TOOLBOX

From Democratie.Nu

Jump to: navigation, search


Contents

Het Oosterweelreferendum

Ervaringen, bedenkingen en relevante informatie

- de mogelijkheid om zelf een referendum in te richten met de praktische overwegingen daar rond (ontwerp Ekeren) en de problematiek van de identificatie. Er zijn in dat geval geen wettelijke beperkingen en voorschriften.

zie Zelf_een_referendum_inrichten

- de mogelijkheid om een verzoekschrift in te dienen voor bespreking op een gemeenteraad (zonder handtekeningwerving, zie gemeentedecreet art 201 hoofdstuk III)

Relevante wettekst: http://www.binnenland.vlaanderen.be/regelgeving/wetgeving/gemeentedecreet/T6-H4-gemeentedecreet.htm

- het mogelijk nadeel van verschillende handtekeningwervingen voor verschillende doelen (verwarring bij de burgers, ik heb al getekend met een hele uitleg...)

- de noodzaak van de oprichting van een vzw, zeker in het geval van belangrijke fondswerving

- de mogelijkheid van een provinciaal referendum (10% van de burgers moeten tekenen)

- de noodzaak om consequent van in het begin doel, middelen en motiveringen te definiëren (strategie, communicatie en campagnelijn) in de wetenschap dat een latere afwijking zeer moeilijk te verkopen is.

- bij de eerste peilingen moet men minstens 70% steun van de bevolking hebben. De tegenpartij moet dan nog opstarten en heeft het voordeel alle argumenten te kennen voor zij beginnen. Op die wijze is eindigen met meer dan 50% haalbaar.

- de mogelijkheid om volksraadplegingen te houden gelijktijdig met gewone verkiezingen is niet heel formeel uitgesloten maar vraagt toch politieke inmenging om te slagen.*1


Het wettelijk referendum op gemeentelijk niveau en de Ademlooze ervaring (Oosterweel):

- de vraag die voorgelegd wordt aan de burger moet binnen de bevoegdheid vallen van de gemeenteraad

- het is de bevoegdheid van de organiserende vereniging om de vraag te formuleren die aan de burgers ter ondertekening wordt voorgelegd, advies is hier zeker gewenst (Arthur De Decker, advocaat, politiekers,Vlaamse Adviescommissie voor Volksraadplegingen ....).

- het voordeel van de hoge handtekeningdrempel is de verplichting om te werken aan een groot maatschappelijk draagvlak dat bij het referendum in de opkomst tot uiting komt. De volksraadpleging is slechts raadgevend. Hoe hoger de opkomst hoe moeilijker "de politiek" de uitslag kan negeren.

- de gemeente beslist over de vraag die aan de burger wordt voorgelegd bij het uiteindelijk referendum. De vraag van de organiserende vereniging waarop de handtekeningen geworven zijn kan dus gewijzigd worden (recent Zwijndrecht).

- de gemeente kan de locatie en inrichting van de kiesverrichting aanpassen zoals zij wensen (referendum Genk, wetgeving ondertussen gewijzigd). Er zijn daar wel wettelijke voorschriften voor maar nergens staat dat het dezelfde organisatie moet zijn dan bij andere verkiezingen. Dat heeft zeker invloed op de opkomst.*2


- de gemeente beslist hoe het formulier voor de handtekeningwerving er uit ziet (recto verso, enkel, landscape,....), liefst in overleg met de organiserende vereniging. Men dient in de overweging op te nemen dat men het formulier moet kunnen downloaden en afprinten, fotokopiëren, dat de vraag moet gelezen worden en men daar zijn handtekening moet onder plaatsen, de manipulaties tijdens het handtekeningwerven (maximaal 30 per uur / man, nog beter in groep met werkverdeling), het tellen van de handtekeningen, de kostprijs,... Uit een en ander vloeit al voort dat een goede samenwerking met de gemeentelijke overheid heel wat voordeel kan opleveren en een manifeste tegenwerking heel wat gevolgen kan hebben.

- een referendum met een positief voorstel is in het algemeen veel moeilijker dan een referendum voor de afwijzing van een voorstel. Het is te overwegen om met twee groepen te werken zoals bij de Lange Wapper, ook het tegenoffensief moet dan zijn krachten verdelen. Er kan een groep een positief voorstel lanceren (bv de havenbedrijven stellen voor om de Liefkenshoektunnel tolvrij te maken en een 2x2 verbinding te maken met de E17 met de ontertunneling van Haasdonk), terwijl Paul zijn ploeg met W-eb het alternatief dat nu ontwikkeld wordt door de Waaslandgemeenten afschiet (vergelijking Straten Generaal met Manu en Ademloos met Wim).

- alle handtekeningen worden minutieus gecontroleerd door de gemeente aan de hand van het bevolkingsregister, een reserve van 20% is dan ook een absolute must ( lange wapper referendum Antwerpen: 26% van de ingeleverde handtekeningen afgekeurd!!..)

