal is achterhaald. De betutteling van de burgers moet stoppen, hier en nu. De beste weg om, althans op Vlaams niveau, een beslissende stap te zetten, bestaat wellicht in de lancering van een volksraadpleging omtrent de invoering van het bindend referendum op volksinitiatief in Vlaanderen. Laat ons bij die gelegenheid dan eens een maatschappelijke discussie houden over de interpretatie die wij in deze nieuwe eeuw aan onze Grondwet willen geven.


Jos Verhulst (de auteur is lid van de Werkgroep Implementatie Tijdsgeest, die ijvert voor de invoering van het bindend referendum op volksinitiatief)

Dit bericht werd naar de Standaard gestuurd.