- Publiciteit aan elke burger volgens de ervaring van Ademloos (in omslag, vouwwijze, gericht aan de persoon, handgeschreven, de essentie met fluor aanduiden, medewerking vragen,..). Indien er iets terug verwacht wordt, bv een handtekening onder de referendumvraag, moeten de buspunten een dicht netwerk vormen. Het is dus van belang om van in het begin zoveel mogelijk e-mailcontacten te verwerven en medewerking te vragen. Dat komt dan ook van pas bij acties zoals manifestaties, optredens ed.

- Publiciteitsborden langs de weg of medewerking van de burgers met raamaffiches. Overweging van de grootste politieke impact/kostprijs.

relevante info :

  • 300 brieven bussen per uur. Woonblokken op 600 bussen per uur. Met een goede organisatie (buspunten) en verzorgde brief kunnen we tot 10% rendement handtekeningen/brieven komen. Dan komen we in de buurt van de handtekeningwerving op straat. 200 tot 500 brieven maximaal per postpunt (aflevering) afhankelijk van de bebouwing. De kostprijs/handtekening is wel hoger dan handtekeningwerving op straat.
  • het stappenplan voor volksraadpleging van Arthur De Decker
  • Tien ingrediënten voor een succesvolle bewonersgroep door Thomas Dierckens in De Morgen, 12-07-05
  • De techniek van deelname aan referenda in de US. Zij werken daar oa met software, CVCRM genoemd, en is eigenlijk een gespecialiseerde databank waarin van elke persoon die gecontacteerd werd zoveel mogelijk gegevens worden bewaard die dan gegroepeerd en gesorteerd kunnen opgevraagd worden. Dat systeem belet ook dat als er actieve medewerkers uitvallen dat alle gegevens die zij persoonlijk verzameld hebben verloren zijn voor de organisatie.

Gegevens die verzameld worden dienen op voorhand gedefinieerd te worden. Men moet ook rekening houden met de mogelijkheden van de organisatie zelf, hoe meer gegevens er bijgehouden worden hoe meer werk. Proberen zoveel mogelijk langs de website te werken.

E-mail adres, wenst SMS te ontvangen, is reeds telefonisch gecontacteerd en wenst dat niet meer/nog wel, is bereid tot actieve medewerking, enz..

Eigenlijk zou dit systeem van in het begin opgestart moeten zijn zodat we niet nu achter e-mail adressen moeten gaan zoeken om de "Ik beloof te gaan stemmen" (I pledge to vote) actie te starten.

Er moet wel opgelet worden om niet teveel te vragen, hoe meer ge vraagt hoe sneller er afgehaakt wordt. Lidmaatschap vragen moet vermeden worden, men kan wel een oproep steunen, een petitielijst tekenen enz.. maar lidmaatschap is snel een brug te ver.

1.1. bv Wordt sympathisant en verzamel handtekeningen, verkoop t-shirts, deel posters en stickers uit. gratis inschrijven op de nieuwsbrief

1.2. Lid worden kan ook ...........

Er moet gemikt worden op de niet geïnteresseerde burger. De gemotiveerde voor en tegenstanders komen zo ook wel stemmen.

Ook het ontwerp van de website is belangrijk en kan merkbaar betere resultaten geven (nieuws rubriek, jeugdige look,..). Meer unieke bezoekers per dag, meer pagina's bekeken en het aantal bezoekers dat enkel de homepage bekijkt daalt (bounce) enz.. Statistieken opvolgen.

Het is natuurlijk wel zo dat in de US men gewend is dat referenda opgestart worden, hier niet natuurlijk.


  • 1 dit probleem werd behandeld in de Vlaamse Adviescommissie voor Volksraadplegingen van 7 november 2000 . Het toen uitgebrachte advies nr VAV/2000/1, dat toen handelde over het art 323 van de nieuwe gemeentewet doch quasi volledig hernomen werd door het art 214 van het gemeentedecreet, gaf het volgende antwoord op een daarover door mij gestelde vraag 4:

De commissie is van oordeel dat artikel 323 van de nieuwe gemeentewet ter zake duidelijk is en dat de organisatie van een gemeentelijke volksraadpleging tegelijkertijd met de gemeenteraadsverkiezingen niet mogelijk is. Het is overigens zo dat alles wat de kiezer kan beïnvloeden bij het uitbrengen van zijn stem, verboden is. De organisatie van een gemeentelijke volksraadpleging over een specifiek item van gemeentelijk belang op dezelfde dag dat gemeenteraadsverkiezingen worden georganiseerd, kan mogelijkerwijze als een poging tot beïnvloeding van de gemeenteraadskiezers worden beschouwd. Met het instellen van een sperperiode voorafgaandelijk aan de dag van de gemeenteraadsverkiezingen heeft de wetgever overduidelijk de bedoeling gehad om de raadpleging op de dag zelf van die verkiezingen volledig uit te sluiten.

Het houden van een volksraadpleging op de dag van de parlementsverkiezingen – Nieuwe Gemeentewet titel XV Mag een gemeentebestuur een gemeentelijke volksraadpleging organiseren op dezelfde dag als de parlementsverkiezingen? Artikel 323, derde alinea van de Nieuwe Gemeentewet bepaalt dat geen raadpleging georganiseerd kan worden in een periode van veertig dagen vóór de rechtstreekse verkiezing van de leden van de Kamer van volksvertegenwoordigers, de Senaat, de Raden en het Europees Parlement. Strikt genomen valt het organiseren van een gemeentelijke volksraadpleging op de dag zelf van de parlementsverkiezingen dus niet onder de bepalingen van voornoemd artikel. Nochtans dient het gemeentebestuur met het oog op de volksraadpleging een aantal voorbereidende handelingen te stellen. Zo moet het college van burgemeester en schepen, in toepassing van artikel 322, §4 van de Nieuwe Gemeentewet, op de dertigste dag voor de raadpleging een lijst opstellen van de deelnemers aan de volksraadpleging. Aangezien deze handeling in de sperperiode van veertig dagen valt dient de vraag negatief beantwoord te worden. Standpunt van de permanente werkgroep juridische aangelegenheden

Datum 24/4/2003

  • 2 Het uitvoeringsbesluit van de Vlaamse regering van 5 juni 2009 houdende vaststelling van de nadere procedureregels voor de organisatie van een gemeentelijke volksraadpleging is gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 19.06.2009 blz 42906-42908.

Daarin staat duidelijk hoeveel stembureaus (= stemafdelingen) er minstens zullen moeten worden ingericht. Zie art 1. Deze stemafdelingen mogen in theorie in hetzelfde gebouw worden ondergebracht doch dit is dan wel afwijkend van de geëiste analogie bij Antwerpse gemeenteraadsverkiezingen.


Paul Nollen

10 jan 2010


Tien ingrediënten voor een succesvolle bewonersgroep

door Thomas Dierckens in De Morgen, 12-07-05

Terwijl de ene buurtvereniging verzandt in haar protest en genegeerd wordt door de overheid, slaagt de andere erin de politieke agenda mee te bepalen en samen met projectontwikkelaars rond de tafel te zitten om de plannen voor haar wijk verder uit te werken.

Wat maakt een bewonersgroep succesvol? De Morgen vroeg het aan Manu Claeys van het Antwerpse De Ploeg, dat actief is rond het Kievitplein, en aan Stefaan Claeys van het Actieplatform Gent-Sint-Pieters, dat de ontwikkelingen rond het Gentse Sint-Pietersstation nauwlettend in de gaten houdt.

1. Weet waarover je spreekt

Manu Claeys: "Lieg nooit in je communicatie en zie dat alles wat je zegt tot in de puntjes correct is. Anders breng je de buurtgroep in diskrediet en zal de tegenpartij je nooit waarderen."

Stefaan Claeys: "Een doorgedreven dossierkennis is nodig om te vermijden dat de tegenpartij je met enkele meppen kan vloeren en zorgt ervoor dat je aanvaard wordt als een evenwaardige gesprekspartner."

Manu Claeys: "Daarom is het van belang om een brede groep uit te bouwen die kan bogen op veel expertise. In De Ploeg zitten zowel architecten en planologen als juristen en mobiliteitsdeskundigen, die elk hun deeltje van het dossier uitstekend kennen. Zo staat de buurtgroep veel sterker in haar schoenen. Zit die expertise niet in de wijk, dan haal je ze van buiten de wijk. Het Antwerpse bewonerscollectief stRaten-generaal heeft ons daar goed bij geholpen."

2. Trek externe experts aan

Stefaan Claeys: "Niets is beter dan een onafhankelijke derde partij die je gelijk geeft. Een opiniestuk in de krant van een vooraanstaande architect die zich schaart achter de opmerkingen van de buurt, heeft ongelooflijk veel impact. Als iemand met gezag zijn mening op tafel legt, dan wordt de overheid flink op haar plaats gezet."

Manu Claeys: "Een academicus die vanuit zijn deskundigheid commentaar levert op de plannen valt veel minder te negeren dan een buurtgroep die zich beperkt tot protesteren. Wij hebben het geluk gehad dat verschillende grote namen zoals b0b van Reeth, Christian Leysen en Jo Crepain hun bedenkingen hebben geuit over het project voor het Kievitplein. Dat maakt je bewonersvereniging meteen een pak geloofwaardiger."

3. Wees realistisch

Stefaan Claeys: "Het heeft geen zin om louter te eisen dat de overheid de plannen voor je buurt opbergt. Met zulke onrealistische voorstellen zet je jezelf als buurtvereniging buitenspel. Het is begrijpelijk dat sommige buurtbewoners uit emotionele overwegingen liever geen hoogbouw zien verschijnen voor hun deur, maar strategisch gezien is het beter om bestaande plannen bij te sturen dan ze af te breken."

Manu Claeys: "We zijn nooit tegen de komst van Alcatel geweest of tegen de werkgelegenheid zoals sommige politici en commentaarschrijvers beweerden. Onze enige bezorgdheid is de buurt en de impact die Alcatel daarop zal hebben. Het is niet aan ons om te beknibbelen op kantoorruimte, wel om die kantoorruimte anders te integreren in het gebied. Wat wij hebben geprobeerd, is om vanuit de verschillende stemmen uit de buurt een coherent verhaal te creëren zodat aan het einde van de rit een goed project voorligt met een groot draagvlak. Dat is ook realisme."

4. Maak geen vijanden

Manu Claeys: "Speel nooit op de man, want dan vereng je een breed maatschappelijk debat tot individuele twisten, wat contraproductief is. Je moet ervan uitgaan dat iedereen een potentiële bondgenoot is, zelfs een projectontwikkelaar als Robelco. Daarom drijf je discussies beter niet op de spits. We zitten nu geregeld rond de tafel met Robelco, wat niet gelukt zou zijn mochten we hen gedemoniseerd hebben."

Stefaan Claeys: "We stellen ons altijd constructief op. Als buurtvereniging moet je begrijpen dat zowel een projectontwikkelaar als de overheid bepaalde belangen te verdedigen heeft. Maar als we zouden merken dat de overheid tegen alle logische argumenten in een beslissing goedkeurt, dan gaan we het natuurlijk niet laten om te protesteren."

5. Vrees de ambtenaar niet

Manu Claeys: "Tot onze grote vreugde hebben we gemerkt dat ambtenaren sommige protesten graag zien gebeuren. Ze zijn natuurlijk gebonden en zullen nooit via officiële weg hun enthousiasme laten blijken, maar via informele weg hebben we veel tips van hen gekregen. Vergeet niet dat ambtenaren dikwijls ook hun bedenkingen hebben bij de plannen die ze moeten uitvoeren."

Stefaan Claeys: "Durf als buurtgroep zeker naar een ambtenaar toe te stappen om te vragen in welk stadium een dossier zit. Onze ervaring leert ons dat ambtenaren best aanspreekbaar zijn en bereid zijn hun medewerking te verlenen. Ze kunnen zeker waardevolle elementen bijdragen tot je actie."

6. Communiceer duidelijk

Manu Claeys: "Wij zien communicatie echt als educatie. Bouwdossiers zijn zeer complex en de meeste mensen begrijpen ze niet omdat alles wat daarin staat zo abstract is. Zelfs de Antwerpse gemeenteraadsleden hadden het moeilijk om de ontwikkelingen rond het Kievitplein te volgen. Daarom hebben wij van tijd tot tijd een nieuwsbrief opgesteld met daarin in heel eenvoudige taal een stand van zaken in het dossier."

Stefaan Claeys: "Goede communicatie is wellicht het cruciaalste om je gelijk te krijgen. Je moet de rol van de overheid overnemen en zelf de plannen voor de wijk uit de doeken doen. Na onze eerste infovergadering over het Sint-Pietersstation kwam er een buurtbewoner op me af om me te bedanken omdat hij zich voor het eerst geïnformeerd voelde over het project. De overheid vertelt altijd maar een deel van het verhaal. Zo laat de stad in Gent uitschijnen dat alles al is vastgelegd voor de ontwikkeling rond het station, terwijl er nog geen enkele formele beslissing is genomen in het dossier."

Manu Claeys: "Het is niet alleen een kwestie van de politieke agenda mee bepalen, je moet ook een eigen verhaal schrijven. Zowel de stad als de NMBS en projectontwikkelaar Robelco communiceren in glossy brochures, waarin louter hun kant van het verhaal staat. Wat zij daarin naar buiten brengen, strookt echter dikwijls niet met wat wij weten over het project."

7. Zorg voor interne cohesie

Stefaan Claeys: "Elke stap die je als buurtcomité zet, moet gezamenlijk genomen worden. We steken veel tijd in overleg om te komen tot een eenduidige inhoudelijke visie alvorens we die naar de buitenwereld communiceren. Het zou verkeerd zijn mochten er verschillende visies circuleren, want dan zou de overheid of de pers die kunnen gebruiken om ons tegen elkaar uit te spelen."

Manu Claeys: "Het is belangrijk om iedereen mee aan boord te houden en de neuzen in dezelfde richting te sturen. Vandaar ook het belang van interne communicatie. Wie even geen tijd heeft om actie te voeren, kan zo op latere tijdstippen weer in het verhaal meestappen."

8. Vermijd het NIMBY-syndroom

Manu Claeys: "Vanuit verschillende hoeken zijn we afgeschilderd als mensen die lijden aan het Not In My Backyard-syndroom. Terwijl onze strijd vooral ging om de stedenbouwkundige aanpak voor een cruciale plek in Antwerpen en over het feit dat de bewoners daarin geen inspraak hadden."

Stefaan Claeys: "Het gaat niet om individuele problemen, hé. Daarom zeg ik altijd dat we de hele buurt moeten beschouwen als een NIMBY. Het belang van het dossier Gent-Sint-Pieters overschrijdt de grenzen van de wijk. In het Actieplatform Gent-Sint-Pieters zitten evengoed mensen die niet in de wijk wonen en vertegenwoordigers van verschillende natuurverenigingen die hun bedenkingen hebben bij de plannen."

9. Formuleer alternatieven

Manu Claeys: "Een alternatief project uittekenen maakt de mening van de buurtvereniging veel duidelijker, zowel voor de buurtbewoners, de politici als de pers. Een maquette zegt zoveel meer dan een bundel opmerkingen."

Stefaan Claeys: "Dat is een erg belangrijke schakel om buurtbewoners te blijven motiveren: het maakt onze ideeën visueel en tastbaar. Door met een eigen voorstel af te komen, verplaats je ook de discussie. Je hoeft niet meer constant te reageren op voorstel X, maar creëert de keuzemogelijkheid tussen ontwerp X en Y. Zo verplicht je de andere partij om tegenargumenten te verzinnen op het voorstel van de buurt. Je draait eigenlijk de rollen om waardoor buurtvereniging en overheid gelijke partners worden."

Manu Claeys: "Het is trouwens nooit de bedoeling geweest dat ons alternatief project er daadwerkelijk zou komen, wel is het een manier om te tonen dat het ook anders had gekund. Zo overtuig je anderen ervan dat wat voorligt niet de beste oplossing is voor de buurt."

10. Laat je niet doen

Stefaan Claeys: "Het is bijzonder tijd- en energierovend om die stapels dossiers en plannen door te nemen. De kunst is om onderweg de moed niet te laten zakken. Op ons eerste gesprek met de Gentse burgemeester en de schepen van Stedenbouw werden al onze argumenten van tafel geveegd. Dat is even slikken, maar je moet goed beseffen dat je niet alles moet geloven van wat ze daar zeggen. Het is vaak blufpoker." Manu Claeys: "Lange tijd zijn we te voorzichtig geweest omdat we vonden dat het Antwerpse stadsbestuur als kwetsbare regenboogcoalitie al genoeg oppositie ondervond van het Vlaams Belang. Maar na een poos hebben we onze houding verhard en zijn we resoluut gegaan voor het dossier over het Kievitplein. 'Als we hier niet tegen reageren, is dat schuldig verzuim', was ons uitgangspunt. Je moet ervan blijven uitgaan dat je iets kunt veranderen. Want als wij het niet doen, wie dan wel?" ( met dank aan De Morgen )


Vrijwilligerswerk

04-01-2005 28-06-2012

Gegeven:

Het is Bernard Lietaer (onderwerp geld / complementair geld) bij wie ik in een van zijn boeken voor de eerste maal tegenkom dat er, bij verenigingen die met vrijwilligers werken, gemiddeld een verloop is van 40% per jaar. Dankzij de invoering van complementair geld in de verenigingswerking wordt dit cijfer drastisch gereduceerd.

Bespreking:

40 % per jaar is zeker een hoog cijfer en zal wellicht ook afhankelijk zijn van de aard van de vereniging. Wie verenigingen wat volgt, ziet de start, nieuwsbrief of activiteitenagenda, een piek in het tweede jaar, daling in het derde jaar en gedaan. Met deze evolutie van de continuïteit wordt aangegeven dat vrijwilligerswerk veel gevoeliger is voor opgave dan betaald werk. Zelfs betaling met "complementair geld" heeft, volgens Bernard Lietaer, blijkbaar al een merkbare positieve invloed op de continuïteit (alleen weet ik niet hoe dat zou kunnen werken bij een vereniging in België). De meeste vrijwilligers zijn zich niet bewust van die "gevoeligheid" en geven sneller op dan verwacht ondanks de beste motivatie bij aanvang. Dat is dikwijls het gevolg van een overschatting van eigen mogelijkheden en incasseringsvermogen in een werkomgeving zonder een "automatische" waardering zoals bv geld. Vermits men niet betaald wordt, wat ook een vorm van waardering is, is men voor het volhouden van de inzet volledig afhankelijk van het resultaat en de persoonlijke waardering die men ontvangt of de voldoening die men zelf in zijn werk kan vinden. Als er dan geen of weinig resultaat is, of zelfs tegenslag, noch persoonlijke waardering, met daarbij dan nog de niet aflatende kritiek, dan is opgave niet ver af. (de “als ge het beter kunt doe het dan zelf” reactie) Een bijkomend probleem is soms de grote dynamiek van een vereniging. Met perioden is er een grote toevloed van mensen waar met moeite een taak voor gevonden wordt, en dan een periode waar met moeite volk gevonden wordt voor het meest essentiële. En, zoals hiervoor vermeld, het is niet enkel de taak die je toewijst maar ook de persoonlijke waardering waar je voor moet zorgen. Niet altijd eenvoudig. Er staan er dan ook nog klaar om alles af te schieten, wat je ook doet. Niet dat kritiek verboden is, maar de criticasters beseffen niet altijd de impact van hun kritiek op onervaren (en zelfs ervaren) vrijwilligers die al geen "automatische" waardering krijgen voor hun werk. Kritiek is dan ook in vele gevallen letterlijk en figuurlijk slopend voor vrijwilligers. En dan gaan we er nog van uit dat de kritiek niet kwaadwillig is maar positief bedoeld werd.

Wat vragen we dus aan een vrijwilliger: men moet zijn werk kunnen doen zonder enige waardering en mét kritiek en dat volhouden zonder resultaat op korte termijn. Inzet, incasseringsvermogen, recuperatievermogen en democratisch ingesteld. En je moet ook nog vanalles kennen en kunnen. En dat alles gratis. Wonderlijk dat het maar 40 % is die uitvalt, of dat er zelfs nog iemand aan begint.

We zien ook dat bv in werk dat een zekere voldoening (waardering) op zichzelf geeft, de inzet langer kan zijn. Ik neem hiervoor de webmasters als voorbeeld. Véél kritiek krijgen die ook niet, integendeel. Dus betere continuïteit.

Wat besluiten we nu daaruit voor onze werking? Niet eenvoudig. Alvast dat de noodzaak van een goed contact tussen de "actieve" vrijwilligers omwille van de morele steun (waardering) niet overschat kan worden. Hier is dan weer het verplaatsings en tijd probleem dat stokken in de wielen steekt. Wie een taak op zich neemt met de bedoeling deze met enige continuïteit vol te houden rekent best enkel op de eigen voldoening. Kritiek kan bestudeerd worden maar met grote voorzichtigheid, voor het een negatief effect krijgt op de inzet.


Besluit:

Voorbeeld

- Veilige werking: “Ik heb mij opgegeven als medewerker voor de herziening van de statuten. De coördinator van deze herziening mag mijn inzendingen zonder enige verantwoording volledig negeren, hij hoeft niets uit te leggen. Ik houd er rekening mee dat de definitieve voorstellen geen enkel element van mij bevatten. Als de statuten afgekeurd worden door het congres beginnen we terug. Misschien worden mijn voorstellen terug bekeken”.

- Verhoogd risico: “Ik heb mij opgegeven als medewerker voor de herziening van de statuten. Ik zal mijn voorstellen bij de coördinator van deze herziening verdedigen met volledige inzet zodat er maximaal met mijn inzendingen rekening gehouden wordt. De nieuwe statuten worden na maandenlang werk, discussies, wekelijkse vergaderingen, afgewezen door het congres. Ik stop ermee”. Mijn incasserings- en recuperatievermogen was dus niet in verhouding met de inzet. - Vergelijk de voorbeelden met betaald werk.

Het is dus belangrijk voor iedereen in vrijwilligerswerking om de risico’s in te schatten en de inzet daar op af te stemmen of ten minste er zo goed mogelijk op voorbereid te zijn.

Moeten er, zo mogelijk, zijn: Resultaat : Doelgericht werken, goede afspraken, duidelijke werkingsvoorschriften, inschatting der kansen, realiteitszin. persoonlijke waardering : samenwerking met andere actieve leden, inschatten mogelijkheden op kritiek en gevolgen. voldoening die men zelf in zijn werk kan vinden : dit zal dikwijls het enige zijn dat uiteindelijk de continuïteit zal waarborgen en is dus het belangrijkste element.


Paul Nollen


Voorbeeld Statuten voor een Feitelijke Vereniging

Voorbeeld Statuten voor een Feitelijke Vereniging V20120528

Enkele Algemene beschouwingen.


- Feitelijke vereniging (FV)


Uit de statuten blijkt dat de leden bij het toetreden tot de vereniging een toetredingsformulier invullen. Dit formulier voorziet dat de leden door de ondertekening lid worden van de vereniging en zich akkoord verklaren met de statuten en reglementen. Dit formulier is het “contract” tussen de “vereniging” en de leden.

Een vereniging kan vrij bestaan en werken zonder een eigen juridisch statuut op grond van een geoorloofde burgerlijke overeenkomst tot vereniging en is als dusdanig geldig. Een dergelijke vereniging wordt geregeerd door haar statuten en de algemene rechtsprincipes.

De statuten bepalen wie belast is met het beheer van de vereniging n.l. het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur kan rechtsgeldig de vereniging verbinden t. a. v. derden. In dit kader is het niet onbelangrijk te wijzen op het feit dat de vereniging geen rechtspersoonlijkheid heeft, dit in tegenstelling tot bvb een vzw. Het gevolg is dat alle leden met gans hun vermogen instaan voor het nakomen van de verbintenissen van de vereniging. Anderzijds zijn de leden onverdeeld eigenaar van het bezit van de vereniging.

De statuten stellen dat het dagelijks bestuur bestaat uit 3 leden. Aangezien niets wordt gezegd over hoe het bestuur kan optreden geldt de unanimiteitsregel. M.a.w. het ganse bestuur dient bvb een overeenkomst te ondertekenen.

Het mandaat kan algemeen geformuleerd zijn of restrictief. De rechtsleer pleit uitdrukkelijk voor restrictieve mandaten niettegenstaande dit betekent dat er dan voor elke handeling met een derde een afzonderlijk mandaat zal nodig zijn.

Wanneer gemandateerden buiten hun mandaat treden verbinden zij enkel zichzelf.

De reden voor een dergelijke houding is dat de leden met hun persoonlijk vermogen gehouden zijn ten overstaan van derden.

Door gebrek aan rechtspersoonlijkheid kan de vereniging niet in rechte optreden en kan tegen haar niet in rechte opgetreden worden. De leden zullen derhalve samen in rechte moeten optreden. Om dit op te lossen kan door alle leden een mandaat gegeven worden aan één van de leden of aan de leden van het bestuur.

De statuten voorzien wel in het bestuur van de vereniging maar niet expliciet in de vertegenwoordiging van de vereniging. Zo de situatie zich ooit zou voordoen moeten derhalve alle leden optreden.




VOORSTEL tot STATUTEN van de


Naam van de vereniging (FV - Feitelijke Vereniging)

Hoofdstuk I. Naam – Zetel – Doel - Duur

1. De vereniging draagt de naam “Naam van de vereniging ” zijn vertalingen of afkortingen.

2. De vereniging is gevestigd in Belgie. Het adres van de zetel wordt opgenomen in de notulen van de Algemene Vergadering.

3. Doel van de vereniging:

………………………………………………………………………………..

4. De vereniging wordt opgericht voor onbepaalde duur.


Hoofdstuk II – Leden - Stemrecht

1. Zijn stemgerechtigd op de “Algemene Leden Vergadering”: de leden van de vereniging.

De inschrijving als lid is schriftelijk en bevat het akkoord met de Statuten en Reglementen van de vereniging. De inschrijving is geldig vanaf de inschrijvingsdatum. De inschrijving per e-mail wordt als geldig aanzien.

2. Het Bestuur kan in een gemotiveerde beslissing een toetreding weigeren of een lid schorsen. Deze beslissing wordt aan de eerstvolgende Algemene Leden Vergadering voorgelegd.

3. Elk lid kan te allen tijde ontslag nemen uit de vereniging mits een aangetekend schrijven aan het Bestuur van de vereniging. Een lid kan slechts worden uitgesloten door de algemene Ledenvergadering met een meerderheid van twee derden.

4. Ontslagnemende of uitgesloten leden en hun rechtsopvolgers, of erfgenamen van leden, hebben geen deel in het bezit van de vereniging en kunnen nooit teruggave of vergoeding vorderen.


Hoofdstuk III – Raad van Bestuur

1. De vereniging wordt bestuurd door een Raad van Bestuur van tenminste drie bestuurders. Zij moeten lid zijn van de vereniging. Zij worden benoemd voor een periode van hoogstens 4 jaar door de Algemene Leden Vergadering en zijn ten allen tijde door deze afzetbaar.


Indien het aantal bestuurders terugvalt onder het voorziene minimum dan blijven de resterende bestuurders in functie tot in vervanging voorzien is. Deze vervanging dient uiterlijk te gebeuren op de eerstvolgende Algemene Ledenvergadering.

2. Het bestuur is er toe gehouden de beslissingen van de Algemene Leden Vergadering uit te voeren. Elke handeling van een bestuurslid dat niet het gevolg is van een beslissing van de Algemene Leden Vergadering is ten persoonlijke titel en kan in geen enkel geval de vereniging verbinden. In geen enkel geval mag het Bestuur een verbintenis aangaan in naam van de vereniging die rechtstreeks of onrechtstreeks het vermogen van de vereniging overtreft. In geval een dergelijke overschrijding onvoorzien optreedt, of dreigt op te treden, dient binnen de 30 dagen de Algemene Leden Vergadering bijeengeroepen te worden met de financiële toestand van de vereniging als agendapunt.


Hoofdstuk IV – Algemene Leden Vergadering

1. De “Algemene Leden Vergadering” is het hoogste gezagsorgaan van de vereniging. Alle beslissingen worden genomen door de Algemene Leden Vergadering bij eenvoudige meerderheid, met uitzondering van de uitsluiting van een lid, ontbinding van de vereniging of wijziging van de statuten waarvoor een twee derden meerderheid vereist is. Elk lid mag zich bij volmacht door een ander lid laten vertegenwoordigen op de Algemene Leden Vergadering. Deze regeling houdt in dat lokale afdelingen zich, bv door hun afdelingsbestuur, kunnen laten vertegenwoordigen op de Algemene Leden Vergadering. De oproeping tot de vergadering bevat de agenda, met vermelding van de punten waarover gestemd moet worden, dag plaats en uur van de vergadering. De Algemene Leden Vergadering kan geldig beslissen over punten die niet op de agenda staan. Indien hiertegen bezwaar aangetekend wordt moet deze werkwijze ter stemming gelegd worden. Voor zover de deelnemers en de mandateringen genoegzaam geïdentificeerd kunnen worden kan e-conference en e-voting gebruikt worden.

2. Van elke Algemene Leden Vergadering worden notulen opgemaakt. In het geval van e-conference volstaat een opname of transcriptie. De beslissingen worden genoteerd in een afzonderlijk register. Elk lid ontvangt jaarlijks een kopie van het bijgewerkt register. Elk lid kan de notulen en het register der beslissingen verkrijgen op gewoon verzoek. Benoeming, ontslag, aftreden, verlies van lidmaatschap en afzetting worden genoteerd in de notulen van de Algemene Vergadering.

3. De Algemene Leden Vergadering komt minstens éénmaal per jaar bijeen ten laatste in de maand maart. Indien één vijfde van de leden er om verzoekt zal de Algemene Leden Vergadering binnen de 30 dagen, volgend op de ontvangst van het verzoek door het Bestuur, bijeengeroepen worden.


Hoofdstuk V – Rekeningen en begroting

1. Het Bestuur bereidt de rekeningen en de begroting voor en legt ze ter goedkeuring voor aan de Algemene Leden Vergadering.

In het geval van een politieke partij: Alle inkomsten en uitgaven die hun oorsprong vinden in overheidssubsidies, wedden en vergoedingen of weldanige voordelen dan ook (pensioenrechten, voordelen in natura, belastingvoordelen, partijsubsidies,..) van de verkozenen en/of de partij, die afkomstig zijn van de overheid, en dus rechtstreeks of onrechtstreeks ten laste van de burger, zullen het onderwerp uitmaken van een jaarlijkse afzonderlijke openbare publicatie.


Hoofdstuk VI – Werking en taak van de vereniging

1. De werking van de partij verloopt volgens democratische principes door de Algemene Leden Vergadering bepaald.

2. ……………………………………………………………………………………………….


Hoofdstuk VII – verantwoordelijkheden en verzekeringen

1. De leden nemen deel aan de activiteiten op eigen risico en verantwoordelijkheid. In het geval er voor een bepaalde activiteit een verzekering wordt afgesloten dan wordt dit vermeld op de aankondiging van de activiteit.


Hoofdstuk VIII – Ontbinding en vereffening

1. Enkel de Algemene Leden Vergadering kan tot ontbinding besluiten. Voor deze beslissing is twee derden van de stemmen vereist.

2. In geval van ontbinding worden de activa overgedragen aan een vereniging die een gelijkaardig doel nastreeft.

Hoofdstuk IX – Algemene bepalingen

In het geval van een politieke partij: 1. De partij verbindt zich tot naleving van het Europees verdrag van de Rechten van de mens en houdt toezicht op de naleving ervan door haar mandatarissen. *1

2. De statuten worden verder uitgewerkt in Interne Reglementen die aan de Algemene Leden Vergadering ter goedkeuring dienen voorgelegd te worden.


  • 1 wettelijk verplichting ivm partijsubsidiering.

http://www.ejustice.just.fgov.be/cgi_loi/change_lg.pl?language=nl&la=N&cn=1989070434&table_name=wet

artikel 15bis Wet 10 april 1995, B.S. 15 april 1995.

Art. 15bis. <ingevoegd bij W 1995-04-10/33, art. 1, Inwerkingtreding : 25-04-1995> Om aanspraak te kunnen maken op de dotatie waarin is voorzien bij artikel 15, moet elke partij, (...) in haar statuten of in haar programma een bepaling opnemen waarbij zij zich ertoe verbindt om in haar politieke actie ten minste de rechten en vrijheden, zoals gewaarborgd door het bij de wet van 13 mei 1955 bekrachtigde Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950 en door de in België van kracht zijnde aanvullende protocollen bij dit Verdrag, in acht te nemen en door haar diverse geledingen en verkozen mandatarissen te doen in acht nemen. <W 2007-03-23/31, art. 11, 009; Inwerkingtreding : 28-03-2007>


Aldus opgemaakt in 3 exemplaren en met eenparigheid van stemmen aanvaard op de stichtingsvergadering van …………… gehouden te ……………………….


Getekend, De oprichters, datum, Plaats,

Stappenplan Voor Gemeentelijke Volksraadpleging

Stappenplan voor Gemeentelijke Volksraadpleging

Gemeentedecreet burgerparticipatie

Gemeentedecreet burgerparticipatie – overzicht

Referendum defusie in Ekeren

Referendum_defusie_in_Ekeren, een voorstel van referendum op volksinitiatief.

Draaiboek acties

Draaiboek_acties

Some guidelines for an effective organization

Some_guidelines_for_an_effective_organization

Personal tools